« Avondeditie | Hoofdmenu | Daniël Robberechts - Dagboek '68-'69 »

27-4-10

Reacties

Feed U kunt deze conversatie volgen door in te schrijven op de reactiefeed van dit bericht.

Willem Thies

Sta mij toe een passage te citeren uit mijn recensie van 'de dingen de dingen de dans en de dingen' van Pim te Bokkel, geplaatst op Poëzierapport. Hierin ga ik nader in op de (concrete, visuele) metafoor 'glasvezelkabels'. Het gedicht laat ik verder goeddeels onbesproken, hoewel ik er enige 'dingen' in het algemeen over zeg, zodat bovenstaande bespreking van het gehele gedicht door Breukers mij zeer welkom is.

***

'Niet voor niets laat Te Bokkel zijn bundel openen met het sterke gedicht 'Web', dat een soort preludium vormt tot de rest van de bundel, of een minuscule afdeling op zich. De dichter weeft een web om alle dingen in te vangen, zet de lijnen uit, maakt een ragfijn netwerk van verbindingen tussen de dingen.

(...)

Een muziekstuk, waarin het web afwisselend wordt aangeduid als 'weefsel', 'glasvezelkabels', 'wielweb', 'vangnet', 'web' en 'netwerk'.
Vooral het 'glasvezelkabels' als metafoor voor het spinnenweb is ronduit geraffineerd, subtiel, ingenieus. De beste metaforen vangen immers in één beeld tal van overeenkomsten – in die zin is een metafoor een geval van verdichting, van gecomprimeerd taalgebruik. Neem (geschiedkundige) metaforen als 'Verlichting', 'Renaissance' en 'Herfsttij der Middeleeuwen'. Het tertium comparationis kan in deze gevallen worden uiteengerafeld tot een aantal, met elkaar verstrengelde draden.
Ook de metafoor 'glasvezelkabels' bevat meerdere punten van overeenkomst met datgene waarnaar het verwijst, het spinnenweb. Het betreft hier echter, in tegenstelling tot bovenstaande voorbeelden, een bij uitstek concrete metafoor, een visuele metafoor – zij het niet uitsluitend.
Sta mij hier een uitweiding toe over de webweefwerkwijze van de spin. Om een web te construeren, werpt een spin (bijvoorbeeld vanuit een boom of struik) een kleverige draad uit, die hij laat meevoeren door de wind. Die draad heeft dus iets weg van een werphengel, of beter: een sterke kabel met aan het uiteinde een enterhaak. Als die vast komt te zitten (aan, zeg, een tak van een naastgelegen boom of struik) trekt de spin hem strak. Hij maakt hem ook aan zijn eigen kant vast – verzekert, 'verankert' hem. Vervolgens klimt hij over de draad naar de overkant om te testen of de verbinding (de verbindingskabel) stevig genoeg is. Dit, nu, is de hoofdkabel en vanaf deze kabel vervaardigt de spin de zijranden, dan de spaken (zodat het web op een fietswiel gaat lijken), en daarna een spiraliserende steuncirkel. Tot slot voltooit de spin zijn web met een kleverige vangspiraal, die de prooi moet onderscheppen. Als de prooi vastzit aan de kleverige draden van het web, voelt de spin dit aan het trillen van de draden in het centrum van het web.
Een spinnenweb verlicht door de ochtendzon, en eventueel met dauwdruppels bezaaid, schittert inderdaad als diamanten, het glanst als glas. De glazen draden tinkelen en glinsteren in het licht van een laaghangende zon.
De hoofddraden van het web zijn, inderdaad, stevige, kleverige kabels, die het bouwwerk verankeren aan boom of struik.
En, ten slotte: glasvezelkabels zijn lange, dunne draden van glas, sterk maar ook buigzaam, die (licht)signalen over grote afstand transporteren. De glasvezelkabels tezamen vormen een netwerk. Ook het spinnenweb is feitelijk een netwerk, waarbij signalen over grotere afstand worden verstuurd en ontvangen.
Kortom, een subtiele, treffende en in alle opzichten briljante metafoor, waarin de glazen glans van het web, de op stevige maar buigzame kabels gelijkende draden, én het als netwerk fungerende weefsel, waarbij signalen over grote afstand worden getransporteerd, alle in één beeld worden gevangen. Door het bestaande woord 'glasvezelkabels' op deze volkomen nieuwe wijze als metafoor aan te wenden, heeft Te Bokkel er eigenlijk een neologisme van gemaakt.

Hierboven zei ik: met dit gedicht zet Te Bokkel de lijnen uit, weeft hij zijn web waarin hij de dingen vangt en met elkaar verbindt.
Het woord 'lijnen' kan zelf worden opgevat als Leitmotiv: het speelt een grote rol in de bundel, doorheen alle afdelingen.'

***

Grotendeels kan ik het met Breukers' betoog eens zijn, en ook ik ben geneigd 'web' (en, overigens, niet 'glasvezelkabels'! Dat woord lees ik enkel in concreet-metaforische zin, niet in 'letterlijke' zin) dubbelzinnig te lezen.

Echter niet zozeer als 'World Wide Web', internet, maar als het (weef)werk van de dichter, kortom als deze dichtbundel, of, in het klein, als dit gedicht. *Dat* is een ragfijn weefsel, een netwerk van klankverwantschappen: zoals subtiele alliteratie (de w's doorheen het hele gedicht: 'weefsel'-'wielwebspin'-'onbewust'-'waarneemt'-'werkt'-'web'-'wacht'; plus 'kruimel'-'kruispunt'), assonantie ('vangnet'-'stelt'-'werkt'-'web'-'herstelt'-'netwerk'), en zelfs binnenrijm ('vangnet'-'hang'), etc. etc.

Deze klankverwantschappen kunnen worden gezien als evenzovele verbindende draden, als 'lijnen' doorheen het gedicht, zoals met name die w-alliteratie en korte e-assonantie. De 'hoofddraden' of 'steunkabels' van het gedicht, zo je wil, waarvanuit de spin (=dichter) zijn bouwwerk voortzet en voltooit. Klankdraden, die de toon zetten, als waren het snaren.

Een heel muzikaal gedicht.

Overigens voor de rol van het woord 'lijnen' doorheen de bundel, moet je natuurlijk wel de overige gedichten bij de bespreking (kunnen) betrekken. Dat is niet de opzet van deze rubriek, dat besef ik terdege.

Hoe dit ook zij, ik ben het eens met het dubbelzinnige van 'web'; het is niet enkel het spinnenweb. De spin in het centrum van zijn web, is tevens de mens (dichter) in het centrum van *zijn* netwerk van (tot stand gebrachte) verbindingen - *die* betekenis van 'glasvezelkabels' (als overbrenger van signalen, als betekenisoverdrager, transporteur van boodschappen) resoneert er wel degelijk in mee...

woordzoeker

Ach, als jullie dit al poëzie vinden.

Chrétien Breukers

Probeer eens - in gewone, Nederlandse zinnen - uit te leggen wat je mishaagt.

bernd ebbo visser

Ik vind het wel grappig om te lezen wat anderen zelf in een gedicht aan betekenissen leggen, en daar dan verbanden bij proberen te zoeken. Naar verluid is de wielwebspin nog niet in de woordenboeken opgenomen, maar is deze al wel sinds een jaar of tien in de Nederlandse taal gesignaleerd. Wellicht wil de dichter hiermee een grapje maken t.o.v. de literaire wereld: u loopt immer achter de feiten aan, zeker bij mij. Het kan natuurlijk ook zijn, dat dichter gewoon gebiologeerd naar een wielwebspin heeft gekeken. Pim, kom er maar in.

woordzoeker

Wel Chrétien, het is duidelijk poëzie van een mens die gestudeerd heeft. Niet dat het te intellectueel zou zijn maar het is zo duf en levenloos als een universiteitscursus. Dat je daar al die moeite voor wil doen zeg. Al die nietszeggende, geforceerde poëzie. Ik ben niet zo goed in het verwoorden van, ik beroep mij liever op mijn euh goede smaak. Mag ik mij verdedigen met een mooi, waarachtig gedicht? Goede gedichten doen het bloed sneller stromen, doen je gulzig de lentelucht opsnuiven, laten verlangen, weemoed in de onderbuik voelen. Slechte gedichten zijn steriel, saai, kunstmatig, beredeneerd...
Dat is wat poëzie zou moeten zijn. Niet dat gedweep met dat verwende, moderne.

Zolang gij kwetsbaar zijn - Herwig Hensen

Zolang gij kwetsbaar zijt en onbeslapen
lijkt alles blijdschap kans en spel:
geluk dat gij maar op moet rapen,
wonder en waterbel.

Dan breekt - geheim - een wonde in u open
die samen raadsel is en lust.
En diep in dekens weggedoken
raadt gij uw huid gekust

en aangeraakt door lief gestreel van handen,
dat in uw bloed zijn jubel jaagt.
O vuur van binnenwaartse branden
waarin gij alles waagt!

Er is een tijd van klaarliggen en dromen,
en wie ervaart dat als een straf?
Zie: alle struiken, alle bomen
wachten hun zomer af.


edwin

Hé woordzoeker, kun je me nog horen? Daar op de bodem van je eigen valkuil. Diskwalificeer nou niet een gedicht door daar een gedicht dat JOU wel behaagt tegenover te zetten, van een andere dichter nota bene. Dat is geen argument dat hout snijdt.
Wat Chrétien doet is te omschrijven wat een gedicht met hem doet en daar ben je het mee eens of niet. En natuurlijk sluipt daar wat persoonlijke poëtica in, who cares. Maar de wijze waarop jij je eigen poëtica tot NORM verheft, waar, zo komt het mij over, geen plaats meer is voor iets anders, doet niemand deugd. Kom eruit, woordzoeker, we kunnen je met iets meer zelfrealtivering goed gebruiken.
Of is dit saai, dat zou kunnen want ik heb nl. gestudeerd. Sorry daarvoor.

M.H.Benders


Ik vind het vooral een heel ongestudeerd gedicht. Probeer eens een kruimel in een spinnenweb te hangen. Dat lukt je echt niet. En dat die spin daar dan haastig op afkomt: echt niet. De spin voelt precies wat prooi is en wat niet aan de trillingen van het web. Het is dus eigenlijk een gedicht wat de kunde van de spin chronisch onderschat. Helemaal raar wordt het aan het einde waar hij zijn web moet herstellen (waarvan? Heeft te Bokkel het web beschadigd met het ophangen van schijnbaar spartelende kruimel?)en dan blijkt het, tot overmaat van ramp, ook nog nacht te zijn waar we uit moeten concluderen dat te Bokkel er liefst een uur of 20 over deed om die kruimel in het net te hangen. Het is het meest ongeloofwaardige spinnengedicht dat ik ooit heb gelezen. Het moet bijna wel eigenlijk over sex of politiek gaan.

Willem Thies

@ Bernd, kan Te Bokkel niet gewoon voor 'wielwebspin' hebben gekozen uit praktische *en* esthetische overwegingen...? Het is een prachtig woord. In dat ene woord zit al muziek, rijm. En het woord verwijst naar iets visueels, een vorm, structuur, patroon: de spaken en spiralen van het web.

Natuurlijk refereert het woord 'wielwebspin' gewoon aan de doodnormale kruisspin (waarschijnlijk, of een van de andere subsoorten), volgens mij een van de meest voorkomende spinnen in Nederland, naast hooiwagens; en zeker de spin waarvan je het vaakst het web ziet schitteren in de struiken of aan de buitenkant van huizen, aan dakranden, goten, enzovoort, alles wat maar uitsteekt.

Bovendien zou het ook kunnen dat Te Bokkel deze regels had geschreven:

als ik een kruimel in het kruispunt
van zijn vangnet hang

en vervolgens op zoek ging naar een alternatief voor / synoniem van 'kruisspin', daar hij 'kruis' al eens gebruikt had.

Toen kwam hij wellicht tot het verrassende woord 'wielwebspin', een woord dat wel een neologisme lijkt, zo merkwaardig, en tegelijk klinkt het mooi en is heeft het ook nog beeldende kracht (roept de structuur van het bouwwerk op).

Ik denk *daarom* de 'wielwebspin'.

Maar het zijn natuurlijk allemaal zuiver speculaties.

En misschien is het 'ooit' inderdaad eenvoudigweg begonnen met het gebiologeerd staren van 'de mens' Pim te Bokkel naar een kruisspin in zijn web tussen de spijlen van zijn balkon, waar vervolgens 'de dichter' Pim te Bokkel een gedicht over heeft geschreven.

Maar uw suggestie 'Wellicht wil de dichter hiermee een grapje maken t.o.v. de literaire wereld: u loopt immer achter de feiten aan, zeker bij mij.' is *nog veel* speculatiever dan wat Breukers en ik hebben opgeworpen. Wij blijven toch dicht bij de tekst, lijkt me...

(Overigens was ik nog vergeten te vermelden dat niet alleen 'kruimel'-'kruispunt' een mooi rijmpaar vormen, maar dat 'ruis' twee regels verderop natuurlijk een soort *echo* vormt van 'kruis'; het signaal is de eerste keer volledig en helder te verstaan, 'kruis', dan trilt de draad, en klinkt de tweede keer een zwakke afspiegeling, een gebrekkige weergave, van dit 'kruis', een echo, namelijk 'ruis'... 'Ruis' is dus de volmaakte aanduiding van wat er gebeurt, wat er verloren gaat in het doorgeven van de signalen via de draad, de 'ruis' onderdrukt de 'k' in 'kruis', maakt die onverstaanbaar...)

Micha Hamel

Waarom zou iemand een kruimel in een spinnenweb willen hangen? Waarom doet diegene dat? Het bevat immers niets eetbaars voor de spin, zo blijkt, bovendien raakt het web er ook door beschadigd. Vanwaar deze wreedheid?

M.H.Benders


Inderdaad een klootzak, maar dat hij er ook nog eens twintig uur over doet dat vind ik helemaal van de pot gerukt. Dat moet wel bijna een dichter geweest zijn.

Willem Thies

Ik bedoel, kort en bondig gezegd, dat de *ruis* (het inboeten aan helderheid, ik zou bijna zeggen, met een knipoog naar Breukers, aan *kwaliteit* van de ontvangst) wordt *verklankt* (je kunt ook zeggen: *typografisch verbeeld*) in de opeenvolging 'kruis'-'ruis' - er gaat immers binnen twee regels 'een letter verloren'.

Willem Thies

@ Micha: hij doet het niet om de spin te voeren, maar bij wijze van experiment. Gewoon, uit nieuwsgierigheid, wat de spin zal doen, om hem te lokken, om te zien hoe zoiets werkt, een web.

Maar dat had jij ook allang begrepen, neem dat maar van mij aan. :) :) :)

@ Benders: het gedicht eindigt bij het krieken van de dag, in aller vroegte, in de ochtend, net na zonsopgang, lage zon; en eindigt ermee dat de spin 'klaar is voor de dag die nu een aanvang neemt', de zon moet nog aan hoogte winnen, hij wacht op de insecten, de prooidiertjes, wat deze dag (die nog in volle omvang moet 'openbreken') hem allemaal zal brengen...

@ woordzoeker: het is juist de combinatie van een bijna wetenschappelijke nieuwsgierigheid (het al genoemde experiment! de proef; het laboratorium dat het web voor de waarnemer is; de empirie - ook het noemen van die term 'wielwebspin' heeft wel iets 'gestudeerds', 'wetenschappelijks') en naiviteit/argeloosheid/achteloosheid/speelsheid die ervoor zorgt dat ik het gedicht zo waardeer.

PS juist het door jou geciteerde gedicht van Herwig Hensen vind ik... he le maal niks (met alle respect)... nou ja, niet veel in ieder geval

M.H.Benders


Nee Willem: dan had er gestaan: 'hij wacht in de schaduw de rest van de dag af'. Maar dat staat er niet. Het is nog geen dag. Het is dus een raadsel hoe die spin uberhaupt in de schaduw kan zitten. En waar is die schaduw dan, dat web hangt tussen twee spijlen van het balkon. Schaduw van wat? Is de spin potdomme achter een spijler gekropen uit schaamte voor die kruimel dat hij zich heel onspins heeft vergist voor een prooi, hij schaamt zich kapot achter die spijler van het balkon en is zo door de war dat hij denkt dat het nog nacht is. Dat moet het zijn. Het is een gedicht over de recente pedofilieschandalen binnen de katholieke kerk.

Micha Hamel

@Willem: Nou dat vind ik een wel heel duf soort nieuwsgierigheid. Er zijn toch wel betere mooiere leukere belangrijkere experimenten te bedenken en uit te voeren?

woordzoeker

Edwin, Chrétien doet zijn ding. Ik heb mijn opvatting over poëzie dus mag ik dan enig verweer uiten? Misschien kan ik Chrétien zelfs overtuigen om mijn weg te volgen ; )
En nee, ik heb niets tegen mensen die gestudeerd hebben. Ik probeer me gewoon (soms onhandig) uit te drukken.
't Is geen aanval, ik heb gewoon een sterke overtuiging over poëzie. Ik plaatste dat gedicht van Hensen om te verduidelijken wat ik bedoelde. Ook om geen discussie uit te lokken in de zin van: "wat is voor jou dan waarachtige poëzie, woordzoeker? Omschrijf dat eens".

Willem, het is jouw volste recht om dat gedicht niks te vinden. Maar hopelijk mag ik me blijven verzetten tegen wat ik niks vind. Ik snap niet hoe jullie allerlei betekenissen zoeken in een gedicht dat dit niet verdient. Ik ben vast ouderwets (en toch nog maar 38 geworden vandaag : )

Willem Thies

Briljante lezing!

'(...) en wacht in de schaduw / de dag af'

De dag in volle glorie, de dag in vol ornaat, ...

daarbij: voor de spin begint 'de dag' pas echt als de insecten beginnen te zwermen, dat is *zijn* biologische klok... (waarschijnlijk vangt een spin overigens vooral des avonds insectjes, maar 'dag' kan natuurlijk zowel de tijdsspanne zijn dat het daglicht overheerst - ochtend en middag - als een etmaal).

Volgens mij kan het dus allemaal (in de praktijk, in 'realiteit') prima.

Hij wacht - inderdaad - het verloop van de dag af, voor mijn part: het *verdere* verloop van de dag; er is in deze regels sprake van 'verdichting', noem het een ellips... 'de dag' staat hetzij voor 'de volle dag' (wanneer de stralende zonnewagen van Helios aan hoogte heeft gewonnen), 'de dag in volle glorie', 'de dag in vol ornaat', *of* voor 'het (verdere) verloop van de dag'. Een dergelijke elliptische of verdichte weergave is alleszins geoorloofd...

Ook die schaduw moet mogelijk zijn... een hoge plant op het balkon, die het web flankeert... een paraplu die tegen de spijlen van het balkon leunt... een tafel... ? het kan van alles zijn...

en zelfs het 'ophangen' van een kruimel in een web, aan de kleverige buitenste draden, moet, met enig geduld (geen twintig uur!) mijns inziens mogelijk zijn - in 'de praktijk', in 'realiteit'...

en het web kan 'in de war raken' of 'door elkaar' maar nimmer 'door de war', ook haren in de wind niet, ook zijn brein niet, in de war ja, in de war, verward, confuus...

verder: verdomd, het valt me op dat jij een 'precieze benadering' voorstaat... zoals ik... waar is 'hallo, het is p o e z i e, hoor!!' gebleven? we kunnen elkaar - wederom - de hand schudden....

tot slot: je had een mooie afgevaardigde/afsplitsing c.q. alias in amsterdam vrijdag + goeie act! (ik weet, het was geen 'act', het was bloedserieus, maar toch, maar toch)

O, PS: 'Het is een gedicht over de recente pedofilieschandalen binnen de katholieke kerk.'

Hoe kan ik het daar *niet* mee eens zijn?

Willem Thies

@ Woordzoeker: hartelijk gefelicteerd!

ik volg je op de voet...

nu, niet op de voet, maar ik volg je, je loopt driekwart rondje voor,
maar ik verlies je niet uit het oog

M.H.Benders

Nee Willem, dat rijmt allemaal niet met een laaghangende zon, of die tafel of plant zou buiten de spijlen van het balkon tegen de muur gespijkerd moeten zitten. Het blijft vreemd dat die spin in het web in de schaduw zou zitten, mijn conclusie dat hij uit schaamte achter een spijler is gekropen is dus een logische. Een balkon met spijlers doet aan een flatgebouw denken dus ook de spreekwoordelijke boom biedt geen uitkomst vooral niet met een laaghangende zon die zowiso al weinig schaduw veroorzaakt.

Wat verder opvalt is dat te Bokkel zijn daad als een 'gebaar' beschrijft. En dat hij het over 'het kruispunt van het vangnet' heeft terwijl een spinnenweb helemaal geen kruispunt heeft. Ja, een klassiek spinnenweb wel. Maar het typische van een wielwebspin is nu juist dat deze een ander, wielvormig type web zonder kruispunt in het midden bouwt. Waar die kruimel dus recht doorheen zou vallen.

Nee, de conclusie is duidelijk: dit is een gedicht over iets dat het daglicht niet verdragen kan. Of een gedicht waarmee te Bokkel onze kennis over spinnen wil testen. Dat hij expres het verkeerde web in het gedicht zet om de lezer later flink uit te lachen, nee, dit moet wel over de katholieke kerk gaan.

edwin

@ woordzoeker. Allereerst gefeliciteerd. 38 lentes....
Natuurlijk heeft iedereen recht op een eigen mening, woordzoeker, dat wil ik ook niet bestrijden, integendeel. De jeuk kwam alleen maar opzetten door het idee dat een persoonlijke norm mij even overkwam als zou het de gulden snede zijn. Wellicht doordat de formulering gevormd werd door jouw "sterke overtuiging". Nou ja, wij begrijpen elkaar nu weer. En ik snap nu ook waarom jij dat gedicht plaatste.

Het is mooi weer, dus ik ga fietsen, het Friesche vlakke lonkt.

En laat dit podium aan hen die op deze prachtige dag verder willen filosoferen over kruimels, ruis, spinnewebben en pedofiele paters.

woordzoeker

Merci, Willem. Tuurlijk loop ik voor, ik ben namelijk bang voor spinnen ; )

Ik vind wel dat jullie soms mooi de betekenis van een gedicht achterhalen. Ik zal eens vragen aan Chrétien of hij één van mijn favoriete gedichten wil plaatsen in deze prachtige, smaakvolle, hoogstaande, alom geprezen rubriek. Ik zou heel benieuwd zijn naar jullie interpretaties.
Mag het, Chrétien?

Willem Thies

In Amsterdam zijn (misschien in tegenstelling tot I
stanbul) zijn genoeg laagbouwwoningen (althans woningen van een verdieping of drie hoog), met zelfs (bijvoorbeeld) op eenhoog een balkon met ijzeren spijlen (zoals in Oud-West, noem maar op).

Met dat 'kruispunt' heb je een... punt. Heel strikt genomen is er niet 1 punt, waar alle lijnen samenkomen/elkaar snijden/kruisen. Maar wel een centrum, waar de lijnen samenkomen, een soort kern, noem het een 'kruisgebied', 'kruisstreek', 'kruisvlak', en inderdaad is het punt precies in het midden open, vrij.

Dus hetzij *dit* wordt bedoeld (het centrum, waar de draden samenkomen, het 'krisgebiedje', zogezegd), hetzij er kan bedoeld worden: een WILLEKEURIG kruispunt, want zo'n web, ook een web van een wielwebspin, telt natuurlijk wel degelijk zeer vele kruispunten. Maar goed, er staat *het* kruispunt, niet *een* kruispunt, of 'centrum' of wat dan ook, dus, nogmaals, daar heb je een

punt.

Micha Hamel

Maar deze Pim was toch diegene die een jaar of twee geleden aan het toeteren was dat de hele poëzie op de schop moest en dat hij persoonlijk op grootse wijze de poëzie ging vernieuwen? Op zich ben ik daar een voorstander van, maar dan vind ik dit versje toch wel braafjes. Hoewel zowaar het internet er doorheen schemert kun je ditsoort minieme gebaren beter aan Peter van Lier overlaten, is mijn mening.

M.H.Benders


Het is helemaal geen braaf gedicht. Het is juist een heel fout gedicht, dat het verkeerde web door de strot van de lezer probeert te duwen. Die te Bokkel toch, wat een deugniet.

Chrétien Breukers

woordzoeker: stuur het maar eens; het moet voor deze rubriek wel een "eerste gedicht" zijn.

Alexis de Roode

De heren zitten ernaast, de wielwebspin is geen spinnensoort maar een spinnenfamilie, waar ook de gewone kruisspin deel van uitmaakt. En een wielweb is het normale soort spinnenweb. Dus als Pim te Bokkel gewoon spin en web had gezegd, had hij hetzelfde gezegd. Het gaat kennelijk vooral om de klanken of nevenassociaties van wiel en web.
Verder heb ik veel ervaring met het plaatsen van kruimels e.d. in spinnenwebben. Het is niet moeilijk, misschien vliegen er 1 of 2 kruimels doorheen, maar de derde blijft hangen. En inderdaad komen de spinnen doorgaans niet in actie. Ze maken aanstalten, maar komen er snel op terug. Als de kruimel te groot is, kruipt de spin veeleer weg. De spin komt echter (soms) wel in actie als je het kruimeltje met een trillende grashalm, die de eigen trillingen van de hand versterkt, voorzichtig blijft beroeren. Dus ik neem aan dat Pim ook heeft zitten vibreren, maar dit, omwille van de compactie, uit zijn waar gebeurde gedicht heeft weggelaten.
Ik zie er overigens de metafoor in van een dichter, die in zijn web van woorden de "werkelijkheid" probeert te vangen, maar daarbij krampachtig alles wat hem niet welgevallig is, weert, en uiteindelijk de constructie van het web belangrijker vindt dan het vangen. Hij heeft geen enkele weet van wat er buiten het web gaande is en bewaakt zijn kleine, wiskundig of filosofisch zuivere vangnetje. Ik ben benieuwd of hij hiermee op zichzelf als dichter duidt, of juist op de "andere" dichters.

Willem Thies

Ik heb het nog eens nagezocht maar het web van de wielwebspin heeft wel degelijk een centraal punt, een KRUISPUNT - *het* kruispunt, in het centrum. Het is de as van het wiel, de spin construeert eerst een Y-vorm, en gaat vanaf daar verder. Alle draden komen dus in het midden samen op 1 punt, het 'kruispunt'.

En nog steeds zie ik niet in waarom de spin niet in de schaduw zou kunnen zitten. De zon kan immers weliswaar laag staan maar hoog genoeg om het web te bereiken (niet voor niets schittert het web/wordt het web verlicht). Het zonlicht kan niet *recht* op het web vallen, maar natuurlijk wel schuin, en de spin kan derhalve wel degelijk schuilgaan in de schaduw.

En, Alexis, bedankt voor de aanvullingen, maar volgens mij hadden we het meeste van wat jij opmerkt al wel gezegd, dus in hoeverre we ernaast zitten?

En je zegt: 'En een wielweb is het normale soort spinnenweb. Dus als Pim te Bokkel gewoon spin en web had gezegd, had hij hetzelfde gezegd. Het gaat kennelijk vooral om de klanken of nevenassociaties van wiel en web.

'Dus als Pim te Bokkel gewoon spin en web had gezegd, had hij hetzelfde gezegd.'

Dat is niet helemaal waar. Bijvoorbeeld 'strekspinnen' maken *ook* wielvormige webben, terwijl ze niet tot de 'wielwebspinnen' behoren. Verwarrend, he? Er kan dus sprake zijn van een wielvormig web, zonder dat er sprake is van een wielwebspin. En ook zijn er spinnen die alleen een soort 'struikeldraden' aanbrengen, en in hinderlaag gaan liggen. De zgn. 'boobytrapspin' (nee, dit laatste is een geintje maar er zijn echt spinnen die enkel een paar 'struikeldraden' spannen, en afwachten tot er een beestje ten val komt / 'in trapt'. Ook zijn er nog spinnen die helemaal zonder web opereren, roofspinnen, ik meen dat de wolfspin daartoe behoort. Maar ik begrijp je punt: jij koppelt wielvormig web automatisch aan wielwebspin. Dat is echter voorbarig, geldt in lang niet alle gevallen.

Hoe dit ook zij, dat er sprake is van een 'weefsel' in regel 1 (en in andere regels van aanduidingen voor 'web' of het woord 'web' zelf), van een normaal web/een klassiek web/een doorsneeweb/een wielvormig web, HOEFT ER NOG NIET AUTOMATISCH OP TE WIJZEN DAT HET HIER EEN WIELWEBSPIN BETREFT.

In regel 7-8 had ook kunnen staan:

de strekspin
onbewust van wat hem waarneemt

Of, meer specifiek, om een subsoort te geven:

de schaduwstrekspin
onbewust van wat hem waarneemt

Of:

de herfstspin
onbewust van wat hem waarneemt

Kortom, een koe is een dier, en een dier is lang niet altijd een koe (doorgaans zelfs niet). Een (normaal, klassiek, wielvormig) web hoeft dus niet noodzakelijkerwijs door een wielwebspin vervaardigd te zijn, maar ook door - bijvoorbeeld - een strekspin, zoals daar is: de schaduwstrekspin, of: de herfstspin.

Verder zeg je bovenaan: 'Het gaat kennelijk vooral om de klanken of nevenassociaties van wiel en web.'

En meer naar onderen: 'Ik zie er overigens de metafoor in van een dichter, die in zijn web van woorden de "werkelijkheid" probeert te vangen (...)'

Maar dit (*beide* elementen: 1) dat het tevens - en juist - om de *klanken* gaat, om het weefstel van klanken, de verbindingen; en 2) de metafoor van de dichter die met een web/weefsel/netwerk van woorden de 'dingen' vangt) noem ik, niet alleen in mijn recensie, maar in mijn bovenste/eerste commentaar alhier. Lees/kijk maar.

M.H.Benders


Wat heb je weer zitten roken, de Roode, check eerst eens de feiten voor je begint te leuteren.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Wielwebspinnen

M.H.Benders


Thies,

Kun jij eens met bewijzen op de proppen komen, zomaar iets roepen kan iedereen wel. Ik wil een foto zien van een wielweb waaruit duidelijk blijkt dat dit een kruispunt in het midden heeft. Zover ik weet is dat namelijk niet zo: die webben hebben een gat in het midden.

M.H.Benders

http://www.nps.gov/features/yell/slidefile/arthropods/spiders/Images/06205.jpg

GEEN centraal kruispunt, Tut mir leit. Je kunt dus niet van HET kruispunt spreken.

M.H.Benders

http://www.9jcg.com/tutorials/vitsly/spiderweb/realistic_spiderweb_with_waterdrops_10.jpg

Hier nog een, goed te zien dat er normalerwijze (bovenstaande was een wat afwijkender variant) een gat in het midden zit.

Henk van der Haar

It's getting curiouser and curiouser.

Willem Thies

Goed, ik heb niet echt een duidelijke foto: punt is dat de spin doorgaans juist in het midden van het web zit (soms ook aan de rand van het web). Dus meestal zit hij in de weg, zit hij 'ervoor'.

Maar ik heb het opgemaakt uit beschrijvingen van de constructie van zo'n web, in de opeenvolgende stappen, en ik heb heel duidelijke illustraties/afbeeldingen gevonden:

als je simpelweg 'wielweb' googelt, en dan de bovenste/allereerste hit: met het kopje 'De spin web en draad'; ongeveer halverwege zie je zes afbeeldingen, zes 'stadia' van de constructie; het gaat hier om de constructie van een wielweb; duidelijk is de Y-vorm te zien, het snijpunt/kruispunt van de draden, het centrum, de as van het wiel, van waaruit de spin verdergaat en de spaken 'aanlegt'.

En als je 'wielwebspin web' googelt, de derde hit: met het kopje 'wielwebspinnen, wielwebspinnen'. Ik kan het niet goed zien, maar iets over de helft, de spin genaamd 'Argiope lobata' (een geel-zwarte spin) en dan de rechterfoto, het rechterexemplaar.

Ten slotte baseer ik me gewoon op tekst (beschrijving van constructie van het web, evt. ook jachtmethode), in combinatie met 'gezond verstand' of redeneren:

Ik citeer, dit keer gewoon uit de wikipediapagina bij 'Wielwebspinnen' (en aldaar onder lemma 'spinmethode' en 'jachttechniek'):

****

Vanuit het centrum van het web loopt een voeldraad naar het hol van de spin. Dit web wordt elke dag vernieuwd; het oude web wordt daarbij vaak eerst opgegeten, kleine gevangen insecten incluis.

De jachttechniek varieert naargelang de spin en de prooi. Soms zit de spin in het midden van het web te wachten, soms zit ze aan de rand van haar hol, met 1 of 2 poten aan de voeldraad. Eenmaal een prooi in het web verzeilt raakt, en voldoende trillingen veroorzaakt, snelt de spin er naar toe. De spin gaat daarbij in de eerste plaats op het (...)

****

Uit bovenstaande blijkt dat de spin *of* in het centrum van het web zit *of* aan de rand ervan afwacht - daar er een voeldraad helemaal naar het centrum loopt, en deze met alle andere draden verbonden moet zijn / in verbinding moet staan, *moet* er een centrum zijn, waar ook de (alle) draden moeten samenkomen ... maar het is eigenlijk toch heel logisch , het wiel moet een 'as' hebben, de spin heeft een soort 'basisdraad' en construeert vervolgens draden die daarmee snijden... en ik ben van de opeenvolgende afbeeldingen op genoemde site afgegaan... de Y-vorm...

overigens wel interessant: ik heb wel eens gehoord dat ze spinnen onder invloed van bepaalde drugs (THC, speed en LSD) hun web laten construeren... ik geloof dat het web onder invloed van speed gebouwd heel 'basic' wordt, paar draden (alleen de hoofddraden), snel gemaakt, klaar, dat onder invloed van LSD wordt heel fantasierijk, druk, priegelig, oneindig gedetailleerd, en dat onder invloed van THC weer 'lui' en 'slordig'... of net andersom... of weer anders... maar dit experiment is uitgevoerd! heel grappig... de effecten van drugs duidelijk aangetoond middels patronen van/in het spinnenweb...

PS, nog even ter aanvulling tegen Alexis (ik citeer van een site):

'Er zijn diverse webben te onderscheiden. Matten, wielwebben, cocons, bekleding, schuilplaats. De bekendste is het wielweb.'

Zie je dat het zgn. 'wielweb' slechts 1 van de mogelijke constructies/spinnenwebben is? Weliswaar het klassieke en meest voorkomende, 'normale' web, maar toch... een van de...

en nogmaals: het 'wielweb' hoeft dus niet door de zgn. wielwebspin gebouwd te worden....

ps @ Benders: *nu* ga ik jouw verwijzingen volgen/openen/bekijken!

M.H.Benders


Ja, eerst een lap tekst van 3 a4'jes tiepen, en dan pas het bewijs bekijken. Tja. En voor iemand die geregeld anderen voor politieke spindokter uitmaakt draaikont je wel erg met dat 'centrum' het gaat hier niet om een 'centrum' dat weet je zelf ook best. Te Bokkel baseerde zijn gedicht duidelijk op het foute type web, enige vraag die rest: deed hij dat bewust, of wist hij gewoon niets van spinnen? Aangezien de andere details ook zo ondoordacht zijn (ochtend aan het begin van het gedicht, nacht aan het einde, maar nacht *met* schaduw, etc) lijkt het me vrij onwaarschijnlijk dat te Bokkel hier een soort geniale val voor de lezer opzette. Daar is het ook niet grappig genoeg voor: het lijkt me overduidelijk gewoon een tekort aan kennis van de dichter zelf.

Willem Thies

Maar... Benders... juist bij je eerste verwijzing:

http://www.nps.gov/features/yell/slidefile/arthropods/spiders/Images/06205.jpg

GEEN centraal kruispunt, Tut mir leit. Je kunt dus niet van HET kruispunt spreken.


Zie ik duidelijk het (centrale) kruispunt zitten... ja goed, ik zie er wel twee die daarvoor in aanmerking komen, maar 1 van die 2 moet het zijn... ik denk dat kruispunt linksboven in het centrum, en niet het kruispunt meer midden in het centrum...

maar goed, hoe dan ook, 1 van die 2 is het... het is namelijk dat punt waar de allereerste, steunende, dragende draad de volgende draad snijdt... ik zie wel degelijk het centrale kruispunt, waar drie hoofddraden elkaar snijden... alleen ben ik niet 100 % zeker welke van de twee het is...

je andere/tweede voorbeeld met die (dauw- of regen)druppels -- ja, ja, je hebt gelijk, absoluut helemaal gelijk... maar dit is toch weer een ander type web dan je eerste voorbeeld... wel een type dat ik ken uit 'de praktijk', want ik heb dit soort web meermaals 'in het echt' gezien, herinner het me, dus ze bestaan absoluut, de webben *zonder* centraal kruispunt, met op die plek enkel een gat, een opening...

blijkbaar bestaan beide types... (en nog vele andere)

er bestaan echter wel degelijk webben (wielwebben ook) met 1 centraal kruispunt (of webben met OP HET OOG zelfs twee of meerdere centrale kruispunten)


Willem Thies

Benders, nogmaals, zie:

als je simpelweg 'wielweb' googelt, en dan de bovenste/allereerste hit: met het kopje 'De spin web en draad'; ongeveer halverwege zie je zes afbeeldingen, zes 'stadia' van de constructie; het gaat hier om de constructie van een wielweb; duidelijk is de Y-vorm te zien, het snijpunt/kruispunt van de draden, het centrum, de as van het wiel, van waaruit de spin verdergaat en de spaken 'aanlegt'.

M.H.Benders

Ja, die webben bestaan, en die worden niet door de wielwebspin gebouwd. Vandaar mijn punt dat te Bokkel schijnbaar niet wist wat voor web een wielwebspin bouwt want, sorry, maar je kunt zo hard roepen als je wilt maar HET KRUISPUNT duidt bij mij toch echt op een centraal gelegen punt, niet op een snijpunt dat ergens enigszins centraal misschien wel het begintpunt van de bouw van het web geweest heeft kunnen zijn. Kom even.

Willem Thies

maar die zes illustratie haden juist betrekking op het spinproces, op de constructie, van een WIELWEB.

Ik citeer nogmaals uit die site:

'De bekendste is het wielweb. Hoe gaat de constructie van zo'n web in zijn werk?

Het moeilijkste gedeelte van de constructie is de eerste constructiedraad. Dit is een stevige horizontale draad waaraan het web komt te hangen. Hoe krijgt een spin het voor elkaar om tussen twee takken een draad te spannen. Maakt zij de draad ergens vast en loopt zij, de draad achter zich afrollend, naar een andere plek en trekt de draad aldaar weer strak? De oplossing is eenvoudiger. De spin maakt gebruik van de luchtstroming en geluk.'

Deze tekst gaat vergezeld van zes illustraties, met de succesieve stappen. Het gaat om de constructie van een WIELWEB.

check for yourself...

dus blijkbaar zijn er weer subtypes van het type 'wielweb', het ene subtype zonder kruispunt (1, centraal), met in plaats daarvan een gat/opening, en het andere subtype (*ook* wielweb!) *met* kruispunt....

M.H.Benders


Het is totaal irrelevant dat bij de constructie van het web origineel sprake was van een eerste kruispunt, het is immers niet mogelijk een web te bouwen zonder een eerste kruispunt. Feit blijft dat het uiteindelijke resultaat geen centraal kruispunt heeft en dus geen HET KRUISPUNT. Jouw theorie gaat er vanuit dat de dichter weet welk van de kruispunten het originele constructiekruispunt is, zo dit nog bestaat want de spin eet regelmatig delen van eht web op en bouwt er dan weer iets anders voor in de plaats. Ergo, je stelling is absurd. De enige logische conclusie is dat ofwel Te Bokkel ons doelbewust wou misleiden, ofwel dat hij niks van spinnen weet.

Ira de Hoop

Het *kruispunt* van het gedicht is een gat. Je verwacht een centraal werkwoord, het gedicht werkt naar actie toe, spanning wordt opgebouwd maar uiteindelijk komt dat werkwoord er niet van . Kijk maar:

'Aan de rand van het weefsel...'

'terwijl de ochtendzon...'

'de wielwebspin...'

en dan? 'De wielwebspin' lijkt op een bepaling als de twee eerste maar blijkt dan toch tot onderwerp te zijn verschoven. De spin is echter te gehaast voor een werkwoord en leent zich alleen maar voor een vergelijking ('zo...') Dit gedicht gaat dus niet over pedofilie maar over impotentie.

Willem Thies

@ Ira: mooi gezegd!

inderdaad ontbreekt een centraal werkwoord / hoofdwerkwoord behorend bij 'de wielwebspin', maar dit kun je eventueel ook als een vorm van ellips of verdichting zien, een die overigens wel vaker voorkomt... je noemt een 'iets' of 'iemand' en 'de plaats'/plek/directe omgeving (Erik Lindner doet het ook vaak - en vele anderen)

uiteindelijk zou je kunnen aanvullen: 'zit' of 'bevindt zich':
'Aan de rand van het weefsel (...) [bevindt zich] de wielwebspin', met zijn pootjes (met weerhaakjes) aan de voeldraad, afwachtend, wachtend op een trilling, ergo: een prooi...

('terwijl de ochtendzon...' die strofe is vervolgens gewoon een bijwoordelijke bijzin van tijd, met gewoon een onderwerp en persoonsvorm)

wil ik alleen nog, als laatste opmerking van mijn kant, het volgende kwijt (wat dat betreft heeft Alexis zeker gelijk waar hij stelt dat de klanken, en de klankketens, het verloop van het gedicht mede dicteren en sturen en bepalen)(en daarmee ook de woordkeus/het idioom):

'als ik een kruimel in het kruispunt (van zijn vangnet hang)'

klinkt/allitereert aanmerkelijk beter dan

'als ik een kruimel in de Y-splitsing
van zijn vangnet hang'

woordzoeker

Chrétien, die vent die dat schreef is 73. Ik betwijfel of dit zijn debuut was. Dus je wilt geen gedicht van Gwij Mandelinck lezen, oprichter van poëziezomer te Watou. Watou, met zijn lekkere streekbier, platte heuvels en westvlaamse boerenmeisjes? Ik eis een nieuwe rubriek: "poëzie die het heikele onderwerp der wielwebspinnen uit de weg gaat".

Ik plaats de eerste helft, stemmen jullie maar of jullie het vervolg willen lezen.

Het grote feest is om - Gwij Mandelinck

Het grote feest is om, de tafellakens
worden door het raam geschud;
de liefde ligt met kruimels in haar hand.

Doorscheurd is zij van ieder kind
dat haar te nauw besliep, terwijl
de maan vertakte in haar schoot.

...

Willem Thies

Ik had gelogen, toch nog 1 opmerking, maar min of meer los van de kern van de discussie, die inmiddels de vraag behelst of de wielwebspin een web met een kruispunt in het midden weeft - of niet. Of soms wel, soms niet.

Volgens mij had ik de afbeeldingen ooit aangetroffen in een dik psychologieboek maar ik heb nu iets gevonden wat in de buurt komt.

Als je googelt op 'Spiders on Drugs' zie je niet alleen afbeeldingen van webben gemaakt door spinnen onder invloed van drugs of drank, maar ook een heel grappig filmpje.

Verrassend genoeg is het web vervaardigd onder invloed van LSD vrij strak, minimalistisch, met weinig spiralen; onder invloed van cafeine of speed gaat hij voortvarend te werk maar hij slaat ook hele stukken over; onder invloed van THC worden het eerder vleermuisvleugels (volgens de voice-over van het filmpje is het een 'hangmat' en geen web); onder invloed van mescaline ontbreekt er aan 1 kant een heel stuk; en onder invloed van slaappillen doet-ie maar wat, een paar draden, en dat was het.

bernd ebbo visser

sodeju das een hoop leeswerk ineens.

@ Willem Thies Ik vind het echt leuk hoor om te zien wat anderen eruit halen. Ik chargeerde maar wat. Normaliter begrijp ik 99% van de gedichten die ik lees sowieso al niet en gaan vrijwel alle verbanden ongezien aan mij voorbij. Dus er gaat een hele wereld voor mij open zo. In dit geval heb ik de dichter een paar keer ontmoet en vind ik hetgeen hij schrijft wat gemakkelijker te plaatsen.

bernd ebbo visser

Over de Y-vorm gesproken. Ik ben al 2 jaar op zoek naar het woord voor deze basisvorm. Met deze Y-vorm worden namelijk ook honingraten gebouwd. Dus als iemand het weet...

woordzoeker

Vervang desgewenst eender welk woord door wielwebspin.

Het grote feest is om - Gwij Mandelinck

Het grote feest is om, de tafellakens
worden door het raam geschud;
de liefde ligt met kruimels in haar hand.

Doorscheurd is zij van ieder kind
dat haar te nauw besliep, terwijl
de maan vertakte in haar schoot.

De kreten zijn gedoofd en wetend wat
veeljarig met de liefde groeit, heeft zij
het lichaam als een boom geringd.

De raven zijn gedagvaard op het dak:
zodra het graan te kiemen ligt, voert zij
het veldgeschut met grote pauken aan.

Mark Meulemans

Vanuit het idee dat een gedicht ook over dichten gaat, kom ik tot de volgende leeservaring.

Het web staat voor literaire canon, door de wielwebspin gecontroleerd, echter ‘onbewust van wat hem waarneemt’. De ik hangt een kruimel in het web. Gaat het te ver als ik daarin lees dat de dichter een gedicht wereldkundig maakt (al dan niet online, gelet op de ‘glasvezelkabels’)? Door zijn werk een kruimel te noemen, legt de dichter zelfrelativering aan de dag, of misschien grote bescheidenheid. Of speelt er vertwijfeling?

Het gedicht wordt als ruis (ongewenst, niet relevant) beschouwd. Het past niet in de literaire canon. De spin werkt het dan ook blijkbaar meteen (gehaast) zijn web uit. Wordt er hier een publicatie geweigerd of gedeletet? Geen discussie daarover, blijkbaar (‘alsof ie niets bedingt’). De aanval op de canon wordt tenietgedaan. Het netwerk wordt hersteld en de spin brengt de rest van de dag door in de schaduw, wat bij mij een beeld oproept van rust, in de (weliswaar ‘afwachtende’) alwetendheid dat alles weer onder controle is.

woordzoeker

Jullie zijn me toch een stelletje haringen hoor. Ik heb de explicaties diagonaal gelezen. Soms heb ik bewondering voor het inzicht waarmee gedichten doorgrond worden maar evengoed vraag ik me af of sommigen niet te lang in de zon gezeten hebben. "web" is geen goed gedicht (zei hij subtiel).

eddy warmerdam

dit alles leest als een heksensabbath

niet dat ik hier alles lees, je kunt gerust hele stukken overslaan om - dit zeg ik intuitief - dezelfde indruk van rondvliegende heksen op bezemstelen te hebben als wanneer je alles zou lezen

vanwaar deze ontlading eigenlijk
wat was er elders gaande dat dit nodig was

de historicus zal het nimmer weten vermoed ik

Controleer uw reactie

Voorbeeld van uw reactie

Dit is slechts een voorbeeld. Uw reactie is nog niet ingediend.

Bezig...
Uw reactie kon niet worden ingediend. Fout type:
Uw reactie werd gepubliceerd. Nog een reactie achterlaten

De letters en cijfers die u invulde kwamen niet overeen met de afbeelding. Probeer opnieuw.

Als laatste stap voor uw reactie wordt gepubliceerd, gelieve de letters en cijfers in te vullen die die u ziet in de afbeelding hieronder. Dit voorkomt dat automatische programma's reacties achterlaten.

Problemen met het lezen van deze afbeelding? Alternatief bekijken.

Bezig...

Laat een reactie achter

Poëzierapport

Uitgeverij De Contrabas

A.H.J. Dautzenberg

Bart FM Droog

Het Gedichtenforum

Uitgeverij De ContrabasAntiquariaat Bij tij en ontij: Hoofdstraat 26, 9977 RD Kloosterburen
Telefoon: 0595 481056. Dagelijks geopend van 9.00 tot 18.00
Komt u van ver, bel eerst even!
Uitgeverij De Contrabas
Uitgeverij De Contrabas
x
Lucifer - Frédéric LeroyFrédéric Leroy
Lucifer

Een talent om te koesteren
Uitgeverij De Contrabas
€ 12.50
Klaai - Lammert VoosLammert Voos
Klaai

Voos schildert en maakt nog steeds muziek
Uitgeverij De Contrabas
€ 12.50

Jules de CorteWim Brands
De vijftig beste gedichten

Keuze uit het oeuvre van een van de beste Nederlandse dichters van dit moment Uitgeverij Compaan
Uitgeverij De Contrabas
Waar je wasHendrik Carette; Een zeemeermin aan de monding van het zwin
Nieuw werk van de Brusselse meesterdichter

Twitter

Waar je wasDavid Pefko; Het voorseizoen
NRC Handelsblad: "Wat een boek. Het is niet alleen groot en groots, het is een boek om te (her)lezen."

Zoeken

Colofon

Hoofdredactie: Chrétien Breukers. Redactie: Bart FM Droog, Philip Hoorne, Joris Miedema en Jürgen Smit. Vaste medewerkers: A.H.J. Dautzenberg, Kees Klok, Hanz Mirck, Jori Stam, Willem Thies en Abe de Vries. Reacties onder eigen naam of dichters- pseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Elders

Google Nieuws

Pagina's

Adverteren?

De Contrabas wordt meer dan 50.000 keer per maand bekeken. Wilt u ook tegen gunstige tarieven adverteren? Neem dan contact met ons op >> email. Bekijk onze advertentietarieven.

FeedCount

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005