Onze oproep op gedichten voor of over de op 11 oktober heilig te verklaren pater Damiaan te schrijven, inspireerde Fred Papenhove tot dit gedicht. Norbert de Beule klom ook in de pen. Met eveneens een fraai resultaat. Lammert Voos tekende voor Damiaan-gedicht nr. 3. Dorpsdichteres Tine Hertmans schreef nummer 4. Nummer 5 was van Gerard Scharn. Maarten Das schreef nummer 6:
bij de heiligverklaring van pater Damiaan, 11 oktober 2009
Ikzelf leef niet meer,
maar Christus leeft in mij.
jullie te ziften als de tarwe,
maar Ik heb voor u gebeden,
dat uw geloof niet zou bezwijken.
En gij, als gij eenmaal
tot bekering gekomen zijt,
versterk dan uw broederen.
en wees als nieuw deeg.
U bent immers als ongedesemd brood.
En wat u zaait, heeft nog niet
de vorm die het later krijgt;
het is nog maar een naakte korrel.
Maar komen de plekken, nadat de stenen
uit het huis zijn verwijderd
en de muren zijn afgekrabd
en opnieuw bepleisterd, toch weer tevoorschijn
en stelt de priester bij het onderzoek vast
dat deze groter zijn geworden,
dan heerst er in het huis
een kwaadaardige uitslag;
het is onrein.
En Hij strekte de hand uit,
raakte hem aan
en zeide: Ik wil het, word rein.
Bij het horen van die woorden
kon Jozef zijn tranen
niet bedwingen.
© Maarten Das
Het hele gedicht bestaat uit Bijbelcitaten, te weten:
Galaten 2:20 (Willibrordvertaling)
Filippenzen 2:7 (Willibrordvertaling)
Lucas 22:31 (Statenvertaling)
1 Korinthiërs 5:7-8 (Willibrordvertaling)
1 Korinthiërs 15: 37 (Nieuwe Bijbelvertaling)
Leviticus 14:43-45 (Willibrordvertaling)
Lucas 5:13(Statenvertaling)
Genesis 50:17 (Nieuwe Bijbelvertaling)
De titel is ontleend aan psalm 51:9 (Was mij, dan ben ik witter dan sneeuw; Statenvertaling) en verwijst bovendien naar de bijbelse omschrijving van de gevolgen van melaatsheid, namelijk een huid zo “wit als sneeuw”(zie o.a. Exodus 4:6; Statenvertaling).
In twee gevallen (Lucas 22:31 en Leviticus 14:43) heb ik een minieme wijziging doorgevoerd, omwille van de leesbaarheid van het gedicht.
In het gedicht wordt onder meer verwezen naar elementen uit de jeugd van pater Damiaan, die als jongen in de graanhandel van zijn vader werkte, maar zich uiteindelijk toch aansloot bij zijn broers in het klooster. Ook zijn eigen melaatsheid komt aan bod, waarin hij gelijk werd aan de patiënten waar hij voor zorgde. Het laatste vers verwijst zowel naar zijn oorspronkelijke naam Jozef als naar zijn kloosternaam Damiaan (die is afgeleid van het Griekse woord voor ‘bedwingen’)
MD
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Excuus: het moest zijn 1 Korinthiërs 5:7 in de Nieuwe Bijbelvertaling.
Geplaatst door: Maarten Das | 8-10-09 om 11:25
Mooi, dank je wel!
Geplaatst door: Veronie | 8-10-09 om 11:42
Holy flarf!
Geplaatst door: Nanne Nauta | 8-10-09 om 12:42