1955
Ik kan me niet herinneren ooit een bundel te hebben gelezen die aanvangt net ná de conceptie van de dichter. Hij zal er wel zijn - zo'n bundel, bedoel ik - maar valt buiten mijn blikveld of is in mijn geheugen weggezakt.
Het geheugen... dat is wat Bart Stouten in dit gedicht op de proef stelt. Hij gaat terug naar de tijd voor zijn geboorte en ziet zichzelf terug als iemand (of iets?) waarin 'een kleine brand' woedt. Die slechts met 'schuimende eenvoud' is te doven.
Wat die eenvoud behelst? Misschien geeft de tweede strofe hier antwoord op. Het is de eenvoud van een antwoord op de vraag 'waar was je?', gesteld aan een blijkbaar vroeg uit het leven van de hoofdpersoon verdwenen vaderfiguur.
Het verdwijnen van de vader was blijkbaar zo'n uitwissende gebeurtenis dat de hoofdpersoon ontbreekt 'op de eerste bladzijde / van mijn leven'. Maar tegelijkertijd wordt de dode, of het dood-zijn, door de hoofdpersoon als een benijdenswaardig iets ervaren.
Stouten noteert letterlijk een rij losse zinnetjes, flarden, woorden - die hij samenbrengt in dit gedicht, waarin ze toch een wonderlijke ordening krijgen. Bij eerste lezing dacht ik: "Het zal wel", maar gaandeweg, na een paar keer lezen, beginnen die kort-affe zinnen (alsof een kind zich, haperend, tot een vader richt) te wérken.
En aan het eind van het gedicht, als de hoofdpersoon zelf de herinnering dooft (zó eenvoudig kan het zijn, al zal het niet gemakkelijk zijn om een afwezige vader zomaar te 'doven') heeft Stouten een mooi miniatuur geconstrueerd. De opmaat voor een sterke bundel.
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Om dit intrigerende gedicht toch maar te redden als verder niemand reageert, wil ik als tweede voorzet alleen wijzen op dat dubbelzinnige 'kom nou' in de tweede strofe, waar je zomaar overheen zou lezen. Mooi ook hoe de identificatie van de dichter met zijn dode vader wordt uitgedrukt in het beeld van een kaars, die overigens ongenoemd blijft.
Geplaatst door: RHCdG | 25-6-09 om 4:27
Zo ook de verder afwezige moeder (die wel even opduikt in een interpretatie van "een kleine brand"), alsof de "ik" zich ziet als een ongelukje ("waar was ik de avond dat je me verwekte"), niet de bevruchting was het doel, maar het blussen van de geslachtsdrift.
Het maakt de ik nog schimmiger, eenzamer, dover.
Geplaatst door: Wim van Til | 25-6-09 om 8:12
Zo, zo, ik ben niet de enige Stouten-fan!
Ha ha ha. Nog een fijne dag iedereen.
Geplaatst door: peter | 9-8-10 om 0:42