(1) Wat is uw favoriete gedicht uit deze bundel?
Het gedicht 'De dakspanten met'. Daarin spreek ik de Koreaanse dichteres Ho Nansorhon (1563-1589) toe. Haar werk valt in twee tendensen uiteen: van de ene kant bekommernis om de treurnissen van de wereld, van de andere kant een verregaande vrije verbeeldingskracht. Het ontdekken van haar werk, alweer zo'n 15 jaar geleden, was een moment van herkenning, en hoewel ik al eens een essay over haar had gepubliceerd (in Nee, maar het gebeurt), was het onvermijdelijk om ook een gedicht aan haar te wijden. Dit gedicht lijkt mij het hart van de bundel. Bovendien neem ik de gelegenheid te baat om een domme blunder uit voornoemd essay recht te zetten.
De dakspanten met
(fragment)
Wit konijnenhaar uit het
maanpaleis:
voorwaarde stel jij van anonimiteit.
Toch, jouw naam zal
zijn, magnoliawit:
de woorden die zich vervullen, gedenken
jouw wensen.
Waar in zee der stilten vrouwe
dichtkunst tot bidstond in wanhoop zich
op-
maakt, zwerven tweehonderdtwintig gedichten,
verbeelding vervangen
tot ballingsoord,
latent, rond kapspiegel – drenk jij jouw vingers
in
balsemien. Onderdompeling verhoopte
jij, toen jij en hij roeiden over het
meer,
flarden van je laatst verscheurde geschriften
wapperden, jij,
script van verdwijning, wit
mom boven verre waterval, aan jou
ontsproten,
magnoliatros om verse
stee’s draagbalk, jong door jou geprezen, gedicht
berekent vectors (on)omkeerbaarheid, jouw
aandacht rustte in weiden met
schrijfgerei,
verging van kraanvogel geen vleugelpen.
Je vingers dwalen
door het water; weg roeit
jou de knorrige minnaar van paviljoenen
die
jij liefhad om het getokkel bij het
ontwaken in de ommuurde tuin
tot jouw
poëzie, lang dromen waarin
de bewerking van het aanzijn tot je
melodische aanschijn richtenderhand
losweekt setjes hersencellen van
menselijk
tierlantijn uit het weinig vroede membraan;
doorvors jij de
verhoopte poort met wit
konijnenhaar, kleppert het maanpaleis,
fluistert
zich jouw concentratie rond de
mannen die paarden hitsen over herfstblad
in een donkere steeg met meisjes, jij
melancholisch goedmoedig boos,
houdt ooit
het vliegverkeer op, huis van jouw geboorte
onbereikbaar,
iPod, weblog, data center
onder stroomdruk, voetbalwedstrijd: aanbod
van
lichamen in het oog vervaagt, lost op
tot jou, licht: uiterste proportie,
boord-
computer van de onsterfelijken,
vallen zij bij transcontinentale
vluchten neer, als bulderden ook zij
met rekenmeester om de banneling.
[…]
Mijn bundel zoekt tussen de bij de vorige vraag genoemde tendensen iets van een balans: tussen mijn woede om de verwoestingen die wij als mensheid in de wereld aanrichten, en mijn geloof in een vrije poëtische verbeeldingskracht, waarmee nieuwe werelden vallen te creëren. Met alle ecologische en vergelijkbare rampen die zich momenteel voltrekken (bijv. de hedendaagse massamoord op de tonijn, een motief in de bundel), lijkt het soms, alsof dat de enige werelden zijn waarin wij nog kunnen wonen. Zogezegd: beter vliegen in een gedicht dan met een vliegtuig.
(3) Welke dichters (of dichter) behoorde(n) bij het schrijven van deze bundel tot uw inspiratiebronnen? Op welke wijze?
Ho Nansorhon. Zie boven. Om zijn vermengen van werelden in een krachtige, ritmische taal, alsook zijn woede, ondanks enkele zijner opvattingen: Ezra Pound.
(De late) Kees Ouwens: om zijn denken dat zich maniakaal uit zichzelf weg probeert te redeneren.
Als altijd Friederike Mayröcker: vooral haar werk uit grofweg de jaren 1960/70 is een van de belangrijkste invloeden op mijn poëzie als geheel. Zeker het gedicht 'Tod durch Musen' uit 1965 klinkt met zijn open structuur en de grove richting van zijn betekenis in deze bundel door, zou je desgewenst kunnen geloven. Kon ik het maar vertalen, maar dat is lastig...
En als altijd Hans Arp: om zijn humor, zijn tederheid, zijn boosheid, de onafhankelijkheid van zijn beelden.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties