Dalende oplagecijfers hebben het literaire tijdschrift in een crisis doen belanden en vragen geplaatst bij nut en noodzaak van de instandhouding ervan. Legitieme vragen, wat mij betreft, die zouden moeten leiden tot een herbezinning op inhoud en verschijningsvorm. En dat ze zich herbezinnen, laten tijdschriftredacteuren keer op keer weten, maar een uitkomst blijft vooralsnog uit.
Op deze wijze is het echt een kwestie van tijd en zullen, helaas, vrijwel alle literaire tijdschriften spoedig verdwijnen. Het spenderen van tienduizenden euro's per jaar subsidie aan een handjevol abonnees zal, als er niets gebeurt, steeds verder onder druk komen te staan en uiteindelijk in een volgende bezuinigingsronde een halt worden toegeroepen. Het is niet anders.
Het beeld dat Bommeljé en Lievers van zichzelf oproepen door de uitkomsten van Temmes onderzoek bot te bagatelliseren, is dat van vastgeroeste conservatievelingen in paniek. En dat is killing voor elke “directeur” in zwaar weer. Nuance, zelfreflectie en een wil tot verandering zouden beter zijn geweest. Laten we het er maar op houden dat de heren, net als Balkenende gisteren, hun dag niet hadden.
Temme geeft een richting aan waarin literaire tijdschriften zich zouden kunnen ontwikkelen: de handen ineenslaan en online gaan. Dat is een waardevolle suggestie, die aansluit bij de hedendaagse vraag naar toegankelijkheid en directe participatie. Op internet zijn ruim voldoende voorbeelden voorhanden van kwalitatief hoogstaande literaire informatievoorziening, maar in Nederland en Vlaanderen kan men maar niet of nauwelijks iets moois van de grond tillen à la Jacket Magazine. En dat is toch te gek voor woorden! Wat een zootje. Weg met die redacteuren.
Foto: de Espresso Book Machine.
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Nou omdat ik de kwaadste niet ben, zal ik nog één keer in woorden van een halve lettergreep proberen uit te leggen waar Temme al in zijn uitgangspunt over debuten en kweekvijvers de plank fundamenteel misslaat.
(Overigens zou ik zeggen dat de verpletterende argumenten van Menno Lievers tegen de opzet, methode en conclusies van de scriptie ten onrechte in veel van het bovenstaande worden genegeerd, maar goed, ieder heeft recht op zijn eigen verblinding.)
De cruciale vraag is: wat is een debuut in de literaire werkelijkheid (i.t.t. tot in een scritpie Neerlandistiek).
Laten we Anke Scheeren nemen als verhelderend en exemplarisch voorbeeld.
1) Zij publiceert voor het eerst in de schoolkrant.
2) Zij publiceert een keer in een laagdrempelig tijdschrift als Lava.
3) Zij stuurt werk op naar Hollands Maandblad, waar haar talent wordt opgepikt, en haar inzending met allerhande redactionele aanmoedigingen en uitvoerige suggesties wordt teruggezonden met het verzoek een nieuwe versie in te zenden. Dit proces van interactie tussen auteur en redacteur herhaalt zich bij volgende verhalen over een periode van meer dan twee jaar. Anke Scheeren ontvangt ondertussen van HM een aanmoedigingsstipendium, en wordt vervolgens doorgesluisd naar de uitgever van HM om te zien of er tot boekpublicatie gekomen kan worden.
4) Het komt tot een debuut in boekvorm bij de uitgever van HM. Dit boek wordt een groot succes met 8 drukken in korte tijd en extreem lovende recensies in bijvoorbeeld NRC HB.
Afgezien van dit mooie einde gaat het bij vrijwel alle literaire loopbanen op deze wijze: men debuteert in etages en fases.
Volgens de criteria en volgens de scriptie en volgens zeggen van Temme heeft HM in hier beschreven proces GEEN kweekvijverfunctie vervuld, daar het "debuut" uitsluitend bij de schoolkrant of bij Lava lag. HM krijgt een "0" van Temme en het verwijt dat het blad "niet meer"de functie van kweekvijver vervuld.
Het zou interessant zijn om te horen van Anke Scheeren (af van al die andere auteurs die bij HM en andere literaire tijdschriften worden begeleid wat ZIJ ZELF als hun kweekvijver zien.
Zonneklaar blijkt hier hoe de werkelijkheid volkomen anders is dan de tellingen van Temme.
Toevallig sprak ik gisteren Gerrit Komrij, die deze discussie overigens licht verbaasd en minzaam glimlachend volgt. Zijn woorden: "Ach, je verschijnt ergens voor het eerst op papier, maar je echte debuut is als je verschijnt in het tijdschrift waar je altijd in wilde worden afgedrukt.' In zijn geval verscheen hij voor het eerst op papier met een gedicht in Propria Cures, maar beschouwt hij zijn eerste werk in HM als zijn "literaire debuut". Hij zou echter ook niet zijn meegeteld door Temme ten faveure van HM als "kweekvijver".
Maar dan de door Temme opgelegde verplichting verplichting aan Literaire Tijdschriften om als kweekvijver te moeten fungeren. Dit is al even onzinnig als zijn omgang met debuten. Zoals uit het voorbeeld van Anke Scheeren (en Gerrit Komrij) blijkt, functioneren tijdschriften als kweekvijver omdat ze een hoogwaardig en begerenswaardig podium bieden, NIET omdat beginnelingen er maar wat mogen aanklooien.
Hoe hoogdrempeliger het tijdschrift hoe serieuzer de kweekfunctie voor degeen die (met al dan niet schoolkrant en Lava of Vooijs achter de rug) de drempel weet te halen.
De drempel van tijdschriften is bedoeld om de onzin buiten te houden en interessante schrijvers (debutanten evengoed als oude rotten, beginnelingen evengoed als doorgewinterde auteurs) binnen te halen en te houden. Literaire tijdschriften WILLEN helemaal geen "directe participatie" - op dat moment zouden zij ophouden een literair tijdschrift te zijn.
Je hoeft literiare tijdschirften helemaal niet te lezen hoor, je kunt er in een boog omheen lopen, als je wilt, maar als je er iets mee wilt, dan dien je te beseffen dat hun bestaan gegrondvest is op hoge drempels. Literaire tijdschriften willen meer aspirende schrijvers buiten de deur houden dan binnenlaten.
Kort gezegd: "debuten" en "kweekvijvers" zijn in de literaire werkelijkheid veel en veel complexer, paradoxaler en beweeglijker, dan Temme met zijn even rigide als naïeve telling meent te weten.
De bouwstenen waarmee hij tot zijn bevindingen komt, kloppen dus niet, en dat alleen al maakt zijn "aanbevelingen" voor de toekomst van literaire tijdschriften lachwekkend en futiel.
Geplaatst door: Bastiaan Bommeljé | 19-9-09 om 11:06
De uitspraak van Komrij dat een echt debuut een debuut is in "het tijdschrift waar je altijd in wilde worden afgedrukt" mag stilaan toch wel worden getransponeerd naar : "het webmagazine dat actueel is en voor iedereen toegankelijk". Hoogdrempeligheid voor de kwaliteit akkoord. Hoogdrempeligheid voor de toegankelijkheid, daarvan zeg ik, anno 2009: niet akkoord.
Geplaatst door: jan Pollet | 19-9-09 om 11:35
Een exemplarisch voorbeeld van een kweekvijver. Ongetwijfeld zijn er meer van deze praktijkvoorbeelden.
Cruciaal voor een kweekvijver is een deskundige beheerder, of als je het anders wilt noemen: redacteur.
Hoe meer van deze "gevallen" er via het kanaal van een tijdschrift doorbreken des te belangrijker is de functie van dat tijdschrift (of die redacteur) geweest.
Vergelijkend onderzoek naar een serie van zulke gevallen zou tegenwicht moeten opleveren voor de stellingname in de scriptie van Bart Temme.
Overigens is de functie van een tijdschrift(redacteur) ook het met succes motiveren van inzenders om te stoppen met schrijven. Ook een onontgonnen terrein.
Geplaatst door: Wim van Til | 19-9-09 om 11:35
Ik heb een tijdje in een kunstinitiatief gewerkt. In de commissie die moest beoordelen wie daar mocht exposeren en wie niet. Daar zag ik precies hoe dat in zijn werk gaat: het zwaarst telt 'waar heeft hij nog meer geexposeerd' en nauwelijks het werk zelf.
Dat bedoel ik met referentiele economie. Onze politiek werkt precies htezelfde: wij hebben een minister van Economische zaken die niks van economie weet, maar wegens zijn 'referenties' op die plek terecht is gekomen.
Het argument dat zo'n referentieel mechanisme 'betere kwaliteit' oplevert lijkt mij sterk bedenkelijk. Ook het argument dat zo'n referentiele structuur een 'hoge drempel opwerpt' vind ik al zeer twijfelachtig. Wat het feitelijk doet is de basis (kunstenaar) heel veel energie laten stoppen in het creeeren van een CV (waar heeft hij geexposeerd) en dat dan, valselijk, presenteren als een kwalitatieve hoedanigheid.
Geplaatst door: M.H.Benders | 19-9-09 om 12:21
Toch een vraag aan Ton van 't Hof; waar blijven de verhalen, als de tijdschriften online gaan? Waar blijven de lange essays? Moeten we zulke lange teksten voortaan ook van een beeldscherm lezen? (Wie doet dat eigenlijk nog, een verhaal van tien kantjes tot zich nemen, over het toetsenbord gebogen, al scrollend?) Hoe moet het met de prachtige themanummers van de Gids, de initiatieven om schrijvers te benaderen met specifieke opdrachten, of een nummer als Tirade vorig jaar maakte, waarbij achtergebleven koffers werden ingekocht en uitgereikt aan schrijvers? Wie gaat al die dingen doen? Ik heb dat op internet nog nergens gezien...Wie neemt die 'functie' dan over?
Geplaatst door: Ruth Frosser | 19-9-09 om 13:16
Ruth, heb je Jacket Magazine ooit bekeken? Met artikelen, essays, interviews etc. van soms wel meer dan 50 gedrukte pagina's lang? Heb je hun "themanummers" gezien? Internet werpt wat dat betreft geen enkele belemmering op, dat doet hooguit de mens zelf. Bovendien kun je, als je dat zou willen, digitale teksten naar keuze printen op papier en achter in de tuin lezen. Of je gebruikt een e-reader.
Geplaatst door: Ton van 't Hof | 19-9-09 om 13:54
Ton, ik ken Jacket Magazine en ben er best enthousiast over - met name omdat de auteurs zonder betaling meewerken en de kwaliteit desondanks tamelijk hoog ligt. Het wachten is denk ik op een onderzoek naar het surfgedrag van de lezers van zulke sites. Daarover is nog niet veel bekend, ook niet bij Jacket Magazine zelf. Het aantal bezoekers laat nog niet veel zien van de mate waarin de langere verhalen / essays gelezen worden. Uit Nederlands onderzoek is in ieder geval gebleken dat mensen langere teksten niet op het scherm lezen. Het is te vermoeiend voor de ogen en bovendien lezen jongere lezers steeds vaker zoals ze televisie kijken - zappend. E-readers lijken tot nu toe ook geen grote hit te worden. Overigens, de man achter Jacket Magazine neemt zelden of nooit ongevraagde bijdragen op...Dus over een paar jaar kan Temme wellicht gaan onderzoeken wat het nut van zo'n site precies is...Ik hoop overigens wel dat er tegen die tijd ook een Nederlandse Jacket te onderzoeken valt.
Geplaatst door: Ruth Frosser | 19-9-09 om 15:24
Dag,
in de vorige en deze discussie komt het mij ook vreemd voor (zoiets schreef ik gisteren al, maar dat is verwijderd, terwijl er geen aantijging of belediging in voor kwam) dat er een directe lijn wordt gesuggereerd van uitgever van literair tijdschrift naar uitgever van bundel. Ik weet honderd procent zeker dat publiceren in Hollands Maandblad en Pa§ionate (waar overigens, anders dan Bart Temme aannam, volgens mij niet met neonsticker op stond dat het een debuut betrof, ik zie dat soort marketing zelden) mij heeft geholpen verder te schrijven en uitgegeven te worden, maar dat was vervolgens wel heel ergens anders. Zoals Bastiaan zegt: die hele ontwikkeling is complexer, en gelukkig maar, want anders zouden de bladen meer reclamefolders voor "hun" uitgeverij zijn.
Overigens van harte gefeliciteerd met de ophef rond de scriptie. De buitenwereld bereiken is iets wat de meeste afstuderenden niet lukt.
groeten Vrouwkje
Geplaatst door: Vrouwkje Tuinman | 19-9-09 om 16:13
Cijfers over hoeveel mensen een lang stuk op Jacket ook écht lezen zouden me niet zo veel zeggen. Het gaat nooit om hoeveel mensen iets lezen, maar om waar dat lezen toe leidt.
Bij Jacket valt niet alleen op dat het niveau vaak hoog ligt, maar dat er zeer actieve discussie in en rond dat webzine plaatsvindt, met vaak forse over-en-weers, en bovendien tref je regelmatig verwijzingen naar die stukken op andere blogs en sites. Dat zijn dingen die me meer zeggen dan lezersaantallen.
Als een tekst die iets belangrijks zegt over een onderwerp vrij toegankelijk is, dan heeft die tekst al effect. Al is het omdat je in verdere discussie altijd naar zo'n tekst kunt verwijzen.
Geplaatst door: Samuel Vriezen | 19-9-09 om 16:20
Wellicht iets voor een nieuwe rubriek op de Contrabas? Het debuut. Hoe en waar debuteerde je met je eerste gedicht? Hoe zag het traject tot aan je eerste bundel er uit?
Geplaatst door: Tsead Bruinja | 19-9-09 om 16:34
Onderstaand betoog schreef Victor Schiferli op een andere tak van dit "debat".
Iemand uit de praktijk dus ook, en zijn opvattingen zijn het waard om ook hier te plaatsen ter demonstratie van de absurditeit van deze hele discussie - en om Ton van 't Hof duidelijk te maken dat er van "vastgeroeste conservatievelingen" bij literaire tijdschriften geen enkele sprake is.
Schiferli:
"Als ik kijk naar de auteurs die onder mijn hoede debuteerden toen ik redacteur bij de Bezige Bij (2001-2007) was, dan heb ik die vrijwel allemaal gevonden via het literaire tijdschrift, al dan niet via Bunker Hill waarvan ik ook redacteur was. Ik kan iedereen hier verzekeren dat elk literair tijdschrift, hoe 'groot' of hoe nietig ook, door de redacties van literaire uitgeverijen op de voet wordt gevolgd.
Soms ga je er achteraan en vis je achter het net, soms krijg je contact met zo iemand maar komt er toch geen boek uit, en soms leidt het tot een boekuitgave (soms bj de eigen, soms bij een andere uitgeverij). Soms is het ook belangrijk om iemand die lange tijd niets heeft gepubliceerd een nieuwe kans te geven, soms debuteert iemand die we alleen als romancier kenden in een tijdschrift met gedichten. Allemaal belangrijke 'functies', maar ik denk niet dat iemand die bladen maakt daar zo pragmatisch over denkt. Hij heeft contact met auteurs en schift en selecteert.
Debuten die ik uitgaf: Walter van den Berg (vond ik via een verhaal in De Gids), Jan Willem Anker (zat bij de ingezonden post voor Bunker Hill, waarna hij daar @Thies met niet 1 maar 4 gedichten debuteerde, nog voordat er van een debuutbundel sprake was), Thomas Blondeau (ik meen De Brakke Hond of De Revisor), Peter du Gardijn (vond ik in Tirade maar stond al veel eerder in De Revisor), Barbel Geijsen (gedichten in Raster), Sanneke van Hassel (een verhaal in Tirade).
Daarvoor was ik als redacteur de bladen dankbaar en ik denk dat de auteurs ook blij waren dat ze een uitgeverij als de Bij vonden via een tijdschrift. En ik denk dat bladen, of ze nu op het internet staan of worden gedrukt, nog steeds die rol kunnen spelen. Van cijfermatig onderzoek gaat altijd iets demagogisch uit, de cijfers zijn hard en maken de nuancering onzichtbaar - zoiets als uitrekenen wat 'de allochtoon' ons kost.
Als je het aantal debuten te weinig vindt, weet dan in elk geval dat er altijd hard, soms tot het wanhopige toe, naar ze gespeurd wordt - ze worden zeker niet bewust buiten de boot gehouden. Als je uitrekent wat 'het literair tijdschrift' kost, kom je uit bij een bedrag dat iedereen schandalig vindt. Als je de waarde van een tien-, twintig- of dertigtal literaire debuten wilt aangeven, kun je die niet in cijfers uitdrukken."
Geplaatst door: Bastiaan Bommeljé | 19-9-09 om 17:20
@Vrouwkje: ik heb nergens beweerd, dat er op HM of Passionate een sticker zou staan met 'Vrouwkje Tuinman debuteert'. Maar voor- of achterin een tijdschrift staat altijd een korte biografie van de schrijver. Daarin wordt meestal melding gemaakt of er sprake is van een debuut. Toen je in Passionate dus debuteerde, zal er in jouw biografie niet hebben gestaan dat je eerder in een schookrant debuteerde.
Geplaatst door: Bart Temme | 19-9-09 om 18:51
Bart Temme noemt De Gids, Tirade, Hollands Maandblad en De Revisor de ‘belangrijkste’ Nederlandse literaire tijdschriften van dit moment. Zo’n eclatant waardeoordeel lijkt me alvast niet in overstemming met zijn wetenschappelijke aanpak. Daarnaast zie ik voor een literatuurperiodiek wel andere belangrijke functies weggelegd dan louter en alleen het plaatsen van debutanten en het entameren van literaire debatten. Wat te denken van het ontsluiten van anderstalige literaturen? Of van het publiceren van experimentele, ‘avant-gardistische’ literatuur die anders goeddeels onopgemerkt zou blijven? Of van het participeren in maatschappelijke debatten? Of van het signaleren en analyseren van literaire tendensen? Door het literaire tijdschrift te reduceren tot kweekvijver en debatplaats geeft hij mijns inziens een sterk vertekend beeld van de tijdschriftenpraktijk.
Geplaatst door: Arnoud van Adrichem | 19-9-09 om 18:55
Kijk, eindelijk iemand die wat zinnige argumenten te berde brengt.
Geplaatst door: M.H.Benders | 19-9-09 om 19:07
@Arnoud van Adrichem: lees mijn scriptie en ontdek, dat ik niet beweer dat de tijdschriften alleen een kweekvijver en debatplaats moeten zijn. Ik heb me bewust op deze functies gericht omdat juist over deze functies er veel debat is geweest de laatste tijd (voornamelijk in NRC).
Geplaatst door: Bart Temme | 19-9-09 om 19:10
Wat een rare uitvlucht zeg. Als iemand in de krant een evident onzinstuk over tijdschriften schrijft (Berkhout in NRC), kun je daar de tijdschriften zelf toch niet op vastnagelen? Je kunt Katja Schuurman toch ook niet verantwoordelijk houden over wat Privé over haar schrijft? Dat is toch geen manier van wetenschap bedrijven?
Is het dan nooit in je opgekomen - voordat je bent gaan tellen - om bij de tijdschriften zelf na te gaan wat hun ECHTE opvattingen zijn over "kweekplaats" en "debatplaats"?
Is het je dan niet opgevallen dat Ilja Pfeijffer destijds niet in "debat" ging met Berkhout, maar gewoon gehakt maakte van zijn stuk?
Heb je niet doorzien dat het gezever in de krant over de "taak" van tijdschriften "kweekplaats" en 'debatplaats" te zijn, neerkwam op journalistieke platitudes, nostalgisch verlangen naar een niet-bestaand verleden en pijnlijke ondeskundigheid?
Denk je kortom niet dat je voor de opvattingen van tijdschriften beter bij de tijdschriften zelf te rade kan gaan, in plaats van bij krantenstukjes?
Geplaatst door: Bastiaan Bommeljé | 19-9-09 om 19:30
Vanzelfsprekend heb ik je scriptie gelezen. Daarin zie ik nergens aangetoond dat De Gids, Tirade, Hollands Maandblad en De Revisor de belangrijkste literaire tijdschriften van dit moment zijn. Dat vooral NRC de tijdschriften reduceert tot een kweekvijver en debatplaats, betekent natuurlijk niet dat jij dat ook moet doen. Dat eenzijdige beeld rijmt op geen enkele manier met de hedendaagse tijdschriftenpraktijk.
Geplaatst door: Arnoud van Adrichem | 19-9-09 om 19:44
Vanzelfsprekend heb ik je scriptie gelezen. Daarin zie ik nergens aangetoond dat De Gids, Tirade, Hollands Maandblad en De Revisor de belangrijkste literaire tijdschriften van dit moment zijn. Dat vooral NRC de tijdschriften reduceert tot een kweekvijver en debatplaats, betekent natuurlijk niet dat jij dat ook moet doen. Dat eenzijdige beeld rijmt namelijk op geen enkele manier met de hedendaagse tijdschriftenpraktijk.
Geplaatst door: Arnoud van Adrichem | 19-9-09 om 19:47
Ik heb inmiddels 'geleerd' dat ook in de literatuur bijna alles draait om... geld (zie het gedoe rond literaire prijzen, zie het gedoe rond de DDV, zie het gedoe rond beurzen). Hoe verschrikkelijk Nederlands! Want ook bij deze discussie hangt natuurlijk weer een zak geld boven de markt (welk blad krijgt hoeveel subsidie? en waarom precies?). En de vrees bij de 'gevestigde tijdschriften' om verlies aan status en budget is evident. Het zou, wat mij betreft, bijna een troost zijn als bewezen zou worden dat literaire tijdschriften andere (literair afwijkende!) criteria hanteren dan uitgevers met dollartekens in hun ogen. Maar gelet op de reacties van de 'gevestigden' doen ook zij braaf hun best toch vooral het eigen nut en de eigen smeeroliefunctie in het literaire landschap te benadrukken (en daarmee hun budget veilig te stellen). Wát een treurigheid! De enige die nog buiten-bedrijfsmatig lijkt te durven denken, is Van Adrichem. Toch maar 'ns een abonnement nemen op Parmentier???
Geplaatst door: Hans van Willigenburg | 19-9-09 om 19:57
Om even advocaat van de duivel te spelen: Van Adrichem bracht wat goede punten naar voren, maar legde niet uit waarom dit wel in een tijdschrift en niet op een website mogelijk zou zijn. En dat is nu juist waar het hier om ging.
Geplaatst door: M.H.Benders | 19-9-09 om 20:10
Kan Bommeljé zich niet laten omscholen tot naaimachinemonteur in combinatie met een koperen handdruk in de vorm van een Mauviel soeppan…?
Geplaatst door: Gerrit Kortenaar | 19-9-09 om 20:14
@Benders. Tja, er speelt hier natuurlijk ook nog een 'theatraal' element. In de papieren wereld (met enveloppes, met wachttijden, met standaardafwijzingen) zit de redacteur nog eenzaam op zijn (of haar) troon te resideren en kan zich aldus, tot op zekere hoogte, 'God' over 'ja' of 'nee' wanen. Op internet is de werkelijkheid veel diffuser en krijg je al snel 'ruis op de lijn' met goedgebekte hooligans als Van Willigenburg en Benders (ha, ha! - ons hele Lindner-item is van de Bas gehaald!), en daar kan de generatie-Bommeljé om heel bgerijpelijke redenen niet erg goed mee omgaan. Wat ik maar zeggen wil: het is een kwestie van tijd voordat ook de omkieperaars van subsidiegelden zelf intensieve internetgebruikers zijn en de vermaledijde geldstroom een andere kant op sturen. PS: blijf benieuwd naar Arnoud's visie hierop.
Geplaatst door: Hans van Willigenburg | 19-9-09 om 20:37
Het lijkt mij zeer toe te juichen als een substantieel deel van de 1,2M door het fonds verplicht besteed zou moeten worden aan het opzetten van een gezamenlijk digitaal tijdschrift. Het zou tevens een noodzakelijke samenwerking tussen de bestaande tijdschriften afdwingen, een hogere omloopsnelheid binnen nieuwere redactievormen met zich mee brengen, en meer platforms bieden dan de nu op minder dan een hand te tellen internettijdschriften.
Van een vervanging, waarover in sommige reacties wordt gerept, lijkt mij geen sprake; als de internethistorie ons iets heeft geleerd is het dat 'nieuwe channels' nooit de 'oude' vervangen, maar complementeren.
Geplaatst door: Arjan Keene | 19-9-09 om 22:08
Ik snap één ding niet zo goed...Als alles wat een literair tijdschrift te bieden heeft net zo makkelijk online kan...en als dat bovendien veel minder zou kosten...waarom is zoiets tot nu toe dan niet ontstaan? Zou dat komen omdat schrijvers niets doen zonder honorarium? Of omdat ze geen behoefte hebben om onder ieder verhaal een sliert discussiërende lezers aan te treffen? Ik vind een Gids in de hand en een borrel ernaast toch niet te vergelijken met een beeldscherm en een reactieknop...Zou dat de leeftijd zijn? Mijn hemel...
Geplaatst door: Ruth Frosser | 19-9-09 om 22:20
"Zou dat komen omdat schrijvers niets doen zonder honorarium?"
Dat ook, maar vergeet niet het 'elan'. Er is simpelweg geen enkel literair internettijdschrift dat de naam en uitstraling van een traditioneel tijdschrift heeft. Wat dat betreft moet ik Bommelje en de zijnen groot gelijk geven: het internet heeft tot nu toe nagelaten in kwalitatief opzicht concurrentie te bieden. Dat ligt deels aan het idee dat op internet alles gratis moet zijn, deels aan het gebrek aan uitstraling, deels aan de moeilijkheid superioriteit te suggereren ten opzichte van subversieve elementen die je in discussie niet aankunt (dat probleem heeft een 'normaal' tijdschrift niet) en deels aan het oude-jongens krentenbrood circuit wat helemaal niet van plan is internet veel kans te bieden omdat dat simpelweg niet tot hun voordeel strekt. Redenen genoeg, dus.
Geplaatst door: M.H.Benders | 19-9-09 om 23:00