Jeroen Theunissen schreef romans en dichtbundels. Onlangs verscheen Het zit zo, een ruimhartig goedgevulde nieuwe bundel. Tijd voor een kort gesprek met de dichter.
Vreemd genoeg wordt werd op zijn Wiki en elders gemeld dat Theunissen "de Publieksprijs voor de beste poëziebundel 2005 (uitgereikt door e-magazines Rottend Staal en De Contrabas)" kreeg, wat toch echt niet het geval is. Victor Vroomkoning was destijds de laureaat. (Is inmiddels gewijzigd op Wiki-pagina, CB.)
(1) Wat is uw favoriete gedicht uit deze bundel?
Het lange slotgedicht, 'In de ruimte', waarin een jongeman besluit ruimtetoerist te worden, als het maar te voet kan. En het erg korte, maar waarschijnlijk perfecte gedicht 'Gekapte bomen'. 'Gekapte bomen' is zo kort dat ik er een ander gedicht aan heb toegevoegd, 'Een lief'
Gekapte bomen:
Ach nu zie ik ineens
twee gekapte
bomen.
Een lief:
Mijn lief waste bloemen
met hout en
met stenen,
zij danste een grotere trap
naar beneden.
Bakte in
ovens
haar kleren van deeg,
kroop in mijn vingers
als in hoopjes
verleden.
Ach, was ze zo stil
als de prenten van muren
met de
mortel in huis.
Maar ze smeekt om zeep
en om afwas en buren
en
een film op de buis.
© Jeroen Theunissen
(2) Vertel wat u over deze bundel kwijt wilt, in maximaal 200 woorden die niet op de flaptekst mogen voorkomen.
Aan het schrijven van deze bundel heb ik veel plezier beleefd. Ik kwam tot de vaststelling dat poëzie niet ernstig te nemen valt. Want laten we wel zijn: een dichter is in de eerste plaats iemand die wel wat beters te doen heeft. Een dichter had een ingenieur kunnen zijn, een manager, een politicus, een wetenschapper, een wereldverbeteraar. We mogen ook niet vergeten dat voor die bundeltjes bomen worden vernield.
Dat poëzie niet ernstig te nemen valt, heeft mij geholpen om met grote ernst te dichten, iets waarvoor een ingenieur, een manager, een politicus, wetenschapper en een wereldverbeteraar uiteraard geen tijd hebben, want zij moeten druk bouwen aan de wereld van vandaag en morgen. Ik niet. Het is mijn taak uit te leggen aan die actievere, minder luie mensen hoe het zit. En dat geeft interessante conclusies.
Sommige zaken zijn logisch: een stoel is van hout, en hout bestaat uit moleculen. Geen verstandige mens zal dit tegenspreken. Maar als we naar een boom kijken, bijvoorbeeld, is de conclusie minder simpel: een boom is namelijk niet alleen een boom (hoewel ik niet – nooit – zal ontkennen dat hij dit is, of dat hij takken heeft), maar even goed een doos vol katten. En een kamer is natuurlijk niet alleen een kamer, maar ook een gesloten etalage. Enzovoort.
(3) Welke dichters (of dichter) behoorde(n) bij het schrijven van deze bundel tot uw inspiratiebronnen? Op welke wijze?
Walt Whitman: vanwege de euforie, de extase, de levensvreugde. Laten we ophouden met miniatuurtjes schrijven, die dingetjes interesseren alleen maar academici en soms een leraar Nederlands.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Leuk om te lezen. En geweldig gedicht (gekapte bomen)
Geplaatst door: Henk Skatoelakis | 19-6-09 om 20:50