Onlangs verscheen de nieuwe bundel van Juliën Holtrigter, Het feest van de schemer. De auteur stond laatst al een mini-interview af aan deze website. Vandaag neem ik hem op als nummer 7 van deze reeks; ik had dit getal eerder abusievelijk overgeslagen.
Vinger op strot
Dit zijn die dagen waarvan de uren vervloeien.
Herberg De Zweep. Aan het
plafond stukken vlees,
zwart van de vliegen. Uit rotte eitjes en
wijting
bestaat het ontbijt. Ik laat het mij smaken.
Kijk, daar
loopt onze vader. Hij is naar huis
onderweg om te schrijven. Nog meer alinea
‘s,
bladzijden, hoofdstukken, boeken. En terecht,
hij heeft nog niet
alles gezegd.
De afvoer van vuilnis gaat door,
elke week,
vanzelfsprekend. Er komt geen eind aan.
Maar ook het
ondoofbaar licht loopt de zee in,
vol vreugde bergafwaarts, geloof
het!
Met u in een nachttrein samen te zingen. Ja,
zegt de waard,
vinger op strot, hoofd vol van zomer!
© Juliën Holtrigter
Apart, die eerste regels. We zijn in een Russische roman uit de negentiende eeuw, waarin de uren vervloeien. De setting: Herberg De Zweep, een naam die niet bepaald doet denken aan zachtzinnige bijeenkomsten. Associaties met drinkgelagen en braspartijen dringen zich op.
En wat je daar allemaal ziet! "Aan het plafond stukken vlees, // zwart van de vliegen." Dat zijn geen fijne gedroogde hammen. Dat is rotzooi. Viezigheid. Dat is iets voor een ander land, waar onze warenwet niet geldt. Ik zou er meteen een kijkje willen nemen, al moet ik zeggen dat ik het ontbijtbuffet zou overslaan.
"Uit rotte eitjes en wijting / bestaat het ontbijt." Ik heb een zwakke maag, of beter: een gammele slokdarm, dus dat kan ik niet verdragen. Holtrigter denkt daar anders over, blijkbaar: "Ik laat het mij smaken."
Dan volgen twee huiveringwekkend mooie strofes, waarin Holtrigter het perspectief verlegt:
Kijk, daar
loopt onze vader. Hij is naar huis
onderweg om te schrijven. Nog meer alinea
‘s,
hij heeft nog niet alles gezegd.
Waarom weet ik niet, maar ik vind dat mooi. Om de vermenging van "onze vader" met "schrijven", zeker, iets wat - ook - een hele resem religieuze associaties oproept, maar vooral omdat ik ineens gewoon een vader voor me zie, onderweg naar huis, om te schrijven.
Op de een of andere manier denk ik dat die vader dood is en dat Herberg De Zweep misschien wel het ondermaanse is, waar het vergankelijke vlees moet wachten op de verlossing van de dood. Maar wellicht ga ik dan te kort door de bocht.
Hoewel. "De afvoer van vuilnis gaat door, elke week, / vanzelfsprekend. Er komt geen eind aan."De eeuwige wederkeer van de vuilnisophaal, dat kan bijna alleen maar een beeld zijn om de dagelijkse gang van zaken in te vatten.
"Maar ook het ondoofbaar licht loopt de zee in, / vol vreugde bergafwaarts, geloof het!" Religieuze poëzie is altijd problematisch, omdat zij religieus is. Toch is dit niet alleen een uiting van religie, het is eerder een animistische uitroep.
In het vakblad voor christenen, Het Nederlands Dagblad, merkte men over Holtrigters eerdere werk op: "Holtrigter schrijft poëzie die naar de hemel haakt, maar tegelijk de aarde trouw wil blijven." Dat lijkt me mooi omschreven, en gaat ook hier op: het licht dat niet alleen van boven komt en wordt weerkaatst, maar ook verdwijnt, de zee in, de berg af.
In de slotstrofe keren we terug naar de herberg, althans, naar de waard die de herberg bestiert, maar eerst krijgen we nog een keer een perspectiefwisseling: "Met u in een nachttrein samen te zingen. Ja, / zegt de waard, vinger op strot, hoofd vol van zomer!"
Met wie te zingen? Met de vader, of de Vader? Met allebei? Te zingen in het licht? En waarom in de nachttrein. Het is geen zingen dat gemakkelijk gaat, met de vinger op de strot (alsof er een gat in zit, ontstaan na een keelaandoening, die het spreken onmogelijk maakt?); maar het hoofd zit vol van zomer, dat wel.
Holtrigter schrijft poëzie die grimmig is, en religieus, en optimistisch. En hij debuteerde in 2001. Een ideale aanvulling voor de bloemlezing Ik ben een bijl - waar hij niet instaat, vreemd genoeg.
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Zohee. Wat een mooi gedicht. Tot in de uitroeptekens.
Geplaatst door: Emma Burns | 10-7-09 om 0:31
Helemaal mee eens.
Ik vertrouw die waard niet helemaal. Een cynisch heerschap volgens mij dat niet zoveel opheeft met zingen in de nachttrein. Al was het alleen al omdat het hem zijn cliëntèle kost.
Zou 'vinger op strot' niet op iets wurgends kunnen duiden dat iemand met zijn hoofd vol van zomer ontkent?
Geplaatst door: Gert de Jager | 10-7-09 om 1:16
Wat is dat toch een vreemd fenomeen, die menselijke smaak.
Geplaatst door: M.H.Benders | 10-7-09 om 10:52
"Religieuze poëzie is altijd problematisch, omdat zij religieus is."
:)
Geplaatst door: Maarten Das | 10-7-09 om 16:36