Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« stcn.nl | Hoofdmenu | Speciale Finlandkorting »

24 juni 2009

Vorm of vent?

'Toen Bij nader inzien in het begin van de jaren zestig alleen nog in manuscript bestond, vroeg uitgever Geert van Oorschot aan Kees Fens of hij het eens wilde lezen. Fens was nog niet zo lang geleden bevriend geraakt met H.U. Jessurun d’Oliveira en J.J. Oversteegen. Zij hadden in 1962 net het tijdschrift Merlyn opgericht of stonden op het punt dat te doen. Het was Fens snel duidelijk dat de figuur van Paul Dehoes gebaseerd was op Jaap Oversteegen en hij vond dat zijn verse vriend er niet goed afkwam. Tegen Van Oorschot zei hij dat hij de roman van Voskuil ‘niks’ vond.' Fens, was dat nu vorm of vent? lees de column van Carel Peeters op VN.

Reacties

RHCdG

Close reading opvatten als een 'vorm'-poëtica en daarmee als tegenstelling tot de 'vent'-poëtica van Forum is wel een grandioze historische en poëticale miskleun. De 'vent'-poëtica ontstond uit verzet tegen epigonisme, holle retoriek, virtuositeit, maakwerk, terwijl de close reading zich beroept op de veronderstelde zelfwerkzaamheid van het woord: er hoeft helemaal geen auteur te zijn. Dat laatste is helaas onzin, want een woord wordt pas zelfwerkzaam wanneer een auteur zich ermee bemoeit, maar dat is een ander verhaal.

Inmiddels lees ik op Facebook dat ook Komrij nu 'gevaarlijke' poëzie als categorie aanvaardt (en zich meteen maar tot aanhanger ervan verklaart, omdat je anders uiteraard in het 'brave' kamp terechtkomt) maar kan iemand - Pfeijffer zelf bv. - mij nu eens een formele beschrijving geven van beide fenomenen? Anders blijf ik toch het gevoel houden dat het hele leerstuk vooral blijk geeft van een zeker talent om discussies over niets op gang te zetten, en zo zichzelf op de kaart.

Gerrit Komrij

Ik verklaar me van niets een aanhanger. En dus ook niet meteen maar. Ik zie het brave landschap vol knusse dichtertjes aan en knor tevreden. Ook ik in Arcadië!

Chrétien Breukers

Even terug naar het stuk van CP. Hij schrijft: "In zijn (Fens', CB) inleiding bij Lezen man!, het boek met essays en kritieken van Anthony Mertens, schrijft hij tussen haakjes dat hij ooit zo’n criticus was die alleen naar vorm en structuur keek. Hij was in goed gezelschap, want Anthony Mertens heeft zijn ontwikkeling van een criticus die sterk door het marxisme werd beïnvloed tot de ‘schrijvende lezer’ op de drempel van werkelijkheid en droom, evenmin opgeschreven."

Toch een hele geruststelling, al die ongeschreven oeuvres. Daar past een zekere dankbaarheid, van ons, eenvoudige lezers, die moeten lezen, man.

Gert de Jager

Jessurun d’Oliveira kende beide heren goed en zou gelijk kunnen hebben met zijn opvatting dat vooral de portrettering van Dehoes Fens ergerde. Toch was het kabbelende realisme van "Bij nader inzien" niet iets waar ze in kringen van Merlijn erg warm voor liepen. Geen gelaagdheid, geen kunstig verwerkte motieven – niets van dat alles. Fens’ ergernis en zijn poëticale opvattingen van dat moment gingen op zijn minst moeiteloos in elkaar over.

Het vorm-standpunt dat bij Merlijn werd gehuldigd was niet het vormfetisjisme dat er later van gemaakt is. De Merlinisten werden onder meer geïnspireerd door Hermans. De perfecte organisatie van zijn romanwereld is op zichzelf al een aanklacht jegens een wereld die wat minder georganiseerd is – wat die romans vervolgens uitvoerig laten zien. Om maar niet te spreken van de honderdduizenden andere manieren waarop Hermans’ romans met de echte wereld zijn verbonden.

Met hun nadruk op vorm en structuur verhulden de Merlinisten hun morele bekommernis en hun ideologische opvattingen. Die waren, zoals altijd, wel degelijk aanwezig. Dat het niet bijster boeiend is om het daar altijd over te hebben en het een stuk interessanter is om over echte boeken te schrijven – ziedaar de bron van het misverstand.

RHCdG

Waaraan zullen wij u in Arcadië herkennen? 'Individualisme' is wel de grootste gemene deler in het huidige poëzielandschap. Er zijn nauwelijks scholen of stromingen, alleen nog netwerken, waarin ook niet-dichters worden toegelaten - een soort uiterste consequentie van de Forum-norm - en wie dicht, doet dat in vrije verzen. Dan ontstaat vanzelf al het beeld van een kudde. Niet 'ook ik in Arcadië', maar het 'ook gij, Brutus' lijkt dan veeleer toepassing. Daarin vindt u meteen de Judassen naar wie u op zoek zegt te zijn.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...