"De debuutbundel Maagendenburgse halve bollen en andere gedichten
(1968) van Gerrit Komrij is voorzien van een motto ontleend aan een
gedicht van de vroeg negentiende-eeuwse dichter A.C.W. Staring
(1767-1840): ‘Weêrgalmt mijn Lier, zij leent heur snaren/Tot geen
vermeetlen kamp!/Als Phebus opsteeg uit de baren,/Doofde Epicteet zijn
lamp’. In de receptie van Komrij’s poëzie waren het citaat van Staring,
maar ook expliciete referenties aan de dominee-dichter Piet Paaltjens,
de aanleiding om de jonge dichter Komrij te catalogeren als een
‘zwart-romanticus’ die over Forum en de Vijftigers heen aansluiting zocht bij de negentiende-eeuwse romantische poëzie. Het motto misleidde toen menig criticus zodat lange tijd de ambivalente
poëticale positie van Komrij, met toch wel de nadruk op het gedicht als
maakwerk, is miskend." m.a.w. paratekstueel onderzoek kan ons voor misvattingen behoeden. Lees de bevinding van Yves T'Sjoen over het belang van peritekstuele informatie (of data) bij bundels van Paul Bogaert, Dirk van Bastelaere, Oosterhoff, Duinker, Conscience enz. hier en hier op Versindaba.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties