Johan Velter signaleert op zijn site een somber stuk van de Franse dichter Jacques Roubaud dat deze maand verscheen in Le Monde Diplomatique.
Kort samengevat constateert Roubaud dat:
"de poëzie wordt minder en minder in de kranten besproken; de boekhandel heeft geen poëzie staan en de televisie heeft geen interesse. De poëzie bestaat daardoor of omdat (‘a pour conséquence, ou est une conséquence’) niet op een economische manier."
Daarnaast ziet Roubaud een gevaar:
"in het fenomeen ‘vroum-vroum’ (de Ursonate van Kurt Schwitters is hét voorbeeld). Daarmee bedoelt hij dat de poëzie in een spektakel wordt opgenomen en dat dit nog haar enige verschijningsvorm lijkt te mogen zijn, ‘excluant l’écrit au profit de l’oralité’. De taal zelf wordt geminacht: als de woorden die op het theater uitgesproken worden, op papier gezet worden dan zijn ze van mineure kwaliteit. Roubaud maakt de vergelijking met het gezongen lied: op scène aangrijpend, neergeschreven banaal. Waarom wordt dit nog poëzie genoemd? Waarom niet gewoon klank?"
Tot een gelijkaardige bevinding kwam Charles Ducal in zijn Gedichtendagessay:
"Na het feest stromen honderden gasten de zaal uit, en hoeveel verkochte bundels levert dat op? Die gasten zijn voldaan, het was mooi, er hoeft niets meer bij. Tot volgend jaar. Alsof de tekst zelf een afgekoelde maaltijd is, een verschaalde pint, een flets hangende bloem."
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Oh dilemma!
Geplaatst door: Peter M. van der Linden | 26-1-10 om 23:04
Welk dilemma?
Zelfs de bibliotheken (in Vlaanderen) hebben geen poëzieafdeling meer. De bundels staan gewoon tussen het proza. En ja, ook ik heb een hekel aan de zogenaamde poetry slams. Effe een wedstrijdje poëzieën met als doel het hardste applaus ter bevrediging van het ego van de 'auteur'.
En in Nederland lult men liever oeverloos over het sonnetgehalte van een tekst van de Dichter Des Vaderlands.
Ach mensen.
Geplaatst door: Erwin Evens | 27-1-10 om 21:24
Alle respect voor Jacques Roubaud, maar dat het moet duren tot in januari 2010 eer hij vaststelt dat poëzie niet meer in de kranten wordt besproken (en zeker niet in ‘Le monde’) en van die dingen meer, ervaar ik als wereldvreemd: ik hoor hier niets nieuws, op ouwe zeur na. De reductie van de Ursonate van Schwitters tot ‘spektakel’ (wat ik verdomme wel straf vind en zelfs reactionair), de begrippenverwarring tussen ‘sonoriteit’, ‘oraliteit’, ‘slam’, ‘de georganiseerde lezing’ en van dat soort: nee dat is helemaal niet de Roubaud (‘il n’y a plus de poésie, il y a des poésies!) die ik gewoon ben.
Geplaatst door: Alain Delmotte | 27-1-10 om 22:08