Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Genomineerden Hugues C. Pernathprijs 2009 | Hoofdmenu | Muziek: Peter van Galen »

15 mei 2009

'Psalm voor een afkomst' is poëzie van het echec

'Maar in de derde en laatste plaats mag niet worden vergeten dat de ikfiguur zélf in zijn gedicht vraagtekens zet bij de poëzie. Ergens op driekwart van het gedicht lezen we de verzuchting: 'kom niet over mij als poëzie'. Daarmee wordt het tekortschieten van de dichtkunst -- en dus ook van deze psalm en de daarin gebezigde beelden -- nadrukkelijk erkend. De literatuurcriticus Paul Rodenko zou zeggen dat Nasr 'poëzie van het echec' schrijft: de dichter is zich ervan bewust dat zijn doel buiten het bereik van zijn woorden ligt (God 'woont op de rand van het naderbare', zo staat er in Nasrs psalm), maar tóch probeert hij, tegen beter weten in, een poging te doen om het onbenoembare te benoemen.' >> behalve op deze site, vindt Gaston Franssen nergens een zinnig woord over Nasr's omstreden Calvijngedicht. Lees hier zijn analyse.

Reacties

Chrétien Breukers

Hé, en waar werkt VD Hemel?

Gert de Jager

Collegialiteit is een aandoenlijke vorm van corruptie en moet gestimuleerd worden, vind ik.

Franssens verwijzing naar Rodenko’s ‘poëzie van het echec’ lijkt op het eerste gezicht het gedicht van Nasr te plaatsen in de traditie waar het hoort. De mannenbroeders die verontwaardigd de kerk uit hadden willen benen, ware het niet dat zulks een belediging van Hare Majesteit had ingehouden, kennen de conventies van de moderne poëzie niet en worden nog meer een anachronisme dan ze al zijn.

Daar zijn twee kanttekeningen bij te maken. De eerste is dat Rodenko het gedicht zelf zag als uniek middel om in contact te treden met het hogere. Bij het onder woorden brengen van zijn theorie liet Rodenko zich leiden door het dichterschap van dichters als Achterberg en Lucebert – zij moesten als dichter falen omdat het gedicht gedoemd was om te falen.

Dat ligt toch anders bij Nasr. Hij doet verslag van een conflict met ‘de vaderen’ omtrent een godsbeeld en komt tot nogal eenduidige conclusies. Het fenomeen ‘gedicht’ is bij hem een van de vele middelen om te proberen in contact te treden met het hogere en ook dat middel faalt – naast spuiten en slikken b.v. In de praktijk van zijn gedicht, de “Psalm voor een afkomst” die wij lezen, wordt poëzie echter zonder enige bedenking gebruikt om bevindingen onder woorden te brengen. Nasr maakt daarbij uitbundig gebruik van beelden uit een Schriftuurlijke traditie. Hij is niet op de eerste plaats teleurgesteld in de poëzie, maar in iets anders.

Met zijn verwijzing naar Rodenko maakt Franssen het gedicht bovendien onschadelijk. Alles wat van belang is, speelt zich af binnen de autonome wereld van het gedicht zelf. Juist tegen de reflex die Franssens hier ten toon spreidt, is Vaessens ten strijde getrokken. Het ongemak van calvinisten die geen andere metaforen voor God accepteren dan die in de Schrift zijn te vinden, is een ongemak dat Nasrs gedicht serieus neemt. ‘Poetry makes nothing happen, ’ luidt het adagium en, welaan, daar was het toch bijna gebeurd. Wat Nasr heeft gedaan, acteur die hij is, is het ongemak van de geloofsafval en van de multiculturele samenleving dramatiseren in een omgeving waar beide op het scherpst van de snede worden beleefd. Van de mannenbroeders wordt iets gevraagd wat voor een agnostische gelovige in de autonomie van de literatuur ogenschijnlijk makkelijk is: eigen beeldvorming – heel letterlijk zelfs – en eigen opvattingen relativeren. Franssens reflex en de neiging van de mannenbroeders om op te stappen laten zien dat dat nog niet zo makkelijk is.

De mannenbroeders bleven zitten omdat de koningin daar zat. Ze verloochenden zichzelf uit pragmatische overwegingen en respecteerden in ieder geval haar overtuiging van dat moment. Ze zijn een voorbeeld voor de natie.

Samuel Vriezen

Grote genade. Schrijven er eens wat academici iets interessants, moet Chretien er weer meteen flauwe opmerkingen over maken.

GA EENS OP DE ZAAK IN, CHRETIEN!!!!! En als je niks te melden hebt DOE HET DAN NIET!!!

Chrétien Breukers

Ik heb te melden dat de firma WC-eend vooral de eigen WC-eenden aanbeveelt. Dat is het, meer niet. En je kunt je wel opjurken, Samuel, maar het is niet netjes om in andermans huis zo hard te schreeuwen.

Samuel Vriezen

De heren Franssen en Van den Hemel zijn beide werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam, maar wel bij totaal verschillende vakgroepen. Binnen de universiteit is naar mijn weten geen beleid dat de werknemers elkaars meningen dienen te steunen. Wat dat betreft is de universiteit dus niet vergelijkbaar met een uitgeverij die ook een nieuwtjesblog runt of iets in die trant.

Het is misschien vanuit samenzweringstheoretisch perspectief een curieus idee, maar misschien zei Franssen dat Van den Hemel iets zinvols over Nasr's gedicht heeft geschreven omdat, eh, Van den Hemel iets zinvols over Nasr's gedicht heeft geschreven?

Maarten Das

Chrétien merkt eenvoudig iets op wat misschien niet alle lezers weten (ik wist het bijvoorbeeld niet). Het maakt het beeld gewoon volledig. De conclusies zijn verder aan eenieder. Daar zijn we volwassen weldenkende mensen voor :)

Samuel Vriezen

Om de zaak nog even wat verder uit te diepen: zowel Ernst als Gaston wonen in Amsterdam. Beiden zijn regelmatig aangetroffen met schoenen aan hun voeten. Conclusies over wat dit zegt over propaganda voor de stad en over de schoenenlobby laat ik geheel aan de lezer over.

Cath Blaauwendraad

Waarom krijg ik de indruk dat dit eigenlijk over vlaaien gaat?

Samuel Vriezen

Vlaaien indeed. Een internetwet: hoe stommer het punt, hoe meer reacties. En dat terwijl Gert de Jager hier toch met wat prikkelende punten was gekomen...

"Met zijn verwijzing naar Rodenko maakt Franssen het gedicht bovendien onschadelijk. Alles wat van belang is, speelt zich af binnen de autonome wereld van het gedicht zelf. Juist tegen de reflex die Franssens hier ten toon spreidt, is Vaessens ten strijde getrokken."

Vaessens wordt veelal verweten dat hij de literaire middelen zou verontachtzamen en 'tegen de literatuur' zou pleiten. Dat verwijt lijkt niet sterk, want je kunt daar geen serieuze onderbouwing in het boek voor vinden. Zulke verwijten richten zich hoofdzakelijk op een relativering van de absolute waarde "stijl" e.d. als abstracte criteria die door een autoriteit kunnen worden beoordeeld. Nu zijn in de literatuur "goede stijl" en "literaire kwaliteit" en dat soort termen meer -- die hele gereedschapskist van Vaessens' humanistische positie -- altijd nogal arbitraire termen, die het de lezing van de literatuur ook niet toestaan om een bredere toepassing aan te nemen. Stijl als criterium wordt vrijwel altijd arbitrair toegepast en is daarom ook steriel.

Maar met een echec-lezing zit het volgens mij anders. Bij een concept als poëzie van het echec gaat het niet om stijl, dus niet om de eerbiedwaardige technieken van de taalverfraaiing, maar om een gedachte van en in de poëzie. Het begrip echec opereert op een diep structureel niveau en is niet een kwaliteitsoordeel maar duidt op een houding gebaseerd op een besef van de grenzen van de taal zelf.

Aangezien God in de religies van het Boek altijd in hoge mate talig wordt benaderd, raakt een opvatting over taal direct aan een opvatting over God. Nasr zelf onderbouwt deze interpretatie vandaag in Trouw: "Wij houden beiden van het woord, meneer Staat, en wel op tegengestelde wijze. Van mij mogen die twee manieren naast elkaar bestaan. Voor u niet, want ik neem u iets af wat u als uw hoogsteigen bezit beschouwt. De Bijbel is echter niet uw bezit: hij is van iedereen. Zijn metaforen, zijn poëzie en zijn onmetelijke zeggingskracht zullen mensen blijven verbluffen, juist omwille van de vele betekenissen die erin besloten liggen. Ik, en vele anderen met mij, voel me aangetrokken tot de Bijbel omwille van de grootheid van de literatuur en omwille van de zoekende mens."

Om terug te keren naar Vaessens: het lijkt mij van het grootste belang om ook bij literaire begrippen het onderscheid te maken tussen arbitraire criteria à la "goede stijl", begrippen die alleen maar terugverwijzen naar de autoriteit (smaak, ontwikkeling, inzicht) van een beoordelaar, en structurele concepten met universele toepassing.

De uitdaging is dan aan ons, de lezers, om het echec óók als ethische categorie te willen lezen.

Samuel Vriezen

& dat onderscheid tussen arbitraire kwaliteitscriteria & universele concepten is dan vergelijkbaar met het onderscheid dat gemaakt moet worden tussen het arbitraire van de gegeven media-formats enerzijds en universele uitgangspunten voor hoe het zou moeten zijn in de wereld anderzijds.

Chrétien Breukers

Misschien... het is een idee, en het zal wel weer niet kloppen, maar misschien... wil Nasr gewoon provoceren. Want dan kan hij zichzelf weer zalvend rechtbreien, zoals in Trouw.

Gert de Jager

Ha Samuel,

Ik weet het niet helemaal zeker, maar volgens mij beweer met je interpretatie van de ‘poëzie van het echec’ hetzelfde als wat ik probeer te beweren. Het citaat van Nasr – ‘onmetelijke zeggingskracht’ – getuigt niet direct van het echec dat door het lyrisch subject van dichters als Achterberg en Lucebert als een ervaringsfeit wordt gepresenteerd. Een zonnig typje, die Nasr.

Naast zijn grote ongelijk heeft Vaessens een klein gelijk. Er bestaat wel degelijk een tendens bij sommige critici en bij neerlandici op zoek naar een paradigma om stijl- en vormcriteria te verabsoluteren en het vervolgens over niets belangrijks meer te hebben. Stijl- en vormcriteria zijn echter niet arbitrairder dan andere criteria – wat jij dan weer schijnt te denken. Van een tweedeling tussen arbitraire criteria aan de ene kant en universele concepten aan de andere kant begrijp ik werkelijk absoluut niets. De enige universele concepten die ik kan bedenken komen uit het domein van de ratio – mathematische concepten bv. Het zijn concepten van een totaal orde. Vergeleken daarmee is alles wat in literatuur en de kunst ook maar enigszins belangrijk is, hopeloos arbitrair. Moge dat tot in lengte van dagen zo blijven.

Zo. En nu ga ik weer eindexamens nakijken. Die gaan over de opvattingen van Vaessens. “Paranoia strikes deep/ into your mind it will creep”. Het is toch echt, universeel en locaal, waar.

Samuel Vriezen

Gert: criteria zijn regels om de bokken van de schapen te scheiden. Het zijn werktuigen om op formele gronden verschijnselen in te delen in categorieen als "voldoende" en "onvoldoende". Maar een concept is een idee, of een leidend principe, het kan werkzaam zijn bij een omgang met poezie en laat zich niet herleiden tot formele criteria. We zouden ons ongeveer kunnen voorstellen wat laten we zeggen een "bourgondische klank- en beeldenrijkdom" inhoudt in de poezie, we weten precies wat voor dichters en wat voor gedichten daar bij horen. Maar dat echec is niet zo'n formule, het is een houding die zich niet tot deze of gene stijl beperkt. Daarom is zo'n concept universeel. Er is geen formele of theoretische reden waarom er niet een "ollekebolleke van het echec" zou kunnen bestaan.

Samuel Vriezen

Chretien, zelfs als Nasr alleen maar zou willen provoceren kun je het gedicht nog steeds als gedicht benaderen en eens kijken wat het zoal zegt.

Chrétien Breukers

Dat kan. Maar daar ging de discussie al niet meer over, die ging er meer over hoe slim jij uit de hoek kunt komen. Dus we moesten hem maar eens sluiten.

Samuel Vriezen

Jij wilt ook gewoon niet dat er op De Contrabas over het onderwerp gediscussieerd wordt, is het wel?

Chrétien Breukers

Ach, niet altijd door dezelfde mensen op dezelfde manier. Dat is het meer.

Samuel Vriezen

Sprak Chretien "Hé, en waar werkt VD Hemel?" Breukers.

Chrétien Breukers

http://verbaljam.nl/media/1/schandpaal140.jpg

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...