In een interview met Vooys laat Sylvie Marie (een West-Vlaamse) zien dat ze over beide genoemde eigenschappen beschikt. Helaas voegt ze er ook nog fabelzucht aan toe. En niet voor het eerst, iets wat ik toch even recht wil zetten.
Haar verhaal over het contact met uitgeverij De Contrabas gaat zo:
Intussen reageerde Chrétien Breukers van De Contrabas op een bericht op mijn weblog (www.sylviemarie.be), en ook hij bood me aan een bundel uit te geven. Datzelfde weekend nog stuurde ik een manuscript naar beide uitgevers. Breukers vertelde me drie dagen later al dat hij tot publicatie wilde overgaan. Het was nu wachten op Tibergien, maar ook na aandringen bleef een reactie uit. Uiteindelijk zei ook hij dat hij mijn manuscript met veel plezier wilde uitgeven. Ik bleef maar twijfelen tussen de twee, want het zijn kleinere uitgeverijen. De een verspreidt een beetje in België; de ander in Nederland, maar verder geraken ze niet. Ik wist niet wat te kiezen, maar een keuze maken wilde ik wel. In voortdurende twijfel vertrok ik naar Macedonië op een dichtersreis, waar ik een masterclass Nederlandse poëzie volgde en deelnam aan een internationaal gedichtenfestival. Ik had me voorgenomen daar de knoop door te hakken, maar toen ik mijn e-mail checkte, zag ik een vreemd mailtje van een zekere Uitgeverij Vrijdag.
Waarna ze dus kiest voor Vrijdag, vanwege groter, etc. Helaas vertelt ze er nooit bij dat ze mij in een eerste telefoongesprek vroeg of ik, "net als van de nieuwe bundel van Eva Cox", minstens 4000 exemplaren van haar boek zou drukken (nee) en of wij in zowel Nederland als Vlaanderen verspreiding hebben (ja, via CB en EPO).
Niet lang daarna kreeg ik de mededeling dat ze met een andere uitgeverij in onderhandeling was, en of ik wilde wachten op de uitkomst daarvan. Ik heb daarna laten weten dat we dan af zouden zien van verder contact. Want ik had geen zin om in de wacht te staan.
Natuurlijk: Marie had toch wel voor Vrijdag gekozen, daar gáát het me ook niet om; maar ik vind het wel fijn als anekdotes waarin ik figureer correct in de wereld komen.
Envoi; de humorloze ego-cultuur lijkt wel een typerend trekje van de huidige dichtersgeneratie - ze gaan graag van " ikke, ikke, ikke". Ze zijn nogal serieus, om niet te zeggen: auto-serieus, kunnen niet tegen kritiek en proberen zich, jong als ze zijn, al te kleden in de duffelse jas van de arrivé(e).Zonder bekendheid geen carrière, dat is de paradox van deze tijd. Maar of bekendheid ten koste moet gaan van zelfrelativering en een onbevangen kijk op de wereld is nog maar de vraag. (En dan laat ik de opmerkingen over Meander nog helemaal buiten dit betoog.)
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Waarom zo giftig Chrétien? Je wordt toch niet gewurgd? En Sylvie Marie is een zeer bijzondere dichteres die zeer terecht veel lof krijgt toegezwaaid. Gewoon omdat ze knappe gedichten schrijft.
Geplaatst door: Jan Haerynck | 21-2-10 om 21:27
Niet giftig, maar het is niet prettig om een verwrongen verhaal waarin je figureert te lezen.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 21-2-10 om 21:36
"...zien dat ze over beide genoemde eigenschappen te beschikken"
ff de woordjes 'dat ze' weghalen of het woordje 'blijkt' toevoegen ~~
Geplaatst door: Burns | 21-2-10 om 21:47
De vraag of Sylvie Chrétien de bons heeft gegeven of dat het andersom is, zal interessant zijn voor de betrokkenen, maar mij boeit het niet.
Wat me wel interesseert is dat Sylvie een waardevol medewerker is van Meander omdat zij oprecht van poëzie houdt. In haar bijdragen aan de rubriek Dichters doet ze haar best nieuw talent in de aandacht te brengen van een iets groter publiek dan dit talent gewend is.
Daar gaat veel werk in zitten en het levert haar zelf niets op aan geld en vrijwel niets aan aandacht of bekendheid. Met dezelfde instelling heeft ze meegewerkt aan het samenstellen van de bundel 'Nog een lente'.
Dat ze daarnaast ook aan haar eigen 'carriére' als dichter werkt moge duidelijk zijn. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze deel uitmaakt van een 'humorloze ego-cultuur'. Dat is weer een typisch voorbeeld van Breukeriaanse overdrijving.
Geplaatst door: Rob de Vos | 22-2-10 om 10:58
Ik durf mezelf nog wel als een jonge dichter te beschouwen, en als zodanig herken ik me niet in je kritiek; Ik ken Sylvie Marie te slecht om haar te verdedigen of jou bij te vallen, en humor is een relatief begrip, maar de enige arrogantie die ik me veroorloof is te zeggen dat mijn werk het waard is gelezen en gehoord te worden. Anders zou ik niet op het podium staan, tenslotte.
Geplaatst door: Baas | 23-2-10 om 16:16