Cecilia Quílez Lucas werd in 1965 in Algeciras (Cádiz) geboren. Ze publiceerde tot hiertoe drie verzenbundels: La posada del dragón (Ed. Huerga & Fierro), Un mal ácido (Ed. Torremozas), en El cuarto día ( Calambur). Un mal ácido kreeg een speciale vermelding bij de poëziewedstrijd Premio Villa de Madrid de Poesía “Francisco de Quevedo” en werd in de pers zeer lovend onthaald.
De dichteres heeft meegewerkt aan radioprogramma’s en heeft talloze tentoonstellingen van schilderkunst en beeldhouwkunst gecoördineerd en geleid. Ze heeft meegewerkt aan verschillende tijdschriften en was betrokken bij een groot aantal poëziehappenings. Voor het ogenblik werkt ze aan een roman. (Fa Claes)
DE JONGEN VAN COSMOPOLITAN
Het is omdat je beeld,
die rustende billen en ellebogen,
de zomer berispt
en daar, tussen je benen
de schuldige zich opricht.
Het is omdat de tarwe
zich verspreidt over het denkbeeldige bed
en de korrels hun goddelijke aanleg vergeten
in de puberale omhulling.
Met roodgeverfd haar
hou je onder de
regendruppels dienstvaardig
je ogen voor het objectief.
En ik verlang niet dat jij mei-juni van dit blad
dat me aan de dagen herinnert laat voorbijgaan.
Je hand, zie je wel,
leidt de voyeur af
en dat is omdat in werkelijkheid
een slip vaag zichtbaar is,
doorschijnend nochtans
voor deze wellust.
Noot:
Cosmopolitan is een tijdschrift dat zich hoofdzakelijk richt tot een jong vrouwelijk publiek. Abonnenten krijgen ieder jaar een kalenders met foto’s van mannelijke modellen. Bij elke foto horen twee maanden, vandaar mei-juni.
EL CHICO DEL COSMOPOLITAN
Es porque tu imagen,
recostadas las nalgas y los codos,
increpan al estío,
y ahí, entre tus piernas
se erige el culpable.
Es porque el trigo
se esparce sobre el imaginario lecho
y sus granos olvidan en los púberes mantos
su condición divina.
Arrebolado el cabello
entre gotas de agua
dócilmente mantienes
ante el objetivo tus pupilas.
Y no deseo que pases Mayojunio
de este papel que me recuerda los días.
Tu mano, ya ves,
engaña al voyeur
y es porque se atisba en verdad
un slip,
no obstante, transparente
a esta lujuria.
DE NIEUWE KLEREN VAN DE KEIZER
Ik ken verhalen en legenden van buiten
die me verwittigen voor bewaakte lokvogels,
maar liet mijn laarsjes achter, vergeten
op een stut van duisternis.
Ik beweeg sierlijk bij het stappen,
mijn armen dansen
en zelfs mijn haar blijft in de maat
als ik door de buurt loop.
Zal er iemand op straat zijn,
iemand die me in het oor zegt
“zie je niet meisje
dat je naakt bent”?
EL TRAJE NUEVO DEL EMPERADOR
Sé de memoria cuentos y leyendas
que me advierten de velados señuelos,
pero dejé las zapatillas olvidadas
en un puntal de tinieblas.
Muevo mis pasos con gracia,
los brazos me bailan
y hasta mi pelo se acompasa
cuando doy vueltas.
¿Habrá alguien en el camino,
alguien que me diga al oído
“no ves muchacha
que estás desnuda”?
GELUKZALIG GEHEUGEN
Met jou heb ik drie vluchtige ogenblikken
beleefd van dit ons leven dat eindeloos moest zijn.
De uren herinner ik me niet, en ook niet de dagen
(alles was zo weinig wanneer jij naar me keek)
Alleen bezit ik het diamanten beeld
van je lichaam,
de lichtgevende ledematen,
het kaneelkleurige vuur.
Ah, als ik mijn eeuwigheid kon kiezen
zou ik me rustig houden!
Ik was niets. Het lichaam verdwijnt,
nutteloze steun die de ziel ondersteunt.
Alleen mijn keel en mijn kolom.
En er zal zelfs geen wereld zijn die de moeite loont
en geen droevig vaarwel dat mij kan voltooien,
tenzij je lichtgevende ledematen
naakt in mijn ogen
als was je de enige man in het universum.
BIENAVENTURADA MEMORIA
He vivido contigo tres instantes fugaces
de esta vida nuestra que debería ser infinita.
No recuerdo las horas, ni tampoco los días
(todo era tan poco cuando tú me mirabas)
Sólo poseo la diamantina imagen
de tu cuerpo,
los incandescentes miembros,
la acanelada lumbre.
¡Ah, si pudiera elegir mi eternidad
me quedaría tan quieta..!
Yo no era nada. Desaparece el cuerpo,
inútil soporte que soporta el alma.
Únicamente mi garganta y mi columna.
Y ya no habrá mundo que valga la pena
ni adiós triste que me pueda acabar,
sino tus incandescentes miembros
desnudos en mis ojos
como si fueses el único hombre del Universo.
Uit: La posada del dragón
DIT ZURE KWAAD
Nachten zijn dagen en nachten
zonder ophouden, zonder uitstel.
Ik ben een volstrekt kwaad,
een onderaardse gang in mijn gefnuikte gaven,
een bittere kramp van opdrachten
die mijn buik kwetst van binnenuit.
Ik leg mijn ingewanden op mijn schrijftafel
en bekijk ze zonder achting.
En ik wacht.
Ik wacht om te zien of iemand langskomt
die ze zeeft zoals de linzen
die op het marmer alle hoop opgeven.
Met een beetje geluk
wordt
het overige een waar festijn.
ESTE MAL ÁCIDO
Noches son días y noches
sin treguas, sin esperas.
Soy un mal absoluto,
un socavón en mis lisiadas facultades,
un ácido retortijón de instrucciones
que me hiere el vientre desde dentro.
Pongo mis vísceras encima del escritorio
y las miro sin contemplaciones.
Y espero.
Espero a ver si pasa alguien
que las tamice como a las lentejas
que se desahucian en el mármol.
Con un poco de suerte
el resto
será todo un festín
BLINDELINGS
Vaak betrap ik me verrukt
met deze afgezakte mondhoeken,
de wallen onder mijn ogen,
het doffe haar
en mijn schoenen vol slijk.
Soms is de liefde dat, zeg ik.
Ik bekijk je met vele vormen
en jij zou moeten denken
alleen dat laatste.
Het is een ellende je er rekenschap van te geven
dat de anderen zo naar iemand kijken...
Dan vraag ik:
houden ze ook van elkaar
de ogen die jou niet zien?
CIEGAMENTE
Me pillo a menudo embelesada
en esas comisuras caídas,
las bolsas bajo los ojos,
el pelo opaco,
y los zapatos llenos de barro.
Digo, a veces el amor es esto.
Yo te miro de muchas formas,
y tú deberías pensar
sólo esto último.
Es un fastidio darse cuenta
que le miren así a uno...
Entonces pregunto:
¿también se aman
los ojos que no te ven?
HET WONDER VAN DE VISSEN
Je komt in de slaapkamer binnen, niet in de schaduw.
De schaduw ben jij.
Ik projecteer je in mijn vlees zoals toen,
in die schelp die een andere omhelzing leek.
Je naderde mij met op je tong een testament
en een harpoen in je borst.
Onder de opgebrande kaarsen hebben we gebeden
bij de ochtendklaarte waar je de wonderen waarneemt
en alles uit de som van het niets ontstaat.
Wij waren jij en ik, delirium van de onbetwistbare dagdroom,
in een andere wereld met twee woeste meren
en twee vissen klaar om elkaar te vernietigen.
Ik denk nu aan die nachten
waarin de nachtuilen in zwijm vallen
op de vensterbank van deze schaduwen.
Schreeuw en herhaal voor mij gelijk een litanie
dat je je dit alles echt
herinnert.
EL MILAGRO DE LOS PECES
Entras en la alcoba, no a las sombras.
La sombra eres tú.
Te proyecto en mi carne como entonces,
en aquella colcha que parecía otro abrazo.
Te acercabas a mí con un testamento en la lengua
y un arpón en el pecho.
Orábamos bajo las velas consumidas,
al albor donde se anotan los prodigios
y todo nace de la suma de nada.
Éramos tú y yo, desvarío del ensueño incuestionable,
en otro mundo con dos lagos enfurecidos
y dos peces dispuestos a aniquilarse.
Piensa ahora en estas noches
donde las lechuzas se desmayan
en el alféizar de esas sombras.
Grita y repíteme como una letanía
que de verdad recuerdas
todo aquello.
LOUTER GENETICA
Mijn moeder ging weg.
Ze zochten mij een andere.
Mijn vader deed het daarna.
Ze zochten mij een andere.
De liefde liet me in de steek.
Die zocht ík.
Alles bij vervanging,
zo leerden ze me,
opdat niemand
mij kwaad deed.
Het is waar dat de zonen
op hun vaders gelijken:
jou heb ik al vervangen
door een groene wagen.
PURA GENÉTICA
Mi madre se fue.
Me buscaron otra.
Mi padre lo hizo después.
Me buscaron otro.
El amor me abandonó.
Lo busqué yo.
Todo por sustitución,
así me enseñaron,
para que nadie
me hiciera daño.
Es verdad que los hijos
se parecen a los padres:
a ti ya te he cambiado
por un coche verde.
DE DORST
De legers zijn voorbijgegaan
naast mijn onzichtbare boom.
Die van mijn dromen,
degene die me beschutte
in mijn kleine bedje.
Ook deze keer zagen ze me niet
omhoog geklauterd in de kruin van de vijgenboom,
beschermd in het sap van zijn vrucht.
Ze trokken voorbij en van ver merkte ik
de onverbiddelijke zweep op het kruis van de dieren,
de opgewonden ruiters,
de kapotte stenen van het veetrekpad.
Ik heb voor ze moeten onderdoen
en niemand heeft iets gemerkt.
Mijn mond heb ik vol zout.
Velen werden geroepen
tot het wonder van het water,
en alleen hier
bleef de dorst over.
LA SED
Han pasado los ejércitos
al lado de mi árbol invisible.
El de los sueños,
el que me cobijaba
en la párvula cama.
Tampoco me vieron esta vez
trepada en la copa de la higuera,
protegida en el almíbar de su fruto.
Han pasado y de lejos noté
la fusta implacable en la grupa de las bestias,
los jinetes enardecidos,
las piedras rotas en la cañada.
He mordido su polvo
y nadie notó nada.
Tengo la boca llena de sal.
Muchos fueron citados
al milagro del agua,
y sólo aquí
quedó la sed.
DAMNATIO MEMORIAE
In de duinen
waar ik je niet vond
zochten we elkaar.
We zijn kiezels
van de herinnering.
Weke flanken
bloeden.
De tijd weerhoudt
dode tijd.
Wij zijn het gemurmel
van de tempels.
Wij geloven elkaar
en wenen
hoewel er niet méér zee is
dan diegene die ons verwijdert.
Beminnen, ja, altijd liefde,
zoals het altijd geweest is
zal het morgen zijn.
DAMNATIO MEMORIAE
En las dunas
donde no te hallé
nos buscamos.
Somos guijarros
de la memoria.
Blandos costados
sangran.
El tiempo detiene
tiempo muerto.
Somos el murmullo
de los templos.
Nos creemos
y lloramos,
aunque ya no hay más mar
que ese que nos aleja.
Amar, sí, amor siempre,
igual que el todo lo fue,
mañana será.
Uit: Un mal ácido
DE KWIJTSCHELDING
Eerst heb je me het woord afgenomen,
daarna mijn ogen
en nu mijn vlees
met de blauwe gemeenschappelijkheid.
Ik ben in je zoals jij wil,
ik besta in je.
Binnenin besta jij ook.
Wie zal het wagen
zijn hand op te heffen
en ons te laten weten
of we blind zijn
en hongerig?
EL INDULTO
Me has tomado la palabra primero,
después los ojos,
y ahora, mi carne
con la azul comunión.
Soy en ti como tú quieres,
estoy en ti.
Dentro también estás tú.
¿Quién se va a atrever
a levantar su mano
y señalarnos
si estamos ciegos
y hambrientos?
Y
Mijn borsten.
De sleutelbeenderen.
De korte band om de taille.
De aaneengesloten dijen.
Mijn voeten op spitzen van danseressen.
Een Y zonder hoofd ben ik,
schets van de bijna perfecte
tekening
opdat iemand
een van volgende jaren
mij in X verandert
wanneer toch alles ophoudt.
Y
Mis pechos.
Las clavículas.
La cinta sucinta del talle.
Los muslos adheridos.
Mis pies sobre puntas de bailarina.
Una Y sin cabeza soy,
esbozo del dibujo casi
perfecto
para que alguien
un año de estos
me convierta en X
cuando ya todo acabe.
ONBEWOOND
Ik heb weg afgelegd en altijd blijf ik
in al mijn geliefden
het droombeeld dat aan
de haken van de tijd hangt.
Ik wens het niet te zijn maar ben
de ogen van de tijd,
volleerde vroedvrouw
van wijfjes zonder smet.
We hebben de namen verveelvoudigd
van elitaire groepen.
De erfgenamen van de schaduwen,
vereerd en aanvaard,
zijn allemaal vrije zonen
van het eerste bedrog.
Ik zal vandaag de nachten noch
mijn buik bezingen als wieg.
Het is mogelijk dat ik een zeldzame soort ben
die met uitroeiing is bedreigd,
een mooie amfoor
die niet wil bewonderd worden
en gedronken evenmin.
YERMA
He caminado y siempre me quedo
en todos los amantes,
fantasma colgada
en las perchas del tiempo.
No quiero ser pero soy
los ojos de la historia,
licenciada matrona
de hembras sin mácula.
Hemos multiplicado nombres
de manadas elitistas.
Los herederos de sombras,
santificados y tolerados
son todos hijos libres
del primer engaño.
No cantaré hoy a las noches
ni a mi vientre como cuna.
Puede que sea una rara especie
en vías de extinción,
una hermosa ánfora
que no quiere ser contemplada
ni tampoco bebida.
I - BLIJDE MYSTERIE
Vergeef me lip dat ik je niet toebehoor,
deze smeekbede schrijft ze haar lege plaats voor.
Mijn handen voeren mij naar verboden plaatsen
terwijl ik de lakens overhoop haal en denk dat je alleen bent
als een goed afgerichte blindenhond.
Want deze gloed is zo zedig
dat mijn mond zondigt door nog maagd te zijn
en mijn tong verwondt elke keer dat ze je zoent.
Ah, de gal van je verre en onbepaalde stilte
heeft me in onreine maagd veranderd.
I.- MISTERIO GOZOSO
Perdóname labio porque no te pertenezco,
esta plegaria la dicta su lugar hueco.
Mis manos me llevan a sitios prohibidos,
enredando las sábanas, pensándote a solas
como un perro lazarillo bien adiestrado.
Porque es tan casto este ardor
que mi boca peca de ser aún doncella
y llaga mi lengua cada vez que te besa.
Ah, la hiel de tu silencio distante e indefinido
me ha convertido en una virgen impura.
DE OFFERGAVE
De beweging van het doodshoofd is voltooid.
De spleet van de oogleden spreekt nodeloos.
Op elke plaats op aarde huilt een meute
en weerstaan moeders die op de gedenkstenen afwachten.
Op iedere plaats is verleden
en trilt de beslissende zonsondergang.
Hier brandt de eerste kreet
in een roestige woordenkom.
Wij vereren de kwantumsymbolen
op het altaar van de obsessies.
We vernielende heiligdommen en bevrijden de beesten.
We werden gerechtelijk vervolgd
aan de onduidelijke muur van de tijd.
Nu draag je mijn hoofd op het dienblad,
voldoe aan mijn laatste wens:
In de zee het zwaard.
In de zee.
LA OFRENDA
Se acaba el movimiento de la calavera.
La grieta de los párpados habla inútilmente.
En cualquier lugar del mundo aúlla una jauría
y resisten madres que aguardan en las lápidas.
En cualquier lugar es pasado
y tiembla el ocaso supremo.
Aquí arde el primer alarido
en un cuenco oxidado de palabras.
Veneramos los símbolos cuánticos
en el altar de las obsesiones.
Saqueamos los santuarios y liberamos las bestias.
Fuimos procesados
en el muro impreciso del tiempo.
Ahora tienes mi cabeza en la bandeja,
cumple mi último deseo:
La espada al mar.
Al mar.
Uit: El cuarto día
Cecilia Quílez Lucas
Vertaling: Fa Claes
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Mooie, verfrissende poezie. Een vraagje: moet regel vier van Blijde mysterie niet regel vier en vijf zijn?
Geplaatst door: Kees Klok | 14-9-09 om 15:17
Ja, hoor. Het moet zijn:
...
terwijl ik de lakens overhoop haal en denk dat je alleen bent
als een goed afgerichte blindenhond.
Geplaatst door: Fa Claes | 16-9-09 om 16:24