Dalende oplagecijfers hebben het literaire tijdschrift in een crisis doen belanden en vragen geplaatst bij nut en noodzaak van de instandhouding ervan. Legitieme vragen, wat mij betreft, die zouden moeten leiden tot een herbezinning op inhoud en verschijningsvorm. En dat ze zich herbezinnen, laten tijdschriftredacteuren keer op keer weten, maar een uitkomst blijft vooralsnog uit.
Op deze wijze is het echt een kwestie van tijd en zullen, helaas, vrijwel alle literaire tijdschriften spoedig verdwijnen. Het spenderen van tienduizenden euro's per jaar subsidie aan een handjevol abonnees zal, als er niets gebeurt, steeds verder onder druk komen te staan en uiteindelijk in een volgende bezuinigingsronde een halt worden toegeroepen. Het is niet anders.
Het beeld dat Bommeljé en Lievers van zichzelf oproepen door de uitkomsten van Temmes onderzoek bot te bagatelliseren, is dat van vastgeroeste conservatievelingen in paniek. En dat is killing voor elke “directeur” in zwaar weer. Nuance, zelfreflectie en een wil tot verandering zouden beter zijn geweest. Laten we het er maar op houden dat de heren, net als Balkenende gisteren, hun dag niet hadden.
Temme geeft een richting aan waarin literaire tijdschriften zich zouden kunnen ontwikkelen: de handen ineenslaan en online gaan. Dat is een waardevolle suggestie, die aansluit bij de hedendaagse vraag naar toegankelijkheid en directe participatie. Op internet zijn ruim voldoende voorbeelden voorhanden van kwalitatief hoogstaande literaire informatievoorziening, maar in Nederland en Vlaanderen kan men maar niet of nauwelijks iets moois van de grond tillen à la Jacket Magazine. En dat is toch te gek voor woorden! Wat een zootje. Weg met die redacteuren.
Foto: de Espresso Book Machine.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
"Maar aan bijvoorbeeld een ingezonden brief in een krant of tijdschrift kun je inderdaad niets meer veranderen."
Voor dat ingezonden stuk wordt dan ook wat meer (redigeer)tijd genomen voordat het gepubliceerd wordt.
Geplaatst door: Emma Burns | 23-9-09 om 14:32
'Voor dat ingezonden stuk wordt dan ook wat meer (redigeer)tijd genomen voordat het gepubliceerd wordt.'
Dat is wel een aanname. Wat mij met name opvalt de laatste 38 jaar is de ongelofelijke luiheid van de journalistiek. Maar ze zullen best een spellchecker op kantoor hebben, dat wil ik best geloven.
Geplaatst door: M.H.Benders | 23-9-09 om 14:44
Die haakjes staan daar niet voor niets, ik bedoel het uiteraard wat breder. Of het nou minder lui zou kunnen of niet, aan een literair blad wordt inhoudelijk aandacht besteed, door die drie eerder genoemde 'groepen'. Van mij mag dat zo blijven. Net als dat het snelle van internet met literaire discussies die uiteindelijk over haarkleur gaan ook ok is.
Geplaatst door: Emma Burns | 23-9-09 om 14:57
Ik zie het hier niemand over 'haarkleur' hebben. Wat ik wel zie is wat mensen die geen interesse hebben in het discussieren over wat het mechaniek achter de 'werkelijkheid' is en liever het schaduwspel van een valse tegenstelling (papier-digitaal) observeren. Dat vind ik zowiso frappant aan het literaire wereldje: die eeuwige roep om 'debat' voornamelijk door lui die aan debat toch echt een broertje dood hebben.
Geplaatst door: M.H.Benders | 23-9-09 om 16:07
@ Benders: je hebt ten dele gelijk. Ik neem als redacteur meer tijd voor mensen die al elders hebben gepubliceerd. Ik ga er overigens niet zonder meer van uit dat men dus beter is dan inzenders zonder referenties. Maar schrijvers en dichters die enkele publicaties op hun naam hebben staan hebben inderdaad al een paar hordes genomen op hun literaire weg.
Zo zou ik, als ik een restaurant had, ook eerder kijken naar een sollicitanten die bij sterrenrestaurants aan de kachel hebben gestaan, dan bij mensen die een paar jaar in cafetaria 't Hoekje hebben gewerkt. Maar je hebt gelijk, misschien kookt de laatste wel beter.
Geplaatst door: Coen Peppelenbos | 23-9-09 om 17:09
Martijn: de manier waarop je cultureel kapitaal verwerft is natuurlijk relevant en jouw hele notie van referentiële economie dus ook. Maar het is nogal een afslag vanuit de discussie "papier vs. internet", omdat de redactionele mechanismen van tijdschriften niet anders zullen worden enkel door online te gaan.
Het zou natuurlijk kunnen dat het medium internet op termijn grote invloed krijgt op de manier waarop een tijdschrift wordt geredigeerd. Als dat zou gebeuren, dan zouden die tijdschriften ook ophouden tijdschrift te zijn op de manier waarop we dat kennen. Er zou iets nieuws kunnen ontstaan (al onze blogs bij elkaar wijzen al op tal van richtingen). Maar voorlopig zie ik nog wel een rol weggelegd voor het tijdschrift, hoe het zich ook distribueert.
Terzijde: de dichter Jack Spicer verbood distributie van zijn gedichten aan de Oostkust, maar hij had een actieve kring van discussiegenoten aan de Westkust. Distributie is niet altijd waar het om gaat.
Geplaatst door: Samuel Vriezen | 23-9-09 om 17:41
"Martijn: de manier waarop je cultureel kapitaal verwerft is natuurlijk relevant en jouw hele notie van referentiële economie dus ook. Maar het is nogal een afslag vanuit de discussie "papier vs. internet", omdat de redactionele mechanismen van tijdschriften niet anders zullen worden enkel door online te gaan."
Precies wat ik zeg: er verandert essentieel niets. Dezelfde structuren worden op internet herschapen, naar hun eigen evenbeeld. Waarom denk je dat die bladen 1.2 miljoen krijgen om een site te bouwen en de Contrabas niks krijgt? Men is puur en alleen geinteresseerd in het kopieren van bestaande machtsstructuren, van enige werkelijke drang tot vernieuwing is geen enkele sprake.
"Het zou natuurlijk kunnen dat het medium internet op termijn grote invloed krijgt op de manier waarop een tijdschrift wordt geredigeerd."
Mijn ervaring met Loewak is dat mensen puur om referentiele redenen 'mee willen doen' - ik heb veel mensen benaderd, en bijna iedereen wil altijd meedoen en doet vervolgens geen fluit. De enige verklaring die ik ervoor kan verzinnen is een soort referentiedwang.
Geplaatst door: M.H.Benders | 23-9-09 om 18:49
"Zo zou ik, als ik een restaurant had, ook eerder kijken naar een sollicitanten die bij sterrenrestaurants aan de kachel hebben gestaan, dan bij mensen die een paar jaar in cafetaria 't Hoekje hebben gewerkt. Maar je hebt gelijk, misschien kookt de laatste wel beter."
Een sterrensysteem veronderstelt nog enige mate van kundigheid bij de beoordeling. Het probleem in letterenland is dat de hele economie in dusdanige mate referentieel geworden is dat iemand totaal niet meer hoeft te 'koken', het volstaat een lange lijst referenties te hebben. Daarom kan het Fonds der Letteren af met 2 'poezieadviseurs' die nog nooit iets gepresteerd hebben en kan het NRC als 'kwaliteitskrant' af met een kneus als Arie van den Berg.
Je krijgt dan automatisch dat de echte intelligentia zich van het systeem afkeren.
Geplaatst door: M.H.Benders | 23-9-09 om 18:58
@Coen: Je hebt een aardige collage samengesteld met citaten waaruit zou blijken dat Bastiaan Bommeljé zijn rol als redacteur van het literair tijdschrift 'Hollands Maandblad' of het belang van 'Hollands Maandblad', of de rol van literaire tijdschriften in het algemeen, zou overschatten.
Ik stel daar één citaat tegenover, van B.B. zelf, genomen uit een inmiddels alweer relatief oud commentaar: 'Bovendien is het wellicht nuttig hier vast te stellen dat een redacteur van een literair tijdschrift nooit of te nimmer de betekenis, invloed en waarde van zijn tijdschrift zal overschatten. Hij weet namelijk als de beste hoe klein, relatief onbetekenend, en arbeidsintensief zijn werk is. Men zie de adembenemdende stiltes die Schröder hierboven beschrijft als reactie op de inspanningen van de Revisor.'
Alle citaten waar jij mee op de proppen komt, tonen enkel dat B.B. (of H.M.) (en andere (redacteuren van) literaire tijdschriften) een vrij/relatief strenge kwaliteitsnorm hanteert; de door jouw veelgeciteerde 'hoge drempel'. Ik zie niet in wat dit te maken heeft met overschatting van belang of reikwijdte van het literair tijdschrift (en/of oplage, aantallen lezers, kopers en abonnees). Relatief strenge kwaliteitseisen, namelijk in vergelijking met veel internetsites en -blogs en ook met kleinere literaire tijdschriften. En ook in vergelijking met uitgeverijen die jagen op vluchtige, platte, vlot geschreven (lees: erbarmelijk geformuleerde) romannetjes. B.B. erkent ruiterlijk dat literaire tijdschriften doorgaans een marginaal verschijnsel zijn (op kwantitatief gebied; in oplage; maar ook in maatschappelijk belang en reikwijdte) – maar dit kan vanzelfsprekend samengaan met hoge kwaliteit.
Een goed product bieden, dat maar door weinigen geconsumeerd wordt – maar door voldoende mensen, daar gaat het om.
Waarom wijst het hanteren van een kwaliteitscriterium op grenzeloze zelfoverschatting?
Verder - Samuel Vriezen zei het al in een inmiddels ook al wat ouder commentaar – is de discussie inmiddels aardig afgedreven/afgedwaald.
De eigenlijke discussie ging niet om papieren tijdschrift versus digitaal tijdschrift, en hun respectieve voor- en nadelen. Beide hebben voldoende voor- en tegenstanders om voorlopig te kunnen (voort)bestaan.
De discussie betrof de scriptie van Temme, de inzet hiervan. Temme beweert dat literaire tijdschriften hun functies (kweekvijver, doorgeefluik en plaats van debat) hebben verloren.
Een betoog steekt in essentie simpel in elkaar: 1) these/stelling; 2) argumenten ten faveure van de stelling; argumenten die tegen de stelling ingaan ook aan bod laten komen maar deze adequaat 'neutraliseren'; 3) een conclusie, die de stelling al dan niet onderschrijft.
In het geval van de scriptie van Temme doet zich een aantal problemen voor:
1)Feitelijk gaan er allerlei VOORONDERstellingen (premissen, aannames) aan de stelling vooraf, m.a.w. zijn these impliceert nogal wat premissen, en het is nog maar zeer de vraag of deze aannames juist zijn... of, bijvoorbeeld, onjuist, vals. Heeft een literair tijdschrift ueberhaupt/daadwerkelijk een kweekvijverfunctie? Een doorgeefluikfunctie? Een debatplaatsfunctie? Dat is aanvechtbaar.
Misschien is dit niet in overeenstemming met de praktijk/de realiteit, misschien zijn deze functies of taken van literaire tijdschriften wel 'projecties' van Temme, drogbeelden, geprojecteerde en geen werkelijke functies.
2)Stel je zou toch, 'for argument's sake', meegaan in deze aannames (ook al beschouw je ze als 'vals'), dan nog is door verscheidene (oud-)redacteurs van literaire tijdschriften aangetoond, dat literaire tijdschriften de kweekvijverfunctie hoe dan ook wel degelijk vervuld hebben. Bastiaan Bommeljé heeft voldoende voorbeelden gegeven voor 'HM' (en doorstroom naar Nieuw Amsterdam; hoewel juist die doorstroom, de doorgeefluikfunctie heel eng gedefinieerd als een directe link van literair tijdschrift naar uitgeverij van datzelfde tijdschrift), Victor Schiferli deed hetzelfde voor 'Bunker Hill' (of wellicht andere literaire tijdschriften)(en De Bezige Bij (of Thomas Rap)).
3)Ten derde: als er een kentering (en niet enkel lichte verschuiving) moet worden aangetoond door de onderzoeker, dan moeten er *twee* periodes worden onderzocht, met exact dezelfde criteria en methodiek, zodat de uitkomsten van die twee perioden naast elkaar kunnen worden gelegd. Zoiets heet comparatief onderzoek. Pas dan kunnen er eventuele conclusies worden getrokken, nog los van punt 1 en 2. Zulks is hier duidelijk *niet* het geval. Temme heeft slechts 1 periode onderzocht, en dat met uiterst twijfelachtige methoden.
Volgens mij moet de discussie zich hierop toespitsen, op bovenstaande punten, en niet op het debat papieren versus digitaal tijdschrift, want Temmes beweging in de richting van een digitaal tijdschrift is slechts een aanbeveling op basis van een invalide onderzoek. (Op basis van valse premissen en ondeugdelijke methodes, waarbij evidente tegenargumenten (en 'hard' cijfermateriaal) gemakzuchtig worden genegeerd.)
Geplaatst door: Willem Thies | 23-9-09 om 20:12
Overigens denk ik, zoals Benders, dat het meeste ook wel op internet mogelijk is. Hoogstaande kwaliteit, diepgravende analyses, goede gedichten van debutanten *en* 'oudgedienden', et cetera et cetera. In theorie (en ook in de praktijk) is dit allemaal mogelijk. Maar zelf hecht ik *ook* aan het fysieke tijdschrift (als lezer; niet alleen voor de redacteurs geldt dit); is *geen* nostalgie of sentimentaliteit noch gemakzucht; het leest rustiger/prettiger, het is mooier: het papier (zeker als het niet van dat glanzende papier is, maar wat ruw, vrij zwaar papier), de typografie, en algehele vormgeving, enzovoort.
En, ach, een jaar of 15 dacht ook iedereen dat de langspeelplaat (het 'vinyl') zou verdwijnen, en volgens mij is die levender dan ooit - mede dankzij de dj's. Maar ook omdat muziekfanatici het geluid (mits op een heel goede geluidsinstallatie afgespeeld, met heel goede speakers) van een elpee beter (en warmer/voller minder vlak) achten dan dat van een cd. Daarnaast spelen voor anderen inderdaad ook nostalgische/sentimentele redenen (waaronder het kraken van de plaat, de ruis, de stofjes), of esthetische (de mooi vormgegeven elpeehoezen, vaak met songteksten erin, het glanzende vinyl).
De discussie elpee versus cd is alweer oud; tegenwoordig is het eerder: muziek downloaden (legaal dan wel illegaal) of cd's kopen (vaak met hele boekwerkjes in de hoesjes).
Hoe dit ook zij, de elpee bestaat nog altijd, en is zelfs weer in opkomst. Dat ondanks concurrentie van mp3-speler, Ipod, cd's, internet, muziekclips op tv, etc.
Maar goed, dit is een heel andere discussie, net als de discussie papieren versus digitaal tijdschrift. Het gaat om de intrinsieke waarde van het papieren literair tijdschrift. Die is er.
Geplaatst door: Willem Thies | 23-9-09 om 20:59
@ Thies: laat ik op je gebruikelijk breedvoerige stukken kort antwoorden en mijzelf niet herhalen. 'Waarom wijst het hanteren van een kwaliteitscriterium op grenzeloze zelfoverschatting?' Zoals gewoonlijk bij jou weer een verkeerde samenvatting: ik beweer helemaal niets van die strekking. Ik vind dat de zelfoverschatting vooral blijkt uit de wijze waarop Bommeljé schrijft over andere tijdschriften, kranten en mensen die een andere mening hebben.
Je vergelijking van een literair tijdschrift met een oude, krakende elpee vind ik wel weer erg mooi.
@ Benders: ik ken die mensen bij het Fonds niet, dus daar heb ik geen oordeel over (noch over hun adviezen). Ik vind dat Arie van den Berg altijd wel inzichtelijk schrijft over poëzie. Misschien hangen jullie andere poëtica's aan, maar dan moet je het daarover hebben.
Geplaatst door: Coen Peppelenbos | 23-9-09 om 21:40
@Coen: in 5 van de 7 citaten die je gebruikt om te 'onderbouwen' dat B.B. aan 'grenzeloze zelfoverschatting' zou 'lijden', neemt hij de woorden 'hoge drempel' in de mond. In het zesde citaat worden de woorden 'hoge drempel' weliswaar niet gebruikt, maar wel woorden van gelijke strekking (het inferieure 'wegfilteren', niet toelaten, een dam opwerpen tegen de 'rotzooi'). In het 7de citaat zegt B.B. slechts, zeer legitiem en onschuldig, dat Temme er beter aan had gedaan eerst de tijdschriftredacties te benaderen/raadplegen, in plaats van klakkeloos en kritiekloos een krantenstukjesschrijver na te papegaaien.
JIJZELF brengt dus overduidelijk deze 'grenzeloze zelfoverschatting' ondubbelzinnig in verband met de 'hoge drempel'. Deze 'hoge drempel' noem ik inderdaad kwaliteitscriterium of kwaliteitsnorm of kwaliteitseis; dat is hij ook, komt op hetzelfde neer. Je mag hem ook 'filter' noemen. Voor mijn part 'goede smaak'.
Het zijn dus je eigen woorden, dan wel woorden van gelijke strekking.
Lees voor de gein eens je eigen woorden na, en dan met name de bovenste opsomming citaten, zeven in getal, die jij fanatiek hebt zitten traceren & knippen & plakken, op basis waarvan jij B.B. hebt beticht van 'grenzeloze zelfoverschatting'.
Ik wist al dat je niet in staat bent te lezen (en interpreteren, duiden, analyseren, etc.) wat ANDEREN schrijven, maar dat je niet in staat bent te lezen wat je ZELF schrijft, valt me zelfs van jou tegen.
Gegroet, ik trek me terug uit de 'discussie'.
Wat heeft het allemaal voor zin als mensen niet luisteren of lezen naar de ander (en zich zelfs niet bewust zijn van wat ze *zelf* schrijven)? Je zou er misantroop van worden...
Geplaatst door: Willem Thies | 23-9-09 om 22:14
Waarom gebruiken mensen HOOFDLETTERS als ze iets met NADRUK willen zeggen?
Geplaatst door: Coen Peppelenbos | 23-9-09 om 22:21
OMDAT JE TEGEN DOVE MENSEN HEEL HARD MOET SCHREEUWEN, PEPPI!!
Geplaatst door: Willem Thies | 24-9-09 om 1:57
Nou dat was voor Willempie toch een heel kordate reactie.
Geplaatst door: Coen Peppelenbos | 24-9-09 om 8:37
Nog los van de papier-of-digitaal-discussie: is het hele concept van 'de identiteit' van een tijdschrift niet langzamerhand achterhaald? Leven we niet (steeds meer) in een Angelsaksische tijd waarin ook hoger opgeleiden en literatuurliefhebbers zeggen 'een tekst boeit me of boeit me niet, basta!', ongeacht de literair-historische of poëticale kontekst? En is dat niet de WARE REDEN waarom de toch vaak (zeer) particuliere voorkeuren van redacties steeds minder begrepen en geconsumeerd worden? Laatst kreeg ik van Arnoud (v A) het expliciete advies om niet naar 'Parmentier' te sturen omdat ik niet 'experimenteel' genoeg ben. Ik neem hem dat niet kwalijk (verre van! de intentie is zelfs nobel), maar dat hele 'spel' van toch tamelijk ondoorzichtige (in 2009 zou je zeggen: weinig transparante) criteria, maakt het schouderophalen van het publiek in de richting van deze tijdschriften mijns inziens alleen maar groter.
Voor de duidelijkheid: ik probeer hier een maatschappelijke ontwikkeling in beeld te brengen en een intuïtieve reden aan te geven waarom literaire tijdschriften onherroepelijk op weg zijn naar de 'uitgang'. Iets anders is de vraag: waardeer ik de geschetste ontwikkeling zelf als positief? Dan zeg ik: nee. Persoonlijk houd ik van literaire tijdschriften met een eigen signatuur, maar in het politiek-economische veld waarin subsidies verantwoord dienen te worden, hebben de gevestigde literaire tijdschriften - om redenen die ik hierboven heb geschetst - een steeds groter probleem!!!
Geplaatst door: Hans van Willigenburg | 24-9-09 om 10:42
Vernieuwing is een heel verwarrend begrip. Omdat je namelijk voor letterlijk alles wat gemaakt wordt altijd wel een voorloper kunt aantreffen kun je ook altijd aantonen dat iets niet "nieuw" is. Daar komen heel wat misvattingen vandaan. Zo belangrijk is dat "nieuw" dus niet; wat telt is hoe je iets opnieuw leert zien, voorbij vigerende representaties. Dus geloof ik sterk in het bestaan van zoiets als een "experimentele traditie". Die in het geheel niet op de jaren-80 anything-goes teruggaat (anything goes is nou juist geen experimentele houding, maar gewone bevestiging van "anything" dat al bestaat) maar eeuwenoud is.
Wat de identiteit van de tijdschriften betreft: als een tijdschrift alleen maar alles publiceert wat hoogopgeleiden "boeit", dan ben ik daar zelf waarschijnlijk niet een van. Dat is ook precies wat er mis is met die hele notie van "literaire kwaliteit". Ik heb geen "literaire kwaliteit" nodig: ik heb in mijn kast nu al meer literaire kwaliteit dan ik in mijn leven gelezen ga krijgen. Ik wil liever weten wat iemand (of een tijdschrift) te melden heeft.
Geplaatst door: Samuel Vriezen | 24-9-09 om 13:06
"Dus geloof ik sterk in het bestaan van zoiets als een "experimentele traditie"."
Ik ook, met als basaal verschil met de meeste formalisten dat ik niet geloof in experimenten die zich beperken tot het papier.
"Dat is ook precies wat er mis is met die hele notie van "literaire kwaliteit". Ik heb geen "literaire kwaliteit" nodig: ik heb in mijn kast nu al meer literaire kwaliteit dan ik in mijn leven gelezen ga krijgen. Ik wil liever weten wat iemand (of een tijdschrift) te melden heeft."
Dat is precies ook mijn insteek. Ik krijg de wereldliteratuur nooit uitgelezen, dus heb echt geen gebrek aan kwalitatief referentiemateriaal. Het grote probleem wat ik met de meeste dichters heb is, inderdaad, dat ze eigenlijk niks te vertellen hebben. Dat is mijns inziens zo omdat je als je 'experiment' tot het medium zelf beperkt (en niet bijvoorbeeld je leven - jezelf als een proefkonijn zien) je onvermijdelijk een formalist wordt.
Geplaatst door: M.H.Benders | 24-9-09 om 13:16