Nee, werkelijk. 1500 (vijf-tien-honderd) lezers, wat zeg ik, 1500 Vlaamse en Nederlandse lezers, ach nee, 1500 BOEKENlezers, leveren het overtuigende bewijs: DE boekenlezer kent meer gezag toe aan recensies die op papier verschijnen, dan recensies (de NRC spreekt van "amateurrecensies", wat weer iets anders is dan recensies, maar goed) op internet. Onderzoeker Marc Verboord gebruikte "een databestand met gegevens van 1.500 Nederlandse en Vlaamse boekenlezers. Die had hij verzameld voor een onderzoek dat hij in 2005 in opdracht van de Taalunie verrichtte."
Wacht, Verboord onderzocht het volgende: "(...) de waarde die boekenlezers toekennen aan het literaire oordeel van verschillende gidsen: een vriend of kennis, een boekverkoper, een medewerker van een bibliotheek, een literatuurprofessor, een andere lezer die op internet een bespreking had achtergelaten, of een recensent van De Telegraaf, NRC Handelsblad, de Volkskrant en de Libelle."
Hoe de Libelle daar tussen verzeild raakt weet ik ook niet, maar luister: "De vriend en de kennis behaalden de hoogste scores (3,1 op een schaal van één tot vier), maar meteen daarna kwamen de experts: de literatuurprofessor (2,6) en de recensenten van de NRC (2,6) en de Volkskrant (2,3). Een andere lezer op internet kreeg een relatief lage score (1,8), net iets hoger dan de recensent van de Libelle (1,1) of de Telegraaf (1,1)."
Een verrassende uitslag, en bij de Telegraaf zal het de komende week flink spoken op de kunstredactie. "Ik dacht dus dat de professionele recensent in krant of tijdschrift wel terrein zou verliezen”, zegt (...) Verboord, socioloog aan de Erasmusuniversiteit en deelnemer aan een groot NWO-project over reputatie- en oordeelsvorming in het culturele domein. "Ik verwachtte dat door die twee ontwikkelingen de mensen zich minder op profs en meer op internetbronnen zouden verlaten.”
Welke literatuurprofessor dan zo enorm betrouwbaar zou zijn, ik heb geen idee (en hoop dat het niet om Thomas Vaessens gaat), maar het lijkt me een onderzoek van niks, een WC-eend eerste klasse, en we weten na het geval Brouwers allemaal dat de Taalunie een ambtelijke moloch is, die in haar databestand alleen lezers heeft die Louis Couperus nog persoonlijk hebben gekend en denken dat internet iets is dat hun butlers gebruiken om af te stoffen.
De onderzoeker is trouwens "socioloog aan de Erasmusuniversiteit en deelnemer aan een groot NWO-project over reputatie- en oordeelsvorming in het culturele domein". Kortom, iemand die aan een druppel op een gloeiende plaat kan zien dat het ergens anders best wel eens zou kunnen regenen. Wat ook weer knap is.
Hoewel. Als we de NRC mogen geloven vormen "amateurrecensies van literatuur op internet (...) geen serieuze bedreiging voor boekbesprekingen in de krant." Dan is het vooral een geval appels met peren vergelijken. En kan aan de conclusie geen enkele waarde worden gehecht, behalve door de NRC, die haar papieren recensies uit de wind wil houden.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties