Onlangs verscheen Oogsteen van Hester Knibbe, een keuze uit de gedichten die zij tussen 1981 en 2008 schreef. "In haar gedichten wil Hester Knibbe zich laten kennen. Helder, trots,
onvervaard en met een zweem melancholie die weerbarstig kan zijn. De
tijd is niet háár de baas, zij neemt de tijd om ook de meest particuliere gevoelens te verwoorden in de onbuigzame vorm van het tijdeloze gedicht."
1) Wat is uw
favoriete gedicht uit deze bundel?
Oogsteen
is een bloemlezing uit mijn poëzie. Ik
heb daarin uiteraard de gedichten opgenomen die mij nog steeds
bevallen, die ik tot mijn favorieten reken. Met sommige gedichten heb
ik een speciale band, zoals met de bundel Antidood
die ik schreef voor Aernout, mijn zoon.
En ik denk dat veel mensen zich zullen herkennen in het gedicht over
Achilles’ moeder Thetis:
Thetis’ hiel
Zelfs goden, ze worden geboren
in hoofden, doven uit tot een mythe.
kan duiden of later op zee kan vertellen: dit
is het water dat diep in de aarde, dát
wat hoog op de bergen stroomde, zo
stromen stervelingen en goden.
Van mijn oorsprong weet ik dus
niets, ik huwde de aarde, in mij
groeide een kind, viel
uit me tenslotte, en ik
murmelde: mormeltje mijn, ik
noem je, dompel je in onkwetsbaarheid.
Het lachte naar mij, hield me vast
bij de hiel toen het mamma zei.
2) Vertel wat u over deze bundel kwijt wilt, in maximaal 200 woorden die niet op de flaptekst mogen voorkomen.
Deze selectie uit mijn poëzie laat, hoop ik, goed de ontwikkeling in mijn werk zien.
Uit mijn eerste bundel Tussen gebaren en woorden heb ik bijvoorbeeld slechts één gedicht gekozen, een die weergeeft hoe ik in die tijd schreef. Het daarop volgende Meisje in badpak toont dat ik toen, er zit 10 jaar tussen die twee bundels, inmiddels anders formuleerde. De daaropvolgende bundels hebben alle hun eigen karakter, en toch, als ik door Oogsteen blader, komt het mij voor dat er vanaf het begin een eigen toon aanwezig is, een eigenheid die ik op steeds steviger wijze weet neer te zetten. Jawel, ik praat nu ook een beetje na wat anderen zeggen die ik maar al te graag geloof.
In de verzameling is onder meer Mijn onverwisselbare kop opgenomen, een bundeltje dat is verschenen ter gelegenheid van de uitreiking van de Anna Blamanprijs 2001 en dat nooit in de boekhandel heeft gelegen. Het bevat vijf gedichten bij zelfportretten van Rembrandt.
Nu vergeet ik nog bijna te vermelden dat Oogsteen begint met het gelijknamige gedicht dat ik als een soort ouverture voor de bloemlezing schreef.
(3) Welke dichters (of dichter) behoorde(n) bij het schrijven van deze bundel tot uw inspiratiebronnen? Op welke wijze?
Deze bundel strekt zich uit over 26 jaar, meer dan een een kwart van een gemiddeld mensenleven. In die tijd heeft veel mij tot schrijven aangezet. Wat ik opdeed aan indrukken, wat ik las, hoorde, zag en vooral wat ik leefde en beleefde heeft mijn poëzie gemaakt tot wat ze is. Kortom, als je het dagelijks leven een dichter noemt en wat dat leven optekent poëzie, dan is dat de dichter, de poëzie die mij heeft geïnspireerd.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties