Vandaag in deze rubriek het eerste gedicht uit de bundel Monsterproof van Daniël Dee. Helaas raakt de regelval in de war als ik het gedicht hieronder overtyp, daarom voeg ik het zoals het hoort bij, in pdf.
De namen van de grote drinkers ben ik vergeten // Duiven pikken de hersenen uit mijn hoofd, slierten kronkelende roze wormen. / Aas dat bungelt voor de neus als het geluk, ongrijpbaar. // Duiven pikken de hersenen uit mijn hoofd. / Door mijn schedeldak, dwars door die massieve beenderenrots, hun snavels onvermoeibare / pikhouwelen. // Deze woorden zijn mijn lichaam, een uitgemergeld veeg lijf dat wankelt, ternauwernood. // Duiven pikken de hersenen uit mijn hoofd, smaakvol als een olijftakje. / Ze brengen vrede in mijn brein. // En nu ga ik iets geniaals schrijven.
Dee roept in regel 1 de beroemde bundeltitel van Riekus Waskowsky op: Alleen Slechts de namen der grote drinkers leven voort. Maar zelfs het voortleven wordt ze hier ontzegd; de 'ik' is ze vergeten, die namen. Dat zet een mistroostige toon. Het is vergetelheid wat de klok slaat. Korskakov+.
Duiven komen aanvliegen, en die pikken de hersens uit het hoofd; die hangen er blijkbaar als roze wormen bij. Waar dat aas precies bungelt, voor wiens neus (Dee? De duiven?) is niet te zeggen. Die duiven herhalen deze handeling overigens drie keer.
Dat pikken resulteert de eerste keer in onbestemd aas. De tweede keer ligt de nadruk op de "massieve beenderenrots" waardoorheen de duiven moeten pikken, maar dat lukt ze goed omdat hun snavels "onvermoeibare pikhouwelen" zijn. De derde keer worden de hersens (voor de duiven?) "smaakvol als een olijftakje" genoemd.
De bijbel spreekt flink wat woorden mee. Die duif, die olijftak, die rots, dat aas: we zijn hier in meerdere bijbelboeken tegelijk aanwezig, zappend bijna. Het verhaal van Noach, Jezus, Petrus: ze komen in een cocktail tot ons. Wat die cocktail precies aan ingrediënten bevat, voor de dichter, weet ik niet.
Ik zie in strofe 2 dat "aas" als verwijzing naar het vissen - het mensenvissen van Jezus. De rots in strofe 3 lijkt me te verwijzen naar Petrus, de rots waarop de kerk is gebouwd. En in strofe 5 lees ik het "olijftakje" als een referentie aan het zondvloed-verhaal; toen het water weer zakte na de zondvloed, keerde door Noach losgelaten duif met een olijftak in de snavel terug, blijkbaar van vast land.
In deze lezing hebben we een profeet, een apostel en een bijbelverhaal over vast land. Jezus vist in water, Peter grondt zijn kerk op een rots, op vaste grond, Noach beweegt zich van vaste grond naar water naar vaste grond terug.
Maar de duif dan, die almaar hersens uit iemand vandaan pikt? Is dat de boodschapper? Richt die duif een ware mania aan, al dan niet een mania religiosa? Of pikken ze de gekte er juist uit, misschien wel inclusief alle door de godsdienst (de traditie?) opgelegde flauwekul en gekkigheid?
De slotzin van strofe 5 pleit voor de tweede lezing. De hoofdpersoon heeft vrede, in het brein. Waarna de mooie slotzin: "En nu ga ik iets geniaals schrijven." De duif heeft zijn werk gedaan; de dichter kan aan het werk, bevrijd van onrust en/of waanzin.
Terug naar de beginzin. Die verwijst naar een Waskowsky-titel. Waskowsky leidde een "typisch" dichtersleven, tenminste, een dichtersleven zoals sommige romantisch ingestelde zielen zich dat voorstellen. Drank, drugs en doem.
Dee echter eindigt met rust, met vrede. Het lijkt wel of hij zich distantieert van het in de eerste regel opgeroepen beeld. Alsof hij, naast het soms nog gehanteerde beeld van wat een dichter is, of hoort te zijn, een ander beeld plaatst: dat van een tevreden, vredige dichters. Die, bevrijd van de traditie en het geloof, in alle rust iets geniaals gaat schrijven.
Helaas ben ik in deze lezing voorbijgegaan aan strofe 4, waarin de dichter het heeft over "deze woorden", die hij gelijkstelt aan zijn "veeg lijf", dat geen sterke, rotsachtige indruk maakt. Is dit een tussenfase, op weg naar de vrede waar hij in de laatste strofe over schrijft?
Of zit het anders, en is die vrede maar schijn. Verlangt de dichter eerder naar die vrede, tegen beter weten in? Houdt hij zich misschien groot? Als je alle eenregelige strofes uit dit gedicht achter elkaar zet, krijg je een mooi, bijna "oosters" gedicht:
De namen van de grote drinkers ben ik vergeten / Deze woorden zijn mijn lichaam, een uitgemergeld veeg lijf dat wankelt, ternauwernood. / En nu ga ik iets geniaals schrijven.
Herman van Rompuy zou er jaloers op zijn!
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
tja, geniaal vind ik het niet en het rammelt met zaken als ongrijpbaar geluk & een versvorm onvaste herhaling van een niet zo mooie zin. Erg grappig echter is dat in het pdfje na de zin " nu ga ik iets geniaals schrijven." zijn eigen naam volgt. Maar dat vind ik dan weer eerder briljant.
Geplaatst door: bernd ebbo visser | 15-5-10 om 1:22
Een kater. Ik lees er een ploert van een kater in.
Geplaatst door: jevski | 15-5-10 om 10:52
Mooie beginzin.
Geplaatst door: Tijs van Bragt | 15-5-10 om 10:58
Ook hier dan:)
"Alsof hij, naast het soms nog gehanteerde beeld van wat een dichter is, of hoort te zijn, een ander beeld plaatst: dat van een tevreden, vredige dichter(s)<-. Die, bevrijd van de traditie en het geloof, in alle rust iets geniaals gaat schrijven."
Maar, iets geniaals staat er niet, anders gáát hij dat niet schrijven. Zelfspotgedoe dus, denk ik. Geen tevredenheid en bevrijding. ? Of mis ik hier jouw onnavolgbare ironie?~
Geplaatst door: Burns | 15-5-10 om 11:41
Nee, hier heb ik te snel willen lezen wat ik wilde lezen. De dichter gáát iets geniaals schrijven, inderdaad... hij wil het wel, maar of het gaat lukken? Geen ironie, maar haastige lezing.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 15-5-10 om 12:24
En verders vind ik het gedicht een beetje leeg, net als de dichter zelf (want die geniale woorden moeten nog komen. Het is niet eens een wens, het gaat gebeuren). Maar als de dichter dat vindt, waarom heeft dit gedicht dan bestaansrecht? What's his point? NEXT
Geplaatst door: Burns | 15-5-10 om 12:52
De "beroemde bundeltitel van Riekus Waskowsky" luidt: slechts de namen der grote drinkers leven voort.
Een detail.
Geplaatst door: Karel ten Haaf | 15-5-10 om 13:27
Maar de details tellen.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 15-5-10 om 13:35
De "beroemde bundeltitel van Riekus Waskowsky" luidt: slechts de namen der grote drinkers leven voort.
Nog twee details.
Geplaatst door: Karel ten Haaf | 15-5-10 om 14:19
"De titel van deze bundel is ontleend aan een vers van de Chines dichter Li T'ai-Po (701-762): "De heiligen der udheid, nu rusten zij allen, voor eeuwig stil / Slechts de namen der grote drinkers leven voort."
Drs. H. van Praag, Spiegel der Chinese Bechaving, Zeist. blz.112."
Aldus de aantekeningen bij de bundel (uit 1968). In die bundel overigens ook een cyclus waarin het zaad gelieerd wordt aan de hersenen:
"Het zaad is een schuimachtig vocht
vol levengevende geest,
dat wit moet zijn en glanzig, helder, kleverig
en bolvormig, riekend naar vlier of palm,
door vliegen begeerd en zinkende in water.
Het grootste gedeelte ervan
komt uit de hersenen."
(blz. 37)
Geplaatst door: Wim van Til | 15-5-10 om 14:22
"De heiligen der oudheid (...)"
Geplaatst door: Wim van Til | 15-5-10 om 14:23
hersenen uit het hoofd gepikt en dan toch nog iets geniaals schrijven, knap hoor.
Geplaatst door: Martin Berghoef | 15-5-10 om 16:09
Wil graag Prometheus in de discussie inbrengen.
Geplaatst door: Coen Peppelenbos | 15-5-10 om 16:46
Vooropgesteld: niet slecht, lang niet slecht.
Maar... net als in een vorige discussie over het reilen en zeilen en wel en wee van de wielwebspin (in welke discussie ik uiteindelijk concludeerde dat het gedicht 'klopte', in ieder geval 'mogelijk was'), vraag ik me hier iets af over de duif en zijn eetgewoonten.
Er staat: 'Duiven pikken de hersenen uit mijn hoofd, slierten kronkelende roze wormen. / Aas dat bungelt (...)'
Ik vraag me af of de dichter niet net *te veel* wil met dat beeld: het gedicht lijkt te gaan over een massieve kater, inderdaad, zoals Jevski zegt. In dat licht is het beeld van 'duiven die de hersenen uit zijn hoofd pikken' een mooi beeld, een mooie metafoor - misschien had hij die regel daarbij moeten laten. Het 'slierten kronkelende wormen' is immers weer een metafoor voor de hersenen, en wel een metafoor die aansluiting zoekt bij de pulpfilm/B-horrorfilm/slashmovie, daar hersenen helemaal niet op 'slierten kronkelende wormen' lijken, noch op spaghetti in tomatensaus, maar in dat soort films wel.
Toch denk ik dat het net 1 vergelijking/metafoor te veel is - door namelijk het beeld van de hersenpikkende duiven *en* de slierten wormen in 1 adem/regel te gebruiken, wek je de indruk dat de gemoedstoestand, wellicht inderdaad een soort hevige, bijkans existentiele kater, vergeleken wordt met 'alsof er wordt gepikt in zijn verpulpte hersenen zoals duiven naar wormen pikken', al staat dat er niet, maar ik lees het er wel in. En duiven eten zaden (in het wild), en bij gebrek aan zaden al wat daarbij in de buurt komt: brood, patat, alles.
Al hoeven de twee vergelijkingen natuurlijk helemaal geen betrekking op elkaar te hebben: de hersenen worden (visueel) met slierten wormen vergeleken, het broeiende gevoel van de kloppende uitgedroogde hersenen na een nacht doorhalen met het uitpikken van de hersenen door de duiven, toch doet de tweede vergelijking voor mij enigszins afbreuk aan de eerste, is net te veel - ze wringen. Merels eten wormen, duiven kruimels. Dus of de duiven moeten kraaien of raven of iets dergelijks worden, of 'vogels' zonder meer, of de wormen moeten eruit.
Alhoewel dat beeld dus weer nodig is om het gedicht een pulpachtige / 'Gothic' sfeer te geven - iets ranzigs.
En dan de regel: 'Duiven pikken de hersenen uit mijn hoofd, smaakvol als een olijftakje.'
Is 'smaakvol' een bijvoeglijk naamwoord bij 'de hersenen', zegt het iets over 'de hersenen' of is het een bijwoord en zegt het iets over 'pikken'. Ik denk dat het eerste het geval is, maar is een olijftakje dan smaakvol (in de ogen van een duif). De duif uit de Bijbel bracht een olijftakje ten teken dat er weer leven mogelijk was, begroeiing, ten teken van vruchtbaarheid; hij verorberde het olijftakje niet. Een duif vindt een olijftakje niet smaakvol - evenmin als wormen.
*Dus* concludeer ik dat 'smaakvol' hier een bijwoord is, en dat het iets zegt over het werkwoord pikken... maar ten eerste is dat een beetje een rare uitspraak, zelfs zonder de context: 'elegant als een olijftakje'... Dat zie ik niet helemaal. En het 'op elegante wijze uitpikken van de hersenen' lijkt me ook niet wat wordt bedoeld - het staat bovendien haaks op het eerdere ranzige, pulpachtige beeld, dat verre van elegant is.
En als het smaakvol *toch* slaat op het zelfstandig naamwoord, 'de hersenen'...? Dan vind ik dat vreemd. Ten eerste is immers de olijftak niet smaakvol, in de zin van 'lekker', 'niet te versmaden', voor de duif - hij staat niet op zijn menu. Ten tweede zijn de hersenen in dit gedicht ook niet 'smaakvol' in de zin van 'elegant' of 'verfijnd' of iets van die strekking.
Neemt niet weg dat ik het in zijn rauwheid en 'over the top"ness"' een krachtig gedicht vind. Robuust. En misschien moet je dit soort gedichten, dat ook speelt met die topzwaarheid en de pulpbeelden en gothic sfeer, niet beoordelen op het feit of iets wel 'kan' of 'klopt'.
Twee regels vind ik zelfs bijzonder sterk:
'Aas dat bungelt voor de neus als het geluk, ongrijpbaar.'
Niet 'als geluk' maar 'als het geluk', dit is bijna, dit is bijna (Mark) Boogiaans zo goed, meesterlijk. Het woord waar het werkelijk om gaat helemaal aan het eind van de regel, na een komma, alsof het slechts een om een geringe toevoeging gaat, maar juist in dit woord zit de volle lading. Zo terloops, zo laconiek gezegd dat 'het geluk ongrijpbaar' is, tussen neus en lippen, 'weggemoffeld' in (opnieuw) een vergelijking, terwijl het eigenlijk over iets heel anders ging, over hersenen, wormen en aas. Dee's donkere levensvisie in een notendop, 1 regel/zin, in een soort oneliner. Het woord 'ongrijpbaar' bungelt achter aan de zin, het hangt er achteraan, zoals ook het aas bungelt.
De andere regel/zin is:
'Deze woorden zijn mijn lichaam, een uitgemergeld veeg lijf dat wankelt, ternauwernood.'
Deze is vergelijkbaar met eerstgenoemde. Ook een woord na een komma, helemaal achter aan de zin, wat de suggestie wekt dat het slechts om een geringe toevoeging gaat, maar feitelijk zit er veel lading in het woord, stelt het de voorgaande zin veel scherper.
Een uitgemergeld veeg lijf dat niet in staat is behoorlijk te lopen of staan, maar dat enkel in staat is te wankelen - en dat dan zelfs maar met de grootste moeite, ternauwernood!
Zelfs het wankelen gaat zijn krachten bijna te boven.
Het 'ternauwernood' *maakt* die regel echt.
Ja, die twee regels/zinnen maken mij wel nieuwsgierig naar de rest van de bundel!
Geplaatst door: Willem Thies | 15-5-10 om 18:10
Eindelijk een gedegen ontleding van dit beslist goede gedicht. Maar je moet er wat moeite voor doen en proberen betekenis achter de metaforen te zoeken.
Bravo Willem Thies!
Geplaatst door: Paulus | 15-5-10 om 19:04
Sorry: ...te vinden.
Geplaatst door: Paulus | 15-5-10 om 21:08
"Maar je moet er wat moeite voor doen en proberen betekenis achter de metaforen te zoeken."
Dat moet helemaal niemand. Een gedicht 'moet' daartoe uitnodigen! Mooi dat die twee regels Thies motiveren, zeker, maar ik persoonlijk zie zoveel betekenis hier niet. Juist door het teveel aan beeld. Het gedicht lijkt te leunen op 'de leuke vondst' van duiven die een hoofd leegpikken.
En dan zijn die geplukte hersenen ook nog 'slierten kronkelende roze wormen', en die slierten zijn 'Aas dat bungelt voor de neus als het geluk, ongrijpbaar.'
'De neus'...niet 'mijn neus' (waar de dichter eerder wel 'mijn hoofd' schrijft) maar de neus. Neuzen in het algemeen? De bungelende wormen die zojuist uit het hoofd van de dichter zijn gehaald zijn een ieders ongrijpbare geluk? Misschien toch niet, misschien bungelen die wormen daar toch echt ALS dat ongrijpbare geluk voor ZIJN neus (het spul dat daar hangt komt tenslotte uit ZIJN hoofd).
Waarom staat daar dan niet 'mijn neus'?
"Duiven pikken de hersenen uit MIJN hoofd, slierten kronkelende roze wormen.
Aas dat bungelt voor DE neus als het geluk, ongrijpbaar."
Alleen maar omdat er anders twee keer 'mijn' (of 'de') vlak onder elkaar zou staan? Is dát de reden? Dat zou tegenstrijdig zijn met de gehele 'over the top' toon. Dan mag zo'n twee keer 'mijn' toch ook? Inconsequente 'razernij'.
Ik mis kortom de noodzaak...................
Geplaatst door: Burns | 15-5-10 om 21:13
Paulus, hoe lief ook: geen anonieme reacties.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 16-5-10 om 1:34
Ik herhaal:
De "beroemde bundeltitel van Riekus Waskowsky" luidt: slechts de namen der grote drinkers leven voort.
Nog twee details.
Geplaatst door: Karel ten Haaf | 16-5-10 om 3:02
@thies
ik ben van mening dat geluk absoluut wel grijpbaar is. Dingen die lukken, lekker in je vel zitten, vrijen. Noem het maar op. Geluk is juist hartstikke maakbaar, en daardoor dus gemakkelijk in te lijven.
En duiven eten niet alleen wormen, maar ook slakken. K*tbeesten zijn het. Misschien is dat het wel, waarom ik dit gedicht niet zo mooi vind.
Ben het wel eens dat de zin 'Deze woorden zijn mijn lichaam, een uitgemergeld veeg lijf dat wankelt, ternauwernood.' het hele gedicht rechtvaardigt.
Geplaatst door: bernd ebbo visser | 16-5-10 om 9:47
Ergo: duiven eten dooie kippen rondom de KFCtjes
Geplaatst door: bernd ebbo visser | 16-5-10 om 9:54
Geluk(sgevoel) bestaat uit een emotie of een verzameling emoties en is dus niet grijpbaar, wel interpreteerbaar of zelfs invoelbaar. Vrijen bijvoorbeeld staat absoluut niet gelijk aan geluk: dat is wel een zeer persoonlijke interpretatie. Vrijen is een bezigheid (die overigens wel als prettig ervaren kan worden).
Geplaatst door: Saskia van den Heuvel | 16-5-10 om 11:27
@ Wat is dat nou weer? Hoe tastbaar,(be)grijpbaar wil je het hebben? Als iedere vezel van je lichaam het geluksgevoel ervaart, lijkt me dat toch meer dan concreet genoeg.
Geplaatst door: bernd ebbo visser | 16-5-10 om 12:06
'Aas dat bungelt voor de neus als het geluk, ongrijpbaar.'
Wanneer 'het geluk' terugslaat op aas, dan is het grijpbaar geworden. Mee eens. De regel was Boogiaans geweest wanneer er 'geluk' had gestaan (zonder lidwoord dus). 'Geluk' zelf kan in de ervaring misschien concreet zijn maar nooit tastbaar. Hoe zou je het willen aaien?
Geplaatst door: Saskia van den Heuvel | 16-5-10 om 12:40
Het maakt niet uit of de lezer het eens is met de levensfilosofie die de dichter (of het lyrisch ik uitdraagt): de dichter kan het leven zinneloos & futiel vinden, of hij kan een pathoologisch optimist zijn, het gaat erom *hoe* die levensvisie wordt uitgedragen, toch?
En hier vond ik dat, in twee regels, sterk gedaan. Ik zag het 'aas' overigens als een soort 'lokaas', zonder dat het 'te lokken beest' de kans krijgt het te verschalken: zoals een wortel voor de neus van een paard, of een schaap voor de wolven, waarbij de jagers in hinderlaag gaan liggen. Dus: ongrijpbaar. Het wordt immers niet toegelaten dat het (lok)aas gegrepen wordt. Overigens ben ik het dan wel weer met Emma eens, dat het nogal een opeenstapeling van (tamelijk zware) beelden is, die elkaar ook nog enigszins 'bijten', die 'wrijven', 'wringen'. Want als de duiven lustig/driftig pikken in de hersenberg, dan zijn die hersenen (als kronkelende wormen) juist zeer zeker *niet* onbereikbaar/ongrijpbaar, zoals lokaas, zoals een wortel voor de neus van een paard.
Maar goed, wat je eigen, particuliere opvatting is over geluk, liefde, verlangen, etc., over betrekkelijke zinvolheid of -loosheid, de grote en de kleine dingen - is toch irrelevant ten aanzien van je oordeel over (de 'kwaliteit', het niveau van) het gedicht? Het gaat erom *hoe* de dichter een en ander zegt.
Tot slot, @ Saskia: ik bedoelde dat het vooral Boogiaans is, om aan het eind van een zin/regel nog even de hele voorgaande zin/regel , misschien zelfs het hele gedicht, op scherp te zetten of in een nieuw perspectief te zetten, of te verschuiven - of, zoals in dit geval, weggemoffeld in een vergelijking ('als het geluk, ongrijpbaar') de woorden met de grootste lading/kracht te plaatsen, en dan ook nog eens het woord met de allergrootste lading, eigenlijk waar het allemaal om draait, formeel (ik bedoel: naar de vorm) quasi-terloops (want helemaal achteraan, *en* na een komma) te plaatsen... dat vind ik sterk gedaan... en Mark Boog zou vervolgens wat mij betreft 'geluk' of '*het* geluk' geschreven kunnen hebben, al neig ik meer naar het laatste - het eerste zou eerder duiden op een 'zekere hoeveelheid', 'een portie geluk', terwijl Boog mijns inziens zou zeggen dat *het* geluk, het geluk tout court, alle geluk, geluk 'zonder meer' onbereikbaar is, ongrijpbaar, onhaalbaar - het geluk meer als 1 entiteit, een ding,een 'staat', een zijnsvorm, in plaats van als een 'bulkgoed' (zoals water, lucht of een berg kleingeld, waar je een schep af kunt nemen, een portie); en zo doet Dee dat hier ook. Nee, dat bepaald lidwoord, dat doet 't 'm voor mij juist!
Geplaatst door: Willem Thies | 16-5-10 om 13:11
"Maar goed, wat je eigen, particuliere opvatting is over geluk, liefde, verlangen, etc., over betrekkelijke zinvolheid of -loosheid, de grote en de kleine dingen - is toch irrelevant ten aanzien van je oordeel over (de 'kwaliteit', het niveau van) het gedicht? Het gaat erom *hoe* de dichter een en ander zegt."
Ja! Die discussie hier over geluk snap ik ook niet zo.
Ook al had er gestaan dat geluk een champignon is?! Zo'n opvatting is subjectief, van de dichter, van het gedicht. Zou wat zijn als ieder beeld(/gedachte) van ieder gedicht zo ter discussie gesteld zou worden. Lijkt me niet de bedoeling van poëzie (lezen). HOE staat het er, daar gaat het om. En als je het over geloofwaardigheid wil hebben: is het geloofwaardig binnen het gedicht.
Mijns subjectiefsgewijs geziene inziens.
Geplaatst door: Burns | 16-5-10 om 14:41
aha nu begrijp ik het. De definities van begrippen omschreven in het woordenboek doen er bij een gedicht niet toe. Alleen begrijp ik dan niet waar die HOE uit bestaat. Is dat dan de grammatica of HOE anderen dat eerder hebben omschreven?
Geplaatst door: bernd ebbo visser | 16-5-10 om 18:07
'Ja! Die discussie hier over geluk snap ik ook niet zo.'
Dit gedicht werd nogal ontleed, ik haakte daar op in. Meer niet. Veel plezier verder met het spelletje dat niet anders kan bestaan dan uit het oplepelen van subjectieve opvattingen. Ik zal het niet meer doen; dat lijkt me niet de bedoeling van poëzie lezen.
Geplaatst door: Saskia van den Heuvel | 16-5-10 om 18:09
@ Saskia
Van mij uit is het geen spelletje hoor. Ik probeer hier te leren. Ik vind het alleen raar dat geleuter over subjectiviteit. Als ik Thies zijn lezing bekijk, dan staat het ook bol van zijn eigen mening, zijn eigen kijk, zijn eigen interpretatie van de metaforen. Bij andere reageerders is het niet anders. Ik reageer daar enkel op. En over metaforen gesproken. Deze zijn toch tien keer zo mooi, als ze op een algemene realiteit berusten, en niet alleen op de beleving van de dichter zelf?
Geplaatst door: bernd ebbo visser | 16-5-10 om 18:32
@Bernd,
Als je een gedicht goed vindt, vind je dat dan omdat je het eens bent met wat er staat/gebeurt, of omdat je het goed geschreven (het Hoe) vindt?
Geplaatst door: Burns | 16-5-10 om 19:46
@Bernd, dat is precies wat ik duidelijk wilde maken: alles blijft subjectief. Zowel dat wat de schrijver heeft geschreven als hetgeen de lezer leest. Kwaliteit is subjectief, of je het nu ergens mee eens bent of niet. Daarom blijft het in mijn ogen te allen tijde een spel om een gedicht te duiden. Het kan nooit wetenschap worden. Discussies alom. En ik probeer mét jou te leren van al hetgeen anderen weten te vertellen.
Geplaatst door: Saskia van den Heuvel | 16-5-10 om 20:04
Kijk, betreft dit gedicht van Daniël Dee vind ik door de regel 'Deze woorden zijn mijn lichaam, een uitgemergeld veeg lijf dat wankelt, ternauwernood.'het hele gedicht gerechtvaardigd. Het gedicht immers, wankelt aan allerlei kanten. De spot die hier in zit kan ik waarderen. Maar wat me blijft frapperen is de uiteindelijke nietszeggendheid. Het betreft hier wel een algemeen erkend talent, en dat haal ik niet uit dit gedicht. Terwijl de dichtbundel ermee begint. Dus ik vermoed dat ik iets ernstig over het hoofd zie. Misschien gaat het gedicht wel over Ramses Shaffy...
@ Saskia ah gelukkig.
@ Burns
Ik vind een gedicht o.a mooi, als het
- me een blik gunt op iets wat ik nog nooit had (in)gezien.
- technisch superstrak in elkaar gepuzzeld zit.
- indrukwekkende metaforen bezit.
- niet door mezelf geschreven had kunnen zijn.
- door een vriend, en/ of een bekende is geschreven.
- precies dat benoemt wat ik had willen zeggen.
Dus dat is behoorlijk hopeloos. Vandaar ook dat ik hier probeer af te kijken, hoe je in godsnaam naar een gedicht zou moeten kijken.
@
Geplaatst door: bernd ebbo visser | 16-5-10 om 21:58
@ Bernd:
Wat je hier bijvoorbeeld opmerkt: 'Kijk, betreft dit gedicht van Daniël Dee vind ik door de regel 'Deze woorden zijn mijn lichaam, een uitgemergeld veeg lijf dat wankelt, ternauwernood.'het hele gedicht gerechtvaardigd. Het gedicht immers, wankelt aan allerlei kanten. De spot die hier in zit kan ik waarderen.' Dit vind ik raak/treffend gezegd, een tja, hoe zal ik het zeggen, een *relevante* opmerking.
Maar... als we het... althans hierboven... toen we het over de poezie van Mark Boog hadden... je hoeft natuurlijk niet de levenshouding/levensfilosofie die uit zijn poezie spreekt te onderschrijven, om haar volledig te kunnen waarderen. En ook niet met zijn definities van liefde, lust, geluk, etc in 'De encyclopedie van de grote woorden'.
Er is een verschil tussen een metafoor interpreteren (zelfs op de eigen, particuliere wijze) en een gedicht kritiseren omdat je de levensvisie/mensbeeld/wereldbeeld dat eraan ten grondslag ligt niet onderschrijft.
De ene dichter wil altijd 'elders' zijn, en de andere dichter in het 'fokking hier en nu' existeren... toch kun je beide dichters gelijkelijk waarderen... of juist beiden maar niks vinden... de ene dichter is angstig om alles, de ander vol branie & bravoure, en ook die dichters kun je beiden even goed of slecht vinden... Dan is het met name de stijl die je waardeert, niet per se de thematiek/het grondthema
Maar ook wat je hier zegt:
Ik vind een gedicht o.a mooi, als het
- me een blik gunt op iets wat ik nog nooit had (in)gezien.
- technisch superstrak in elkaar gepuzzeld zit.
- indrukwekkende metaforen bezit.
- niet door mezelf geschreven had kunnen zijn.
- door een vriend, en/ of een bekende is geschreven.
- precies dat benoemt wat ik had willen zeggen.
vind ik heel strak/grappig opgemerkt, met name het voorlaatste element/voorbeeld.
Geplaatst door: Willem Thies | 16-5-10 om 22:50
een gedicht is een gedicht als het niet herleidbaar is tot iets anders, bijvoorbeeld tot een uitleg van een exegeet
Geplaatst door: eddy warmerdam | 17-5-10 om 1:16
@Eddy: mee eens. Een parafrase kan nooit het gedicht vervangen. Maar een exegeet of essayist kan een gedicht wel openen.
En ik vind het vreemd dat niemand ingaat op Chrétiens interpretatie, die ik een van de beste vind die hij in deze reeks tot dusverre gegeven heeft. Niet alleen door de bijbelse referenties die ik ten enenmale had gemist (maar goed, ik kom niet uit Leveroy) en die me absoluut bruikbaar lijken, maar ook doordat hij niet regel voor regel las, maar het hele gedicht in ogenschouw hield.
Er is inderdaad een opvallende tegenstelling tussen de strofen over die hersenen en die duiven, en de regels daartussen. De eersten hebben iets officieels door de herhaling, de andere iets clandestiens, alsof daar het onderbewustzijn spreekt, dat toch niet helemaal weggepikt lijkt te zijn. Pas wanneer alle (culturele) ballast is verwijderd, zoals Chrétien zegt, kan de dichter, de ware dichter aan het werk.
Die officiële, wetstekstachtige mededelingen zijn trouwens behoorlijk iconisch (: de gedachte wordt uitgedrukt in het beeld) want wat zijn die slierten kronkelende roze wormen anders dan de lange versregels waarin ze zich manifesteren? En die herhaling van die mededeling, blijkt die niet uit de onvermoeibare pikhouwelen die hun snavels zijn?
Dat gehamer staat weer in tegenspraak met een andere mededeling: dat die duiven vrede brengen in het brein van de dichter. Het officiële, wettelijke, lijkt behoorlijk schizofreen in zijn mededelingen.
Wat het gedicht laat zien is dat het zich eerst moet ontdoen van wat het zelf met zoveel stelligheid beweert om tot spreken te kunnen komen, - of tot 'de rest van het spreken' zoals Van Bastelaere dat ooit eens noemde, en dat zich in die 'clandestiene' regels naar voren dringt: als het Es dat zich onder de heerschappij van het Ueber-Ich loswringt. Wanneer dat eenmaal is gebeurd, kan de bundel beginnen.
Geplaatst door: RHCdG | 17-5-10 om 2:16
ja zou kunnen rutger, en ik zie het ook wel eens gebeuren hiero dat een commentaar het gedicht opent
maar waar komt toch die wille zur auslegung - als ik het zo mag noemen - vandaan
dezelfde bron van waaruit men roddelt?
- ik bedoel dat neutraal -
poezie lijkt het enige veld te zijn, en is het ook, waar je ongeremd en openlijk mag duiden op postzegelgrootte
wat wordt ermee gediend.. de poezie, de waarheid, het juiste discours om betekenis te vestigen
het staat in aanzien, dat in ieder geval
maar wat het ook is, het is niet wat het lijkt
Geplaatst door: eddy warmerdam | 17-5-10 om 3:01
en met dat laatste bedoel ik niets anders dan dat de poezieduiding zichzelf heeft te duiden
ze dient zich ongevraagd aan
je schrijft geen poezie om vervolgens geduid te worden
dat onderga je maar zuchtend
wozu deutung..
Geplaatst door: eddy warmerdam | 17-5-10 om 3:40