Twitter

Facebook

Uitgeverij De Contrabas
Man zoekt bal van Sander de Vaan -- de voetbalbundel voor dit WK

Elders

« juni 2010 | Hoofdmenu | augustus 2010 »

juli 2010

31 juli 2010

Lammert Voos, Prinsentuin

Denk aan de vingers die deze regels schreven

Foto Claus  Vlakbij het appartement waar ik nu verblijf, bevind zich een 'Funerarium'. De hele dag is het er een bijna gezellig komen-en-gaan van lijkwagens, auto's vol nabestaanden en bestelwagens van de cateringservice. 

Elke keer als ik het gebouw passeer, staan er andere figuranten. Nu eens een familie, snikkend en wel, een kop koffie of een glas plat water in de hand, dan weer een hele groep, druk babbelend, inclusief veel vrouwen die kirren, maar schor lachen. Ze drinken champagne en eten fijne hapjes.

Bij die laatste groep dacht ik aan het gedicht 'Tuinfeest' van Martinus Nijhoff. Er was, stelde ik me voor, een rijke mecenas gestorven. De mensen die hem kwamen opzoeken in zijn laatste uren bóven de aarde, de 'eenzelvige rebellen', wisten niet welke houding aan te nemen, cynische ontreddering of (min of meer) echt verdriet.

Een van de vrouwen acteerde het verdriet in elk geval goed. Misschien acteerde ze wel niet. Ze zocht, met steeds een gevuld glas in de hand, steun bij elke man uit het middelbare segment die zich maar aandiende. Ze werd omhelsd, met een attentie die de plichtmatige rouw oversteeg.

Dit zijn, dacht ik, de 'sublieme momenten', al hebben die mensen het niet door. Die sublieme momenten worden niet zozeer gescheiden van elkaar door perioden vol 'sentiment', maar ze zijn er nu, nu een brede waaier aan sentimenten wordt opengevouwen. 

Ik dwaal af.

Vanmiddag bezocht ik het James Ensor Huis in Oostende. Om de meubels van de gestorven schilder te zien, maar ook om Hugo Claus. De niet heel sterke band tussen de vereerde meester (en volleerd poseur) en de stad Oostende werd er gecelebreerd in een flinterdunne expositie: Claus en Oostende – een hommage.

Te zien waren allerhande foto's (Claus speelt Claus, die Claus speelt), manuscripten (onder meer van het 'Oostendse' De verwondering) die de aflijvige in betere dagen zelf had doorboord of laten verregenen, twee kunstwerken die bewijzen dat Claus als beeldend kunstenaar geen hoogvlieger was, briefkaarten van en aan ooit hoge bomen, zijn adresboek (Alechinsky, Appel, AVRO, De Bezige Bij), zijn letterdoos. Te horen: opnames van Claus, begeleid door het Trio Pim Jacobs, ontnomen aan een in de jaren zestig verschenen single, die het prachtige stemgeluid van zijn ooit-bijna-alomtegenwoordigheid vastlegde.

Het was een fijne tentoonstelling van niks, uitstekend geschikt om even ongebreideld net-niet-droevig maar wel prettig-weemoedig van te worden. Ik dacht aan Hugo Claus, gestorven in 2008, aan zijn grootheid, onomstreden, die toch al een beetje begint in te zakken. Zijn oeuvre zal de komende jaren indikken tot een paar verplichte nummers en een handvol echte klassiekers, en daarmee zal hij de geschiedenis ingaan als een van de kopstukken uit de Vlaamse literatuur van de (eerste helft van de) twintigste eeuw. 

Terecht, overigens, maar licht-ernstig stemt het wel, die toekomstige reductie van dat gigantische werk.

Ik dwaal weer af.

Toen ik vanmiddag terugliep, keek ik bij de (kantoor)boekhandel Press Shop het boekje De laatste van mijn demonen in. Michaël Zeeman, inmiddels ook al ontslapen, citeerde in zijn bijdrage een mooi gedicht van Claus, waar ik – voor ik weer afdwaal – aan moest denken toen ik op weg naar huis weer langs het Funerarium kwam. 

Het is, behalve een mooi gedicht, ook erg geschikt om weerstand op te bouwen tegen het dagelijks passeren van funeraria in alle soorten en maten. Net als alle betere gedichten van de 'latere' Claus is het baldadig én lyrisch, gevoelig en banaal. Een beetje sentimenteel, maar toch boertig genoeg om het niet week te maken. Enfin, het is dus een mooi gedicht.

Het biedt, op onhandige wijze, troost. Of dat mag, weet ik niet. Maar ik vind het wel een prettig idee dat een kunstwerk, bijvoorbeeld: een gedicht, iemand die het leest kan troosten. Niet voorgoed, niet de rest van zijn of haar leven, maar kort, in een 'subliem moment', voordat de onderbroek weer begint af te zakken. 

Die troost komt niet, zoals bij Remco Campert of dat soort dichters, voort uit een zacht gemompel dat als een bijbeltekst op je afkomt, nee, die troost wordt geboden door het gepast-trots ("lach om wat ik was onder meer / het gesnurk in de bioscoop") op te nemen tegen de dood, die ons allemaal reduceert tot iets wat past in een koperen keteltje. Met die gepaste trots roepen we de nabestaanden, onder wie de vrouw die alle middelbare mannen afschuimt, op om "de rimmel van je wangen" te halen. 

Claus gedenkt eveneens, of juist, want anders zou hij Claus niet zijn geweest, de lijfelijke liefde. Of beter: de liefde die lijfelijk voelbaar is. In vingers. In strelingen. In een logge loop. In "je warme weelde". En wij? Wij gooien het keteltje leeg en vegen – sterk spul hè, Fisheman's Friend – iets uit onze ooghoeken.

XIV

Als dan het koperen keteltje vol as
van wat ik was wordt leeggeschud
over het geduldig gras,
mijn lief, sta daar niet voor schut

en veeg de rimmel van je wangen.
Denk aan de vingers die deze regels schreven
in onze tijd van verlangen
en die je streelden tijdens hun leven.

En lach om wat ik was onder meer
het gesnurk in de bioscoop,
de onderbroek die steeds afzakte,

de debiele grap en de logge loop
naar jou keer op keer
toen ik je nu warme weelde pakte.

(c) Hugo Claus

Foto: Ons Erfeel

Dichters in Ikea

"Vrijdagmorgen, op de slotdag van het evenement, is het woonwarenhuis één van de festivallocaties, naast de vertrouwde theetuin en loofgangen in de binnenstad. Enigszins verdekt tussen de tafels en stoelen staan in de toonzalen zes dichters opgesteld: Thomas Möhlmann (foto: Kees van de Veen), Simon van der Geest, Fieke Gosselaar, Eelke van Es, Sacha Landkroon en Mishenu Osepa Cicilia." >> lees meer over Dichters in de Prisentuin op Woest en Ledig. (zie ook de berichtgeving op Tzum).

Interview met Lieke Marsman

LiekeMarsman-BertNienhuis "Lieke Marsman, negentien jaar, publiceerde al in Tirade, werd omhooggeschreven door critici als Arjan Peters en debuteert dit najaar bij Uitgeverij Van Oorschot met haar bundel Wat ik mijzelf graag voorhoud Over de thematiek van haar debuutbundel zegt ze: 

‘Het vat samen hoe ik naar poëzie kijk. Het is een raar soort tegenstelling: mijn gedichten gaan voor een groot deel over dingen mooier laten lijken dan ze zijn, maar tegelijkertijd ben ik dat dan ook aan het doen: dingen mooi verwoorden die misschien helemaal niet mooi zijn. Die titel komt in zekere zin dus voort uit zelfspot. Niet omdat ik er zelf echt in geloof, want ik weet ook wel dat poëzie zo niet werkt, maar even vaak merk ik: ik werk wel zo. Het is een waarheid, ook al is het dan niet de hele.’

Lees het interview op Athenaeum Boekhandel.

God speelt met zijn haren in de ochtend

ImagesToen ik in 1965 geboren was en om me heen begon te kijken, bleken mijn ouders één ding over het hoofd te hebben gezien. Er is geen zee in Limburg. Ik hou van de zee, van het strand, en ik vond het al snel bijna onverdraaglijk dat mijn ouders mij probeerden wijs te maken dat natuurgebied De Banen "ook heel veel water" bevatte. Daar tuinde ik, jong als ik was, mooi niet in.

Omdat ik van de zee houd, hield ik eveneens al vroeg van het werk van A. Roland Holst, de zee-dichter bij uitstek. Ik denk heel vaak aan A. Roland Holst, gek genoeg, want ik heb de man nooit ontmoet. Er zijn echter heel wat situaties waarin ik me zijn gestalte even voor de geest haal. Bijvoorbeeld als ik de zee zie, of gewoon, zomaar, overdag, als ik buiten loop.

Bovendien ben ik waarschijnlijk de enige Nederlander die zijn gedichten nog met plezier leest. Sterker: die zijn werk met enige regelmaat herleest. Zélfs de vroegere bundels, waarvan iedereen vindt dat die voornamelijk tijdgebonden lyriek bevatten, en dan drukt men zich vriendelijk uit. De meeste mensen zouden zeggen dat die eerste bundels scheef staan van de cliché's, de uitgekauwde lyriek en de platgeslagen verstrucs.

Toch ben ik er, en nu niet meer stiekem, gek op.

Toegegeven, Roland Holst dicht wel eens een ons te veel. Maar dat ons te veel is altijd nog fijner om te lezen dan de vriendelijk gefiguurzaagde, netjes afgepaste, door sommige redacteuren platgeslagen, afgewogen, met prijzen en beurzen overladen, goed op gewicht zijnde verzen van hedendaagse dichters. Daarnaast was hij, Roland Holst dus, een fervente anti-democraat, een door zijn rijke familie onderhouden non-valeur, iemand met standpunten waarvan je zelfs bij zijn leven al plaatsvervangende schaamte had kunnen krijgen, enzovoort, et cetera. Maar schrijf bijvoorbeeld deze openingsstrofe van het gedicht 'In ballingschap':

Ik kon vannacht niet slapen, zoo heb ik gesmacht 
naar de eenige aardsche stem die mij nog kan verlossen: 
naar dat groot aangaan van de zee bij de Hondsbossche, 
de lange wering in het noorden van den nacht. 
Wel had een stem het buiten over heide en bosschen - 
maar heeft de nachtwind ooit een balling troost gebracht?

... en er zal je veel vergeven worden. Misschien niet alles, maar wel een heleboel.

Voor Roland Holst was de zee geen spelletje. Als hij er in de Tweede Oorlog een tijd van gescheiden is, dicht hij, en ik citeer uit hetzelfde 'In ballingschap': 'Ik hard het leven in dit binnenland niet meer'. Roland Holst leefde aan zee, met de zee, bijna dóór de zee. Hoewel zijn verzen niet vrij zijn van pathetiek, dát heeft op mij altijd een authentieke indruk gemaakt.

Zelf ben ik de zee, waar ik enige tijd geleden uit aan land ben gekropen, zij het in een andere vorm (hoop ik), van de weeromstuit ook serieus gaan nemen. Als iets groots. Als iets dat stemmen van de overzij transporteert. Dat een doorgang biedt naar het mythische eiland aan de overzijde. Dat werk. 

Hier overdrijf ik natuurlijk. Maar ik zag de zee wel zwarter, zwaarder en pathetischer dan ze is. Dat merkte ik vandaag, toen ik, aan zee, een gedicht las uit de meest recente bundel van Sylvia Hubers, Vandaar dit huwelijksleven. Daarin wordt de zee krullen. Maar ook: "windingen / golfslagen, vage contouren / van nieuwe bevindingen". 

Dat vind ik mooi, die onbepaaldheid. Nieuwe bevindingen, helemaal vers nog. Een beetje onwennig op de benen. Met vage contouren. Hulpeloos in de zee. Je zou ze bijna willen aaien. Of misschien bestaat de zee juist alleen maar uit die nieuwe bevindingen. Dat lijkt alles bij elkaar heel wat. Toch blijven de contouren vaag.

In de slotstrofe zijn we ver verwijderd van het 'groot aangaan van de zee'. Er wordt niet gesmacht, maar er wordt gretig toegestaan dat god, die van die krullen, gulle giften begaat. Een actieve vorm van passief ondergaan. In poëzie. Dat had ik, in 1965 en verder, niet kunnen vermoeden, toen ik, een beetje teleurgesteld uitzag over natuurgebied De Banen.

Krullen op zee

Als god is goed
dan heeft hij krullen
houtkrullen
metaalkrullen
krullende golflijnen
krullen met potlood getrokken
door boodschappenlijsten
krullen op zee

God speelt met zijn haren in de ochtend
speelt met zijn haren in de middag
laat in de avond wat krulspelden vallen

Midden in de nacht jaag ik een vinger
door gods liefste pijpekrul
draai een rondje door de bedoelingen
door de bedelingen

In mijn juttersmandje stop ik windingen
golfslagen, vage contouren
van nieuwe bevindingen

Gretig laat ik gods gave
gulle giften begaan

(c) Sylvia Hubers

Foto De Banen: L1.

30 juli 2010

De wijze Montaigne, de wijze Robert Walser etc.

  Mijn beste vrienden. Vrienden bestaan niet

... aldus begon de wijze Montaigne zijn essay over vriendschap dat nu ook in het Nederlands vertaald is. Over de man die alleen zichzelf tot onderwerp had verscheen ook deze studie: How to Live: A Life of Montaigne in One Question and Twenty Attempts at an Answer

De nieuwe generatie e-books zijn multimedia boeken geworden die video's in de tekst integreren en zich het best laten lezen/kijken op een iPad.

WalserGoogle lit trips: een geslaagd huwelijk tussen Google Earth en de wereldliteratuur. (Astrid Wittebolles site van de dag)

Illustratie: recensie over de microscripts van het stille Zwitserse genie Robert Walser. Over zijn stijl zei Walter Benjamin: "het enige doel van elke zin is om de lezer de voorafgaande zin te doen vergeten". Zie ook dit eerder bericht. In 2008 maakte Billy Childish een schilderij over de stille (sneeuw)dood van Walser.

Borges quote

He (JL Borges) said the idea of a definitive text really belongs either to religion — which is also an irony on his part, that there would be this one version that was the only version — or, as he says, fatigue. You just give up after a while and hand it in.

Interview met Borges-vertaalster Suzanne Jill Levin.

Marco Kunz (1974) - Hedendaags Duits

Kunz Marco Kunz (1974 Weilburg) is de derde hedendaagse Duitse dichter in de Maintenant-reeks van SJ Fowler. Volgens Fowler is Kunzs poëzie "verbaal, ruimdenkend en hongerig. Zijn dichterlijke stem is een gesproken stem, snel en krachtig maar nooit nostalgisch. Zijn toon is noch aanmatigend noch inschikkelijk en hij heeft evenveel gemeen met John Ashbery, Robin Blaser en Jack Spicer als met Hans Magnus Enzensberger en Durs Grunbein. Hij onderhoudt een blog marcokunz.wordpress.com"

SJ Fowler: Een beruchte uitspraak van Heidegger luidt dat Grieks en Duits de enige ware poëtische talen zijn. Wat denk jij over de specifieke aard van de Duitse taal wanneer we het hebben over poëzie? 

Marco Kunz: De Duitse taal leent zich heel goed tot het maken van nieuwe woorden, wat uiteindelijk neerkomt op het voortbrengen van nieuwe gedachten. Ik denk dat er daarom zoveel Duitssprekende filosofen zijn. Engels bijvoorbeeld is handiger en vlotter, gemakkelijker om te gebruiken. Duits klinkt hoekiger, maar heeft meer weg van een bouwdoos, met al zijn prefixen en andere mogelijkheden om woorden te  maken. En zelfs in de zinsstructuur zijn er meer mogelijkheden om variatie te brengen in de woordvolgorde en bijgevolg in het ritme.

Lees het volledige interview op 3:AM. Drie gedichten van Marco Kunz zijn hier te lezen. 

29 juli 2010

The German poet Rilke had a word for it: Geräusch

(...) nu eens zweefde dat kale, langwerpige hoofd in de groene schemering tussen de fruitbomen, dan weer wiegde het als een grote, bleke bloem boven de impressionistische ruiker van de border – het was avond en de wassende maan creëerde dat spook. (Benno Barnard over zijn schrijfkampgenoot Herman De Coninck)

De ontregelende techniek van Alice Fulton: moeilijke woorden als moxibustion en analgesia gebruiken in een liefdesgedicht.

Elf talentvolle Utrechtse dichters gekozen door Ingmar Heytze voor het eerste zomernummer van Meander.

Zeven anderstalige dichteressen gekozen door Daan Bronkhorst voor het tweede zomernummer.

Light verse en particuliere familiepoëzie van Jan Flamend.

Op reis verkiest Ester Naomi Perquin een gedicht op postzegelformaat van Kees van Domselaar.

Gerbrand Bakker opgesloten in een drijvend huis, ver van de bewoonde buitenwereld zonder moderne media!

Red de bibliotheek van David Markson auteur van Wittgenstein's Mistress. (LA Times)

The more books I write, the more convinced I become that what we encounter in a novel is not selves, but networks; that what we hear in poems is not signal but noise. The German poet Rilke had a word for it: Geräusch, the crackle of the universe, angels dancing in the static. (Tom McCarthy)

Amsterdam Zuid, Paul Gellings

Uitgeverij De Contrabas
Das Haus am Salzhof. Pension in Brandenburg a/d Havel, dichtbij Berlijn. Vanaf 10 augustus 2013.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

november 2014

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30

Colofon

Redactie: Chrétien Breukers. Reacties onder eigen naam of dichters- pseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën