Een hard gelag
Het optreden van dit weekend was de bekroning van een periode van hard werken en tamelijk feestelijk. Succes is zoet. Ik dwaalde in een aangename roes over het festivalterrein en toen liep ik G. tegen het frêle lijf. Ik had in het verleden beroepsmatig veel met hem te maken gehad. Zijn gezin nam regelmatig alleenstaande minderjarige asielzoekers als pleegkinderen op.
G. en zijn vrouw waren idealistische mensen zonder zeurderig dogmatisch te zijn en zij handelden vanuit een Humanistische levensbeschouwing. Het waren aangename mensen en ik wist dat als ik daar een kind naartoe bracht dat die zogezegd in een warm bad gedompeld werd. Ik bewonderde ze enorm, want ze waren echt onbaatzuchtig. Niks politiek correct of modieus, maar oprecht en betrokken bij de mens.
G. zag er niet goed uit. Hij was bleek, had roodomrande fletse ogen en was mager. Toch vroeg ik hem hoe het ging. “Goed, “ zei hij nuchter, “ik ga dood.” Hij had kanker en had maximaal nog een half jaar en was herstellende van een zware chemo-kuur. Hij vertelde dat hij veel in mijn bundel Klaai had gelezen en er intens van had genoten. Dat die hem door zware periodes had getrokken. En dat hij nu erg moe was, maar speciaal nog bleef om een optreden van mij te kunnen bijwonen. Hij vertelde ook dat hij nog zo veel mogelijk wilde genieten en mooie dingen wilde zien en horen en veel lezen.
Ik wist me geen houding te geven. Ik was enerzijds geschokt, anderzijds enorm geraakt. Ik vertelde hem dat ik aan een nieuwe bundel werkte en hij zei enthousiast dat hij hoopte dat hij die nog kon lezen. Toen schuifelde hij weg naar de tuin waar ik zou optreden om alvast een goed plekje te vinden, waar hij rustig kon zitten. Ik liet het los, kon ook niet anders want stond strak van de zenuwen, zoals voor ieder optreden.
Het optreden was een ware triomf. Het publiek hing aan mijn lippen. Ik werd gefilmd door de regionale televisie. Ik had totale controle en genoot intens.
Maar ik zag tot mijn verbazing dat hij genoot. Echt intens genoot.
Na het optreden zag ik G. en zijn vrouw naar de uitgang schuifelen. Ik vroeg hem of hij het niet erg vond, of hij het kon hebben. Jezus Voos, wat wil je nou? Absolutie van een stervende man? Voel je je schuldig omdat je hem wellicht gekwets hebt op je egotrip?
G. vond het niet erg. Sterker nog, hij had er van genoten en bedankte me.
Ik wenste hem sterkte en toen was hij weg. Ik verwacht niet hem ooit nog te zien.
Ik kreeg mijn absolutie, maar mijn emoties schieten nog steeds alle kanten op. Het is zo verschrikkelijk oneerlijk.
Het festival was verder prachtig. Voor mij heel goed. Maar nu ik weer wat tot rust kom kan ik G. niet uit mijn hoofd krijgen. Ik hoop dat hij niet te veel hoeft te lijden en huil om hem.
© Lammert Voos
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties