Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Vitalski voorspelt | Hoofdmenu | Van Vlerken over Vianen »

12 mei 2009

Nasr geeft aanstoot met Calvijn-gedicht

De ’psalm’ die Ramsey Nasr bij de opening van een Calvijntentoonstelling heeft voorgedragen, is slecht gevallen bij orthodoxe protestanten. „Pijnlijk”, noemt Bert Staat, raadslid voor de Dordtse CU-SGP-raadsfractie Nasrs gedicht. „Calvijn stond zo dichtbij God, Nasr zo veraf.” Als koningin Beatrix niet in de Grote Kerk van Dordrecht had gezeten, was Staat de kerk uitgelopen toen Nasr het gedicht voordroeg, want „ik voelde me erdoor gekwetst”.Lees verder op Trouw. Het bewuste gedicht Psalm voor een afkomst staat hier.

Reacties

Kees Klok

Ach Jezus, weer die intens beklagenswaardige gelovigen met hun uitschuifbare tenen. Er moest een pilletje voor worden uitgevonden.

Jan Leguijt

Misschien nog wel beklagenswaardiger is de opmerking van Klok, die wellicht de vrijheid van meningsuiting tot de laatste snik als pantser draagt en vanuit zijn verkokerende vizier tegelijkertijd een ander door middel van pilletjes dezelfde vrijheid wil ontnemen. Maar David overwon Goliath.

Samuel Vriezen

De leer van Calvijn is subtiel. Ongetwijfeld valt er iets heel precies te zeggen over waarom het gedicht blasfemisch is. Wat me nogal tegenvalt in het artikel in Trouw is dat daar niet dieper op wordt ingegaan.

Als de Calvinisten nou eens een heel goede reden blijken te hebben om zich op te winden, zouden ze dat dan niet mogen?

Chrétien Breukers

Als poëzieliefhebber ben ik gechoqueerd door de grote cliché-dichtheid in dit vers, maar daar mag je natuurlijk weer niks over zeggen, in Trouw of elders.

J.P. van Boenderen


Het verbaast mij niets dat die vrijpostige losbollen van het Calvijn genootschap als makke schapen met de handjes over elkaar naar de speech van dit duivelsgebroed luisterden. Het zal wel op zondag geweest zijn en het laat zich raden dat de heerschappen naderhand met een automobiel naar huize dwaalden om de rest van de avond hinnikend voor de televisie door te brengen. Een schande dat ons koningshuis zich door dergelijke bedenkelijke figuren laat paaien.

Chrétien Breukers

Ja Van Boenderen en andere namen... het is hier niet de bedoeling om anoniem te reageren...

Chrétien Breukers

Trouwens, ik vind dat Samuel een goed punt aanroert. Ik zou er aan toe willen voegen - waarom zouden de calvinisten zich moeten laten beledigen in hun eigen kerk? Dat heeft ook iets pesterigs, van Nasr... en dat is niet echt heel leuk.

Samuel Vriezen

Misschien was Nasr zich van geen kwaad bewust?

Ik ben serieus geïnteresseerd in een theologische weerlegging van Nasr's gedicht. Om het alleen weer te houden bij een rondje beledigd-zijn van gelovige zijde en zich vrolijk maken van de zijde van de atheïstische orthodoxie zou weer zo suf zijn.

Chrétien Breukers

Nou, als je een theoloog kent... die jongen die Hemel heet, die is toch theoloog?

Ernst van den Hemel

Ik zal er morgen wat over schrijven. Calvijn en poëzie. Dan kan ik niet achterblijven ben ik bang.

Cath Blaauwendraad

Ik zie het nut van een theologische weerlegging niet helemaal; Nasr heeft bij mijn weten niks met het Calvinisme (noch in positieve, noch in negatieve zin) dus je kunt net zo goed een kleurenblinde het verschil tussen donkerbruin en mosgroen gaan uitleggen.

In het verlengde vraag ik me af waarom men uitgerekend die jongen over Calvijn heeft laten schrijven. Je vraagt nog eerder Deelder om de heropening van het Amsterdamse Rijksmuseum met een loflied op te luisteren.

Ofwel je wil een predikant voor eigen parochie, dan moet je Nasr niet nemen; dan wel je wil een kritisch geluid, dan moet je een Afvallige nemen, die weet tenminste waar hij tegenaan trapt.

Alexis de Roode

Ik vind dat Nasr heel aardig in het thema is gekropen. Hij blijft er alleen nogal lang in zitten.

leo hermens

Wat zou God Zelf er van vinden?

hanz mirck

Bedoelde die zwaarchristelijke literatuurcricus misschien dat het gedicht blasfemisch was gezien het literaire niveau? En dat Nasr zich daarvoor bij de Grote Schrijver Zelf eens moet verantwoorden? Hij begint steeds meer te lijken op Gorter, die Nasr...

Ernst van den Hemel

Tja. of een theologische weerlegging van het gedicht nuttig is betwijfel ik ook. Maar, wellicht geeft enige kennis van het calvinisme wel wat achtergrond aan de reacties op Nasr's 'psalm'.

Voor zover ik kan zien zijn de reacties namelijk vooral zo negatief vanwege het beeld van God dat er in het gedicht naar voren komt. Arjan Kazen, van de jongeren-afdeling van de SGP nam vooral aanstoot aan de terminologie: God wordt omschreven als 'hoopvol monster' en als 'boerenknecht', en dat gaat Kazen te ver.
Nu is er volgens mij meer aan de hand dan alleen een allergie voor atheïsten. In Nasr's beeld van de calvinistische God wordt voorbijgegaan, zo lijken de reacties te benadrukken, aan een belangrijke nuance in de calvinistische theologie.

Een kort voorbeeld verduidelijkt wellicht de zaken. Bij het verschijnen van de biografie over Abraham Kuyper, geschreven door de germanist en niet-gereformeerde Jeroen Koch, hoorde men ongeveer dezelfde negatieve geluiden. van Deursen schreef in het Nederlands Dagblad dat het doel, om de hoofdpersoon in beeld te brengen, lovenswaardig is:

‘Maar dan wekt het toch verbazing Kuyper getypeerd te zien als de propagandist „van een kunst en genot verwerpend calvinisme.”’

Verder stoort van Deursen zich aan een aantal kleine zinnetjes waar volgens hem een gebrek aan kennis over het calvinisme pijnlijk zichtbaar is:

‘Dan heb je het bijvoorbeeld over „de troosteloosheid van de predestinatieleer”, of over „het Heidelbergse gesomber van de calvinistische orthodoxie.” Je beluistert in de partijnaam antirevolutionair „de orthodox-christelijke obsessie met het kwaad.” Je zegt dat „de door bijbelse taferelen gevoede voorstellingswereld van Kuypers aanhang doordesemd was van de willekeur van een gramstorige God.”’

Van Deursen maakt het punt dat als men een boek over Kuyper schrijft, dat men dan een gevoeligheid moet hebben voor de calvinistische leer. Vooral het zinnetje 'de willekeur van een gramstorige God' schiet in het verkeerde keelgat. In het calvinisme functioneert God weliswaar als herinnering aan de menselijke zondigheid, maar dat wil nog niet zeggen dat deze God dan slechts functioneert met willekeur of het kwaad voor heeft met de mens. Het calvinisme is doordrongen van deze dubbelheid: zondigheid, maar toch vrijheid, kwaad in de mens, maar toch de zoektocht naar God. Men moet hier volgens het calvinisme vooral oppassen niet teveel menselijke adjectieven aan God toe te dichten. De menselijke capaciteit om te bevatten hoe God is zijn beperkt tot de Schrift, en menselijke verzinsels worden geschuwd (het verschil tussen interpretaties van de Bijbel en menselijke verzinsels is weer een heel andere discussie). De zin ‘de willekeur van een gramstorige God’, en die functioneert als voorbeeld van de stijl van het hele boek, wordt door van Deursen dan ook als ‘blasfemisch’ afgedaan. Blasfemisch niet omdat het boek eigentijds is, of omdat het geschreven is door een heiden, maar omdat het een definitie van God geeft die niet in de lijn van het calvinisme ligt.

Dat deze subtiliteit nodig is om een historisch juiste schets te geven van een calvinistisch voorman als Kuyper kan men inkomen, maar hoe zit het met poëzie? Gaat Nasr aan dit element van het calvinisme voorbij, of is het een simpele kwestie dat men volgens de gereformeerden niet over Calvijn mag schrijven buiten de context van geloof en de gereformeerde traditie? Laten we eens kijken naar het gedicht van Nasr.

Op het eerste gezicht lijken de omschrijvingen ‘hoopvol monster’ en ‘boerenzoon’ inderdaad wat oneerbiedig. Maar een lezing van het gedicht als geheel laat zien dat deze categoriëen helemaal niet zo vast zijn als ze lijken: integendeel, het gedicht ademt een onzekerheid over waar er precies naar verlangt wordt: ‘kom / dat ik mijn fouten kan omvatten / dat ik mijzelf omhelzen kan’, tegelijkertijd wordt dit verlangen niet in de poëzie gezocht: ‘kom niet over mij als poëzie’. Het is na deze afwijzing van de poëzie als redmiddel dat het beeld van God als boerenknecht opgevoerd wordt. ‘kom over mij als een zwijgende wachter / een beest met hete specerijen / of een boerenknecht desnoods / maar doe iets’. Het gedicht besluit met weer een ambivalente terugkeer naar het beeld van het beest ‘maar dat beest ben ik en niemand anders / maakt mij zo licht van alle zonden vrij’.

Het lijkt mij dat een serieuze lezing van het gedicht niet zozeer uitkomt bij een blasfemische definitie van of aanklacht tegen een monsterlijke of agrarische God, maar bij een onzekerheid. De beelden van het monster en van de boerenzoon functioneren in dit gedicht in het licht van een menselijke zoektocht. Deze zoektocht, gedomineerd door onzeker verlangen, is duidelijk geïnspireerd door het calvinisme, maar is hier zeker geen definitie van. Een nauwkeurige lezing zou aan moeten tonen hoe precies dit gedicht de calvinistische ‘afkomst’ in eigentijdse vorm presenteert, (wat bedoelt Nasr met de ‘God van Oranje’ of een ‘akte van verlating’?) en of deze eigentijdse vorm wel zover van (de invloed van) het calvinisme afligt. Maar dat zou moeten beginnen, lijkt mij, bij juist een inzicht dat de beelden die Nasr gebruikt poëtisch, en niet descriptief, bedoeld zijn.

Maarten Das

Nasr is natuurlijk Dichter des Vaderlands en derhalve gekozen om een gedicht te schrijven voor een expositie die o.a. gaat over het calvinisme en de Nederlandse samenleving. Verder vind ik het, ondanks de lengte, een meeslepend gedicht. Met Nasr hebben we een ambitieuze DiDeVa, dat is duidelijk. Helaas voor hem wordt hij achtervolgd door controverse - eerst bij zijn installatie als stadsdichter van Antwerpen, toen bij de verkiezing tot DiDeVa na een veelbesproken campagne en nu dit weer. Maar na zijn stadsdichterschap was de kritiek verstomd, omdat hij de poëzie had laten klinken, en hopelijk blijft hij dat in zijn huidige functie ook doen. Natuurlijk wist hij welke reacties zijn gedicht uit kon lokken. Maar je maakt mij niet wijs dat hij erop uit was om louter te schofferen. Daarvoor ken ik hem te goed als iemand die juist op zoek is naar toenadering, misschien wel op het naïeve af.

Samuel Vriezen

Het nut van een "theologische weerlegging" zou natuurlijk vooral zijn dat we iets leren van het *denken* dat bij een afwijzing van een gedicht hoort, voor zover zulke afwijzing ook op een redenering gebaseerd is. Kritiek en debat moet je altijd proberen te grondvesten op denken, lijkt me; om in hokjes-discussies te blijven steken (wat Catharina een beetje doet als ze Nasr als dichter over Calvijn diskwalificeert omdat hij niet bij de Calvinistische club hoort) is gewoon niet zo heel spannend.

Dank aan Ernst voor het kleine traktaat. Inderdaad vroeg ik me af of het opvoeren van een beeld van God als zodanig problematisch zou zijn in het gedicht. Zeker is lijkt me dat waar over beelden van God gesproken wordt -- ook door atheïsten -- in feite ontologische grondhoudingen in het geding komen, die zelfs ethische implicaties kunnen hebben. Die zijn in het algemeen het uitpluizen waard.

Cath Blaauwendraad

Hoho, ik zeg uitdrukkelijk *niet* dat hij bij een Calvinistische club zou moeten horen; ik zeg alleen dat het aangaan van een discussie met iemand die (voor zover ik weet) niet wortelt in de materie, weinig zin heeft.

Als dichter diskwalificeer ik niemand, maar ik vind het nogal een verschil of je een (gelegenheids)gedicht schrijft of een academische discussie aangaat.

Ik bedoel, ik zou bij wijze van spreken een gedicht over auto's kunnen schrijven voor het jaarverslag van de BOVAG, maar ga niet met een monteur in discussie over de vraag hoe je olie moet verversen.

RHCdG

Klinkt interessant, beelden die ontologische grondhoudingen in het geding brengen, waaruit ethische implicaties volgen. Kun je dat eens uitleggen?

Samuel Vriezen

Een gedicht over je relatie tot God vind ik toch iets anders dan een gedicht over het verversen van auto's... zeker als je bedenkt dat voor de protestant de relatie tot God strikt persoonlijk is en in principe niet-institutioneel of voorbehouden aan de priester (in zijn katholieke functie van gewijde automonteur van het zieleheil)

Samuel Vriezen

Rutger, dat is toch niet zo gek? Denk aan het beeldverbod - een gedachte met ook buiten strikt theologische gebieden correlaten. Denk aan de waarschuwingen die keer op keer in de geschiedenis van de filosofie naar voren komen tegen de aanname van vooraf ingevulde grondbeginselen, terwijl de aard van de Natuur of het Zijn of het Reële juist principiëel ongrijpbaar is.

Cath Blaauwendraad

Maar het ging niet (alleen) over de relatie tot God, maar over Calvijn, en dat is een leer, en een leer is technisch, het is een handleiding hoe jij die relatie met God idealiter zou moeten onderhouden.

En natuurlijk kan ik me ook door een monteur laten uitleggen hoe ik olie moet verversen, het wordt alleen een stuk lastiger als de auto God is en de monteur een SGP-jongere.

Wat ik in principe gewoon wilde zeggen is dat Nasr waarschijnlijk helemaal niet op een lesje Calvinisme zit te wachten.

RHCdG

Ah, OK, Samuel, bedankt. Eén kanttekening: niet principieel, maar praktisch ongrijpbaar. Anders wordt het een tautologie, die ontologie.

M.H.Benders


Laten we niet vergeten dat religies vaak ook de inspiratiebron vormen voor hele mooie kunstwerken, bijv:

http://www.youtube.com/watch?v=kMI0vWBt44s

ericjan evers

wat ik er zo mooi aan vond is dat ik een lijn erin voelde van enerszijds het benoemen dat hij die god in zichzelf vind in al het lijfelijke, lichamelijke, en dat dat voor hem de wijze is waarop hij dit beleefd, en anderszijds het voor mijn gevoel hele serieuze, als job, aanroepen van een heer der heerscharen/heren, hoe bepaalde dingen kunnen gebeuren, en die zich laten gebeuren, hierin ook duidelijk verwijzend naar de menselijke interpretatie(zoals bij strenge calvinisten)van god's stem, of invloed, een voor mij reeele weergave van hoe strenge calvinisten dit beleven, en ja dichters(kunstenaars) worden verondersteld mensen via kritische noten, of het proces van doen bewustworden, iets mee te geven, nou, me dunkt, de wijze waarop, knap, poetisch, verhalend, genuanceerd en kritisch tegelijk, en als je Ramsey kent en weleens gezien en gesproken hebt weet je dat hij hier tevens een aanzet geeft tot verbinding met elkaar....want dat is altijd zijn intentie......dat weer je als je hem persoonlijk gesproken hebt en gezien....

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd en zullen niet verschijnen op deze weblog voordat de auteur ze heeft goedgekeurd.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...