Aly Freije kreeg in 2007 de 1e prijs poëzie met 'Weerom’ in de provinciale
schrijfwedstrijd, georganiseerd door Stichting Grunniger Toal en Biblionet.
Groninger gedichten verschenen in het Grunneger Tiedschrift Krödde. Met een cyclus
van vijf gedichten onder de naam In lichtbundels daanst t stof verwierf Freije de
Freudenthalprijs 2008, de oudste en belangrijkste prijs in het hele
Nedersaksische taalgebied. Begin april 2009 kwam er een bundel Groningstalige gedichten uit bij Uitgeverij kleine Uil, onder de titel Wondpoeier.
1. Wat is uw favoriete gedicht uit deze bundel?
Moeilijk kiezen is dat. Ik moet in
eerste instantie aan de serie Passages denken, een lang
gedicht dat bestaat uit 5 delen. (hieronder in het Gronings en in het Nederlands te lezen, CB)
(2) Vertel wat u over deze bundel kwijt wilt, in
maximaal 200 woorden die niet op de flaptekst mogen voorkomen.
‘Hoe kun je ooit terug gaan naar een plaats die je nooit verlaten hebt’ schrijft Lidy van Marissing. In mijn eerste afdeling staat die zoektocht centraal. In afdeling twee en drie onderga ik de wereld, het leven op grensgebieden en komt het verlies terug, verhoud ik mij daar mee.
Mijn intellectuele ontwikkeling was Nederlandstalig. Maar het Gronings uit mijn jeugd met haar klanken en beelden staat dicht bij mij. Die beelden worden sneller helder dan woorden. Voor mij als Groninger dichter geldt, om Wittgenstein vrij te interpreteren, ‘waarover je niet kunt praten moet je dichten.’
Mijn roots vind ik terug in dorps- en stadslandschappen, waar ook ter wereld. Daar ervaar ik weer de elementen, de wisselgang van leven en sterven en het verspringen van de tijd. In de olijfbomen en het licht dat over de toppen van de sierra glipt, schemeren beelden van mijn Oost-Groninger landschap en de betovering, die ik als klein meisje onderging. Het dichten geeft mij voor even een blik op die vroege momenten van geluk en daarvan wil ik anderen deelgenoot maken. Dat kleurt ook mijn beleving van de wereld nu. Dan gaat mijn taal stromen, krijgen associaties de kans en ontstaat er een ritme.
3. Welke dichters (of dichter) behoorde(n) bij het schrijven van deze
bundel tot uw inspiratiebronnen? Op welke wijze?
De eerste gedichten zijn al vrij lang geleden geschreven. Het begon bij Kopland met zijn zoekende woorden en zijn intense beleving van het landschap. Verder Willem van Toorn en J. Bernlef die ook verbonden zijn met landschappen en de teloorgang ervan zo ervaren.
Lidy van Marissing maakte indruk door haar associatieve beeldrijke stijl en hoe zij in haar proza het onmogelijke en tegelijk noodzakelijke zoeken naar herinneringen verwoordt, om tevergeefs de verspringende tijd weer proberen te pakken.
Verder Hans Tentije, hoe die met zijn beeldspraak en gelaagdheid zijn natuurbeelden inzet voor zijn innerlijk landschap. Wat water voor hem is, is het licht voor mij. In Hester Knibbe en Miriam Van hee herken ik hoe goed poëzie schrijven als tegenwicht kan dienen voor verlies. En hoe zij nog geworteld zijn in de natuur in onze verstedelijkte omgeving. Daarom ook mijn affiniteit met Seamus Heany en Dylan Thomas, wie het gelukt om die puurheid en magie van de waarneming van hun kinderjaren weer te beschrijven. Daarbij voel ik bijna lichamelijk hoe een schep in de weerbarstige aarde wordt gestoken. Veel poetry dichters uit Oost-Europa en de Derde Wereld hebben dat ook, die verbondenheid met de aarde.
Verder spreekt de muzikaliteit van Hans Andreus en Tsead Bruinja mij erg aan.
En de scherpe blik en het Groningse gevoel voor understatement van Bert Schierbeek en Jan Glas raken mij, hoewel ik het meer in breedbeeld neerzet en lyrischer ben. Jan Glas was mijn redacteur en zijn manier van kijken als schilder inspireerde mij. En zijn ‘to the point komen’ vormde een goed tegenwicht voor mijn vaak doorgaande associatie-drang.
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties