In mijn veertiger jaren nedergedaald
van trappen en wolken naar d'aarde
betrok ik met stuurboord en bakboord en windroos
gekruid en geworteld een huis.
Ik ben er van alles voorzien
wieken en wielen
kruiken voor voorraad.
Christine D'haen leest een onaf gedicht voor (een VRT fragment uit 1967)
'Waarom die gebonden vorm van poëzie? Ik heb daar een voorlopig antwoord op. De mens heeft een ritueel nodig, om greep te krijgen op het verschrikkelijke, huiveringwekkende dat hij ziet als hij kijkt in het leven, de psyche, het zijnde. De gebonden vorm is ritueel bezwerend en relatief beveiligend, het is de Wet die de spiegelrelatie van Ziener en Geziene oplost.' Dankwoord bij de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren in 1992
'Wij schrijven gedichten omdat we in gedichten dezelfde liefdesverenigingen kunnen bewerken als met ons lichaam: paringen van klanken, versmeltingen, verleidingen, distanties en hevige toenaderingen van syntaxes, onderwerpingen en beheersingen van casussen, ornamenten en exhibities, geheime uitstallingen van verboden objecten, terughouding en overgave, castraties en deliria: la poésie fait tout et plus que tout." uit een brief van Christine D'haen. (mededelingen CDR)
„Het is mijn panische angst die mij dag en nacht kwelt: dat ik verloren zal gaan, mijn ziel zal verloren gaan, mijn wezen, mijn zin.” uit haar autobiografische boek Zwarte sneeuw uit 1989. (NRC)
"In de poëzie brengen nochtans weinig vrouwen er iets van terecht. Ik wil de feministische discussie niet voeren, ik heb die materie niet bestudeerd. Ik stel alleen vast dat er weinig goede vrouwelijke dichters zijn.’ lees het interview met Christine D'haen dat in 2000 verscheen in de Poëziekrant op Pascal Digital.
'Mijn gynaecoloog is verkouden en niest in mijn reet. Opkijkend van tussen mijn benen zegt hij: ‘U zult 100 jaar worden. ' De Volkskrant.
Almagische vol menigvuldigheden
De roddels, rijmers met refrein, van die aan die en die en die.
Zijn vonnis, kerker – sagt kein einziges Wort.
Zijn al die hoonderzienders weg? – Zozeer niet meer als zijn nog nu niet waren toen niet ooit geweest.
(...)
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties