Vandaag in deze reeks het eerste gedicht uit de nieuwe
bundel van K. Michel, Bij eb is je eiland groter.
Ik wil echter beginnen met een bekentenis. Bijna nooit heeft een bundel zoveel indruk op me gemaakt als Ja! Naakt als de stenen, het debuut van Michel uit 1989.
Voor die bundel kreeg hij, zeer ten onrechte, niet de C. Buddingh'-prijs 1990. Die ging naar Tonnus Oosterhoff; geen slechte winnaar, geen Michel. Mede-genomineerden waren Maria van Daalen, Esther Jansma en Nachoem M. Wijnberg; er zullen jaren zijn geweest dat de jury het minder moeilijk heeft gehad.
Het debuut van K. Michel markeert, samen met de eerstelingen van Arjen Duinker en Elma van Haren, en in mindere mate die van Tonnus Oosterhoff en Nachoem Wijnberg, het begin van de hedendaagse poëzie. Na het seizoen 1988/1989 werd de Nederlandse poëzie, die was verzand in een verkeerd begrepen opvatting van het woord "hermetisch" afgestoft en tot blinken gebracht.
Als er al zoiets als een "maximale" revolutie is geweest, dan in de debuten van genoemde dichters, van wie alleen Michel "officieel" een Maximaal was. Na zijn debuut schoof Michel meer en meer richting het bedachtzamere. De schwung uit het debuut leek er een beetje uit; Michel werd de dichter van nu en dan een geweldig gedicht; de klap die het debuut was heeft hij (en ik ben natuurlijk de eerste om te zeggen dat ik geen gelijk heb) niet meer kunnen uitdelen.
Hij werd ook redacteur van Raster, het blad met veel aandacht voor wat literatuur zou moeten zijn, en een heleboel Reints-achtige gewoonheid, die ook in de titel van de nieuwe bundel meeklinkt.
Raster, dat was op den duur toch vooral: aandacht voor een kruiwagen die langzaam de berg afrolt. Dat werk. Themanummers over 'de theelepel in het licht van het modernisme'. Artikelen van Anthony Mertens en Yves van Kempen. Babyboomgeschrijf in een modern jasje, maar wel Made in China. Uiteraard kreeg Michel nu wel prijzen. Maar ik begeef me buiten de oevers van deze rubriek.
Het gedicht waarmee Michel zijn bundel opent:
Worstelen met de plooien van de tent
Geen sardine, geen korenaren,om het einde te vieren van de winter
hadden we eerder die avond
een haring begraven.
Maar de lucht kraakte nog
en er lag sneeuw in de schaduwpartijen.
Bont gezelschap, groot inloopfeest
lampionnen, maskers
en een optocht met een staart die groeide.
Een draak van een verhaal.
Toen de muziek ophield
waren wij de enigen zonder stoel.
We liepen naar buiten de nacht in
om een & in de sneeuw te pissen.
Ergens hoog links boven ons
trokken ganzen luid gakkend over.
En de sterren waren schelpjes
op de rug van een enorme droomslome walvis.
DIE EVEN VOOR JE WAKKER SCHRIKT IS INGEZAKT
In de eerste regel worden die associaties echter verstoord, of verschoven. Hoezo, geen sardine, geen korenaren? Is de sardine misschien een vis die in warm water leeft, en daarom vooral in landen voorkomt waar het mooi kampeerweer is? Die korenaren zijn inderdaad meestal te zien ergens in juli, als het weer mee heeft gezeten. Zijn we hier ergens aan het kamperen voor de zomer, buiten het gezelschap van sardine en korenaar?
Het zou kunnen, want de dichter zegt dat 'we' gisteren een haring hadden begraven. Om het einde van de winter te vieren. Gaat het hier om de vis of om het kampeergereedschap? Is het de vis, dan zien we een tegenstelling tussen de sardine en de haring: laatstgenoemde leeft juist vooral in de noordelijke gebieden, waar het niet zo warm is.
Mocht het om een tentharing gaan, dan snijden de kampeerders in eigen vlees. Ik kan zelf getuigen van wat er gebeurt met een niet goed vastgezette tent, bijvoorbeeld als er een mistral opsteekt. Maar dat zal ik nu niet doen.
Het is sowieso geen zomer: de lucht kraakt nog, het is knisperig-koud. Waar de zon niet kan komen, ligt sneeuw. Het is nawinter, voorzomer, lente. Zoiets. Het is ook heel druk. Of die drukte wordt veroorzaakt door het gezelschap waarin de dichter zich bevindt, of van buiten komt, dat wordt niet duidelijk uit de tekst; het is een inloopfeest, dus waarschijnlijk komen er steeds nieuwe mensen bij.
Wellicht hebben we hier van doen met een typisch feest-iets uit een ver buitenland. NawinterFeest & Hoornblazen in Orlyflan. Du pain, du vin, du paturain.
Een draak van een verhaal, zegt de dichter, en een beetje gelijk heeft hij wel. We worden door een campingverhaal geleid, krijgen een feest voorgeschoteld - en veel meer is het, zij het fraai opgeschreven, nog niet. Blijkbaar speelt het feest zich binnen af, want na afloop van de muziek zijn 'we' de enige zonder stoel. De dichter en zijn gezelschap veranderen weer in buitenstaanders.
Regels 11 en 12 zouden trouwens een geweldig begin zijn van een gedicht: de spanning zit er meteen in. Mocht Michel hier begonnen zijn, dan had ik meteen op het puntje van mijn stoel gezeten.
Regel 13 is misschien wat gewoon, maar dan raak ik in regel 14 de weg kwijt. Blijkbaar gaan 'we' naar buiten om in de sneeuw te pissen. Er staat letterlijk: '(...) om een & in de sneeuw te pissen.' Lees ik dan 'om een (de) sneeuw te pissen en in diezelfde sneeuw te pissen'? Of moet ik lezen dat 'we' sneeuw pissen én in de sneeuw pissen? Ik kom er niet uit.
Of het zou iets met het droomverhaal te maken moeten hebben, dat het gedicht vervolgens wordt, of de hele tijd al blijkt te zijn geweest:
Ergens hoog links boven ons
trokken ganzen luid gakkend over.
En de sterren waren schelpjes
op de rug van een enorme droomslome walvis.
DIE EVEN VOOR JE WAKKER SCHRIKT IS INGEZAKT
Alsof iemand, verstrikt in zo'n ochtendlijke droom, waarin de indrukken van buiten zich beginnen te mengen met beelden uit je onderbewuste, ineens alles tegelijk ziet. Waarna de laatste regel toch licht werpt op de titel: de tent is ingezakt, wat in de droom wordt opgenomen, met een worsteling tot gevolg.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
FYI: het franse woord voor (tent)haring is sardine.
Geplaatst door: Nanne Nauta | 12-5-10 om 21:44
Mooi. Dat wist ik niet, en dat mag ik ook niet weten; want ik mag geen bronnen raadplegen, van mezelf.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 12-5-10 om 21:47
prachtig.
Geplaatst door: Tijs van Bragt | 12-5-10 om 21:54
Begrijp 'om een & in de sneeuw te pissen' als : het gericht pissen om zo al richtend het teken '&' te vormen. Mannen kunnen dat.
Geplaatst door: jevski | 12-5-10 om 23:01
Ah! Natuurlijk. Visuele poëzie, ik durf het bijna niet toe te geven, is niet mijn sterkste kant.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 12-5-10 om 23:14
Vraag me af of K. Michel hier niet speelt met de meerduidige betekenis van tent. Tent kan naast kampeer- én feesttent ook een gulpbult bij erectie (in de broek dus) impliceren.
Niet iedereen is daar - en plein public - mee gediend. Vandaar 'worstelen met de plooien van de tent', misschien. En. Een gulpbult die even voor je wakker schrikt is ingezakt ?
Geplaatst door: jevski | 12-5-10 om 23:29
Zeg... hopelijk kunnen we deze sessie bij het ziekenfonds declareren?
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 12-5-10 om 23:35
Absoluut, enkel het nummer invullen :)
Geplaatst door: jevski | 12-5-10 om 23:41
Ah mooi. Ik zal het op de factuur vermelden.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 12-5-10 om 23:42
Volgens mij is er sprake van de viering van het Chinese Nieuwjaar. Een optocht met een draak en versnelde stoelendans. Want 'we' kunnen niet meer meedoen, als de muziek stopt. En dit alles heeft de dichter bij elkaar gedagdroomd toen hij de kampeertent uit de plooien probeert te krijgen na een winterse kampeerpartij. Mooi gedicht overigens.
Geen sardine, geen korenaren zegt iets over de locatie. Maar ik mag nu ook niet googlen.
"Verder niets ergs?" vraagt mijn lief. "Wat zei de dokter dan?"
Geplaatst door: Hans Mellendijk | 13-5-10 om 0:04
Lees bitte 'probeert' als probeerde.
Geplaatst door: Hans Mellendijk | 13-5-10 om 11:27
Chinees nieuwjaar? Gay pride, zou ik zeggen.
:)
(verder zwijg ik - nu toch)
(dit bespaart me net ziekenfondskosten - merci J.- net zoals de reactiedraad na dat hert-gedicht.)
Geplaatst door: sodade | 13-5-10 om 15:19
Kopen die hap; die & pissen is briljant, de beelden zijn prachtig en wie kent die spanning nou niet?
Geplaatst door: bernd ebbo visser | 13-5-10 om 19:40
Uit 'Monogram' van Menno Wigman (de openingsregels):
Ooit, lang geleden, op een keerpunt in mijn eeuw,
piste ik mijn initialen in de sneeuw.
Ook mooi, zo niet schitterend.
Het einde wil ik evenmin iemand onthouden:
De rest is snel verteld. Zo snel dat je het
maar vergeten moet. Ik zit
en boet. Het ergst zijn nog die dromen dat ik geil
een vrouwenhoofd loswroet.
Heeft verder weinig met bovenstaand gedicht te maken, maar goed is het wel, huiveringwekkend goed.
Geplaatst door: Willem Thies | 13-5-10 om 22:00
In Nedersaksië miegt men namen in de snee: Lees Winterets> http://mellendijk-gedichten.blogspot.com/2009/02/winterets.html
Geplaatst door: Hans Mellendijk | 13-5-10 om 22:57
Grappig dat het mannelijk publiek hier enkel doorgaat op sneeuw en de verwarring rond tent negeert. Nu ja, negeert.
Jevski, femme.
Geplaatst door: jevski | 13-5-10 om 23:22
Ja Jevski (f), 'laat ons hier 3 tenten bouwen...'
en kijken hoe het, ehm, evolueert. (hoe anders leest zich die 'passage' nu trouwens.)
(aphanisis?)
Geplaatst door: sodade | 14-5-10 om 10:26
@ jevski, die lezing waarin het geheel een geworstel is met de erectie, is natuurlijk plausibel, en uit de tekst met enig gemak aannemelijk te maken. Ook de "staart die groeide" is dan weer eens iets anders dan de polonaise. Maar aan het eind zakt die erectie dan in. Nadat hij eerst walvis-achtige proporties had aangenomen. Sneeuw, wit immers, wordt dan ook weer heel wat anders. Heel gek ben ik niet op dit soort interpretaties, maar het kan - als je de tekst volgt - wel.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 14-5-10 om 22:52
Ik ben laat, maar mag ik nogmaals mijn index-methode aanbevelen?
sardines
haring
draak
ganzen
walvis
Monsters die oprijzen uit het onderbewustzijn. Een bont gezelschap, een inloopfeest. Wanneer maak je dat mee, in een slaaptent? En wanneer 'worstel' je? Dat kan alleen maar in een droom zijn: een schaduwpartij, een draak van een verhaal. Met allerlei illusionisme:
schaduwpartijnen
lampionnen
maskers
sterren
En ook andere zintuiglijke indrukken:
lucht
sneeuw
muziek
nacht
gakkend
sterren
schelpjes
Seks natuurlijk, want wat is een droom zonder seks: een staart die groeit, pissen in de sneeuw, en een tent die aan het eind van de droom inzakt. Maar wat een droom!
Dit is zien en beleven zoals je dat alleen kan met je ogen dicht. Mooie regel: 'we liepen naar buiten de nacht in'. Ontwaken om door te slapen.
Portee van het gedicht: ook als je wakker wordt droom je door, het leven is (als) een droom. Mét al zijn teleurstellingen natuurlijk, en de hoon van gakkende ganzen.
En nu ga ik slapen. Morgen een drukke dag!
Geplaatst door: RHCdG | 15-5-10 om 4:10
De sardine als monster, een visje met potentie :)
Geplaatst door: jevski | 15-5-10 om 11:25