Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« 20 vragen voor Charles Bernstein | Hoofdmenu | De Nescio, de Elsschot van de Nederlandse hiphop »

12 augustus 2009

Nieuw dichterlijk genie opgestaan

"Ja, het is voor mij ook een verrassing, een soort openbaring. Ik heb al meer dan veertig gedichten geschreven en ben zelf blij met het resultaat. Mijn gedichten liggen dicht bij mezelf. Ik schrijf de emoties als het ware van me af." >> Gordon, Gedicht en Geopend gaat de bundel heten. Maar who the hell is Gordon?

TrackBack

TrackBack URL van dit bericht:
http://www.typepad.com/services/trackback/6a00d8341c6d0253ef0120a4eac779970b

Hieronder vindt u links naar weblogs die verwijzen naar Nieuw dichterlijk genie opgestaan:

Reacties

hanz mirck

Wat een.... wat een.... wat een ronduit briljante titel! Wat goed! Zo knap! En origineel! Gaat Gordon nu ook jurylid worden bij Iedereen kan dichten?

RHCdG

Ik vind die titel nog wel aardig; en er zijn slechtere.

Hoe de schamperheid waarop dit bericht, m.n. in de inner circles van Facebook wordt onthaald toch te verklaren? Het sterft in dit land van de initiatieven om poëzie aan de man te brengen. Met deze bundel worden in één klap miljoenen mensen op het bestaan van die noodlijdende poëzie gewezen, op een schaal waar de Gedichtendag, de Turingprijs - niet met Gordon, maar met een DJ in de jury - en alle festivals bij elkaar niet tegenop kunnen, en dan is het wéér niet goed. En Komrij, die de Turingprijs voorzit, loopt op Facebook voorop.

De conclusie kan alleen maar zijn dat poëzie voorbehouden moet blijven aan een elite - of nog prozaïscher: dat de bundels die door die elite worden afgescheiden verkocht moeten worden. Geen volksverheffing, geen bekommernis om 'de poëzie' vormt de achtergrond van die initiatieven, maar een verlangen naar legitimering van iets dat kennelijk niet vanzelf spreekt. En dat is precies de reden waarom dichters in dit land niet op gelijke wijze worden gewaardeerd als in Komrij's eigen Portugal: het mankeert ze aan zelfbewustzijn, aan minachting voor het publiek; de legitimering kan alleen door het aantal verdiende centen worden verstrekt, en de 'solidariteit' blijft beperkt tot de eigen kring. Als ik in Perdu maar meer dan tien mensen trek, dan heb ik al die jaren niet voor niets mijn vrouw, kinderen en mezelf bedot.

Het wordt tijd dat men de boodschap van Vaessens' laatste boek goed ter harte neemt. Er zullen nog veel meer Gordons volgen: mensen die geen boodschap hebben aan het instituut poëzie zoals dat in twee of drie literaire tijdschriften, in twee of drie kolommen in een vrijdagse krant, op dit weblog en in bepaalde Facebook-kringen wordt hooggehouden. Mensen die in poëzie, zoals Gordon zegt, een middel zien om zichzelf uit te drukken, in plaats van aansluiting te zoeken bij een exclusieve, voornamelijk zichzelf feliciterende gemeenschap.

En ik mag hopen dat Gordons poëzie van een allerbedroevendst niveau is, dan wordt ook dat agendapunt van de flarfers nog verwezenlijkt.

Joop

We eten niet elke dag exquise gerechten; een patatje op z'n tijd is best lekker. Maar om nu een emmer kots leeg te lepelen...

Samuel Vriezen

Ik zie net dat aan Vaessens' boek in Perdu een avond gewijd wordt midden september. Ik hoop inderdaad dat er meer dan tien mensen op af komen.

Lees ik trouwens goed dat je pleit voor meer "minachting voor het publiek"? Dat vind ik wel een interessante gedachte. Niet dat ik er zelf een oplossing in zie - ik heb geen zin om wat dan ook te minachten; ik zeg "Geef het publiek van maar dat er iets neerbuigends kan zitten in initiatieven om poëzie bij het publiek te brengen, daar zie ik wel wat in. Charles Bernstein pleitte in de Amerikaanse context al lange tijd voor opheffing van National Poetry Month en het instellen van een International Anti-Poetry Month.

Samuel Vriezen

Ach, per ongeluk op Send gedrukt... vorige versie gelieve te negeren (cq. te verwijderen). Juiste versie:


Ik zie net dat aan Vaessens' boek in Perdu een avond gewijd wordt midden september. Ik hoop inderdaad dat er meer dan tien mensen op af komen.

Lees ik trouwens goed dat je pleit voor meer "minachting voor het publiek"? Dat vind ik wel een interessante gedachte. Niet dat ik er zelf een oplossing in zie - ik heb geen zin om wat dan ook te minachten; dan liever "Geef het publiek wat des publieks is en de poëzie wat der poëzie is". Maar dat er iets neerbuigends kan zitten in initiatieven om poëzie bij het publiek te brengen, daar zie ik wel wat in. Charles Bernstein pleitte in de Amerikaanse context al lange tijd voor opheffing van National Poetry Month en het instellen van een International Anti-Poetry Month.

M.H.Benders


Ik word pas echt ongerust als Gordon ook poeziekritieken gaat schrijven. Maar dat lijkt me, anderzijds, eigenlijk ook de onmijdbare volgende stap in de nivellatie van de literatuur, hoewel niemand het verschil zal merken met Arie van den Berg of Rob Schouten, maar dat terzijde. Laat ik me eens aan een profesie wagen: na invoering en populisatie van de volgende generatie ereader blijkt deze eenvoudig te hacken en is de gehele wereldliteratuur kosteloos te lezen. Uitgeverijen worden opgedoekt of moeten, om te overleven, zich beperken tot vakantieliteratuur.

Het grote publiek heeft daarmee gewonnen, het hoeft niets meer te lezen wat niet op televisie lijkt en RHcDG kan voortaan gewoon direct naar het zelfportret boven zijn schouw kijken, in plaats van het internet af te speuren naar feliciterende gemeenschappen.

RHCdG

‘Publiek, ik veracht u met groote innigheid,’ schreef Multatuli in de inleiding tot zijn Minnebrieven. Waarom? Omdat hij niet bereid was om concessies aan dat publiek te doen, terwijl hij ze anderzijds nodig had als brood; een schrijver schrijft nu eenmaal niet in het luchtledige. Waar het om gaat, en waar Vaessens het volgens mij in bredere zin ook over heeft, is dat schrijvers er goed aan zouden doen wanneer ze hun horizon wat zouden verbreden door niet alleen voor de eigen kring te schrijven. Die voorziet je vanzelf wel van de gewenste gratificatie. Maar dat betekent niet dat schrijvers dan maar naar de gunst van het publiek zouden moeten dingen. Wat nodig is, is een zelfbewustzijn dat groot genoeg is om het zonder die waardering uit eigen kring te stellen, doordat het door iets veel groters wordt gemotiveerd, en daardoor vanzelf een veel groter bereik krijgt.

De schampere reacties op Gordons bundel zijn een reflex van een politiek van uitsluiting gericht tegen iemand die het buiten die legitimering en gratificatie uit de eigen kring van de poëzie kan stellen. Dat wordt kennelijk als zeer bedreigend ervaren. (Men rationaliseert dat dan natuurlijk - zonder er nog een letter van gelezen te hebben - door op de platheid van de man te wijzen, maar er zijn genoeg voorbeelden van grove of platte poëzie die in het verleden wèl zijn gesanctioneerd, omdat ze vanuit de poëzie zelf ontstonden, bv. uit onvrede met de vigerende dichtkunst. Dat is hier niet het geval). Gordon laat zich duidelijk niets gelegen liggen aan de smaak van welk publiek ook, en is daarmee in staat om een herschikking van bestaande verhoudingen tot stand te brengen. Dat lijkt me voor de poëzie en voor de poëziewereld een uitermate gezonde zaak.

P.S. Ik zie dat Martijn ook per ongeluk op Send heeft gedrukt. Kan gebeuren. Ik wacht zijn nieuwe versie maar af; dan kijk ik nog even een uurtje naar mezelf.

Samuel Vriezen

Dan verwacht je toch teveel van Gordon, vermoed ik. Beroemdheden publiceren aan de lopende band bundeltjes, er zit toch kennelijk nog iets cools aan die vorm; maar het verandert de poëzie over het algemeen geen sikkepit. De poëzie wordt alleen veranderd door waanzinnige gedichten, niet door een incidenteel kijkcijferkanon.

Voor mezelf verwacht ik ook niet veel van iemand die gedichten schrijft die "dicht bij zichzelf liggen" en tegelijk zijn emoties "van zich afschrijft" - voor mij is poëzie meer een kwestie van het naar je toe proberen te schrijven van een werkelijkheid van voorbij de werkelijkheid die alleen maar doet alsof hij dicht bij je ligt.

Maar laat ze vooral bundeltjes produceren, en laten er een miljoen mensen die toch verder nooit een gedicht lezen eens van zo'n gedicht van Gordon hevig ontroerd raken; mij heb je d'r niet mee.

RHCdG

Kijk, Samuel, ik zal niet zeggen dat Gordon een nieuwe Walt Whitman is, of dat het mij bijzonder aangrijpt dat hij wat van zich afschrijft. Interessant hieraan is de reactie die het bericht teweegbrengt. Ik zal er wel weer veel te serieus op in zijn gegaan - niet voor mijzelf, maar voor het onbenul dat meent een haar beter te zijn dan Gordon.

Samuel Vriezen

Ja, dat reflexmatige superieure is niet zo sterk. Alsof we het er van moeten hebben dat ons werk beter is dan dat van Gordon!

Silliman's Blog van gisteren, over de verandering van de poëzie van "art" naar "practice" is trouwens heel boeiend, als je het over elitarisme enzovoorts hebt. De situatie in Nederland is voorlopig nog niet vergelijkbaar maar waarom zou het niet die kant op gaan? Waarom zouden er hier niet op een goed moment jaarlijks 1000 mensen een literaire schrijfopleiding voltooien? Niet die ene coryfee die toevallig eens poëzie maakt in plaats van een clip; maar vele duizenden mensen die zich intensief met poëzie bezig gaan houden in al of niet georganiseerd verband... een complete herstructurering van de markt... dát zou pas voor opzienbarende veranderingen kunnen zorgen!

Gert de Jager

Ik vraag me af of die veranderingen zo opzienbarend zouden zijn.

Elk jaar zorgt het georganiseerd verband der kunstacademies voor een paar honderd afgestudeerden. Idem dito voor de conservatoria. Beide kunstvormen kennen daarnaast een bloeiend en professioneel begeleid amateurcircuit. Toch lopen ook hier de normen van de elite en de vele duizenden behoorlijk uiteen. Wie streeft naar artistiek prestige moet zich binnen de elite onderscheiden en heeft dus die elite als publiek - en bij die doelgroep blijft het ook meestal. Het is precies dezelfde situatie als op dit moment geldt voor de poëzie.

Gert de Jager

De kunstvorm waar elitedwang zich het minst voordoet is trouwens het proza - net als de poëzie een kunstvorm die niet of nauwelijks geïnstitutionliseerd is door middel van beroepsopleidingen. Wie brood op de plank wil, zal een publiek van een paar duizend man moeten bereiken. De beloning van professionaliteit door middel van een docentschap op een academie - met een sollicitatiecommissie van maximaal vijf mede-professionals - zit er niet in.

Voor dichters is er geen publiek en geen academische beloning. Het laatste bestaat in de V.S. wel, maar ik weet niet helemaal zeker of dat de Amerikaanse poëzie veel goed heeft gedaan.

Samuel Vriezen

Een groot verschil tussen het kunstenaarsschap of musicusschap en het dichterschap is dat de eerste beroepen zijn die in de meeste gevallen een veel grotere tijdsinvestering eisen. Het punt is nou juist dat poezie het zonder "professionaliteit" kan stellen.

Dat van die academische beloning is een andere kwestie. Een sterke vertegenwoordiging van het schrijven op de universiteiten heeft zeker ook vruchtbare effecten; het helpt bijvoorbeeld bij het vormen van een diepgravender poeticaal debat en een steviger kritische cultuur.

Gert de Jager

Ja, je kunt dan wel preutse aanhalingstekens zetten rond het woord 'professionaliteit', maar het fenomeen bestaat, dacht ik.

De 'literaire schrijfopleiding' waarvan je een voorstander bent - vergt die geen tijdsinvestering en word je daar niet min of meer een professional van? Je zult een curriculumpje moeten hebben en normen waaraan de opgeleidenen moeten voldoen.

Afgezien van wonderkinderen en types met singuliere gaven vergt het schrijven van goede poëzie wel degelijk een tijdsinvestering – op zijn minst die van het lezen van het werk van anderen. Zelf ben je ook niet ook niet zo’n spontaniteitsadept volgens mij.

Ik ben het met je eens dat het poëticale debat in Nederland niet altijd even hoogstaand is. Dat er een verband bestaat tussen het niveau van de reflectie over poëzie en het niveau van de poëzie zelf is een onbewezen stelling.

Samuel Vriezen

Zo'n stelling laat zich niet bewijzen. Maar wat zich wel laat bewijzen is dat je zonder hoogstaand poëticaal debat ook niet op een hoogstaande manier kunt vaststellen wat de kwaliteit (als dat het juiste woord is) de poëzie die je schrijft nou eigenlijk heeft. Hoe minder poëticaal debat, hoe meer je alleen maar met een stomme grijns kunt zeggen dat het mooi en ontroerend (of verontrustend en ondermijnend, whatever) al die poëzie is.

Wat die professionaliteit betreft: ja, poëzie vereist ook veel tijd om op niveau te komen; vooral concentratie. Een bepaalde houding, oplettendheid, veel lezen, tijd hebben om te denken, soms zelfs wat te schrijven. Maar het is echt iets anders dan het professionele muzikantenschap. Op hoog niveau concerteren is gewoon een voltijdsbaan. Dichten als voltijdsbaan komt toch heel wat minder voor.

Gert de Jager

Ik dacht niet zozeer aan uitvoerende musici als wel aan componisten. Die worden niet met honderdtallen opgeleid, dat is waar, maar met - ik sla een slag - tien afgestudeerden per jaar moeten er meer dan vijfhonderd erkende toondichters rondlopen. Dat is een situatie die niet te vergelijken is met die in de poëzie. Wat interessant is, is dat er toch vergelijkbare processen van reputatievorming optreden. Wat telt is de opinie van een kleine elite. Ik kreeg even de indruk dat je dacht dat het als gevolg van een literaire schrijfopleiding anders zou gaan.

Je opmerking over het belang van een goede kritiek klinkt nogal tautologisch. Een verband tussen een kritisch klimaat en bloeitijdperken van de poëzie - daar kun je historisch onderzoek naar doen. Ik denk dat er tijdperken en culturen zijn geweest waarin verfijnde onderscheidingen van zich profilerende critici niet gunstig zijn geweest voor wie als dichter zelf iets wilde. In bepaalde perioden van de klassieke oudheid, aan Perzische en Arabische hoven, op de linkeroever van de Seine sinds de jaren '60 van de twintigste eeuw. Om een paar voorbeelden te noemen. Als ik een vilein karakter had, zou ik een boek willen schrijven waarin ik de gang van zaken binnen een hedendaags cultureel circuit entte op praktijken aan het hof van bv. de Zonnekoning. Je beschrijft dan een halve waarheid - maar wel een waarheid.

En met de Zonnekoning zijn we weer terug in de wereld van Gordon. Ze hebben misschien wel 'ergens' dezelfde smaak, al schreef Louis de zoveelste geen gedichten voor zover ik weet. En als hij ze schreef waren het vast geen gedichten met emoties.

Kamiel

Misschien is de bundel van Gordon wel een toevalstreffer, dat zou toch zomaar kunnen? De titel "gedicht en geopend" vind ik persoonlijk niet zo fraai. Niet omdat ik dat als jongen van zestien al banaal vond, maar omdat het zo weinig tot de verbeelding spreekt. Ik ben bang dat het een allereenvoudigst woordgrapje is, en daar hap ik natuurlijk lekker een hapje mee met de hier optredende criticasters, daar hoor je me beweren dat een dichter niet alleen zijn emoties, maar ook de woorden liefhebben moet. En dat je een precieze en liefdevolle wisselwerking tussen woorden en emoties op gang moet brengen om mooie poezie te scheppen - wat natuurlijk niet mogelijk is als je de emoties gewoon van je afschrijft.

Maar toch. Laten we ruimer denken dan onze stand ons opdringt, en Gordon een eerlijke kans geven. Wie weet komt hij met iets heel moois op de proppen.

"Poezie is een daad / en beter nooit dan laat" lijkt me per slot van rekening ook geen fraaie slogan.

Samuel Vriezen

"Een verband tussen een kritisch klimaat en bloeitijdperken van de poëzie - daar kun je historisch onderzoek naar doen."

Vooropgesteld dat je beschikt over een ahistorisch idee van wat zo'n bloeitijdperk inhoudt.

De insteek van het poëticale debat, ook zoals dat op universiteiten in de VS gevoerd wordt, hoeft natuurlijk helemaal niet te zijn om "zich profilerende critici" te ondersteunen. Maar - of juist - om ze, in plaats van af te gaan op een of andere arbitrair bepaalde "autoriteit", eens te kunnen bevragen. Dat laatste is iets waar b.v. het krantensysteem van de kritiek nauwelijks toe in staat is, omdat de krantencriticus binnen zijn eigen wereld nooit verantwoording hoeft af te leggen. Daarom kunnen zekere critici ook gewoon zomaar roepen over een vrij eenvoudig gedicht van een ontzettend goeie dichter als Ben Zwaal dat het wartaal is. Niemand binnen die krantenredactie gaat zo iemand daar op aanspreken. Maar met zulke grappen kom je juist in de academische wereld in de VS niet zo maar weg.

Bart vdPligt

Via het televisieprogramma EénVandaag is inmiddels meer informatie over de gedichten van Cornelis Heuckeroth uitgelekt. Ik had er eerlijkgezegd niet veel van verwacht, maar uiteindelijk viel het best tegen.


Citaat: "Dan komt het gewoon in me op en dan moet het eruit en dan schrijf ik dat op, dan verwoord ik dat. En het voelt zo ongelooflijk goed."


UIT DE KAST

Je bent anders, dat wist je vast
Maar wat is anders in deze kast?

Het gaat om liefde, universeel
Dat maakt ons samen toch tot één geheel?

En blijf ik zitten dan weet ik nu:
Ik ben gewoon mezelf, een individu

Iemand met dezelfde kwaliteiten en gebreken
Daarvoor hoef ik niet uit deze kast te breken

De deur gaat open en daarmee mijn hart
Eén van eerlijk open (?), wellicht een nieuwe start

En nu mag iedereen het weten:
Ik ben een mens

Samuel Vriezen

Wow! Echt? En dat mag ik binnenkort kopen?

Gert de Jager

@ Samuel: je hoeft geen a-historische ideeën voorop te stellen om historisch onderzoek te doen. Het idee alleen al.

Een bloeiperiode kun je hoogstsubjectief postuleren of iets minder subjectief door uit te gaan van reputatievorming door de jaren heen. Je schrijft dan een boek dat wellicht tot tegenspraak prikkelt. Naar het a-historische streven historici doorgaans niet.

Case

valt nog best wat van te maken:

De Kast Uit

Je bent anders. Dat wist je. Vast
maar anders. In deze kast is wat

liefde. Het universeel Gaatom.
Samen maakt dat? Een geheel ons toch? Tot

dan blijf ik zitten. Nu - ik weet:
ik ben mezelf gewoon. Individu. Een

kwaliteiteniemand. Dezelfde. En met gebreken
hoef ik niet te breken. Deze kast uit daarvoor

O en mijn hart pende mee: daar gaat
één eerlijk wellicht open van. Start. Een nieuwe (?)

iedereen mag het weten en nu
ben ik een mens.

Samuel Vriezen

@ Gert: kijk, en daar heb je dan meteen het poeticale debat weer door de achterdeur terug!

RHCdG

Toch wel interessant; ik weet niet precies wat Gert bedoelt met 'a-historisch', maar zoals ik het me voorstel biedt juist het a-historische het kader of perspectief om de geschiedenis te interpreteren. Je kunt wel verschillende perioden met elkaar vergelijken, maar het probleem is dat die zich dan toch grotendeels als appels en peren tot elkaar zullen verhouden. Je kunt ook een periode met zichzelf vergelijken, door je af te vragen wat de niet-gerealiseerde mogelijkheden van een periode (of een verschijnsel) zijn. Dat is a-historisch, maar het gaat voorbij aan de toevalligheden waar de geschiedenis als loutere opsomming van feiten van aan elkaar hangt.

Een van mijn favoriete essays van Vestdijk onderzoekt de mogelijkheden van een dergelijke benadering van de geschiedenis. Het heet 'Historische contingentie' en men vindt het op http://www.cornetsdegroot.com/vw/weegschaal/contingentie.html

Gert de Jager

@ Rutger: met 'a-historisch' bedoel ik wat ik denk dat Samuel bedoelt als hij het heeft over 'a-historische ideeën'.

@ Samuel: het uitgangpunt waarmee je een ontwikkeling in de poëzie beschrijft, hoeft geen poeticaal uitgangspunt te zijn. Je kunt een bloedhekel hebben aan Duitse barokpoëzie en toch vaststellen dat die door heel Europa verspreiding vond. Een literatuurhistoricus zal werken vanuit een opvatting over het verloop van literatuurhistorische processen. En die opvatting is dan weer tijdgebonden en in die zin niet a-historisch.

Wat betreft ons prille genie: niet 'eerlijk open', maar 'eerlijk hopen' vermoed ik.

Samuel Vriezen

Als het bij "bloei" alleen maar om de economische zin gaat, dan is er inderdaad geen poëticaal uitgangspunt nodig. (Maar dan is die hele bloei trouwens ook niet zo interessant...)

Gert de Jager

Hè, economie? Zelfs Gordon wil niet rijk worden met zijn bundel. Hij wil liefde, begrip, aandacht. All those things you conceptualists can't even dream of.

Samuel Vriezen

Nee, ik bedoel dat als je de bloei van een poëzie niet afmeet aan de poëzie (wat een poëticale stellingname vereist) maar aan reputatievorming en verspreiding enz. Vind ik een soort economische criteria. Dat kan misschien heel wetenschappelijk zijn maar boeit me niet.

RHCdG

Misschien bedoel je, als je het over 'reputatievorming' en 'verspreiding' hebt, sociologische criteria? Zo ja, dan zitten we natuurlijk middenin Bourdieu, en komen we misschien een beetje terug - niet bij Gordon, maar bij Vaessens, die me per slot van rekening de 'theorieën en ideologieën' leverde waartegen de aanstichter van deze draad het 'onderspit' moest delven. En dan zie je dat dergelijke criteria niet per se in de plaats hoeven te treden van een poëticale stellingname:

‘De sociologische analyse,’ aldus Bourdieu, ‘is er allerminst op uit om door de reconstructie van de sociale determinaties waaraan een auteur onderhevig is de schepper van het werk teniet te doen, of het werk te reduceren tot een zuiver product van zijn milieu (...). De sociologie is juist een middel om te beschrijven en te begrijpen hoe een schrijver zich van dat milieu wist los te maken, welke specifieke inspanning hij of zij moest leveren, zowel in verzet tégen als dank zij die determinaties, om zichzelf als scheppend kunstenaar te constitueren, dat wil zeggen als het subject van de eigen creaties. Met de sociologie kan het (...) verschil worden verklaard tussen werken die louter het produkt van het milieu en de markt zijn en werken die hun eigen markt moeten produceren en in die hoedanigheid zelfs kunnen bijdragen aan de transformatie van hun milieu, dank zij de ontvoogdingsarbeid waarvan ze het produkt zijn en die ten dele via het objectiveren van dat milieu mogelijk werd.’

Ik zei het eerder al: ik ben ongetwijfeld veel te serieus op deze hele Gordon-kwestie ingegaan. Men maakte zich maar wat vrolijk, het was maar een 'grapje', zoals Joost Zwagerman me op Facebook op het hart drukte - alsof grapjes niet bij uitstek het vehikel zijn voor het tot uitdrukking brengen van allerlei onlustgevoelens; alsof ik nóg meer naïveteit aan de dag moest leggen dan ik in de ogen van deze grappenmakers toch al had gedaan.

En ja, het zal best dat Komrij's weerzin tegen Gordon ook nog een heel andere bron heeft. Maar die is hier niet terzake.

'Ontvoogdingsarbeid' - dat woord zegt toch alles? Komrij, die met zijn bloemlezingen, DDV-schap, Poëzieclub, Turingprijs en alle andere initiatieven - waarvoor hulde! hulde! - over onze vaderlandse poëzie presideert, zou alleen voor de grap over Gordon zijn begonnen? Hij ís die voogd. En dat is prima, maar doe dan niet zo onschuldig, en ga niet zitten pruilen of koket 'het onderspit delven' als iemand je gevoel voor humor eens met die positie in verband brengt.

Danielle

Wat een diepgaande reacties. Een gedicht is een gedicht, klaar. Wie hem ook schrijft. Het belangrijkste doel van een gedicht is het raken van iemands ziel. Dat kan zijn door een gedicht van een befaamde poëet, maar ook van een BN-er.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...