De romanschrijver en dichter Roel Richelieu Van Londersele debuteerde in 1973 met de dichtbundel Marie Sans Toiltette. Sindsdien bouwde hij een groot oeuvre op. Recente titels: De vriend van Vesalius (roman, 1997) en Een mens op de bodem (gedichten, 2005) Van Londersele publiceert misdaadromans onder zijn ingekorte naam LONDERSELE.
In de periode 2003-2005 was hij de eerste Gentse stadsdichter.
de gebrekkige dagen, de stoel kleden met je trui,
de koffie sterker zetten, luidkeels
klaar roepen, beneden aan de trap
een wereldwijd web spannen over je geur,
buiten mij om praten met het behang,
dat je vanmorgen nog heeft gezien
om plaats te maken voor je komst.
alles neem ik terug: mijn haastige lach,
mijn onhandig woord, mijn oude vingers
ik wil door jou gevonden worden
Ik kan in deze bundel weer niet anders dan mezelf zijn. Dat wil zeggen dat ik niet voorbij kan aan een romantische ondertoon, noem het een zekere blues. Maar sentimentaliteit is de grootste vijand van het gedicht. Daarom moet het taalkunstwerk altijd primeren en moet de mooie-woordjes- poëzie zeker worden vermeden. Ik heb niets wereldschokkends te vertellen. De grote thema’s liggen weer op mijn weg. Ze werden mij door de urgentie opgedrongen. Door mij alweer te buigen over liefde, dood, eenzaamheid, verdwenen ouders en nageslacht rest mij alleen nog de taal om er toch weer ‘iets anders’ van te maken.
Alles is al gezegd, maar ik moet het toch fris formuleren. Die zoektocht brengt mij niet bij één of andere vorm van postmodernisme. Voor mij komt elke bundel weer neer op dezelfde uitdaging: een eenvoudig, menselijk gevoel met sobere, alledaagse woorden kneden tot een niet-alledaags beeld.
Mijn inspiratie ligt diep in mijn darmen. Ze is vuil en moet vaak gewassen worden, geboend, gepolijst. Daarna breng ik haar onder in een raster, een strenge structuur. Ik wil de emotie kristalliseren, zodat ze geen kant meer op kan. Deze bundel is natuurlijk geen bloemlezing van wat ik de voorbije acht jaar heb geschreven. Een gedicht moet tot leven komen in een strakke cyclus.
Vandaag is mijn poëzie soberder geworden en staat mijn visie vast. Ik lees per week beroepshalve (ik geef literaire creatie aan de Ieperse Academie en feedback poëzie bij Wisper) 100 à 200 gedichten. In mijn zoektocht naar ‘het schitterende gedicht’ dat als voorbeeld kan dienen, kom ik toch steeds terecht bij dichters die erin slagen hun emotie onderkoeld onder te brengen in een toegankelijke formulering. Dichters die erin slagen met krantenwoorden een uniek woordwereldje te scheppen dat toch veel herkenningspunten in zich draagt.
Ik vind het zo heerlijk als ik door de inspiratie word overvallen, maar ze is zeker geen garantie voor een voldragen gedicht.
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
'ik zal je nabootsen,...'maar ook 'je bent een gerucht in de gang,...'en 'het glas op het nachtkastje waakt' uit de cyclus 'De schade' en zo kan ik er nog veel opnoemen. kortom een bundel om van te genieten zoals je van een goed glas wijn geniet.
Geplaatst door: Yerna Van den Driessche | 26-10-09 om 23:52
Vaak zijn de betrachtingen die een dichter verspreidt over zijn schrijfsels fraaier dan de verzen zelf, dat is bij deze dichter niet het geval want de gedachtes in deze tekst zijn prachtig geformuleerd, maar toch, werk dat eens uit tot een sonnet. Ga de confrontatie aan met een onmogelijke bruid – de koningin der dichtvormen – en graaf wortel in de traditie.
Geplaatst door: Kees Godefrooij | 27-10-09 om 11:45
Kees Godefrooij, Leeftijd: 0
Ik laat me inspireren
door de eeuwen heen
Ik heb een voorkeur
de essentie
Burgerlijke staat
Woonachtig in provincie
Opleiding / beroep
Ik internet / Ik sport
Ik bezoek concerten
Ik bezoek het theater
Ik bezoek de bioscoop
Televisie kijken doe ik
Ik bezoek het café
Ik bezoek de discotheek
hoewel ik de idee van het vrije vers niet afwijs
Geplaatst door: Hans Smit | 28-10-09 om 0:57