Een kritische mening houdt ze liever voor zich,
behalve die ene keer – nu 5 jaar geleden – toen ze zich schamper uitliet over
de povere poëziepodia in Vlaanderen. Een
uitlating die haar vijf jaar lang zou
kluisteren aan de Vlaamse poëzie-agenda en dichtersprojecten allerhande. 5 jaar
lang een poëzieblog runnen zonder onverkwikkelijke conflicten met dichters,
daarvan wou uw Contrabasreporter wel eens het geheime recept kennen. Hij trok daarom naar Kortrijk en sprak met de bescheiden
blogprinses van de Vlaamse dichtkunst, de schuchtere html-meesteres van de
Vlaamse poëzie, de uit het taaiste
West-Vlaamse hout gesneden ex-eenkoppige redactie van Parlando: Tine Moniek die
in een van haar recente statusberichten op Facebook schreef: “Tine must admit
she's happy to stand in her own feet, to taste with her own lips and to sit in
her own skin. No matter what you may think about that.”
Een punt achter
Parlando na vijf jaar. Ontwenningsverschijnselen? Post-digitale depressies?
Welnee. Op de Parlando-slotavond in Gent vroeg iemand of ik emotioneel was? Helemaal niet. Ik vond het super. Het was een mooi einde.
Ik zou bijna gaan denken dat je blij bent
dat je ervan af bent.
Het wordt op de duur een blog aan het been. Ik heb beseft dat ik in die 5 jaar weinig voor mezelf heb gedaan. Weinig geschreven.
Je hebt ahum een offer gebracht voor de poëzie.
Ja, dat is wel een beetje zo. Ik heb me weggecijferd. Ik heb me ook nooit publiek als Parlando gemanifesteerd. Ik had overal gratis binnen gekund. Gratis Boeken kunnen krijgen. Dat heb ik nooit gewild.
Maar hoe is het eigenlijk allemaal begonnen?
Ooit maakte ik een verslag van een poëzieavondje in de Muzeval in Antwerpen. De
avond begon goed met een optreden van Peter Holvoet-Hansen maar daarna werd het
podium opengesteld voor iedereen en het ontaardde in een echte chaos. Dichters
werden midden in hun gedicht onderbroken en verzocht om op te stappen. Ik
schreef er een negatieve kritiek over in Meander. Als dat alles is wat er te
doen is, dan hoeft het voor mij niet, schreef ik. Ik kreeg daarop een felle
reactie: er is zoveel te doen in Antwerpen, kijk eens rond.
Zo ben ik met mijn blog begonnen. Rondkijken of er inderdaad veel te doen
was. (Nadenkend) ik weet nu eigenlijk nog niet of er eigenlijk
zoveel te doen is.
Heb je nooit overwogen om een medewerker te zoeken?
Ik wou het alleen doen. Ik wou niet afhankelijk zijn.
Dat werkt moeilijk. En tenslotte was ik
degene die gezegd had: ik wil het allemaal wel eens zien. Dus dan moest ik het
ook alleen doen, vond ik.
Je bent begonnen met een eenvoudige agenda.
Ik zette er alles op: een agenda, verslagjes, alle
pietluttige nieuwtjes. Die kritieken en
verslagen dat was knip en plakwerk uit de kranten. Maar een agenda was niet
genoeg. Ik begon alle Vlaamse dichters uit te lijsten. Ik ben begonnen met de
dichters die ik kende. Daarop kreeg ik onmiddellijk al pinnige reacties. Dat er
blijkbaar alleen maar vriendjes op mijn website mochten. Of eentje reageerde
furieus dat hij tussen die namen terecht kwam. Hij wou geen onderdeel uit maken
van een ‘clubje’. Maar ach, je moet toch ergens beginnen. In het begin waren er
een stuk of tien. Die lijst werd groter en groter. Maar dichters sterven ook.
Bij de laatste update heb ik er heel wat naar de ’onvergetelijk’-kolom moeten
verplaatsen. Wannes van de Velde stond er bij mij niet bij. Je mag er
geen missen, vind ik, als je zo'n lijst maakt. Bij zijn dood merkte
ik dat hij er niet bij stond. Ik voelde me toen a.h.w. betrapt. Ik vond dat ik
niet goed bezig was. Hoe had ik hem kunnen vergeten.
Hierbij wil ik toch het verzamelwerk van Bart FM Droog (Rottend Staal) en Louis
Jacobs
vermelden. Hun lijstje zetten mij alvast goed op weg.
Waarom zo ver zoeken? Het Poëziecentrum heeft het vast zo liggen?
Het Poëziecentrum heeft het vast ook niet. Zo'n lijst is trouwens onmogelijk. Bij mijn laatste project Dichter des Vaderlands zocht ik een lijst met alle Stads- en Dorpsdichters. Zo'n lijst bestaat niet. Na mijn vraag is het PoëzieCentrum met zo’n lijst begonnen.
Het Poëziecentrum heeft een inventaris van de eigen collectie en een stortvloed aan knipselmappen. Maar daar staan natuurlijk de bekende dichters tussen en de dichters die ooit zelf naar daar zijn gestapt met hun bundels onder de arm.
Kwamen die dichters niet zelf op het idee
om zich aan te melden?
Hooguit 50 hebben zelf het initiatief genomen. Volgens mij beseffen ze zelf
niet hoe belangrijk het is. Er was zelfs één dichter die boos was omdat ik hem
ongevraagd had toegevoegd. Hij vroeg zelfs geld om door te linken.
Laat me raden....
Nee, ik zeg niet wie. ‘Ik moet ook mijn webmaster betalen’ was zijn argument.
Dichters vangen echt niet veel aan met hun sites. Ze nemen een webmaster onder
de arm, maken een site en daar blijft het bij. Ze beseffen niet dat het hét
medium bij uitstek is om bekendheid te geven aan nieuwe bundels.
Hoe gek het ook mag klinken, er zijn nog heel veel
mensen die niet weten hoe het medium internet werkt. Agenda's opzoeken via google dat doen weinig organisatoren
van een poëziefestivals. Men promoot via flyers en affiches maar die komen
slechts in lokale handen. De promotiemolen van grote activiteiten werkt meestal
goed. Die organisatoren brachten me zelf trouw op de hoogte. Maar elke week
weer alle sites aanklikken om te zien of er alweer een nieuwe poëtische
activiteit gepland staat, is eigenlijk de hoofdactiviteit in mijn Parlando-tijd
geweest.
Dat is trouwens de ontstaansreden van Parlando: een overzicht geven van alles wat
er te doen is. Echt alles. Ik vind het belangrijk om net die kleine podia te
promoten: eerlijk gezegd vind ik een debuterende dichter belangrijker dan een zoveelste
optreden van een gevestigd auteur.
En hebben ze mogelijkheden, die
debutanten?
Parlando bleef niet
bij een agenda en een inventaris van dichters, vrij snel kwamen er nieuwe
rubrieken.
Vuurdoop was een rubriek waarin dichters over hun eerste podiumoptreden vertelden. Maar na een tijdje zond geen enkele dichter me nog iets in. En ik was te verlegen om nog maar eens een verzoek te versturen. Men wil dat je ze persoonlijk aanspreekt, maar daar was gewoonweg geen tijd meer voor.
Parlando.doc bracht elke maand bijdragen van een gastdichter.
Was dat geen gelegenheid voor dichters om iets te experimenteren?
De meesten stuurden toch iets in dat ze hadden liggen. Bestaand werk. Een minderheid schreef specifiek voor de aflevering. Vooral in het begin was er veel interactie tussen de gastdichter en mij. Sommigen mailden bijna dagelijks een nieuwe inzending of een opmerking. Of ze ruilden de ingezonden bijdrage in voor iets wat ze opeens actueler vonden. Dat was leuk. Van enkele dichters vraag ik me af of ze hun eigen bijdrage wel zelf gezien hebben.
Parlandoscoop: Het idee was om dichters te filmen. Ik trok met mijn camera naar dichters thuis of ging naar poëzielezingen en vroeg of ik hen mocht filmen. Zo dwalen de voeten van Peter Verhelst, de mond van Eva Cox, een optreden van Bart Stouten, Frank Pollet, Luuk Gruwez,… nog altijd rond op één of andere cassette. Om dit om te zetten naar een bestand dat ik zelf op YouTube kon plaatsen, was ik afhankelijk van iemand anders. Dat bracht vertraging mee en uiteindelijk ’verlies’ op. Jammer!
Spotprijs: Was een wedstrijd. Mensen konden een boek winnen. Hoewel de vraag eigenlijk nooit echt moeilijk was, kreeg ik veel te weinig antwoorden binnen. Soms kon ik het boek gewoon zelf houden…
Landelijke bekendheid
heb je toch gekregen met je (alweer individuele) Gedichtendag
projecten.
Persoonlijk ben ik daar het meest trots op.
Het eerste initiatief ontstond bij het belezen van het gedicht ‘Dichters’ van Patricia Lasoen. Ik bedacht dat het wel leuk zou zijn om daarin zoveel mogelijk dichters in te ‘verstoppen’. Heel regelmatig kreeg ik gedichten binnen van dichters, die wilden gepubliceerd worden op mijn website of die zelf een keer te gast wilden zijn op Parlan.doc. Het was voor mij een ideale manier om die dichters ook eens een virtueel podium te geven.
Het was ook de eerste keer dat ik ontdekte dat het eigenlijk heel makkelijk is om dichters te mailen met de vraag of ik een gedicht van hen mocht publiceren.
Bij het Melopee-project heb ik voor het eerst ook andere kunstvormen betrokken. Muzikanten, illustratoren, fotografen, dichters,… mochten hun eigen ‘Melopee’ maken. Hiervoor selecteerde ik zelf wie ik daarvoor zou uitnodigen. Let op: zo’n gedichtendag-idee kwam altijd laat. De deelnemers van dit project hebben echt iets speciaal voor de gelegenheid gemaakt in korte termijn zonder enige vorm van vergoeding. Dat wordt soms wel eens vergeten.
Daarna kwam ‘Dingen van Dichters’. Een zelfde principe als het Melopee-project.
Het Dichters
Des Vaderlands-project was het laatste. Dat gaat dan weer meer terug naar
het eerste project. Iedereen kreeg weer de kans om deel te nemen. Dat project
is ook niet afgelopen zoals ik het wou. Er zijn nog 20 gedichten binnen gekomen
die er niet meer opkonden omdat ik - opnieuw technisch afhankelijk was van
iemand anders. Een website bouwen kan ik niet. Ik kan wel wat overweg met
html-codes, meer niet. Die projecten waren het leukste, maar eigenlijk gaf ik
daarmee anderen veel te veel werk. Eerst maakte Olaf Risee die dingen en later
Joost van compagnie de URN (een toneelgezelschap uit Waregem). Voor hen was dat
natuurlijk een nevenproject maar niet voor mij.
Heb je in die vijf jaren – de lange dichterstenen kennende – nooit aanvaringen gehad met dichters?
Het grote voordeel van Parlando was dat ik altijd objectief gebleven ben op een paar verslagjes na. Nooit heb ik mijn eigen mening gegeven. Op een site als Parlando kun je niet gaan zeggen: die schrijft slechte gedichten, hij moet eraf. Dat gaat niet. Dan kom je op een poëzie-uitreiking van die dichter en wordt je soms wel eens voorgesteld als “Tine van Parlando“. Snap je? Het is niet altijd even dankbaar. Ik wil voor iedereen goed doen. Dat ligt in mijn persoonlijkheid. Ik heb wel een mening maar ik heb geen zin om die altijd uit te bazuinen.
Sprak de ware diplomate..
Nee ik ben zo. Stel: 2 dichters sturen een gedicht in voor 1 stad. Eén moet
eruit. Wie? Hoe doe je dat? Iemand uitsluiten is moeilijk. Lastig! En hoe
vertel je die één dan dat ik toch voor de ander heb gekozen.
Verliepen je contacten met de dichters
doorgaans vlot?
Het voordeel is dat ik me heel makkelijk kan aanpassen met geschreven woorden.
Leonard Nolens schrijf je anders aan dan bijvoorbeeld Christophe Vekeman. Men
wordt liever persoonlijk aangespoken dat via een standaard beleefde mail of
brief. Dus komt het erop aan om je schrijfstijl aan te passen. Bij ontmoetingen in levende lijve heb ik het
lastiger. Dan sta je plots oog in oog. En wat zeg je dan? Koenraad Goudeseune
bijvoorbeeld ben ik bij hem thuis gaan filmen voor de Parlandoscoop. Ik moest
eigenlijk op zijn bed zitten om hem goed in beeld te krijgen.
Jaja… (de Contrabasreporter tuurt in de
verte)
Dat lag me niet. Ik ben te verlegen voor die dingen.
Juist, daarom sta je graag op een podium…
Tuurlijk. Op een podium heb je je tekst. Dat is veiliger.
Misschien ben je nog te jong.
Nee, ik zal dat altijd zijn. Ik kan niet liegen. Dat is mijn probleem. (lacht stiekem)
Je hebt nu definitief het doek laten
vallen over Parlando. Is er geen sprake
geweest van een overname?
Jan Posman (één van de eerste Parlandogasten) zou het bekijken. Ook Sylvie
Marie zou erbij betrokken zijn. Maar ik hoorde er niets meer van. Toch vind ik dat het beter is dat er niets gebeurt dan
dat het in verkeerde handen zou vallen. Niet dat ik aan hen twijfel. Maar ze
moeten goed beseffen dat het een hele klus is. Intussen moet de liefhebber van een avondje poëzie
zichzelf een weg googlen.
Ze kunnen zeker terecht op de site van het Poëziecentrum,
die hebben een zeer volledige agenda. Voor recensie moeten ze op Poëzierapport zijn, Passa Porta is zeer actief, De Papieren Man,
ook het AMVC brengt veel nieuws.
In Nederland natuurlijk de Contrabas,
Meander, Hernehim,…
Wat zijn je post-Parlando plannen?
Zelf ben ik weer volop aan het schrijven. Nu werk ik bijvoorbeeld aan een soort kindermusical om dit schooljaar te laten opvoeren door mijn leerlingen. Maar er moet een nieuwe monoloog uit m’n pen vloeien. Nieuwe gedichten. Meer deelnemen aan wedstrijden. Meer optreden. En heel dringend: mijn huis van boven tot beneden opruimen. Zoveel uren aan een website besteden kruipt in alle hoeken… Geloof me vrij.
Tine Moniek studeerde Woordkunst aan het
Conservatorium Gent. Ze liep stage in het Poëziecentrum. Momenteel is ze
docente woord in het Deeltijds Kunstonderwijs in Menen. Oprichtster en
eenkoppige redactie van het Poëzieweblog Parlandoo (2004-2009). Op
onregelmatige basis is ze poëziegids voor het PoëzieCentrum. Ze schreef een
hoorspel voor Kluger Hans. Tine werkt op dit ogenblik aan een podiumtraject met
eigen monologen. Hou haar in de gaten op haar eigen blog: Tine Moniek!
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Ter aanvulling op de vraag ivm dichterswebsites: sinds vorig jaar onderhoudt het Poëziecentrum een linkenpagina op Delicious over Nederlandstalige poëzie. Momenteel zitten er 877 sites in, waarvan 506 links zijn naar websites en blogs van individuele dichters: http://delicious.com/poeziecentrum. Allemaal met een korte omschrijving en trefwoorden erbij. We hebben ze zeker nog niet allemaal, dus laat maar weten als we nog kunnen aanvullen (project@poeziecentrum.be). We zullen het zo nauwkeurig en gewetensvol proberen doen als Tine het de voorbije jaren gedaan heeft op haar zeer interessante blog.
Geplaatst door: Stefaan Goossens | 24-8-09 om 15:03
Ceza.biz Ceza Fan Sitesi, Resim, Video, Klip yerli plaka, ceza resimleri , ceza resimleri
Geplaatst door: ceza | 15-10-09 om 15:54