Gisteren, rond een uur of vier. Een man en een vrouw zaten op een bankje aan de Catharijnesingel. Ze zaten heel dicht bij elkaar, maar elke beweging verried verbondenheid; het was wel nog een prille verbondenheid, omgeven met verlegenheid. De wandelaars, en ook ik, liepen aan de twee voorbij, veinzend niets te zien.
Ik werd jaloers op die twee - in de hitte, aan een druk wandelpad - op hoe ze daar helemaal in elkaar verzonken zaten. Om ze nog een keer te kunnen zien, liep ik terug. Het waren twee mensen van mijn leeftijd, midden veertig, misschien net iets jonger. Het leek me dat ze eerder een late liefde beleefden, dan een die er al jaren op had zitten; of anders hadden ze hun verbondenheid wel heel ver weten mee te dragen.
Ineens werd ik, want op mijn manier ben ik een gevoelige jongen, zelfs al wordt daar door grofbesnaarde mensen aan getwijfeld, getroffen door de melancholie van de situatie. Twee mensen, verliefd, bezig om een verhaal in de steigers te zetten, zonder te weten hoe dat verhaal afloopt. Want een verliefdheid, of een liefde, is een verhaal. Met een heleboel woorden die alleen binnen het verhaal hun lading krijgen. Je moet het maar durven, of willen.
'Leven is spelen met fictie, het ophangen van tenminste de helft van je autobiografie aan de nog niet bestaande toekomst en het uitspreiden van die helft over een aantal takken van de toekomst die nooit zullen bestaan, terwijl je voortbouwt op de huidige overblijfselen of nawerkingen van een verleden dat er niet meer is.' Volgens Google is dat ooit gezegd door Hector-Neri Castaneda.
Ik zag het citaat voor mijn neus gebeuren. Hier werden twee mensen verliefd op het verhaal, dat ze nu aarzelend in de grondverf aan het zetten waren. Het schema hadden ze al ingevuld, zo te zien. Kijk, de eerste gebeurtenis diende zich aan: zij legde een arm om zijn schouders. Zometeen kwam de eerste zoen, maar daar bleef ik niet op wachten, ik had al minuten te lang gekeken.
Onderweg naar huis ging ik naar de Literaire Boekhandel en kocht daar Garderobe, een keuze uit al zijn gedichten, van Luuk Gruwez. Dat opent met het gedicht 'Romance':
Het laatste woord trok op zoek
naar het voorlaatste en vond het niet.
Toen trok het laatste woord op zoek
naar het eerste dat net
naar het laatste onderweg was.
Het eerste en het laatste woord
trokken zwijgend verder, arm in arm.
Zij waren eenzaam, misten iets, maar wat?
Waren verliefd, maar wisten niet op wat.
Alle woorden die tussen hen kwamen?
Een verhaal? Ja. Ja, dat.
Ik werd jaloers op die twee - in de hitte, aan een druk wandelpad - op hoe ze daar helemaal in elkaar verzonken zaten. Om ze nog een keer te kunnen zien, liep ik terug. Het waren twee mensen van mijn leeftijd, midden veertig, misschien net iets jonger. Het leek me dat ze eerder een late liefde beleefden, dan een die er al jaren op had zitten; of anders hadden ze hun verbondenheid wel heel ver weten mee te dragen.
Ineens werd ik, want op mijn manier ben ik een gevoelige jongen, zelfs al wordt daar door grofbesnaarde mensen aan getwijfeld, getroffen door de melancholie van de situatie. Twee mensen, verliefd, bezig om een verhaal in de steigers te zetten, zonder te weten hoe dat verhaal afloopt. Want een verliefdheid, of een liefde, is een verhaal. Met een heleboel woorden die alleen binnen het verhaal hun lading krijgen. Je moet het maar durven, of willen.
'Leven is spelen met fictie, het ophangen van tenminste de helft van je autobiografie aan de nog niet bestaande toekomst en het uitspreiden van die helft over een aantal takken van de toekomst die nooit zullen bestaan, terwijl je voortbouwt op de huidige overblijfselen of nawerkingen van een verleden dat er niet meer is.' Volgens Google is dat ooit gezegd door Hector-Neri Castaneda.
Ik zag het citaat voor mijn neus gebeuren. Hier werden twee mensen verliefd op het verhaal, dat ze nu aarzelend in de grondverf aan het zetten waren. Het schema hadden ze al ingevuld, zo te zien. Kijk, de eerste gebeurtenis diende zich aan: zij legde een arm om zijn schouders. Zometeen kwam de eerste zoen, maar daar bleef ik niet op wachten, ik had al minuten te lang gekeken.
Onderweg naar huis ging ik naar de Literaire Boekhandel en kocht daar Garderobe, een keuze uit al zijn gedichten, van Luuk Gruwez. Dat opent met het gedicht 'Romance':
Het laatste woord trok op zoek
naar het voorlaatste en vond het niet.
Toen trok het laatste woord op zoek
naar het eerste dat net
naar het laatste onderweg was.
Het eerste en het laatste woord
trokken zwijgend verder, arm in arm.
Zij waren eenzaam, misten iets, maar wat?
Waren verliefd, maar wisten niet op wat.
Alle woorden die tussen hen kwamen?
Een verhaal? Ja. Ja, dat.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Slechte spitsvondigheid.Weg ermee.
Geplaatst door: Sacha Blé | 2-7-10 om 17:29
Nee- mooi.
Geplaatst door: Marco | 2-7-10 om 18:07
Luuk Gruwez blijft een van mijn grote favorieten. En Sache Blé? Nomen est omen.
http://www.poezie-leestafel.info/sacha-ble
Geplaatst door: Hans Smit | 2-7-10 om 21:40
Dit is een mooi gedicht. Niks 'slechte spitsvondigheid', wat een onzin.
Geplaatst door: M.H.Benders | 3-7-10 om 8:09
Luuk Gruwez heeft mooie gedichten gemaakt maar dit gedichtje mist gevoel, inhoud en zelfs spitsvondigheid. Het is een gezocht, nietszeggend verhaaltje. Kan Martijn Benders uitleggen waarom dit een mooi gedicht is? Of gaat hier op: Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen?
Hg. Paul
Geplaatst door: Paul van de Wiel | 3-7-10 om 12:01
Thematisering van een writer's block, lijkt mij. "Waren verliefd, maar wisten niet op wat." Als je zoiets schrijft kun je toch net zo goed niks schrijven? Die regel drukt de hele ambitie van dit gedicht uit.
Geplaatst door: RHCdG | 3-7-10 om 13:48
Ik lees het juist als de thematisering van het schijfproces van een gedicht, en in ruimere zin van het proces van alles met een begin en een eind. Daarom vind ik stellen dat één regel de hele ambitie van dit gedicht uitdrukt, te kort door de bocht. Misschien helpt het om het gedicht te zien als Gruwez' reden tot schrijven; het is het eerste gedicht dat je tegenkomt in een bloemlezing uit eigen werk van 300 pagina's - van een writer's block kan de dichter onmogelijk lang last hebben gehad - en stuk voor stuk gedichten die bij eerste lezing even verstaanbaar lijken als dit, maar evenmin met één regel zijn weg te zetten. Maar goed, geloof mij niet op mijn woord - lees dat boek!
Geplaatst door: Hans Smit | 3-7-10 om 14:20
Ik zei dat het een mooi gedicht is, in de zin van 'aardig' gedicht. Het is geen grandioos goed gedicht, daar is het niet sterk genoeg voor, maar een alleraardigst werkje. Het is een gedicht wat het schrijfproces koppelt aan de afschuwelijke situatie van verliefd zijn en niet uit je woorden kunnen komen. Best leuk gevonden, best goed verwoord, mooi gedicht, dus.
Geplaatst door: M.H.Benders | 3-7-10 om 15:48
ik vind het een ronduit ontstellend flauw gedicht
het centrum van de flauwigheid zit in dit gedeelte:
Toen trok het laatste woord op zoek
naar het eerste dat net
naar het laatste onderweg was.
Geplaatst door: eddy warmerdam | 3-7-10 om 16:04
Een context? Nee. Nee, niet dat.
Geplaatst door: bernd ebbo visser | 3-7-10 om 21:20
Laten we even aannemen dat dit gedicht een soort autobiografie van de dichter is. Hij herinnert zich het begin van zijn leven en natuurlijk de laatste dagen. Hij mist alles wat er tussen ligt en daar is hij verliefd op. Zoiets?
Paul
Geplaatst door: Paul van de Wiel | 4-7-10 om 10:20
Ik vind het gedicht niet slecht. Maar is de aandacht voor dit soort rubriek niet een beetje kunstmatig? Ik heb het gevoel in een tunnel te zitten waar iemand aan de andere kant wat broodkruimeltjes naar me toewerpt. Kan het niet wat ruimer?
Geplaatst door: woordzoeker | 4-7-10 om 19:23
Zit iets in. Misschien is een idee aan de dichter te vragen wat hij het beste gedicht uit zijn bundel vindt en dat dan te bespreken. Maar ook dan is de belangstelling willekeurig.
Paul
Geplaatst door: Paul van de Wiel | 4-7-10 om 20:17