De IJslandse dichteres Gerður Kristný (1970) was in 2008 te gast op Poetry International te Rotterdam. Zij studeerde Frans en Vergelijkende Literatuurwetenschap en promoveerde op het werk van Baudelaire. Haar debutbundel Ísfrétt verscheen in 1994. Daarna volgden nog twee bundels, Launkofi in 2000 en Höggstaður in 2007. Behalve poëzie schrijft zij romans, kinderboeken, toneelstukken en korte verhalen. Een keuze uit haar gedichten verscheen in 2007 in een vertaling van Roald van Elswijk in de bloemlezing Moordliederen. Moderne IJslandse poëzie, een publicatie van uitgeverij Wilde Aardbeien. De hier opgenomen gedichten zijn uit deze bloemlezing afkomstig. (Kees Klok)
Wak
Drijfijs in mijn ogen
rijp in mijn hart
je handen
ongetemde sledehonden
boven ons
troont de maan
te midden van sterren
schietschijf
omgeven door gaatjes
van verdwaalde pijltjes
Vök
Ísrek í augum
héla í hjarta
hendur þínar
ótamdir sleðahundar
yfir okkur
trónir tungl
á meðal stjarna
skotskífa
innan um göt
eftir örvar sem geiguðu
Anne
Overdag hoor je geen geluid
van de weduwe Anne die
op de bovenste verdieping woont
- behalve wanneer ze indut
boven haar dagboek en het
op de grond laat vallen
Verder hoor je niets
's Nachts is het een ander verhaal
dan breekt er een hels kabaal los
Vrienden van Anne rennen de trap op
begroeten haar luidkeels
en beginnen te feesten
Sommigen hebben een fles met karnemelk bij zich
anderen hadden nog wat eieren
Tegen de ochtend krijgen de buren genoeg
van het vioolspel en het gelal
Snel nemen de gasten afscheid
en stappen de betonnen muur binnen
Ik heb ze nooit horen weggaan
Wanneer de politie de deur opent
zit Anne aan de keukentafel
te schrijven
Anna
Á daginn berst ekki múkk
fiá Önnu sem býr
í ekkjudómi á efri hæðinni
- nema þegar hún dottar
yfir dagbókinni og
missir hana í gólfið
Annars ekki múkk
Öðrum máli gegnir á næturnar
þá brýst út heilmikið heljarinnar múkk
Vinir Önnu vaða upp stigann
heilsa með hrópum
og slá upp veislu
Sumir eiga súrmjólk á flösku
aðrir luma á eggi
Undir morgun fá nágrannarnir nóg
af fiðlum og fjöldasöng
Gestirnir kveðja með hraði
og stíga inn í steypta veggina
Ég heyri þá aldrei fara
Þegar lögreglan lýkur upp dyrunum
situr Anna við eldhúsborðið
og skrifar
Gedicht over mijn moederland
De kou biedt me
uit bezorgdheid een hol aan
Ik zou mijn oor bij
de barst in het ijs leggen
in de hoop
het te horen wijken
als ik niet wist
dat ik vast zou vriezen
Het ijs laat niemand gaan
je kunt er beter aan toegeven
De sneeuwvlakte
een dekbed om onder te kruipen
Iedere mens
een veertje tussen vele
IJsland
een uitgestrekt doodsbed
mijn naam geborduurd
op een bevroren sloop
Ættjarðarljóð
Kuldinn býr mér
híði úr kvíða
Ég leggði eyrun við
brestum í ísnum
í von um að
heyra hann hörfa
ef ég vissi ekki
að ég frysi föst
Ísinn sleppir engum
eins gott að láta undan
Snjóbreiðan
sæng að vefja um sig
Hver maður
fjöður meðal fiaðra
Ísland
útbreidd banasæng
nafn mitt saumað
í hélað ver
Gerður Kristný
Vertaling: Roald van Elswijk
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Vind ik haar gedichten mooi? Mwaaoh
Mag deze dichteres in de Playboy? Yes!
Geplaatst door: Kees Godefrooij | 21-11-09 om 20:03