Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Een hond die over een witregel springt | Hoofdmenu | Toet Toet Boing Boing »

22 juni 2009

Het eerste gedicht (9): Bart Stouten

Vandaag in de onregelmatig opduikende rubriek Het eerste gedicht: '1955', het openingsvers uit de bundel Een boek van tijd van Bart Stouten.

1955
 
geconcipieerd
hier woedt
een kleine brand
met schuimende eenvoud
slechts te doven
 
vader, schrijf ik,
waar was ik
de avond dat je
me verwekte?
kom nou
alleen jij
weet waarom ik ontbreek
op de eerste bladzijde
van mijn leven
een schim
                 benijdt het portret
van de dood die deze tafel
verlicht
            nog schimmiger
het verdriet waarop ik zit
terwijl ik naar je schrijf
vermolmde stoel
die achterblijft
van zodra ik
mijn herinnering
doof
        midden in de nacht

Ik kan me niet herinneren ooit een bundel te hebben gelezen die aanvangt net ná de conceptie van de dichter. Hij zal er wel zijn - zo'n bundel, bedoel ik - maar valt buiten mijn blikveld of is in mijn geheugen weggezakt.

Het geheugen... dat is wat Bart Stouten in dit gedicht op de proef stelt. Hij gaat terug naar de tijd voor zijn geboorte en ziet zichzelf terug als iemand (of iets?) waarin 'een kleine brand' woedt. Die slechts met 'schuimende eenvoud' is te doven.

Wat die eenvoud behelst? Misschien geeft de tweede strofe hier antwoord op. Het is de eenvoud van een antwoord op de vraag 'waar was je?', gesteld aan een blijkbaar vroeg uit het leven van de hoofdpersoon verdwenen vaderfiguur.

Het verdwijnen van de vader was blijkbaar zo'n uitwissende gebeurtenis dat de hoofdpersoon ontbreekt 'op de eerste bladzijde / van mijn leven'. Maar tegelijkertijd wordt de dode, of het dood-zijn, door de hoofdpersoon als een benijdenswaardig iets ervaren.

Stouten noteert letterlijk een rij losse zinnetjes, flarden, woorden - die hij samenbrengt in dit gedicht, waarin ze toch een wonderlijke ordening krijgen. Bij eerste lezing dacht ik: "Het zal wel", maar gaandeweg, na een paar keer lezen, beginnen die kort-affe zinnen (alsof een kind zich, haperend, tot een vader richt) te wérken.

En aan het eind van het gedicht, als de hoofdpersoon zelf de herinnering dooft (zó eenvoudig kan het zijn, al zal het niet gemakkelijk zijn om een afwezige vader zomaar te 'doven') heeft Stouten een mooi miniatuur geconstrueerd. De opmaat voor een sterke bundel.

Reacties

RHCdG

Om dit intrigerende gedicht toch maar te redden als verder niemand reageert, wil ik als tweede voorzet alleen wijzen op dat dubbelzinnige 'kom nou' in de tweede strofe, waar je zomaar overheen zou lezen. Mooi ook hoe de identificatie van de dichter met zijn dode vader wordt uitgedrukt in het beeld van een kaars, die overigens ongenoemd blijft.

Wim van Til

Zo ook de verder afwezige moeder (die wel even opduikt in een interpretatie van "een kleine brand"), alsof de "ik" zich ziet als een ongelukje ("waar was ik de avond dat je me verwekte"), niet de bevruchting was het doel, maar het blussen van de geslachtsdrift.
Het maakt de ik nog schimmiger, eenzamer, dover.

peter

Zo, zo, ik ben niet de enige Stouten-fan!
Ha ha ha. Nog een fijne dag iedereen.

Johan Wambacq

Kleine correctie: in het gedicht staat niet 'waar was je?' (vraag die gesteld zou zijn aan de afwezige vader), maar 'waar was ik / de avond dat je / me verwekte?'! Het is de ik-figuur die ontbreekt op de eerste bladzijde van zijn leven, niet de vader. Die vader ontbreekt niettemin - zie 'het portret van de dood die deze tafel verlicht'. Of de ik-figuur de dood benijdenswaardig vindt, wil ik betwijfelen, hij noemt het verdriet een vermolmde stoel. Als je daarop zit, ga je tegen de grond, vroeg of laat.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...