Literaire tijdschriften hebben hun functie als kweekvijver verloren en zijn geen
barometer meer van het literaire debat. Dat staat in de masterscriptie ‘Het
literaire tijdschrift als kweekvijver en debatplaats. Een stand van zaken’,
waarmee Bart Temme onlangs zijn studie Nederlandse Taal & Cultuur aan de
Rijksuniversiteit Groningen afrondde.
Bart Temme
(1984) studeerde Nederlandse Taal & Cultuur (Moderne Letterkunde) in
Groningen. Debuteerde met proza en poëzie in Tzum. Is momenteel boekhandelaar
bij Boekhandel Van der Velde in Leeuwarden.
Hieronder staat een samenvatting van zijn scriptie. Het hele document is hier te bekijken >> Download Het literaire tijdschrift als kweekvijver en debatplaats. Een stand van zaken
De afgelopen maanden maakten verschillende media, zoals NRC Handelsblad, De Papieren Man, Boekblad en De Contrabas, diverse malen de balans op van het Nederlandse literaire tijdschrift. Opvallend was, dat in deze artikelen en berichten veelal terugkeerde, dat het literaire tijdschrift haar functie als kweekvijver en debatplaats zou zijn kwijtgeraakt.
Twee weken geleden ben ik aan de Rijksuniversiteit Groningen afgestudeerd met mijn masterscriptie Het literaire tijdschrift als kweekvijver en debatplaats. Een stand van zaken. In deze scriptie heb ik de recente berichtgeving over het literaire tijdschrift als leidraad gebruikt. Ik heb namelijk onderzocht in hoeverre de vier grootste en belangrijkste Nederlandse literaire tijdschriften (De Gids, Tirade, Hollands Maandblad en De Revisor) nog fungeren als kweekvijver voor nieuw talent en als debatplaats voor het literaire debat.
Het onderzoek
Voor het onderzoek naar de kweekvijverfunctie van de literaire tijdschriften, heb ik tien jaargangen van de vier tijdschriften onderzocht: van 1999 tot en met 2008. Daarnaast heb ik bekeken in hoeverre de debutanten van een viertal grote literaire uitgeverijen (de Arbeiderspers, de Bezige Bij, Meulenhoff en Querido) in de periode 2003 – 2008 voor hun debuut in literaire tijdschriften actief zijn geweest. Voor het onderzoek naar het literaire debat in de tijdschriften heb ik een langere periode genomen, namelijk vijftien jaargangen: van 1994 tot en met 2008. Dit onderzoek leidde tot een aantal opvallende conclusies.
Het literaire tijdschrift als kweekvijver:
In de tien jaargangen (1999 – 2008) publiceerden 3849 auteurs werk in de vier grote literaire tijdschriften. Slechts 52 (1,4%) van deze auteurs was tijdschriftdebutant.
- Ilja Leonard Pfeijffer, redacteur van De Revisor, heeft dus ongelijk wanneer hij in NRC Handelsblad (22 februari 2008) beweert, dat in het literaire tijdschrift ‘de literatuur van morgen’ wordt geboren.
- Het merendeel van de auteurs (55,8%) die in de afgelopen tien jaar in één van de vier literaire tijdschriften debuteerde heeft nog geen debuutwerk gepubliceerd.
- Het merendeel van de debutanten (69,6%) heeft zijn debuut ondergebracht bij een andere uitgever dan de uitgeverij die ook het literaire tijdschrift uitgeeft waarin deze auteurs debuteerden. De uitgevers van literaire tijdschriften gebruiken de eigen tijdschriften dus nog zelden als fuik om nieuwe auteurs te acquireren voor hun fonds.
- Literaire uitgeverijen baseren zich tegenwoordig bij hun selectie van nieuwe auteurs nog nauwelijks op de al door literaire tijdschriften gemaakte selectie van beginnende auteurs. Het merendeel van de auteurs (84%) die tussen 2003 – 2008 bij de Arbeiderspers, de Bezige Bij, Meulenhoff en Querido debuteerden heeft namelijk niet voor het debuut in literaire tijdschriften gepubliceerd.
- Karel Berkhout heeft dus gelijk wanneer hij in NRC Handelsblad (15 februari 2008) schrijft, dat ‘nieuwe auteurs op eigen kracht een uitgever’ vinden.
- H.C. ten Berge, oprichter Raster, heeft dus gelijk wanneer hij in NRC Handelsblad (4 december 2008) zegt, dat nieuwe auteurs niet meer via de tijdschriften worden verworven.
Kortom: het literaire tijdschrift heeft zijn functie als kweekvijver verloren.
Het literaire tijdschrift als debatplaats:- In de periode 1994 – 2008 stonden 48 bijdragen in de vier literaire tijdschriften (De Gids, Tirade, Hollands Maandblad en De Revisor) die wilden aanzetten tot een literair debat. Dat is nog geen één procent (namelijk 0,8%) van het totale aantal bijdragen (5812) dat in de vier literaire tijdschriften verscheen.In de periode 1994 – 2008 zijn er bijna geen literaire debatten geweest in de vier grote Nederlandse literaire tijdschriften. Van de 48 bijdragen die wilden aanzetten tot een literair debat, groeiden er slechts tien uit tot debat doordat andere deelnemers in de literaire tijdschriften en in dag- en weekbladen op de bijdragen reageerden.
- De resultaten hebben laten zien, dat Lisa Kuitert gelijk heeft wanneer ze in Vrij Nederland (10 januari 2009) zegt, dat literaire debatten tegenwoordig slechts een marginale rol spelen in de literaire tijdschriften. ·
Kortom: het literaire tijdschrift is geen barometer meer van het literaire debat.
Hoe kan het, dat de literaire tijdschriften deze belangrijke functies hebben verloren?
1. Debutanten verwerven geen symbolisch kapitaal meer door in het tijdschrift te publiceren. Een uitgeverij liet namelijk deze erkenning vaak meewegen in haar beslissing om een auteur al dan niet als debutant voor haar fonds te verwerven. Dit is alles geldt niet meer.2. Debutanten passeren tegenwoordig het literaire tijdschrift en vinden zelf hun weg naar een uitgeverij. Dit houdt onder andere verband met de huidige ‘overproductie’. Er wordt in het wilde westen van de uitgeverswereld met hagel geschoten. Tien keer schieten, één keer raak, dat is de methode die uitgevers steeds vaker hanteren in de hoop een bestseller te scoren. Debutanten plukken hier de vruchten van.
3. De opkomst van de literaire agent speelt ook een rol. De literaire agent heeft bepaalde taken van de tijdschriftredactie overgenomen.
4. Wat betreft de teloorgang van de podiumfunctie voor het literaire debat in de literaire tijdschriften moet er worden verwezen naar de rol van de dag- en weekbladen. Het literaire debat zich tegenwoordig namelijk veelal afspeelt in kranten en weekbladen. Enkele voorbeelden: het debat rond Thomas Vaessens’ Revanche van de roman, Ilja Leonard Pfeijffer en Erik Jan Harmens publiceerden in Trouw een ‘Manifest voor riskante literatuur’ (opvallend is, dat Pfeijffer hier het landelijke dagblad Trouw kiest als aanzet tot een literair debat, terwijl hij zelf redacteur is van De Revisor) en het debat over de literaire tijdschriften werd eveneens in de dag- en weekbladen gevoerd. Overigens moet hierbij wel een kanttekening worden gemaakt. Tegenwoordig staan ook de boekenbijlagen in de dag- en weekbladen onder druk. Het is maar de vraag of de kunstredacties van de landelijke dag- en weekbladen in hun boekenbijlagen en culturele supplementen in toekomst ruimte blijven bieden aan debatten.
Wat moet er gebeuren?
1. De vier tijdschriften die in dit onderzoek centraal staan, moeten hun krachten bundelen. Zij kunnen de eerste stap zetten richting een elektronisch tijdschrift waar volop plaats zal zijn voor het debat.2. Om een elektronisch tijdschrift te kunnen financieren is hulp én subsidie van het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds (NLPVF) nodig. Het fonds moet net als de Nederlandse literaire tijdschriften haar houding ten opzichte van het internet veranderen.
3. De komende jaren moeten de tijdschriften dus overgeheveld worden naar het internet, maar eerst moeten de vier grootste Nederlandse literaire tijdschriften en de NLPVF de handen ineen slaan en werken aan een sterk interactief elektronisch tijdschrift, waar het literaire debat kan zegevieren.
© Bart Temme
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Dit is toch oude koek. Het literaire tijdschrift is vooral een verkapt melkertbaantje voor wat redacteuren. Het perpetuum mobile van referentiele peer review is totaal geen betrouwbare standaard voor literaire kwaliteit. Zulke blaadjes moeten gevuld worden. Wie maar lang genoeg genoeg gedichten stuurt zal altijd gepubliceerd worden, ongeacht de kwaliteit. Hoe meer blaadjes je publiceren des te eerder blaadjes je weer herpubliceren. Ergo, een zelfdraaiend referentieel wiel dat niks met kwaliteit te maken heeft. Is ook altijd al zo geweest, alleen heb je nog steeds wel malloten die trots achter op hun boek vermelden dat ze wel eens in blaadjes gestaan hebben.
Geplaatst door: M.H.Benders | 15-9-09 om 22:04
Interessant onderzoek.
Maar ..... 4 tijdschriften & 4 uitgevers kleuren de uitkomsten uitsluitend in voor deze partijen.
Geplaatst door: pietersz van calumburgh | 16-9-09 om 0:12
Goed dat e.e.a. eens een beetje in kaart is gebracht! Alleen... waar de conclusie op gebaseerd is dat het internet "dus" de rol van de literaire tijdschriften moet overnemen, is mij niet duidelijk.
Geplaatst door: Ralph | 16-9-09 om 9:03
Welke 'rol'? Hoezo 'kweekvijver', sinds wanneer moet talent 'gekweekt' worden? Wat is dat voor uiterst demagogische, pietluttige en aartsnaieve ambtenarentheorie? Gelooft er nou werkelijk iemand dat je 'talent kweekt' als je een blad maakt? Kweken talentenjachten talent? Zowiso, het woord 'talent' is van oorsprong toch alleen een financiele term.
Debat? Debat om het debat, als een soort 'Art pour l'art'? Dat is toch een volstrekt onzinnig decadentiefenomeen. Je hoeft toch maar de televisie aan te zetten om gelijksoortig eindeloos gelul in de ruimte te zien. Wat heeft 'debat' met literatuur te maken?
Geplaatst door: M.H.Benders | 16-9-09 om 9:31
@Ralph: in het bovenstaande stuk staat natuurlijk een samenvatting van de volledige scriptie. Ik beweer niet, dat het internet de volledige taken over kan nemen van de tijdschriften. Sterker nog: de kweekvijverfunctie zal ook door een digitaal tijdschrift niet kunnen worden overgenomen. Het tijdschrift - digitaal of niet - is deze functie gewoonweg kwijtgeraakt door een aantal factoren (symbolisch kapitaal, ander uitgeefbeleid, opkomst literair agent). Daarentegen denk ik wel, dat het debat kan herleven op een digitaal tijdschrift. Sites zoals De Contrabas zijn hier natuurlijk het bewijs van.
Geplaatst door: Bart Temme | 16-9-09 om 10:13
Tsja, deze jongeman weet duidelijk niet zo goed waar hij het over heeft. Hij begrijpt niet wat een "debuut" is, begrijpt niet wat "literair debat" is (dat bestaat toch helemaal niet !) en hij begrijpt niet hoe de literaire wereld in elkaar steekt, laat staan hoe boekuitgaven tot stand komen.
Wat erger is: zijn onderzoek slaat helemaal nergens op, in elk geval niet wat Hollands Maandblad betreft.
Er is overigens kort geleden een echt onderzoek geweest van de Vlaamse overheid met het Vlaamse Fonds voor de Letteren. Daaruit bleek zonneklaar dat 75% van de recente Nederlandstalige literaire debuten (roman of dichtbundel) rechtstreeks voortkwamen uit publicatie(s) in literaire tijdschriften.
Wat Hollands Maandblad betreft: iedereen die de fondslijst en de debuten van de afgelopen jaren van Uitgeverij Nieuw Amsterdam bekijkt (door de onderzoeker niet eens genoemd als uitgever van HM), ziet in één oogopslag de rechtstreekse doorstroom van debutanten vanuit HM: ik noem Eva Maria Staal (2 belangrijke literaire prijzen); Anke Scheeren (8 drukken), Krijn Peter Hesselink (2 dichtbundels in 2 jaar), Froukje van der Ploeg (succesvolle dichtbundel; veel radio-optredens), Thijs de Boer, en dan heb je nog Cathelijn Schilder, Annemieke Gerrist en talrijke anderen die via HM zijn gedebuteerd de afgelopen jaren.
Ik kan niet helemaal voor andere tijdschriften spreken (hoewel ik via Tirade ook heel wat belangrijke debutanten heb zien opkomen), maar de functie van Hollands Maandblad als lanceerplaats van literair talent is zo evident dat je wel doctorandus neerlandistiek moet zijn om het niet te zien.
Ik kan niet echt geloven dat dit als Master-thesis is geaccepteerd. Dan staat het er nog slechter voor met de universiteiten dan ik dacht. Blijkbaar heeft deze jonge master MET GEEN ENKELE REDACTEUR van de onderzochte tijdschriften contact gehad! Wat hij te berde brengt over fuseren in een elektronisch tijdschrift is dermate wereldvreemd dat hij blijkbaar volstrekt niet begrijpt wat een literair tijdschrift is. Het is deprimerend en verontrustend als dit serieus geldt als wetenschappelijk onderzoek.
Dit onderzoek lijkt heel erg op het tellen van de lidwoorden in Ulysses, om tot de conclusie te komen dat James Joyce een analfabeet is omdat hij de regels van de grammatica niet kent.
Geplaatst door: Bastiaan Bommeljé | 16-9-09 om 10:22
"Daarentegen denk ik wel, dat het debat kan herleven op een digitaal tijdschrift."
Welk debat?
Geplaatst door: M.H.Benders | 16-9-09 om 10:47
moet, moet, moet.
schrap dat maar eens eerst.
zonder inhoud valt een nieuwe
vorm ook niet te vullen.
Geplaatst door: der peter | 16-9-09 om 12:22
@Bastiaan Bommeljé: allereerst bedankt voor je reactie. Dit was mijn bedoeling: een debat aanzwengelen over het literaire tijdschrift. De afgelopen jaren zijn er verschillende discussies geweest, maar steeds ontbrak concreet cijfermateriaal. Hoeveel auteurs zijn nu werkelijk gedebuteerd in de tijdschriften? Hoeveel literaire debatten zijn er precies gevoerd in de tijdschrift? Ik vind dit cijfermateriaal belangrijk, omdat je de huidige stand van zaken van de tijdschriften dan breder ter discussie kunt stellen. Er werd de afgelopen jaren van alles beweerd door tijdschriftredacteuren, door critici, zonder dat dit onderbouwd werd met echt onderzoek.
Ik wil ingaan op een paar punten die jij aanhaalt. Ik heb het idee, dat jij niet de volledige scriptie hebt gelezen (jij bent meer van het korte verhaal, natuurlijk). Dat is jammer, want zo kun je natuurlijk nooit een inhoudelijk debat voeren. Hier de punten:
1. De debutanten (Staal, Hesselink, Van der Ploeg, Schilder, Gerrist, et cetera) die jij noemt, zijn allemaal verwerkt in de resultaten van de scriptie. Ik kan je de Excel-bestanden geven, waarin ze verwerkt zijn. Anke Scheeren ontbreekt in het onderzoek, omdat zij niet is gedebuteerd in HM, maar in Lava (ik begrijp - nu zij succes heeft - dat jij graag wilt doen geloven dat dit zo is, maar dat klopt gewoon niet).
2. Als je de volledige scriptie gelezen had, had je gezien dat HM en Tirade het er nog het best van afbrengen als het om kweekvijver gaat. Toch blijft het aantal debutanten in HM gewoonweg schraal. Jouw tijdschrift is namelijk een maandblad, het verschijnt talloze keren per jaar, jij vult vele bladzijden per jaar. Mijn onderzoek gaat over tien jaar: jij hebt in die tien jaar dus vele nummers laten verschijnen en duizenden pagina's gevuld. Dan is het aantal auteurs dat jij hebt laten debuteren - een handjevol - toch niet veel? Dat kun jij niet ontkennen!
Jij krijgt ondere andere subsidie van het NLPVF, omdat jij een kweekvijver moet zijn, maar de tijdschriften zijn nu eenmaal geen kweekvijvers meer. Raar.
3. Ik vind het jammer, dat jij mijn onderzoek niet serieus neemt. Ik heb een bijdrage willen leveren aan het huidige debat. Ik wil het literair tijdschrift niet torpederen. Ik ben juist een groot liefhebber van de literaire tijdschriften. Ik lees ze geregeld en zet me in de boekhandel in voor het tijdschrift. Ik denk, dat onze boekhandel de enige in Friesland heeft die zo'n uitgebreid aanbod aan tijdschriften heeft.
4. Jullie vergaderen al jaren met het NLPVF over de toekomst van het literaire tijdschrift en de mogelijkheden van het internet. Er is inmiddels een algemene portaalsite van de tijdschriften en onlangs is er een site gelanceerd waarop meer mogelijkheden moeten komen. Maar jullie blijven achter. Er is daadkracht nodig en die ontbreekt gewoon. Bij de tijdschriften en bij het NLPVF. Die wilden begin dit jaar, dat tijdschriften 'meer aanwezig' zouden zijn op internet. Veel te vrijblijvend allemaal. Er moet gewoonweg actie worden ondernomen.
Geplaatst door: Bart Temme | 16-9-09 om 12:22
bart,
zou je wellicht jouw definitie van 'debuteren' met ons willen delen? zelf heb ik voordat mijn eerste bundel uitkwam onder meer gepubliceerd in hollands maandblad. echter, als het gaat om de allereerste keer dat je woorden worden gepubliceerd, en enkel die unieke, specifieke keer (zoals je voorbeeld van anke scheeren en lava), dan vond mijn debuut plaats in sfinx, de schoolkrant van de rijksscholengemeenschap 's-hertogenbosch. en daarmee val ik dus buiten jouw onderzoek (wat sowieso het geval is omdat ik bij nijgh & van ditmar publiceer).
hartelijke groet, vrouwkje tuinman
Geplaatst door: Vrouwkje | 16-9-09 om 19:04
Dag Vrouwkje,
Ik maak in mijn scriptie onderscheid tussen een tijdschriftdebuut en een boekdebuut. Het is een onderzoek naar literaire tijdschriften, dus ik richt me enkel en alleen op de eerste publicaties in een literair tijdschrift (in het geval van mijn scriptie: De Gids, De Revisor, Hollands Maandblad en Tirade).
Als tijdschriftdebutant is beschouwd iedere Nederlandstalige auteur, die in de onderzochte tijdschriften en periode voor de eerste maal werk publiceerde in het desbetreffende tijdschrift. Een schrijver die dus eerst in een ander tijdschrift heeft gepubliceerd, dan in de vier onderzochte tijdschriften, heb ik weggelaten uit mijn onderzoek. Hij is immers al een keer ergens anders gedebuteerd. Om mijn corpus niet te groot te maken, heb ik me dus beperkt tot de vier grote tijdschriften. Een stuk in een schoolkrant telt niet mee. Toen jij voor de eerste keer in HM publiceerde, stond er vast niet bij dat jij eerder in Sfinx debuteerde. Nee, er zal gestaan hebben dat je voor het eerst debuteert in dit nummer van HM.
Geplaatst door: Bart Temme | 16-9-09 om 19:26
Helaas lijkt Bert Temme niet zo goed te begrijpen wat een literair debuut is. Als er (bijvoorbeeld) elf verhalen van Eva Maria Staal in Hollands Maandblad staan voordat zij in boekvorm "debuteert", betekent dat niet één keer een "debuut" in HM en tien keer "geen debuut", maar het betekent precies wat Temme meent te zoeken: de kweekvijverfunctie van een literair tijdschrift in volle werking, elf keer achter elkaar.
Bovendien betoogt Temme dat de tijdschriften geen kweekvijver "meer" zijn. Hoezo? Was het vroeger beter? Heeft hij dat ook "geteld"? En welk vroeger hebben we het dan over?
Daarenboven: wie heeft ooit beweert dat het zijn van een kweekvijver de belangrijkste taak van een literair tijdschrift is? Volgens mij heeft Temme dat helemaal zelf verzonnen. De taak van een literair tijdschrift is om goedgeschreven stukken te publiceren die ergens over gaan, dit in tegenstelling tot de flodderstukken over tijdschriften uit de krant die hij aanhaalt.
Zelf denk ik dat er juist veel te veel debuten zijn, dat debuteren en publiceren tegenwoordig veel te gemakkelijk is. Vandaar ook dat HM een zeer hoge drempel hanteert, voor debutanten en voor oudgedienden. Try it, and see for yoruself, zou ik zeggen.
Kort gezegd: zowel de presmissen, als het rekenwerk, als de argumenten als de conclusie van dit onderzoek lijken uitermate shaky, om het vriendelijk te zeggen.
Dat Temme debat wilt losmaken, lijkt me een zwaktebod. Nederland verdrinkt in debat en discussie; de kranten zijn onleesbaar door opiniegeleuter. Minder debat graag, en minder debuten. Geen literair gelul meer, maar liever een handvol goedgeschreven stukken die ergens over gaan.
Geplaatst door: Bastiaan Bommeljé | 16-9-09 om 21:55
@Bastiaan Bommeljé: het is een zwaktebod, dat u niet ingaat op de eerdere punten die ik heb aangehaald, het is een zwaktebod, dat u mijn volledige scriptie niet hebt gelezen, terwijl u hier wel losse berichten plaatst. Uw opmerking over het teveel aan debuten en het gemakkelijk debuteren en publiceren haal ik namelijk letterlijk aan in mijn scriptie. Dit bewijst maar weer eens, dat u niet de moeite neemt om u in het stuk te verdiepen.
Dat het literair tijdschrift sinds jaar en dag een kweekvijver functie heeft, staat buiten kijf. Als u goed de rapporten van de commisie 'Literaire tijdschriften' van het NLPVF over de literaire tijdschriften leest, dan ziet u dat zij u daarop beoordelen. Commissielid Atte Jongstra zegt in 2006 in één van die rapporten: ‘De functie van tijdschriften is die van de kweekvijver.'
Hoe komt u erbij, dat ik dat zelf zou verzinnen? Hetzelfde geldt voor het literaire debat. Ook dit is sinds jaar en dag een functie van het tijdschrift: debatten aanzwengelen. U zei het per slot van rekening zélf op 28 januari 2008 tijdens een forumgesprek (op uitnodiging van het NLPVF) over de literaire tijdschriften in De Balie. Als ik u even mag citeren: 'We zijn een kwaliteitsfuik voor de literatuur, de uitgevers en het literaire debat, en dat blijven we.'
Maar uit uw woorden begrijp ik, dat u ineens geen kweekvijver meer wil zijn voor debutanten, dat u geen literair debat meer wil aanzwengelen. Prima. Duidelijk! Maar sla in het vervolg het geld dat u van het NLPVF krijgt dan af, want u krijgt voor deze functies gewoon subsidie toegekend.
Geplaatst door: Bart Temme | 16-9-09 om 22:53
Bert Temme zou moeten weten dat een groot deel van de door hem onderzochte periode Hollands Maandblad inderdaad de subsidie van het NLPVF heeft afgewezen en teruggegeven, mede omdat we de beoordelingen in de rapporten van de commissies 'Literaire Tijdschrijften' beneden de maat vonden, en omdat we steevast in de lach schieten bij ronkende woorden van derden over de taak en functie van tijdschriften. Overigens staat nergens in de oude of nieuwe subsidieregeling dat een tijdschrift debuten of "debat" MOET genereren, dit zou ook onzinnig zijn gezien de aard van gesubsidieerde tijdschriften zoals Armada of De Parelduiker. Het criterium is dat een tijdschrift in algemene zin zichzelf kwalitatief dient te bewijzen.
En ja, het is evident dat veel tijdschriften nog steeds functioneren als kwaliteitsfuik. Zo zul je bijvoorbeeld Heleen van Rooijen en Kluun in Hollands Maandblad niet tegenkomen, hoewel die tegenwoordig als 'literair' gelden in de media en "buiten de tijdschriften om" hun "literaire debuut" hebben gemaakt. Nou, gefeliciteerd.
Ik weet niet wat literatuur is, en dat wil ik ook niet weten. Evenmin weet ik wat een "literair debat" is, en dat wil ik nog veel minder weten. Ik heb wel een neus voor literaire pretenties, literaire shit en literaire onzin. Dat ruikt namelijk al snel naar poeha en tijdverspilling. En meestal heb ik dan al snel wat beters te doen.
Ik beoog geenszins te zeggen dat de literaire tijdschriften onfeilbaar of uitmuntend zijn, en evenmin bedoel ik te zeggen dat de scriptie van Temme shit is in de categorie Van Rooijen, maar wel dat zijn opvattingen over "debuten" en "literaire debat" tamelijk vruchteloos zijn. Meer iets voor avondjes met neerlandici dan voor de literaire werkvloer.
Geplaatst door: Bastiaan Bommeljé | 17-9-09 om 2:07
@ Bastiaan
“Bert Temme zou moeten weten”
Waarom kies je voor deze wat literair aandoende constructie in een rechtstreeks (kotszakjes zijn verkrijgbaar in de foyer) 'debat'?
Geplaatst door: Erwin | 17-9-09 om 10:36
kotszakjes? ja, hier:
http://www.obras-del-alma.com/blog/?p=2087
Geplaatst door: der peter | 17-9-09 om 12:11
Bommeljé wil zich blijkbaar niet ergens in verdiepen en doet net alsof jouw scriptie een aanval is. Hij doet zich naïever voor dan hij is als hij zegt: 'Het criterium is dat een tijdschrift in algemene zin zichzelf kwalitatief dient te bewijzen.' Dan waren die reacties van het NLPVF wel korter geweest immers. Telkens wordt wel degelijk beargumenteerd waarom een tijdschrift een subsidie verdient of niet.
Die opmerking over Van Royen (schrijf in ieder geval de naam goed) en Kluun is aardig, maar het heeft niets met de scriptie te maken.
Het werk van Temme is goed onderbouwd. Dat haal je niet met enkele drogredenen onderuit.
Geplaatst door: Coen Peppelenbos | 17-9-09 om 13:53
@ Coen: 'drogredenen'?: volgens mij geeft BB enkele duidelijke voorbeelden die Temmes 'conclusies' onderuithalen. (Ik heb de volledige scriptie ook niet gelezen, en ben dat ook niet van plan; de door hemzelf geformuleerde samenvatting hierboven zegt voldoende.)
Ik knip&plak: * Karel Berkhout heeft dus gelijk wanneer hij in NRC Handelsblad (15 februari 2008) schrijft, dat ‘nieuwe auteurs op eigen kracht een uitgever’ vinden.
* H.C. ten Berge, oprichter Raster, heeft dus gelijk wanneer hij in NRC Handelsblad (4 december 2008) zegt, dat nieuwe auteurs niet meer via de tijdschriften worden verworven.
Kortom: het literaire tijdschrift heeft zijn functie als kweekvijver verloren.
Dit is toch allemaal tendentieus, reductionistisch, te kort door de bocht, ongenuanceerd?
Hij betrekt maar vier literaire tijdschriften in zijn onderzoek. Zelfs kleinere literaire tijdschriften als - het niet meer bestaande - 'Nymph' en 'Krakatau' hebben een kweekvijverfunctie (gehad) (en vervuld!). Tijdschriften als 'Bunker Hill', 'Passionate' en 'De Tweede Ronde' en vele andere worden buiten beschouwing gelaten.
Hij benadert van die vier (4!) literaire tijdschriften geen enkele redacteur. Dat lijkt me getuigen van een erg slordige & gemakzuchtige methode/werkhouding, die in journalistieke stukken niet getolereerd zou worden, en in academische stukken, in mijn tijd althans, evenmin getolereerd werd.
Vervolgens is er 1 redacteur van die slechts vier (4!) literaire tijdschriften die in het onderzoek zijn betrokken, die dan maar zelf van zich laat horen. Uit diens reactie en voorbeelden blijkt dat Temmes conclusies aangaande 'HM' in ieder geval aantoonbaar onjuist zijn. En wat doet Temme? Inbinden? Nee, een beetje sputteren over dat een handvol debutanten die via 'HM' hun weg naar een literaire uitgeverij (meer specifiek: Nieuw Amsterdam) hebben gevonden, toch niet veel is. O nee? En dat bepaal jij zeker, Temme. Het gaat erom dat 'HM' blijkbaar toch een kweekvijverfunctie heeft (en, om misverstanden te voorkomen, die ook 'naar behoren' *vervult*). Mij lijkt het 'ontdekken' van een stuk of 4, 5 dichters via een literair tijdschrijft binnen de gegeven tien jaar voldoende voor 1 uitgeverij; hoeveel wil jij er? 20? 30? Bij 1 uitgeverij? Zoals BB al zei, het zijn *genoeg* debutanten, een handvol, ruim zelfs, en meer in het algemeen: er zijn al genoeg debutanten. Daarbij bestaat Nieuw Amsterdam nog niet zo lang en zijn ze volgens mij pas vanaf 2006 een poeziefonds aan het opbouwen, dus zijn er binnen drie (3) jaar 4 dichters 'doorgestroomd' via 'HM' , dat lijkt mij een prima score!
En waarom die correlatie tussen debuteren bij een bepaald literair tijdschrift en debuteren bij diezelfde uitgeverij, de uitgeverij waar het literaire tijdschrift aan gelieerd is? Dat is volstrekt irrelevant voor een eventuele kweekvijverfunctie.
Voorzover ik heb kunnen zien, heb jij opgemerkt dat niet *alle* 'uitgeverij'debutanten zijn doorgestroomd via literaire tijdschriften, of misschien niet eens de helft, en *dus* hebben literaire tijdschriften geen kweekvijverfunctie?
Als nu blijkt dat (laten we zeggen) 10 (of 5 of 15) % van de 'tijdschrift'debutanten van 'HM' zijn weg vindt naar NA, dan is de kweekvijverfunctie wat 'HM' betreft toch aangetoond.
En wat is eigenlijk 'op eigen kracht' een uitgever vinden? Zijn dat BN'ers van wie men het manuscript (of ook maar een klein deel ervan) (dat vaak nog alleen in de vorm van een voornemen bestaat) niet eens hoeft te lezen, maar direct toezegt te zullen gaan uitgeven? De volkszangers, de cabaretiers, de koks, de wulpse sexy dames, de tv-persoonlijkheden, ex-profvoetballers en ex-bondscoaches, de vrouw van en de zoon van, de voormalige fotomodellen die moeder zijn geworden...
wie zijn dat, die *op eigen kracht* een uitgever vinden?
en als men eerst her en der een gedicht of verhaal of essay of column heeft gepubliceerd, en uiteindelijk, wellicht na jaren, een uitgeverij vindt, dan doet men het niet 'op eigen kracht'?? vreemde voorstelling van zaken. Als de kroonprins een autobiografie gaat schrijven, met daarin ruimschoots aandacht voor zijn relatie met Maxima, hoe abominabel dan ook, hij vindt een uitgever, dat garandeer ik je... en dat doet hij, volgens jouw definitie, dan geheel en al op eigen kracht... daar heeft hij geen literair tijdschrift voor nodig...
vragen, vragen, en eerlijk gezegd ben ik niet eens benieuwd naar de antwoorden.
Temme, ik zou zeggen, raadpleeg je bronnen, doe je research, of wees in ieder geval zo beleefd de reactie van redacteuren van door jou in je onderzoek betrokken literaire tijdschriften in overweging te nemen, vooral omdat je hebt verzuimd hen te benaderen... en doe bepaalde informatie die je dan krijgt zonder dat jij de moeite hebt genomen daarom te verzoeken, niet gemakzuchtig af als 'irrelevant' en niet van invloed zijnde op het onderzoek en de uitkomst daarvan...
Iets anders: *cijfermateriaal*? Aangaande het literair debat? Hoe meet je dat?
Geplaatst door: Willem Thies | 17-9-09 om 19:05
@ Willem: Het wordt tegenwoordig steeds meer gebruik, ook hier, dat mensen wel overal een mening over hebben, zonder iets daadwerkelijk gelezen te hebben. Hoe kun je nou de methode van een onderzoek onderuit haalt als je niet eens weet hoe het onderzoek methodisch in elkaar steekt? Eerst je huiswerk doen Thies en dan kun misschien je pas tot de conclusie komen die je nu zo voorbarig getrokken hebt.
Geplaatst door: Coen Peppelenbos | 17-9-09 om 20:08
Bovendien is het niet per se nodig om de redacteuren te bevragen, als je empirisch onderzoek doet. Zoals Temme deed. Maar goed.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 17-9-09 om 20:45
Op basis van het weinige dat ik weet (het bovenstaande), kan ik al concluderen dat de scriptie niet deugt. Ik zie dat het onderzoek verre van representatief is, dat Temme onzorgvuldig te werk is gegaan, generaliseert op de zeer smalle basis van vier literaire tijdschriften, dan nog voorbijgaat aan gegevens, ze simpelweg niet laat meewegen in zijn conclusies. Nogmaals, dit alles op basis van bovenstaande samenvatting maar ik neem aan dat Temme adequaat kan samenvatten? Dat leer je al op de bovenbouw van de middelbare school.
Verder zeg ik nog een en ander in mijn post, zoals: Nieuw Amsterdam is pas in 2006 begonnen een poeziefonds op te bouwen; lijkt me *ook* relevant mee te wegen in het 'onderzoek' (is namelijk van belang of er relatief toch een zeker aantal 'doorstromen' van literair tijdschrift naar uitgeverij waaraan dit gelieerd is), nietwaar Coentje Peppelenbos? Maar daar heb je in je blinde & fanatieke ijver de apologist van Temme uit te hangen, blijkbaar overheen gelezen.
Welnu, Coentje, ik weet dat je als meester aan een hogeschool in Leeuwarden, Drachten of Haren graag huiswerk uitdeelt, maar ik doe alleen mijn *eigen* huiswerk, niet dat van een ander!
Geplaatst door: Willem Thies | 17-9-09 om 20:47
@ Breukers. Nee, dat is op zich waar, maar hoe vallen de gegevens (los of hij deze verkrijgt na benadering van redacteur BB, of 'op eigen kracht') die BB verstrekte (en die Temme blijkbaar zelf ook heeft achterhaald) te rijmen met zijn conclusie?
Gegevens: Nieuw Amsterdam bekijkt (door de onderzoeker niet eens genoemd als uitgever van HM), ziet in één oogopslag de rechtstreekse doorstroom van debutanten vanuit HM: ik noem Eva Maria Staal (2 belangrijke literaire prijzen); Anke Scheeren (8 drukken), Krijn Peter Hesselink (2 dichtbundels in 2 jaar), Froukje van der Ploeg (succesvolle dichtbundel; veel radio-optredens), Thijs de Boer, en dan heb je nog Cathelijn Schilder, Annemieke Gerrist en talrijke anderen die via HM zijn gedebuteerd de afgelopen jaren.
Conclusie: het literair tijdschrift 'voldoet' niet meer aan zijn kweekvijverfunctie.
Ik zie een jawel... een discrepantie tussen gegevens en conclusie. Temme heeft de gegevens (het 'cijfermateriaal') wel achterhaald en onder ogen gehad... maar... er blijkbaar niets mee gedaan? Ze botweg genegeerd?
Ik noem het slordig en het blijft slordig; het 'cijfermateriaal'/de gegevens hadden hem moeten nopen tot een andere, gematigder en genuanceerder, conclusie; anders gezegd, de conclusie zoals hij deze heeft geformuleerd is niet gerechtvaardigd op basis van zijn (spaarzame!) gegevens.
Daarbij is zijn onderzoek eenvoudigweg te beperkt.
(en waarom toch het accent op tijdschrift*debuten*? een literair tijdschrift is toch niet enkel een doorgeefluik van de uitgeverij waar het is ondergebracht?)
Kijk, ik zeg niet dat literaire tijdschriften hofleverancier zijn van 'uitgeverij'debutanten; maar ze hebben een/hun aandeel. Zo simpel is het.
Geplaatst door: Willem Thies | 17-9-09 om 21:03
kweekvijver (de (m.)) 1 vijver waarin vis wordt gefokt 2 (fig.) plaats (onderwijsinstelling e.d.) waar getalenteerde personen gestimuleerd en opgeleid worden.
Stop toch eens met die rare veronderstelling dat een tijdschrift gebruikt wordt om talenten te fokken of te mesten.
Elke scriptie kan beter. Want vergroot het inzicht.
Voorlopig ligt er nog genoeg werk voor de jongerejaars in Groningen om af te studeren. Graag met een ander woord in titel en inhoud.
Geplaatst door: Wim van Til | 17-9-09 om 21:19
@ Willem Thies: Nou Willempie, om maar even op de hurken te gaan zitten voor je, het herhalen van je eigen gebrek aan onkunde maakt je opmerkingen niet sterker.
Als je de moeite doet om je te verdiepen in het onderzoek, maar daar heb je het vast veel te druk voor, dan had je al lang gelezen dat de conclusie van je laatste bijdrage overeenkomt met de scriptie van Temme. Maar blijf vooral genieten van je onnozelheid.
Geplaatst door: Coen Peppelenbos | 17-9-09 om 21:39
@ Coen,
Nog 1 maal:
ik citeer uit de door Temme zelf geformuleerde samenvatting (bovenstaand) en door hemzelf geformuleerde conclusies:
* Karel Berkhout heeft dus gelijk wanneer hij in NRC Handelsblad (15 februari 2008) schrijft, dat ‘nieuwe auteurs op eigen kracht een uitgever’ vinden.
* H.C. ten Berge, oprichter Raster, heeft dus gelijk wanneer hij in NRC Handelsblad (4 december 2008) zegt, dat nieuwe auteurs niet meer via de tijdschriften worden verworven.
Kortom: het literaire tijdschrift heeft zijn functie als kweekvijver verloren.
Dit zijn de woorden van Temme, 'nieuwe auteurs worden niet meer via de tijdschriften verworven' (althans, hij verklaart dat hij deze stelling onderschrijft); het literaire tijdschrift heeft zijn functie als kweekvijver verloren.
*Hier* ben ik het niet mee eens, en hier ben ik tegen in het geweer gekomen. Als Temme het, zoals jij lijkt te suggereren, in zijn scriptie (ook in zijn conclusie!) allemaal een stuk genuanceerder zegt, sterker nog: als hij daarin beweert dat het literaire tijdschrift nog steeds een kweekvijverfunctie heeft (en vervult), dan is dit a) geen nieuws, weinig opzienbarend, (maar dan wil ik hem wel de hand schudden en het roerend met hem eens zijn); en b) dan kan hij niet adequaat samenvatten, sterker dan is hij een beroerd samenvatter, en geeft hij een vertekend beeld van de strekking van zijn scriptie en de uitkomst van zijn - vermeende - onderzoek.
Wellicht om het allemaal wat op scherp te stellen, te provoceren, aandacht te krijgen; maar je kunt mij moeilijk verwijten dat als jij je scriptie afficheert met leuzen als 'Hitler was een democraat in hart en nieren en semitofiel', ik reageer met: 'onzin!' Als vervolgens blijkt dat de soep niet zo heet wordt gegeten als hij wordt opgediend en Hitler gewoon - heel geruststellend - een nationaalsocialist en antisemiet blijkt, en als dat ook de werkelijke strekking van de scriptie is, tja, dan kan ik het met je eens zijn, van harte zelfs, maar dat is weinig opzienbarend, nietwaar? En ook niet helemaal wat je in je 'synopsis' had voorgespiegeld waar je scriptie over zou gaan... of wel?
Niks nieuws onder de zon dus, alleen iemand die is afgestudeerd op de these: 'Literaire tijdschriften hebben nog steeds een kweekvijverfunctie, dit is vooralsnog onveranderd gebleven.' Bravo! Wat een breuk in de geschiedenis!
Geplaatst door: Willem Thies | 17-9-09 om 22:22
@Willem: bedankt voor je reactie. Ik vind het ook jammer, dat je de hele scriptie niet hebt gelezen. Je stelt vragen en snijdt kritiekpunten aan die ik allemaal duidelijk in mijn scriptie beantwoord. Jij moet toch ook op de universiteit geleerd hebben, dat je je eerst goed moet verdiepen in een stuk voordat je er commentaar op kunt leveren?
Ik zeg ook niet tegen een schrijver: 'Ik heb je roman niet gelezen, maar wel de achterflap. Desalniettemin: ik vind het een slecht boek'.
Dat hoort niet zo.
Daarnaast zul je op de universiteit geleerd hebben, dat een samenvatting een beknopte versie is van het origineel. In mijn scriptie werk ik genuanceerd toe naar de conclusies, ik wik en ik weeg. Ik weet dat mijn eindoordeel schokkend is en hard, maar ik heb de bewijzen.
Ondanks dat je niet de moeite hebt genomen om je er écht in te verdiepen, wil ik toch ingaan op een paar punten die jij aanhaalt - ik ben de beroerdste niet.
1. Ik heb voor deze vier tijdschriften gekozen, omdat zij de grootste en belangrijkste tijdschriften zijn van dit moment. Daarnaast is er de laatste tijd juist veel discussie geweest over deze tijdschriften (zij hebben onlangs ook hun krachten gebundeld). Een mooie manier dus om deze tijdschriften te gaan behandelen. Je weet net als ik, dat je in een masterscriptie altijd een afgebakende corpus moet hebben. Alle tijdschriften behandelen is gewoonweg niet haalbaar. Ik hoop dan ook van harte dat er een andere student na mij hetzelfde onderzoekt maar dan bij de kleinere tijdschriften. Je kunt dan de cijfers gaan vergelijken. Interessant.
2. Ik heb inderdaad niet de redacteuren benaderd tijdens het schrijven van mijn scriptie. Wel heb ik veel bronnen verzameld (interviews met redacteuren, discussies, etc.). Ook speelt het pamflet 'Literair overleven' van Dirk van Weelden (redacteur De Gids), waarin hij zijn visie op literaire tijdschriften geeft, een belangrijke rol. Ik heb bewust niet naar de mening van de redacteuren gevraagd toen ik de resultaten op een rijtje had. De redacteuren zijn de laatste jaren genoeg aan het woord geweest. Ze hebben vaak genoeg gezegd wat er moet veranderen, waar ze goed in zijn, welke problemen er zijn. Maar er is bar weinig veranderd. Ik wilde nu eens míjn visie geven.
3. Je haalt nog het aantal debutanten aan in het Hollands Maandblad. Hollands Maanblad liet in de periode 1999 - 2008 99 nummers (waaronder dubbele nummers) verschijnen. Het tijdschrift besloeg in tien jaargangen 4692 pagina’s. Dit tijdschrift verschijnt maandelijks en leverde 21. Er stonden in tien jaargangen 1110 auteurs in Hollands Maanblad, daarvan was 1,9% debutant. Dat kun je toch niet veel noemen? Ze moeten veel vaker jong talent de ruimte bieden - dat is een belangrijke taak van ze. Dat wil niet zeggen, dat al dit jonge talent meteen moet doorstromen naar een uitgeverij. Zeker niet. Het tijdschrift leent zich ook erg goed voor speeltuin. Laat jong talent zich daar ontwikkelen, experimenteren.
4. Dan nog het literair debat. Het is inderdaad lastig om precies een definitie te geven van een literair debat. Dat benoem ik ook in mijn scriptie. Om mezelf maar even te citeren:
'Het gaat hier om bijdragen over een literair onderwerp die van polemische aard zijn. De schrijver van de bijdrage geeft een visie weer over het onderwerp en wil met deze visie een literair debat uitlokken.
In essentie wil natuurlijk iedere bijdrage een visie verkondigen. Toch kon ik enerzijds intuïtief een onderscheid maken tussen de verschillende bijdragen. Anderzijds werd na het lezen van de bijdragen in de vier literaire tijdschriften uit de periode 1994 – 2008 duidelijk, dat bepaalde bijdragen veel sterker een visie wilden neerzetten. Retorisch, pragmatisch en stilistisch vielen deze bijdragen op, doordat er krachtig stelling werd genomen. Er werd onmiskenbaar meer geforceerd dan in andere bijdragen.'
Tot slot: ik hoop nog van harte dat je de moeite neemt om mijn hele scriptie te lezen. Ik moet hier nu steeds de inhoud van mijn scriptie herhalen. En dat is zonde. Het is de bedoeling dat er een inhoudelijk debat ontstaat.
PS. Morgen in NRC Boeken een artikel over mijn masterscriptie!
Geplaatst door: Bart Temme | 17-9-09 om 22:25
@ Willem: Ik had het over je uitspraak: 'Kijk, ik zeg niet dat literaire tijdschriften hofleverancier zijn van 'uitgeverij'debutanten; maar ze hebben een/hun aandeel. Zo simpel is het.'
De vergelijkingen die je voor de rest trekt zijn nogal smakeloos.
Geplaatst door: Coen Peppelenbos | 17-9-09 om 22:33
Dames en heren,
Iedereen mag menen wat hij of zij wil. Ik gun een ieder z'n eigen dwaalleer.
Maar indien men iets beweert, dienen de feiten of wat doorvoor doorgaat, alsmede de argumenten en de conclusies niet alleen geldig te zijn, maar ook uit elkaar te volgen.
In dit geval is zulks aantoonbaar niet het geval.
Dit was trouwens ook al niet het geval met het krantenstuk van Berkhout, dat eveneens een opeenstapeling van sweeping statements, kinderlijke misvattingen en aantoonbare onjuistheden was. Berkhout - een recensent van kinderboeken - was aantoonbaar out of his depth wat betreft de literaire tijdschriften.
Nogmaals: literaire tijdschriften zijn niet heilig, ze zijn feilbaar, niet zelden vervelender dan ze zelf denken en niemand is verplicht ze te lezen.
Maar dat neemt niet weg dat de gemeenplaatsen en losse flodders van Temme en Peppelenbos precies dat zijn : gemeenplaatsen en losse flodders die door gebrek aan kennis geen doel raken.
Als men dat tegenwoordig "literair debat" noemt, is dat best hoor.
Maar wat mij betreft mag men de lat hoger leggen - een stuk hoger.
Geplaatst door: Bastiaan Bommeljé | 17-9-09 om 22:35
@Bastiaan Bommeljé: neemt u dan eens de moeite om aan te tonen, dat mijn feiten, argumenten en conclusies niet kloppen. Dat doet u niet. En u kunt het niet, omdat u niet kennis heeft genomen van het totale stuk. Als u ook zo omgaat met de stukken die u voor HM opgestuurd krijgt...
Geplaatst door: Bart Temme | 17-9-09 om 22:49
"was aantoonbaar out of his depth wat betreft de literaire tijdschriften"
Dit is alweer het zoveelste misplaatste anglicisme in je reacties.
Meen je daarmee een indruk te maken? Het komt eerlijk gezegd over als het type managerstaal wat je in de tjakkasalon van de coltruienclub zou verwachten.
Sorry, maar de genoemde 'debutanten' maken op mij weinig indruk, vooral niet in combinatie met het begrip 'hoge drempel'..
Geplaatst door: M.H.Benders | 17-9-09 om 23:04
@ Bastiaan Bommeljé: Ik wil er ook geen jij-bak van maken, maar tot nu toe heeft Bart Temme een onderbouwd stuk geschreven (dat door twee mensen niet gelezen wordt hier, maar toch aangevallen). De sweeping statements, aantoonbare onjuistheden, gemeenplaatsen en losse flodders komen vooral uit de koker van de mensen zonder argumenten. Vermakelijk, daar niet van, maar weinig hout snijdend.
Als 'de lat hoger leggen' betekent dat je kritiek kunt uitoefenen zonder iets te lezen, dan is het bedroevend gesteld met de kwaliteitseisen van de hoofdredacteur van Hollands Maandblad.
Geplaatst door: Coen Peppelenbos | 17-9-09 om 23:21
De scriptie van Bart Temme heb ik met interesse gelezen. Het is goed dat er op de universiteit aandacht wordt besteed aan literaire tijdschriften en om die reden is deze scriptie toe te juichen. De scriptie is helder geschreven, waardoor het ook mogelijk is er duidelijke kritiek op uit te oefenen.
Methodologie
Een hele algemene opmerking is dat in deze scriptie geprobeerd wordt met kwantitatieve analyses een antwoord te geven op een kwalitatieve vraag: heeft het literaire tijdschrift nog een functie in ‘het literaire veld’? Het is niet onmiddellijk evident dat dit een goede aanpak is. Wat zou die voor antwoord opleveren op de vraag wat het belang van Barbarer of Forum is geweest? We hoeven deze vraag niet te beantwoorden om in te zien dat de aanpak in ieder geval een rechtvaardiging behoeft. Die rechtvaardiging wordt niet gegeven.
In de conclusies wordt steeds een vergelijkend oordeel gegeven: bijv. (p. 47) ‘het tijdschrift heeft haar twee belangrijkste functies verloren’. Er worden dus twee grootheden met elkaar vergeleken: de rol van tijdschriften in een eerdere periode en de rol van tijdschriften in de periode 1999 – 2008. Alleen de tweede periode wordt kwantitatief geanalyseerd, wat de rechtvaardiging voor de vergelijking met vroeger problematiseert, want die is immers slechts op de indruk of intuïtie gebaseerd dat het literaire tijdschrift vroeger wel die belangrijke functies vervulde en niet op cijfers. Weliswaar wordt er verwezen naar een onderzoek van Janssen en Olislagers uit 1986, maar die hebben niet een identieke kwantificering gehanteerd.
Zonder nadere argumentatie wordt er van uitgegaan dat ‘drie (in de conclusie wordt gesproken van ‘de twee belangrijkste’ p. 47) belangrijke functies’ (p. 7) van literaire tijdschriften die van kweekvijver, fuik voor uitgeverijen en podium voor literair debat zijn. Hierover kan men twisten. Tirade vormde het podium voor Gerard Reve om zijn come back te maken in de literatuur met de brieven die uiteindelijk gebundeld zijn in Op weg naar het einde en Nader tot U. Onlangs maakte De Gids een prachtig ‘Montaigne nummer. De Revisor heeft nummers gewijd aan o.a. A. F. Th. Van der Heijden, Willem G. van Maanen, Louis Ferron, en Walt Whitman. Zijn dat minder belangrijke functies?
Er is weinig tot geen theoretische reflectie op ‘het literaire veld’. In de inleiding en de conclusie wordt verwezen naar een artikel van Bourdieu uit 1983, maar het is zeer de vraag of die sociologische beschrijving nu nog opgaat. Nog even los van de vraag of het beschrijven van literatuurbeoefening in termen van macht en symbolisch kapitaal onder voorbijgaan aan literaire kwaliteit correct dan wel volledig is.
Het onderzoek
Bij het meten van de kweekvijverfunctie en de fuikfunctie wordt als criterium van succes het debuteren van een auteur bij een uitgeverij genomen. Ofschoon wel degelijk geconstateerd wordt dat uitgeverijen hun drempels hebben verlaagd (‘Er wordt in het wilde westen van de uitgeverswereld met hagel geschoten.’ p. 39) heeft dat feit niet de analyse beïnvloed. Dit is helaas desastreus voor de onderzoeksresultaten. De bij een uitgeverij debuterende schrijvers die door een literair tijdschrift zijn geweigerd vallen helemaal uit beeld. Temme gaat er voetstoots van uit dat de debutanten de tijdschriften hebben gepasseerd; dat ze door de tijdschriften geweigerd zouden kunnen zijn komt niet bij hem op. Het aantal debutanten dat door een uitgeverij wel wordt uitgegeven, maar wiens werk door een literair tijdschrift niet wordt opgenomen is echter niet onaanzienlijk. Dit is een interessant gegeven. Het betekent dat literaire tijdschriften andere criteria aanleggen (de verleiding is groot om te zeggen ‘de lat hoger leggen’) dan redacteuren van uitgeverijen, in ieder geval ‘andere’ in de zin dat ze minder schrijvers laten debuteren. Dit roept de vraag op of het weigeren van een bijdrage van een auteur die vervolgens bij een uitgeverij debuteert het verzaken van de ‘kweekvijverfunctie’ is. Heeft zo’n geweigerde debutant nu wel of niet een tijdschriftachtergrond (p. 27)? Hier geeft de kwantitatieve analyse geen antwoord op. Wat moeten we dan met het cijfer van ‘nog maar 6% van de romandebutanten die eerder in een tijdschrift hebben gepubliceerd’ (p. 28)? Ik ben bang dat het helemaal niets zegt over de kweekvijverfunctie van het literaire tijdschrift. Laat staan dat de conclusie gerechtvaardigd is (p. 29) dat het literaire tijdschrift die functie verloren heeft.
Het hoofdstuk over het onderzoek naar het literaire debat in tijdschriften is aanmerkelijk beknopter (7 pagina’s). Opnieuw wordt een poging gedaan de vraag naar ‘de podiumfunctie voor het literaire debat’ (p. 37) van het literaire tijdschrift met behulp van een kwantitatieve methode te beantwoorden, maar enige reflectie had Temme toch kunnen leren dat het hopeloos ontoereikend is om de waarde van een polemisch essay op die manier te meten. Bovendien is dit eerder een onderwerp dat thuishoort op het gebied van de receptiegeschiedenis. Het is een feit dat bijv., een nummer gewijd aan non-fictie van De Revisor door de organisatoren van een congres over dat onderwerp een paar maanden later niet is opgemerkt. Is dat het literaire tijdschrift aan te rekenen of is er iets anders aan de hand? Een zeer belangrijke factor is bijv. dat openbare bibliotheken geen abonnement meer hebben. Dit brengt me bij de aanbevelingen.
Op zichzelf is het curieus dat een scriptie wordt afgesloten met ‘aanbevelingen’ die niet gedragen worden door het voorafgaande, alsof we met het concept van een beleidsnota te doen hebben en niet met een verslag van onderzoek. Maar goed. Temme is niet de eerste en zeker niet de laatste die de tijdschriften voorstelt ‘digitaal te gaan’ en op internet te verschijnen. Uiteraard hebben de tijdschriften daar over nagedacht en ongetwijfeld zullen er ook stappen in die richting genomen worden. Er is wellicht haast geboden, maar er is ook een aantal overwegingen om niet overhaast te werk te gaan. De redactie heeft een plicht aan het tijdschrift om het een toekomst te waarborgen. Publicatie op internet mag niet een voorportaal voor het verdwijnen van het tijdschrift zijn. De lotgevallen van het filosofische tijdschrift Krisis, dat wel die stap onvoorwaardelijk gezet heeft, stemmen wat dat betreft niet hoopvol. De succesvolste tijdschriften op internet (en succes wordt hier gemeten met het aantal hits, dus het is een populistisch criterium!) zijn nieuwssites die meerdere keren op een dag ververst worden. Op dit moment verschijnen de letterkundige bladen zes à twaalf keer per jaar. Een site die twaalf keer per jaar ververst wordt trekt geen bezoekers. Om vaker te verschijnen zijn mensen (webmasters) nodig die dat realiseren, maar dat wordt een dagtaak. Welke schrijver kan en wil dat opbrengen? Inhoudelijke sites met lange stukken tekst worden ook slecht bezocht. Leerzaam in dat verband is om ook eens te kijken buiten het Engelse taalgebied, bijv. naar Duitsland en Frankrijk om te zien wat er aan literatuur op internet verschijnt. Mijn impressie is dat men daar ook worstelt. Daarnaast is het een feit dat dezelfde mensen die op internet zeer actief zijn, toch ook hun werk aan de papieren tijdschriften aanbieden. Blijkbaar heeft zo’n publicatie toch, zo niet een ‘meerwaarde’, dan toch in ieder geval een waarde. Wat we in ieder geval niet moeten doen is een sprong met ogen dicht het internet op. Er moet een duidelijk plan zijn. Ik wil maar zeggen: daar wordt hard over nagedacht. Ik kan niet zeggen dat Temme daar nu een zinvolle bijdrage aan geleverd heeft.
Tenslotte: zoals Bastiaan Bommeljé al heeft opgemerkt, de cijfers in deze scriptie kloppen niet. Dat is verder niet zo belangrijk, want de hele aanpak deugt niet, maar het is wel belangrijk om dit even op te merken voor de resultaten onverhoeds opduiken en gebruikt worden in andere fora. Nu zijn naam toch gevallen is: ik deel de ergernis van Bastiaan Bommeljé over de teneur die uit deze scriptie spreekt. De tendens is toch: als het geen commercieel succes is, dan is het niets. Dit sluipt ook impliciet in de scriptie (en niet alleen daarin). Zo wordt er stilzwijgend van uit gegaan dat een uitgeverij moet profiteren van haar tijdschrift middels de fuikfunctie. De gedachte dat een uitgeverij een literair tijdschrift koestert, omdat zij het van intrinsiek cultureel belang vindt dat er tijdschriften bestaan lijkt niet bij Temmes op te komen. Me dunkt dat Querido wel eens waardering verdient voor het feit dat ze een literair tijdschrift uitgeven met redacteuren die hun eigen werk bij andere uitgeverijen publiceren. Zo wordt ook telkens de nadruk gelegd op de subsidie die de literaire tijdschriften ontvangen. Uiteraard zijn we de tijdschriften daar dankbaar voor, maar vergeten wordt dat de uitgeverijen ook een minstens even groot bedrag in de tijdschriften investeren en dat de redacteuren volledig pro deo hun werk doen. De aanhangers van Bourdieu veronderstellen steeds dat ze dat doen om symbolisch kapitaal te verwerven, maar Temme zelf merkt daarover op dat ook dat symbolische kapitaal verloren is gegaan (p. 38). Waarom doen redacteuren het dan? Plichtsgevoel, liefde voor de literatuur, omdat ze het voor een gezond literair klimaat belangrijk vinden, vanwege het intrinsieke belang van een literair tijdschrift? Wie zal het zeggen? Het zijn in ieder geval allemaal waarden die in een kwantitatieve analyse van het literaire veld niet op je radarscherm verschijnen.
Geplaatst door: Menno Lievers | 18-9-09 om 1:51
Goed, ik heb de scriptie dan toch maar gelezen (nu ik, @Coen, inderdaad wat vrije tijd heb en eigenlijk zou moeten slapen), zij het vluchtig. Ik lees lange lappen tekst nog altijd liever van papier en korte lapjes tekst (gedichten) ook.
Hoe dit ook zij, ik denk dat Temme op veel punten gelijk heeft.
Maar ik vraag mij af hoe dit met de poezie zit. Nog altijd denk ik (ik *weet* dit niet maar vermoed het) dat van de meeste dichters gedichten zijn gepubliceerd in literaire tijdschriften, vooraleer hun debuut*bundel* bij een uitgeverij verschijnt. Natuurlijk, er zijn uitzonderingen: Schaffer is meen ik 'ontdekt' na publicaties op internet, hij woonde op dat moment (immers) nog in Zuid-Afrika (als ik het goed heb); Mustafa Stitou nadat hij als jongeling de El Hizjra-literatuurprijs had gewonnen; Jan-Willem Anker kwam schijnbaar 'uit het niets', van hem was meen ik nog nimmer een gedicht in een literair tijdschrift verschenen (ja, misschien 1 maal, in 'Bunker Hill', maar misschien was dit ook wel een voorpublicatie).
Maar ik vermoed dat van het leeuwendeel van de dichters *voor* hun bundeldebuut al minstens eenmaal een gedicht - of meerdere - in literaire tijdschriften is verschenen; hoewel hun debuuttijdschriftpublicatie uiteraard niet noodzakelijkerwijs is verschenen in het tijdschrift verbonden aan hun uiteindelijke uitgeverij.
Welke zijn de andere te bewandelen 'wegen'? Het winnen van een schrijfwedstrijd, inderdaad, zoals de al eerder genoemde El Hizjra-prijs, ruime ervaring als een performer (al dan niet slammer), misschien ook winnaar van een slam of poezieslag.
Zo zal de nu georganiseerde Turing Nationale Gedichtenwedstrijd ook een 'springplank' vormen voor de winnaar, en wellicht voor de hele top20, en zo biedt deze wedstrijd een alternatief voor de 'conventionele weg via het literaire tijdschrift'. Voor de winnaar ligt er een contract met uitgeverij Augustus in het verschiet, voor de eerste twintig wordt de mogelijkheid geboden hun manuscript aan deze uitgever aan te bieden, waarna er ongetwijfeld 'welwillend' naar gekeken wordt.
Maar toch, maar toch, meen ik dat het gros van de dichters... et cetera.
Heel anders staat het ervoor met de romans en allerhande persoonlijke ontboezemingen op papier - vooral non-fictie, 'memoires niet aan het eind van een leven maar er middenin'. En dat is denk ik een teken des tijds, een symptoom van de huidige tendens van literatuur naar lectuur, hapsnapleesvoer, vluchtige licht verteerbare boekjes die aan de lopende band aan elkaar worden gekrabbeld door BN'ers, zoals daar zijn: zelfhulpboeken, boeken hoe je je ex overleeft, boeken hoe je je schoonmoeder overleeft, boeken over zwangerschappen, boeken over rouwprocessen (of, contaminatiegewijs gesproken, 'rouwverwerking'), boeken over het verschil tussen mannen en vrouwen, boeken over het liefdesleven van een voormalige soapster, een voormalige cabaretiere, of misschien is ze dat nog steeds, boeken van presentatoren van radio of tv, boeken van voormalige fotomodellen, boeken van .... stuk voor stuk niet (primair) uitgegeven om hun literaire kwaliteiten maar omdat ze geschreven zijn door een BN'er. Feitelijk hoeven die boeken niet eens geredigeerd en gecorrigeerd te worden; wat doet het er allemaal toe? Ze verkopen toch wel...
kortom, iemand die al bekend is, en ook eens een keer een boekje wilde schrijven. Gordon slaat ook aan het dichten, en het schijnt dat ook Frans Bauer binnen drie weken 1700 gedichten heeft geschreven, over hoogstpersoonlijke zaken die hij graag kwijt wilde - dat zijn plusminus 40 bundels.
Al deze lieden vinden rechtstreeks, zonder het 'tussenstation' van het literaire tijdschrift, hun weg naar literaire uitgeverijen. 'Op eigen kracht'. Dat zegt echter meer over de teloorgang van de literatuur in het algemeen dan over de teloorgang van het literair tijdschrift - of zijn (want literair tijdschrift is onzijdig! - dus niet 'haar' ook al staat dat chic) (al dan niet vermeend) afgenomen belang of nut.
Toch?
Geplaatst door: Willem Thies | 18-9-09 om 2:40
"De tendens is toch: als het geen commercieel succes is, dan is het niets."
Het hele idee van een 'kweekvijver' is toch al commercieel?
Subsidie is ook een commerciele activiteit.
Niet-commercieel is als je zelf voor de publicaties betaalt.
Er bestaan dus in principe weinig niet-commerciele bladen.
"Al deze lieden vinden rechtstreeks, zonder het 'tussenstation' van "het literaire tijdschrift, hun weg naar literaire uitgeverijen. 'Op eigen kracht'. Dat zegt echter meer over de teloorgang van de literatuur in het algemeen dan over de teloorgang van het literair tijdschrift"
Dus omdat mensen op eigen kracht hun weg naar de uitgever vinden gaat de literatuur teloor? Tja. Een literatuur die zo makkelijk teloor gaat verdient het misschien ook wel teloor te gaan, toch?
Geplaatst door: M.H.Benders | 18-9-09 om 7:04
Wat overigens wel interessant is aan deze discussie is dat hij de algemene maatschappelijke en economische tendens volgt: het google-model economie waar de tussenpersonen worden uitgeschakeld.
Dezelfde argumenten die je in deze draad tegenkomt ('de literatuur gaat teloor zonder tussenpersonen') vind je in vrijwel alle economische sectoren terug ('zonder tussenpersoon geen betrouwbare hypotheek')
Interessanter dan het gemeier van deze tussenpersonen is de vraag of het google-model op lange termijn wel kan werken. Naar mijn idee niet, namelijk. Het is gebaseerd op het idee dat je alles permanent gratis aan kan bieden, waarin ik een wraakmotief van de consument ontwaar: alles moet gratis, want ik ben boos over het systeem.
Het is in principe een nieuwe vorm van protestcommunisme.
Geplaatst door: M.H.Benders | 18-9-09 om 7:28
Dag Bart,
>Nee, er zal gestaan hebben dat je voor het eerst debuteert in dit nummer van HM.
Dat zou ik terug moeten zoeken, maar vermoedelijk niet. Ik had ook al eens in Pa§ionate gestaan. Maar ook daar was geen fluorescerende sticker opgeplakt dat ze er als eerste bij waren.
Zelf weet ik vrij zeker dat literaire tijdschriften me hielpen verder te schrijven en uitgegeven te worden. Overigens niet daar waar de tijdschriften uitkomen, want die directe lijn is volgens mij wat minder dwingend dan hierboven meermaals wordt gesteld, en gelukkig maar, want anders zouden het reclamefolders worden.
M.i. is publiceren/debuteren (waar dan ook) trouwens doorgaans iets wat men op eigen kracht doet.
Even los daarvan: gefeliciteerd met alle aandacht voor je scriptie. Dat is iets wat 99,9% van de afgestudeerden niet gebeurt, en kan haast alleen maar stimulerend werken.
Groeten Vrouwkje
Geplaatst door: Vrouwkje Tuinman | 18-9-09 om 7:29
@Menno Lievers: bedankt voor uw stuk. Ik ben blij, dat u mijn scriptie met aandacht heeft gelezen. Dat stemt me goed. Fijn. Ik wil later uitgebreid terugkomen op de punten die u aanhaalt, maar nu zal ik in ieder geval al één punt eruit lichten. U schrijft:
'Temme gaat er voetstoots van uit dat de debutanten de tijdschriften hebben gepasseerd; dat ze door de tijdschriften geweigerd zouden kunnen zijn komt niet bij hem op'.
Hier houd ik wel degelijk rekening mee. Dat is logisch. Ik zal weer even mezelf citeren:
'Dit betekent, dat 1,4% van deze auteurs een tijdschriftdebutant was. Dit lage percentage kan enerzijds liggen aan de kwaliteit van het ingezonden werk van de tijdschriftdebutanten. Het kan zijn, dat dit ingezonden werk ondermaats was of dat het niet in het literaire tijdschrift paste.' (p.18).
@Vrouwkje: bedankt!
@ Willem: ik ben blij, dat je het nu gelezen hebt. En ik werd zéér gelukkig van je volgende uitspraak: 'Hoe dit ook zij, ik denk dat Temme op veel punten gelijk heeft'. :-)
Geplaatst door: Bart Temme | 18-9-09 om 8:36
"'Dit betekent, dat 1,4% van deze auteurs een tijdschriftdebutant was. Dit lage percentage kan enerzijds liggen aan de kwaliteit van het ingezonden werk van de tijdschriftdebutanten. Het kan zijn, dat dit ingezonden werk ondermaats was of dat het niet in het literaire tijdschrift paste.' (p.18)."
Dat is alleen een aannemelijk stelling als je vervolgens ook aantoont dat de dmv tijdschriften gedebuteerde auteurs van hogere kwaliteit zijn dan de auteurs die direct debuteerden. Dat is feitelijk de kern van het argument. Dat zou ik graag eens onderbouwd zien, met als voorbehoud dat ik het winnen van prijzen niet als een kwalitatief argument zie (ik denk dat het aantal en toonaard van de recensies/kritieken een betere maatsstaf is dan het vrij conventie en corruptiegevoelige mechaniek van de 'literaire prijs')
Zelf heb ik absoluut niet de indruk dat de middels tijdschriften gedebuteerde auteurs kwalitatief beter zijn, ik heb eerder de tegengestelde indruk, aangezien er tussen de genoemde debutanten namen zitten van mensen die ik hoogstens als een literair dieptepunt beschouw.
Geplaatst door: M.H.Benders | 18-9-09 om 9:28
Misschien kan debutant ook beter eerst het onderzoek lezen.
Geplaatst door: Coen Peppelenbos | 18-9-09 om 9:29
Debutant reageert anoniem, maar kan zijn of haar reactie terugwinnen door dat niet te doen.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 18-9-09 om 9:31
Bart,
Even een paar puntjes:
-Goede discussie
-Heb je naar Krakatau gekeken? Denk ik de meeste debutanten.
-Heb je naar de podia gekeken (een nieuw referentiepunt van uitgevers tegenwoordig)Bv Festina Lente, Vers van het Mes en Onbederf'lijk Vers.
Geplaatst door: Derk Overgaauw | 18-9-09 om 10:59
Waarom wordt de hamvraag niet beantwoord, namelijk waarom een selectiemechanisme (uitgever) een ander selectiemechanisme nodig zou hebben om te kunnen selecteren. Dat is toch klinkklare onzin. Je zegt er eigenlijk mee dat de redacteuren van uitgevers niet in staat zijn werk op kwaliteit te beoordelen. Dat doen wij wel voor hen.
Het tijdschrift als een soort talentenjacht, dat is toch een door en door commercieel idee juist.
De enige prangende vraag die zo'n constructie oproept is dezelfde als die de Beurs van Berlage oproept: zou een gorilla het soms beter doen.
Daar zou een onderzoek naar gedaan moeten worden.
Geplaatst door: M.H.Benders | 18-9-09 om 13:12
Bart,
Goed initiatief, echter, heb je:
-Krakatau geraadpleegd? Heel veel debutanten.
-Podia bekeken? Festina Lente, Onbederf'lijk Vers, vers van het Mes. Podia waar veel debutanten hun werk brachten / brengen. Uitgevers kijken hier tegenwoordig ook naar.
Geplaatst door: Derk Overgaauw | 18-9-09 om 14:17
@Menno Lievers: zoals beloofd, zou ik nog terugkomen op uw stuk. Nogmaals bedankt voor het lezen. Erg fijn. Ik vind het overigens jammer, dat u zich aansluit bij Bommeljé. U zegt: 'ik deel de ergernis van Bastiaan Bommeljé over de teneur die uit deze scriptie spreekt'.
Bommeljé heeft mijn hele scriptie niet eens gelezen. Hoe kunt u zich dan bij hem aansluiten? Dat is jammer.
Ook vind ik het jammer, dat u voornamelijk ingaat op het cijfermateriaal. Natuurlijk weet ik dat de cijfers een belangrijk onderdeel zijn van mijn onderzoek en natuurlijk weet ik dat u graag deze cijfers in twijfel wilt trekken, omdat ook De Revisor er slecht uitkomt. Maar het is jammer, dat u niet op een paar essentiële punten reageert die in mijn scriptie staan:
1. U weet net zo goed als ik, dat De Revisor vroeger geregeld debatten aanzwengelde. Dat ze vaak de barometer was van het literaire debat. Ik noem ook voorbeelden in mijn scriptie. De laatste jaren is dat niet meer het geval. Dat kunt u niet ontkennen. Uw eigen collega (Pfeijffer) stelt een Manifest op voor meer actualiteit in de literatuur. Waar is De Revisor als het gaat om het actuele debat? U maakt themanummers, zoals u zelf ook al zei over bijvoorbeeld A.F.Th., en daar krijgt u ook subsidie voor - dat weet ik wel - maar waar blijft het debat meneer Lievers?
2. Ik weet dat ik niet de eerste ben die oppert dat de tijdschriften digitaal moeten. Maar waarom gaat u in uw stuk niet diepgaander in op deze belangrijke kwestie. U geeft nergens een echte toekomstvisie. En dat is nu juist nodig. Of bent u ook één van die redacteuren - zoals Henk Pröpper aangaf - die erg aan het papier hecht? Dat vermoeden heb ik wel, aangezien u schrijft: 'Publicatie op internet mag niet een voorportaal voor het verdwijnen van het tijdschrift zijn'. Jammer, want internet biedt vele kansen. En daarnaast naïef, want u weet net zo goed als ik dat het gedrukte woord in zwaar weer verkeert.
@M.H. Benders: interessante opmerking, maar wel een lastig onderzoek.
@Derk: bedankt! Ik heb de kleinere tijdschriften buiten beschouwing gelaten; aangezien het corpus niet te groot moest zijn. Daarnaast is er de laatste tijd juist veel discussie geweest over deze vier grote tijdschriften (zij hebben onlangs ook hun krachten gebundeld). Ook ontvangen bepaalde kleine tijdschriften - zoals Krakatau en Tzum - geen subsidie van het NLPVF. En juist daar wilde ik ook op ingaan.
Geplaatst door: Bart Temme | 18-9-09 om 18:17
For the record:
Dat Temme in NRC Handelsblad beweert dat de literaire tijdschriften - en in het bijzonder ondergetekende - niet wilden reageren op zijn onderzoek, is ronduit leugenachtig.
Zoals is vastgesteld, heeft hij tevoren geen enkel tijdschrift benaderd. Indien hij dat wel had gedaan, dan zou ik Temme nog voor hij zijn absurde conclusies trok, hebben kunnen vertellen - wat ik op deze site ook heb getracht te doen - dat hij de plank methodologisch, conceptueel en inhoudelijk geheel misslaat.
Bovendien heb ik op deze website uitvoerig en tot vervelens toe gereageerd op zijn scriptie.
Door zijn onwaarheid ter zake, wordt nu wel duidelijk waar het om gaat. Een hyperambitieuze neerlandicus die met een onzinonderzoek de media bestookt ter eigen eer en glorie.
Geen wonder dat fundamentele kritiek op zijn methoden en conclusies niet tot hem schijnt door te dringen.
P.S. Ik heb de scriptie nu NOG een keer gelezen. het spijt me te moeten zeggen, maar hoe ik ook mijn best doe met de jonge masterstudent mee te voelen, de uitgangspunten zijn gewoon bizar en onhoudbaar.
Waarom zou een tijdschrift een speeltuin voor debutanten MOETEN zijn? Dat is gewoon onzin, het slaat nergens op. Een tijdschrift publiceert mensen die goed genoeg zijn in de ogen van het tijdschrift, redigeert ze, begeleidt ze en stimuleert ze vervolgens. Of zo iemand een "debutant" is, doet er minder toe, vooral niet omdat het begrip "debutant" zo glibberig is - en in de scriptie onjuist en ambigu wordt gebruikt.
Een tijdschrift is helemaal geen speeltuin voor debutanten (en WIL dat doorgaans ook helemaal niet zijn!), maar meer een intellectuele en culturele gemeenschap. Daarom staan in (bijvoorbeeld) Hollands Maandlad dichters als Leo Vroman (de oudste van Nederland) en Vicky Francken (een van de jongste van Nederland) gewoon zij aan zij.
Een tijdschrift heeft een hoge drempel - niet iedereen die erin wil komt erin. Het is even grappig als veelbetekenend op deze website allerhande mensen nu te zien fulmineren tegen literaire tijdschriften die toch voortdurend proberen hun schrijfsels erin geplaatst te krijgen.
Daarom is Temme's conclusie dat literaire tijdschriften geen kweekvijver "meer" zijn ook volledig uit de lucht gegrepen en nergens op gebaseerd. In de eerste plaats is het begrip "kweekvijver" op een bizar enge en bekrompen wijze gebruikt, in de tweede plaats is er geen valide vergelijking met vroeger, zodat het begrip "meer" nergens op berust; in de derde plaats wordt niet verdisconteert dat de literaire wereld tegenwoordig totaal anders fucntioneert dan "vroeger", hetgeen elke rechtstreekse vergelijking mank doet gaan.
Dit op zich is al voldoende om in elk geval de door Temme verzonden persberichten tot onzin te bestempelen, en om grote, diepe en fatale vraagtekens te plaatsen bij zijn onderzoek.
Indien men de cijfers van Temme goed leest (en niet zoals hijzelf onjuist), dan ziet men in feite deze functie van intellectueel-culturele gemeenschap tot uiting komen: auteurs voelen zich verbonden met een blad (of bladen) en publiceren er met regelmaat in.
Dat dit na de allereerste keer in de ogen van Temme laakbaar is omdat het geen "debuut' meer is, en de speeltuinfunctie voor debutanten blijkbaar verstoort, toont de ridiculiteit van zijn invalshoek onomwonden aan.
Sorry, maar zelfs neerlandici hebben meer nodig dan brandende ambitie om serieus genomen te worden. Om te beginnen zouden juiste gegevens en valide argumenten al een stuk helpen; ze werken doorgaans beter dan slagen in de lucht en leugenachtigheid in de pers.
Geplaatst door: Bastiaan Bommeljé | 19-9-09 om 1:48
"Het is even grappig als veelbetekenend op deze website allerhande mensen nu te zien fulmineren tegen literaire tijdschriften die toch voortdurend proberen hun schrijfsels erin geplaatst te krijgen."
Kijk aan, de televisiebons die roept dat iedereen stiekum op televisie wil.
Ik ben benieuwd wie dat zijn. Ik heb al niemand gezien die 'fulmineert tegen literaire tijdschriften'.
Wel heb ik een hele berg door u genegeerde argumenten gezien.
Geplaatst door: M.H.Benders | 19-9-09 om 8:08
Nou omdat ik de kwaadste niet ben, zal ik nog één keer in woorden van een halve lettergreep proberen uit te leggen waar Temme al in zijn uitgangspunt over debuten en kweekvijvers de plank fundamenteel misslaat.
(Overigens zou ik zeggen dat de verpletterende argumenten van Menno Lievers tegen de opzet, methode en conclusies van de scriptie ten onrechte in veel van het bovenstaande worden genegeerd, maar goed, ieder heeft recht op zijn eigen verblinding.)
De cruciale vraag is: wat is een debuut in de literaire werkelijkheid (i.t.t. tot in een scritpie Neerlandistiek).
Laten we Anke Scheeren nemen als verhelderend en exemplarisch voorbeeld.
1) Zij publiceert voor het eerst in de schoolkrant.
2) Zij publiceert een keer in een laagdrempelig tijdschrift als Lava.
3) Zij stuurt werk op naar Hollands Maandblad, waar haar talent wordt opgepikt, en haar inzending met allerhande redactionele aanmoedigingen en uitvoerige suggesties wordt teruggezonden met het verzoek een nieuwe versie in te zenden. Dit proces van interactie tussen auteur en redacteur herhaalt zich bij volgende verhalen over een periode van meer dan twee jaar. Anke Scheeren ontvangt ondertussen van HM een aanmoedigingsstipendium, en wordt vervolgens doorgesluisd naar de uitgever van HM om te zien of er tot boekpublicatie gekomen kan worden.
4) Het komt tot een debuut in boekvorm bij de uitgever van HM. Dit boek wordt een groot succes met 8 drukken in korte tijd en extreem lovende recensies in bijvoorbeeld NRC HB.
Afgezien van dit mooie einde gaat het bij vrijwel alle literaire loopbanen op deze wijze: men debuteert in etages en fases.
Volgens de criteria en volgens de scriptie en volgens zeggen van Temme heeft HM in hier beschreven proces GEEN kweekvijverfunctie vervuld, daar het "debuut" uitsluitend bij de schoolkrant of bij Lava lag. HM krijgt een "0" van Temme en het verwijt dat het blad "niet meer"de functie van kweekvijver vervuld.
Het zou interessant zijn om te horen van Anke Scheeren (af van al die andere auteurs die bij HM en andere literaire tijdschriften worden begeleid wat ZIJ ZELF als hun kweekvijver zien.
Zonneklaar blijkt hier hoe de werkelijkheid volkomen anders is dan de tellingen van Temme.
Toevallig sprak ik gisteren Gerrit Komrij, die deze discussie overigens licht verbaasd en minzaam glimlachend volgt. Zijn woorden: "Ach, je verschijnt ergens voor het eerst op papier, maar je echte debuut is als je verschijnt in het tijdschrift waar je altijd in wilde worden afgedrukt.' In zijn geval verscheen hij voor het eerst op papier met een gedicht in Propria Cures, maar beschouwt hij zijn eerste werk in HM als zijn "literaire debuut". Hij zou echter ook niet zijn meegeteld door Temme ten faveure van HM als "kweekvijver".
Maar dan de door Temme opgelegde verplichting verplichting aan Literaire Tijdschriften om als kweekvijver te moeten fungeren. Dit is al even onzinnig als zijn omgang met debuten. Zoals uit het voorbeeld van Anke Scheeren (en Gerrit Komrij) blijkt, functioneren tijdschriften als kweekvijver omdat ze een hoogwaardig en begerenswaardig podium bieden, NIET omdat beginnelingen er maar wat mogen aanklooien.
Hoe hoogdrempeliger het tijdschrift hoe serieuzer de kweekfunctie voor degeen die (met al dan niet schoolkrant en Lava of Vooijs achter de rug) de drempel weet te halen.
De drempel van tijdschriften is bedoeld om de onzin buiten te houden en interessante schrijvers (debutanten evengoed als oude rotten, beginnelingen evengoed als doorgewinterde auteurs) binnen te halen en te houden.
Kor gezegd: "debuten" en "kweekvijvers" zijn in de literaire werkelijkheid veel en veel complexer, paradoxaler en beweeglijker, dan Temme met zijn even rigide als naïeve telling meent te weten.
De bouwstenen waarmee hij tot zijn bevindingen komt, kloppen dus niet, en dat alleen al maakt zijn "aanbevelingen" voor de toekomst van literaire tijdschriften lachwekkend en futiel.
Geplaatst door: Bastiaan Bommeljé | 19-9-09 om 11:03
"Hoe hoogdrempeliger het tijdschrift hoe serieuzer de kweekfunctie voor degeen die (met al dan niet schoolkrant en Lava of Vooijs achter de rug) de drempel weet te halen."
Nee, die argumentatie klopt niet. Zou hij wel kloppen dan zou het namelijk regelmatig gebeuren dat zo'n tijdschrift gewoon leeg bleef.
Een 'hoge drempel' is niet te verenigen met het idee dat je elke maand zoveel bladruimte moet vullen. Uiteraard kun je elke drempel wel als relatief hoog aanduiden - maar het absolute kernpunt in deze discussie wordt door iedereen vermeden: of het nu zo is dat via tijdschriften gedebuteerde auteurs hoger van niveau zijn dan direct gedebuteerde auteurs.
Want als dat niet zo is kun je moeilijk stellen dat zo'n blad op dat gebied meerwaarde heeft. Er zijn nog wel meer en betere contra argumenten te verzinnen: bijvoorbeeld het argument dat zelfreferentiele werking in feite antiliterair is. Dat de referentie-economie, waarbinnen wij nu functioneren, in feite anti-specialistisch is. Maar goed, dat zou een lange adem betekenen want dat is een wat complexer onderwerp.
Ik denk zelf dat Literaire bladen nooit een 'kweekvijver' zouden willen moeten zijn. Je bent toch geen talentenjager voor een uitgeverij. En als een of andere subsidiebons dat graag wil horen, dan kun je toch gewoon lik op stuk geven: het is op termijn absoluut niet commercieel om een bemiddelaarspositie in te nemen. Dat zie je nu bij de kranten ook spelen.
Geplaatst door: M.H.Benders | 19-9-09 om 11:21
Zou Benders nu lezen wat ik en Menno Lievers hier hebben geschreven of begrijpt hij onze woorden gewoon niet?
Ik heb al diverse keren (tot vervelens toe) vastgesteld dat literaire tijdschriften helemaal geen "kweekvijver" WILLEN zijn (precies zoals hij nu zelf betoogt!). Dat ze deze functie (in wisselende mate) wel vervullen is BIJZAAK; het is ONDERDEEL van hun bestaan, geen raison d'être ervan.
Dat tijdschriften uitsluitend kweekvijver zouden MOETEN zijn, is door Temme verzonnen, alleen maar om (op overigens geheel onjuiste gronden) te kunnen betogen dat ze die functie "niet meer" vervullen.
De hoofdbezigheid van een redacteur is om ingezonden stukken af te wijzen; vab "bladvullen" is geen sprake met het tomeloze inzendingsdrang van jonge en oude schrijvers die oh zo graag een plekje willen op een echt met inkt gedrukte pagina.
Ten overvloede: het internet is prachtig, geweldig en oneindig. Maar het kan op geen enkele wijze een VERVANGING zijn van geredigeerde en gedrukte pagina's. Het is er een AANVULLING op. Anders zou de Contrabas zelf ook nooit dichtbundeltjes op papier uitgeven.
Geplaatst door: Bastiaan Bommeljé | 19-9-09 om 15:43
Als ik kijk naar de auteurs die onder mijn hoede debuteerden toen ik redacteur bij de Bezige Bij (2001-2007) was, dan heb ik die vrijwel allemaal gevonden via het literaire tijdschrift, al dan niet via Bunker Hill waarvan ik ook redacteur was. Ik kan iedereen hier verzekeren dat elk literair tijdschrift, hoe 'groot' of hoe nietig ook, door de redacties van literaire uitgeverijen op de voet wordt gevolgd.
Soms ga je er achteraan en vis je achter het net, soms krijg je contact met zo iemand maar komt er toch geen boek uit, en soms leidt het tot een boekuitgave (soms bj de eigen, soms bij een andere uitgeverij). Soms is het ook belangrijk om iemand die lange tijd niets heeft gepubliceerd een nieuwe kans te geven, soms debuteert iemand die we alleen als romancier kenden in een tijdschrift met gedichten. Allemaal belangrijke 'functies', maar ik denk niet dat iemand die bladen maakt daar zo pragmatisch over denkt. Hij heeft contact met auteurs en schift en selecteert.
Debuten die ik uitgaf: Walter van den Berg (vond ik via een verhaal in De Gids), Jan Willem Anker (zat bij de ingezonden post voor Bunker Hill, waarna hij daar @Thies met niet 1 maar 4 gedichten debuteerde, nog voordat er van een debuutbundel sprake was), Thomas Blondeau (ik meen De Brakke Hond of De Revisor), Peter du Gardijn (vond ik in Tirade maar stond al veel eerder in De Revisor), Barbel Geijsen (gedichten in Raster), Sanneke van Hassel (een verhaal in Tirade).
Daarvoor was ik als redacteur de bladen dankbaar en ik denk dat de auteurs ook blij waren dat ze een uitgeverij als de Bij vonden via een tijdschrift. En ik denk dat bladen, of ze nu op het internet staan of worden gedrukt, nog steeds die rol kunnen spelen. Van cijfermatig onderzoek gaat altijd iets demagogisch uit, de cijfers zijn hard en maken de nuancering onzichtbaar - zoiets als uitrekenen wat 'de allochtoon' ons kost.
Als je het aantal debuten te weinig vindt, weet dan in elk geval dat er altijd hard, soms tot het wanhopige toe, naar ze gespeurd wordt - ze worden zeker niet bewust buiten de boot gehouden. Als je uitrekent wat 'het literair tijdschrift' kost, kom je uit bij een bedrag dat iedereen schandalig vindt. Als je de waarde van een tien-, twintig- of dertigtal literaire debuten wilt aangeven, kun je die niet in cijfers uitdrukken.
Geplaatst door: Victor Schiferli | 19-9-09 om 16:28
Ik vergeet nog te noemen Bob van der Burg, met zijn helaas te weinig gelezen verhalenbundel Camera, die ook debuteerde in Bunker Hill.
Geplaatst door: Victor Schiferli | 19-9-09 om 16:31
Bommelje heeft duidelijk geen ervaring met het discussieren in open fora. Hij meent dat ik het continu tegen hem persoonlijk heb, terwijl ik slechts het algemene punt uit Temme's proefschrift als uitgangspunt voor wat kanttekeningen nam.
Het idee dat referentiele publicaties een 'hoge lat' moeten passeren is kitscherige redacteuren-onzin. Zelfs al is het waar dat Bommelje een constante overvloed aan inzendingen heeft, zegt dat absoluut niks over de kwaliteit van die inzendingen en de plek waar die lat zou moeten liggen. Laten we even wel wezen: dat blad wordt altijd opgevuld, of er nu genoeg 'kwaliteit' is ingezonden of niet. Ik heb genoeg ervaring ter velde om dat te kunnen zeggen en wie het tegendeel beweert kletst gewoon uit zijn nek.
Dat Schiferli er nog even overheen komt met een blase praatje over 'debutanten' die aanwezig zijn in zijn blaadje: het probleem is toch veeleer dat er veel teveel debutanten zijn, en niet 'te weinig'.
De kernpunten uit mijn betoog worden nog steeds door beide partijen genegeerd: hoe je in vredesnaam kunt betogen dat een referentie-economie als de kunstwereld daadwerkelijk 'kwaliteit' als belangrijkste standaard heeft. En waarom je zou kunnen zeggen dat direct debuteren en door een uitgever worden gederigeerd mindere kwaliteit oplevert dan precies hetzelfde maar dan door een redacteur van een tijdschrift. Kom nou zeg, we zijn hier toch niet op het achterhoofd gevallen.
Geplaatst door: M.H.Benders | 19-9-09 om 18:33
@Bastiaan Bommeljé: u zegt dat u mijn scriptie nog eens heeft gelezen. Uit uw vorige stukken is niet gebleken, dat u maar één blik heeft geworpen op het volledige stuk. En ook uit de laatste reactie is dit niet op te maken. U herhaalt zichzelf voortdurend. Zo komen we niet verder. Jammer.
En tot slot nog dit. U zegt: 'echt met inkt gedrukte pagina'. Het is al duidelijk. Ook u bent één van die redacteuren - zoals Pröpper zei - die hecht aan papier. En het NLPVF maar geld in u investeren, terwijl u weigert om naar de toekomst van het literaire tijdschrift te kijken. Als het zo doorgaat, dan zijn het deze redacteuren die ervoor zorgen dat hun eigen literaire tijddschrift ten onder gaat. Zonde.
@Victor Schiferli: jouw verhaal laat goed zien, dat de literaire uitgeverij profiteert van een tijdschrift. Lievers ontkende dit. Hij schreef: 'Zo wordt er stilzwijgend van uit gegaan dat een uitgeverij moet profiteren van haar tijdschrift middels de fuikfunctie'. De schrijvers die u noemt, heeft u ontdekt en uitgeven dankzij het tijdschrift (bijvoorbeeld in Raster). Dit laat goed de kweekvijverfunctie van het literaire tijdschrift zien.
Wel denk ik - en ik noem dit ook in mijn scriptie - dat uitgeverijen de komende jaren steeds minder uit de vijvers van de tijdschriften vissen. Vooral als het jonge talent de komende jaren nog minder aanwezig is in de tijdschriften. De Bezige Bij bijvoorbeeld liet tussen 2003 - 2008 al meer debutanten zonder literaire tijdschriftachtergrond debuteren dan met. Vooral de literaire agent zal steeds vaker de rol van de tijdschriftredacteur overnemen. Hij biedt rechtstreeks zijn debutanten aan de uitgeverijen aan. De uitgeverij hoeft zelf niet meer te zoeken.
Geplaatst door: Bart Temme | 19-9-09 om 18:42
"Vooral de literaire agent zal steeds vaker de rol van de tijdschriftredacteur overnemen."
Ik heb ineens zin om Bommelje en Schiferli op mijn knieen te smeken terug te komen. Come back!
Geplaatst door: M.H.Benders | 19-9-09 om 19:05
@ Bart Temme: Als je het hebt over 'de literaire agent' dan heb je het in feite alleen over Paul Sebes, want dat is de enige die geregeld manuscripten aanbiedt van te debuteren (en ook al gedebuteerde) auteurs. Dat er meer zullen komen, dat zal best, maar de afgelopen jaren heb ik er eigenlijk niemand van zijn kaliber bij zien komen.
De uitgeverij zal altijd zelf blijven zoeken, als het een uitgeverij is die haar vak serieus neemt, want dat is nu ook het leuke van het vak. Via je netwerk, via optredens, via ongevraagde manuscripten. Je kunt er onmogelijk van uitgaan dat een agent die voortaan allemaal op een bordje aanbiedt. Het moet ook een beetje leuk blijven voor de uitgever. Ik zou trouwens graag dat lijstje 2003-2008 eens zien, van de Bij: is dat inclusief Cargo en Thomas Rap? (Mijn e-mail staat hierbij geloof ik).
@ Martijn Benders: ik weet niet wat er blasé is aan mijn praatje, ik probeerde te verduidelijken hoe ik deze gang van zaken heb meegemaakt vanuit de praktijk. Ik had het zeker niet alleen over mijn blaadje Bunker Hill maar juist ook over andere tijdschriften. En dat er te weinig debutanten in wording in tijdschriften (zouden) staan, dat was toch het begin van deze discussie? Met het kernpunt in je betoog ben ik het overigens eens: het is raar te veronderstellen dat debuteren zonder tijdschriftervaring beter zou zijn dan met. Het is zoiets raars als: een voetballer die eerst in het tweede elftal heeft gevoetbald en daarna debuteert op het hoogste niveau is beter dan iemand die uit het niets meteen in het eerste komt. Maar ik weet niet of dat nu verondersteld werd.
Selecteren op kwaliteit is kennelijk een onmogelijkheid in de ogen van sommigen, maar het is eigenlijk heel eenvoudig: je hebt een stapel manuscripten en je neemt daaruit wat je goed vindt, waar je iets in ziet, wat je graag de wereld in wilt brengen. Iedereen die wel eens zo'n stapel heeft bekeken, weet dat dat selecteren min f meer vanzelf gaat: Net zoiets als je foto's bekijkt en de scherpe en de mislukte er tussenuit haalt, tot je alleen de beste overhoudt. Iemand die een andere keus zou maken mag dat zelf doen.
Geplaatst door: Victor Schiferli | 19-9-09 om 19:19
@Temme: Blijkbaar weet jij niet, of besef je niet, dat ik tien jaar lang Hollands Maandblad heb gemaakt zonder subsidie. Ik ben een gekend tegenstander van het subsidiestelsel en heb het toegekende bedrag een decennium lang teruggegeven aan het productiefonds. HM is nu het grootste en frequentst verschijnende literaire tijdschrift van Nederland.
Het is dus evident onjuist en onwaar mij te schetsen als een subsidievreter.
Bovendien is het evident onwaar en onjuist mij te schetsen als iemand die weigert naar de toekomst van literaire tijdschriften te kijken. Iedereen die HM volgt, iedereen die op de tijdschriftendag van het productiefonds is geweest, en iedereen die de discussies tussen het productiefonds en HM heeft gevolgd, moet weten dat dit een bizarre een slag in de lucht is.
Bovendien besef je kennelijk niet dat ik in het gewone leven boekhandelaar en uitgever ben (van de oudste geheel zelfstandige boekhandel/uitgeverij van Nederland), en dat ik uit dien hoofde wellicht een iets scherper beeld van de letterkundige wereld en van de al dan niet digitale toekomst van het gedrukte woord heb dan je blijkbaar in je oneindige universitaire wijsheid meent.
Je eigen onwankelbare geloof in een drempelloze, vrij toegankelijke en gefuseerde toekomst op het web voor literaire tijdschriften is ronduit naïef. Begrijp je dan niet dat dit één groot contradictio in terminis is? Dat jij in feite een toekomst wilt ZONDER literaire tijdschriften maar met één grote GeenStijl-website? Begrijp je dan niet dat een literair tijdschrift alleen bestaat bij de gratie van uitsluiting van schrijvers en bij de gratie van onderscheid met andere tijdschriften?
Nogmaals: het is helemaal niet erg dat tijdschriften verdwijnen en ten onder gaan. Dat is inherent aan een tijdschrift, dat immers het platform is van een culturele- en intellectuele gemeenschap dan wel generatie - en die gaan ook ten onder. Dat geeft alleen maar ruimte voor nieuw tijdschriften.
Het is voor mij onbegrijpelijk, teleurstellend en verontrustend dat deze volstrekt evidente zaken - en zelfs de wijze woorden van Schiferli - op deze website stuiten op zo'n zonderlinge cocktail van onwetendheid, blinde haat en literaire rancune.
Geplaatst door: Bastiaan Bommeljé | 19-9-09 om 19:55
Hoi Victor,
Het 'blase' zat hem min of meer in het feit dat je de kernpunten van het betoog van Temme en mijn aanvullingen/tegenwerpingen negeerde door juist op het begin van de discussie in te haken, waarin Temme dat inderdaad beweert.
Wat het tweede punt betreft: uiteraard is het heel goed mogelijk op kwaliteit te selecteren. Je hebt een bak inzendingen en je kiest daaruit wat volgens jouw standaard het best is. Dat is echter iets anders dan kwaliteit in absolute zin - dan kom je op het gebied van consensus terecht - we weten bijvoorbeeld dat Duinker laatst zei dat hij 'vier nederlandse dichters goed vind en de rest allemaal zeer middelmatig'. Die legt de lat dus duidelijk een stuk hoger. Hoe hoog moet een lat liggen om over'kwaliteit' te kunnen spreken? En in hoeverre is de referentiele werking van tijdschriften juist een belemmering daarvan? Want ik weet nog goed uit het kunstcircuit dat kunstenaars het allemaal vaak belangrijker leken vinden een CV op te bouwen van exposities dan bijvoorbeeld daadwerkelijk iets groots neer te zetten. Mijn idee is dan ook eerder dat de 'literaire tijdschriften' als typisch referentie-economisch fenomeen vooral de middelmatigheid ten goede komt. En dat is dus *niet* omdat er perse iets mis is met de redactionele keuze..
Geplaatst door: M.H.Benders | 19-9-09 om 20:04
3. De opkomst van de literaire agent speelt ook een rol. De literaire agent heeft bepaalde taken van de tijdschriftredactie overgenomen.
Hebben we het hier over hoofdagentje Sebes?
Geplaatst door: WIIIJansen | 22-9-09 om 16:43
Het is tegenwoordig prettiger om niet gepubliceerd te worden en in alle stilte, buiten het ditale en buiten de literaire tijdschriften te werken. Wie 'talent' maakt,dus heeft, heeft niet eens lezers nodig. Ik, bijvoorbeeld, wil niet door iedereen beoordeeld worden.Publiceren kan altijd nog. Hoornik, Hanlo,Van Schagen, Komrij, Vancrevel en nog en paar merkten mij op. Daaraan had ik genoeg.
Geplaatst door: Wijnand Steemers | 19-11-09 om 21:06
In een willekeurig debat hoor je als toeschouwer zonder je in het deb
at te mengen steeds het verschil tussen eb dood tij en vloed in een overvloed aan meningen elk hun eigen denken mennend wel of niet in toom houdend. En dan ontluikt soms bloesem uit de humor van het vertakken geudrende de gesprekken.Het zou ook immoreel zijn als humor in en tussen al die ernst ontbrak.gesprekken zijn aangaande dit onderwerp soms net huwelijken tussen personen, dan moet je waken voor huwelijkmakelaars ze vragen vaak te veel .Zo ervaar ik het tenminste bij mezelf blijvend bij tijd en wijle.Wat kun je kweken onderwijzen als er zoveel scholen met vissen zijn, een hand is een hand vele samen geven soms veel wat te velen is.
Mooi stuk schrijf je Victor met belangstelling gelezen.
Geplaatst door: annemieke steenbergen-spijkerman | 20-11-09 om 9:45
Het huidige onbeduidende nivo van het literaire tijdschrift geeft de belabberde stand van de literatuur prima weer. In welk tijdschrijft zou een Kluun vroeger geplaatst zijn met een verhaal: De Revisor soms?
Geplaatst door: VoerVoorLezers | 10-2-10 om 22:58