Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« BBC season of poetry: vanavond 20u30 Sylvia Plath | Hoofdmenu | Interview Roos Custers »

11 mei 2009

Het eerste gedicht (5): André Degen

Vandaag in Het eerste gedicht: 'Binnen' van André Degen, uit zijn bij Uitgeverij kleine Uil verschenen bundel Zavelreis.

Binnen

Alle uitgangen hier voeren terug
naar het begin.
Elke ontsnapping
volgt een gesloten circuit.
'Alle wegen leiden naar jezelf.'
Een gil stijgt op tot boven
de gehoorgrens,
wordt afgesneden;
een kleine ingreep.
Mijn hoofd is een barstensgrote planeet
suizend door kil vacuüm.
Hier is men
op de bodem van de draaikolk.
Goed opgeleide koks
fileren het delicate vlees.
Teunis praat tegen de planten
die hij begiet.
Hij kan hen horen schreeuwen om water.
'Hoor ze eens gulzig slobberen.'
Men moet zijn spelregels
voor even aanvaarden.
Het brandend glaucoom vreet verder,
vindt voedsel achter oogkassen
van doden.
Ik moet constant nablijven.
De meester zwaait zijn scalpel
en dirigeert de muziek
in mijn hoofd.
Ik wil strafregels schrijven.
Zijn rapport is mijn rapport.
Als ik de schaduw die ik nu ben
van mijzelf af kan schudden
ben ik genezen.
Alle uitgangen hier voeren terug
naar het begin.
Elke ontsnapping
volgt een gesloten circuit.

De eerste twee regels van dit gedicht roepen in eerste instantie een lichte irritatie op. Uitgangen die naar het begin terugvoeren, denk ik; dat zal wel. Maar dan probeer ik ze anders te lezen. "Wat je ook doet om weg te komen, je komt altijd bij het uitgangspunt / het begin uit." Zelf vind ik de twee regels mooier zonder het woord "hier" - maar verderop in het gedicht speelt dat woord nog een belangrijke rol.

Dat elke ontsnapping een gesloten circuit volgt, is een herhaling van de eerste twee regels, maar ook een uitbreiding: niet alleen de uitgangen voeren terug naar het begin, zélfs de ontsnappingen. Welke ontsnappingen, dat weten we nog niet. Maar blijkbaar is er van "hier" reden tot ontsnappen. Heel voorzichtig dringt zich de associatie van een gesticht op. Of van het gesloten circuit dat een gekte, of psychose, kan zijn.

De volgende regels - tot 'Ik moet constant nablijven.' - lijken dat te bevestigen. Hier is iemand aan het woord die in een gesticht zit. Opgesloten, in twee betekenissen: in het hoofd en in een (goed beveiligd, labyrintisch) gesticht. Maar toch is deze verklaring niet helemaal bevredigend want vanaf "Ik moet constant nablijven." schuift er ook een andere leeswijze in beeld.

Ik moet constant nablijven.
De meester zwaait zijn scalpel
en dirigeert de muziek
in mijn hoofd.
Ik wil strafregels schrijven.
Zijn rapport is mijn rapport.


De "ik" wordt gepijnigd door beelden uit zijn jeugd. Maar de meester zwaait niet met een aanwijsstok. Hij heeft een scalpel. Tegenover deze dwingende aanwezigheid, die ook nog eens de muziek in zijn hoofd dirigeert, stelt 'ik' zich dienend op. Hij wil strafregels schrijven. Hij onderwerpt zich al bij voorbaat aan het verslag (het rapport) dat de meester - die we nu zo langzamerhand ook zien opdoemen in de gedaante van psychiater, of verpleegkundige in het gesticht - zal opmaken. De "ik" zit gevangen, in het nu, maar ook in beelden uit het verleden.

De hoofdpersoon zit "binnen", en kan op geen enkele manier naar buiten, maar de situatie is niet hopeloos: "Als ik de schaduw die ik nu ben / van mijzelf af kan schudden / ben ik genezen.' Of hij dan weer naar buiten mag, daar geeft het gedicht geen uitsluitsel over. Het eindigt met dezelfde claustrofobisch strofe als waarmee het begon. Hij blijft "hier" - en hoeft alleen maar de schaduw die hij nu is af zichzelf af te schudden om te genezen.

Blijkbaar is er "een schaduw" die aan deze "ik" kleeft, en blijft kleven. Tenminste, voor de duur van dit benauwd-makende gedicht.

Reacties

M.H.Benders

Wat ik zo grappig vind is dat als er een gedicht gepost wordt van iemand met 'consensuswaarde' maw iemand die door de gangbare groepsconsensus als een soort duyvispinda wordt goedgekeurd hier steeds een bosje 'internetcritici' komt blaten en dat datzelfde geblaat bij het ontbreken van zulke consensus duidelijk achterwege blijft, zelfs in negatieve zin. Dat zijn 'critici' waar je dus helemaal niks aan hebt, omdat ze feitelijk alleen een al bestaande consensus volgen en eigenlijk dus helemaal geen eigen mening hebben - hoewel ze steevast hun best doen dat feit zo goed mogelijk te verbergen.

Chrétien Breukers

Goed, maar het bericht staat er nog niet zo heel lang, en misschien hebben die mensen ook wel eens iets anders te doen.

André Degen

Als ik als 'goedgekeurde Duyvis-pinda' ook even wat mag zeggen: om in de beeldspraak van Benders te blijven: ik kan van zijn (haar?) kritiek geen pindakaas maken. Wat is dat nou voor gelul over 'consensuswaarde'? Mijn debuutbundel is ruim twee maanden geleden verschenen en is toen in welgeteld één recensie (weliswaar in een plaatselijk krantje) in drie regels afgeserveerd, dus met die consensus over mij valt het wel mee. En nu schrijft Chrétien een naar mijn idee goede kritiek op mijn gedicht Binnen en nou is het blijkbaar niet goed. Ik snap de redenering niet helemaal; had Chrétien per se negatief over mij moeten schrijven? Aan wie richt de kritiek van Benders zich eigenlijk? Man (of vrouw), verklaar je nader of, nog beter, waag je zelf aan een mening over het gedicht!
Chrétien, bedankt voor je trefzekere analyse.

M.H.Benders


Een mening over je gedicht? Ik vind het een typisch schetswerkje wat de basale fout maakt te denken dat iets was in essentie impressionisme is conceptueel is - je voert heel veel 'elementen' ten tonele, maar laat ze allemaal in stacetto stijl heel vlug passeren, zodat de lezer geen tijd heeft zich met iets te identificeren. Er ontbreekt een stem. En het is therapeutische poezie, wat volgens de wet van weet-ik-welke-peter de meest lastig te schrijven poezie moet zijn.

André Degen

O God, laat ons bidden.

M.H.Benders


Therapeuten en priesters zijn inderdaad zeer verwante fenomenen. Geef je ook workshops?

Chrétien Breukers

Dit wil ik hier niet. In mijn - bescheiden - beleving zei Benders iets aardigs, over Degen, of althans, iets dat niet vervelend bedoeld was. En nu liggen Degen en Benders te rollebollen, waarbij Benders zijn oude reflex - mij iets verwijten - van stal haalt. Kom op zeg. Niet doen.

Hans van Willigenburg

Ik laat alle consensuswaarden thuis, en ook de duyvispinda's mogen in de verpakking blijven zitten. Vervolgens constateer ik dat ik het gedicht van Goudeseune 100 x keer beter vindt dan dat van Degen, een 'gevoel' dat ik op een nader te bepalen tijdstip, speciaal voor M.H. Benders, in een lijvig werk van 2134 pagina's zal pogen te verantwoorden.

RHCdG

Benders vroeg zich eenvoudig af waar ik bleef bij Goudeseune en bij dit gedicht, en dat is hartverwarmend en diep ontroerend. De reden voor dit plichtsverzuim is heel simpel: ik heb er weinig over te zeggen, ze spreken me niet zo aan, maar ik hoef iemand zijn plezier om een gedicht niet af te nemen.

Niettemin, als Benders zegt dat dit therapeutische poëzie is, dan wil ik wel tegenwerpen dat 95% van alle literatuur vanuit een soort therapeutische noodzaak wordt geschreven, en dat literatuur een hoop mensen van de straat en uit het gesticht houdt. Maar je kunt natuurlijk ook naar Turkije verhuizen.

Jammer aan dit gedicht vind ik dat de opening aan het eind wordt herhaald, als om zichzelf te bevestigen. Dat is een soort iconiciteit waar ik minder plezier aan beleef. Ik had het leuk gevonden als dat gebrek aan ontsnappingsmogelijkheden op een andere manier was gebleken, via een beeld of een idee bv. Het krijgt nu iets retorisch' en dat vind ik minder overtuigend.

Een vraag nog aan de dichter, als hij zin heeft: waarom geen witregels? Niet dat dat moet of beter was geweest, maar heb je er een reden voor?

Willem Thies

Misschien bevat het gedicht geen witregels juist vanwege wat Breukers het 'benauwdmakende' of 'claustrofobische' ervan noemt: er is geen lucht, geen adem(pauze)...

Ik vind het een heel redelijk, aansprekend gedicht, met een fijne mix van het concrete en 'retorische' (zoals Rutger het noemt). Het is inderdaad een cyclisch gedicht, om dat gesloten circuit, het ontbreken van ontsnappingsmogelijkheden, vorm/weer te geven. Wel ben ik het weer met jou, Rutger, eens dat dit - juist het herhalen van deze stelling - het gedicht iets uitgesproken retorisch geeft / erg expliciet maakt. De regels 'Elke ontsnapping / volgt een gesloten circuit' hadden ook ergens in het midden van het gedicht kunnen staan, en, bijvoorbeeld, de regels 'Teunis praat tegen de planten / die hij begiet.' aan begin en eind.

(Zulke 'concrete' regels vind ik trouwens erg mooi: 'Teunis praat...' maar ook: 'Goed opgeleide koks / fileren het delicate vlees.'; maar juist de afwisseling met / inbedding in meer 'retorische' regels maakt het gedicht spannend of interessant, maar inderdaad... die letterlijke herhaling van zo'n uitgesproken interpretatiesturende, duidende regel misschien jammer is... (ofschoon natuurlijk een duidelijk voorbeeld van het samenvallen van vorm en inhoud... maar toch...))

RHCdG

Mooi Thies, je zegt het weer heel scherp vind ik. Intussen, en bij nader inzien, zie ik dat het gedicht toch een vrij dichte samenhang vertoont:

'de gehoorgrens,/ wordt afgesneden'
en
'Hij kan hen horen schreeuwen (om water)'

'Men moet zijn spelregels/ voor even aanvaarden.'
en
'Ik wil strafregels schrijven.'

'Goed opgeleide koks/ fileren het delicate vlees.'
en
'De meester zwaait zijn scalpel'

'wordt afgesneden;/ een kleine ingreep.'
en
'Als ik de schaduw die ik nu ben/ van mijzelf af kan schudden/ ben ik genezen.'

'Een gil stijgt op tot boven/ de gehoorgrens,'
en
'en dirigeert de muziek/ in mijn hoofd.'

En als dat allemaal bij elkaar past, dan ook de laatste ontbrekende stukjes, zelf in te vullen. Er ontstaat dan een soort schizofreen beeld van iets dat in zichzelf is verdeeld en opgesloten, en dan kun je je afvragen wie die meester anders is dan de ik zelf: 'zijn rapport is mijn rapport'.

En als we dan bezwaar hebben tegen die retorische vorm, dan voert het gedicht daar ook een reden voor aan: 'Men moet zijn spelregels/ voor even aanvaarden.'

Toch best een heel aardig gedicht!

Gert de Jager

Geen consensus over Degen? Een marginale dichter bij een marginale uitgeverij. Mijnheer Benders windt zich op over de neiging van critici om zich te voegen naar een consensus en komt vervolgens met argumenten op grond waarvan wij zouden kunnen concluderen dat Degens marginale status tamelijk terecht is. Het klinkt niet bijster intelligent allemaal en het getuigt niet van een opvallende neiging tot consistentie.

Degens gedicht kent een eigen toon. Vind ik. Het kent een paar verrassende overgangen. “Zijn rapport is mijn rapport” is een mooie regel. De beelden die ons de toestand van de ‘ik’ voor ogen moeten stellen ben ik wel eens vaker tegengekomen. Een gil boven de gehoorgrens, een door een kil vacuüm suizende planeet, een draaikolk, dode oogkassen met bijkomende narigheid, een schaduw – het is een beproefd repertoire om extreme gemoedsgesteldheden onder woorden te brengen. Zaterdagavond, een psychologisch drama op RTL 8. Een bundel bij een erkende uitgever in de grachtengordel zit er niet zo snel in, vrees ik.

Voeg ik mij toch weer naar een consensus. Ik bevind mij in goed gezelschap. Nietwaar, mijnheer Benders?


RHCdG

Beter een hoopgevende 4 dan een teleurstellende 8, vind ik. En die beelden, ach, dat is maar een beetje vulstof, kan jou het schelen. Bovendien: Teunis praat tegen de planten die hij begiet, dat is niet slecht hoor. Ik kan het niet, laat ik dat vooropstellen.

Al met al geen slechte dag. Vanochtend begonnen met dat schitterende gedicht van Gorter op de Laurens Jansz. rondzendlijst, waarvan ik eerst dacht: wat wordt daar nou zo mooi aan gevonden? Nog een keer lezen, en nog een keer, de regels met elkaar vergelijken, nog een keer terug, het hele gedicht overziend, en ineens verpletterd, mag ik wel zeggen, door de ontzagwekkendheid van het gevoel, de moeite, de brand, de wanhoop, en de eenvoud.

Hans van Willigenburg

Omdat ik me er niet louter met een geintje van af wil maken, een paar korte bemerkingen. Waar het gedicht van Goudeseune zich onmiddellijk vastzuigt in mijn geheugen (a.) door de tegenstelling 'lijden' en de luchtige beelden die er van dat lijden geschetst worden (b.) door de effectieve herhaling die steeds een andere feilbaarheid van dat 'lijden' laat zien, (c.) door het pakkende ritme en (d.) door het prachtige slotbeeld dat het 'lijden', naar mijn gevoel, tegelijk ironiseert (verkleind) en dramatiseert (vergroot), werpt het gedicht van Degen mij een verzameling nogal (bedoeld?) redundante mededelingen in het gezicht, die – en daar zit de kern – weinig of niks voelbaar of inzichtelijk maakt, maar een klinische beschrijving lijkt van een heftig onderwerp waarvan de heftigheid, althans mij, in deze bewoordingen volledig ontging.

Zo, nu heb ik die 100 x een beetje verantwoord. Tot uw dienst.

(PS: ik verheug me enorm op die bundel van Ethan Coen, die een paar dagen terug op De Bas werd voorgesteld.)

M.H.Benders

Ten eerste: of Degen een marginale dichter is of niet vind ik geen interessant discussiepunt omdat naar mijn mening je per definitie marginaal bent als Nederlands dichter, of je nu in de grachtengordel zit of niet.

Wat ik wel interessant vind is dat typische Nederlandse onvermogen om met negatieve kritiek om te gaan. Dat zag je destijds ook bij de Gouden Doerian, de meest lachwekkende ressentimenten kwamen bovendrijven omdat men eens het slechtste boek bij naam noemde in plaats van het beste.

Mij wordt een 'gebrek aan intelligentie' verweten door iemand die klaarblijkelijk meent dat mijn observatie dat het 'stromende bergbeken en gevulde koeken' gezelschap alleen reageert op gevestigde namen een pluim in de reet van Dhr Degen was, terwijl ik er duidelijk bijschreef dat het hier mede ook ging om het uitblijven van negatieve reacties. Hoe 'intelligent' moet je precies zijn om teksten zo slecht te lezen? Voorts is de 'consistentie' natuurlijk het hobbelpaard bij uitstek van de smalgeesterij.

Uitermate komisch, toch, dat na een beetje porren weer blijkt dat de stromende bergbeken en gevulde koeken ook bij dit werkje weer rijkelijk vloeien, waarbij men schermt met woorden als 'samenhang' (heeft een drol ook), 'een rijke mix' (zie boven) en ander quasi-wazige abstracties die leuk kleuren bij het werkje zelf.

Het werkelijk interessante discussiepunt is een heel ander: namelijk of de 'poeziekenner' eigenlijk als archetype niet iemand is die feitelijk een hekel aan poezie heeft. Mij lijkt het namelijk voor iemand die echt van poezie houdt schier onverdragelijk om matige en slechte poezie opgehemeld te zien worden.

Chrétien Breukers

Dat vind ik een interessant punt. Dit: "Het werkelijk interessante discussiepunt is een heel ander: namelijk of de 'poeziekenner' eigenlijk als archetype niet iemand is die feitelijk een hekel aan poezie heeft. Mij lijkt het namelijk voor iemand die echt van poezie houdt schier onverdragelijk om matige en slechte poezie opgehemeld te zien worden." Maar wel een beetje off topic hier. Maar interessant.

M.H.Benders


Degene die Christus zal laten opsluiten is ook altijd de kenner van het Christendom bij uitstek, de groot-inquisiteur, zie Dostejevski. Ik zie niet in waarom het in de poëzie anders zou zijn. Iemand die zijn uiterste best doet een 'geaccepteerd poeziekenner' te worden is er alles aan gelegen om juist datgene wat zich moeilijk laat kennen (poezie) grondig te verpesten of onmogelijk te maken omdat het zijn positie in wezen bedreigt. Dat zie je aan de kunstacademie ook: de mislukte kunstenaar wordt leraar, en leert vervolgens iedereen wat 'kunst' is waarbij doorgaans vooral de lui die daar niet naar luisteren nog enigszins kans op een reprise hebben.

Chrétien Breukers

En wie heb je in dit geval op het oog?

M.H.Benders


De vogeltjesknijpers die hier rondhangen, natuurlijk.

der peter

tjielp tjielp...

een mus verander je niet.

RHCdG

Benders spreekt altijd in schema's en categorieën; nooit geeft hij voorbeelden van concrete gevallen. Zo kan hij zijn rancune uitventen en zich op tijd weer terug trekken; hij maakt zijn woorden nooit waar. Anders gezegd: hij looft wel prijzen uit, maar uitreiken is er niet bij.

Heel gek, zo'n jongen. Hij experimenteert aardig met zijn site, waar hij anderen de ruimte geeft, hij schreef leuke jeugdherinneringen op en zijn bundel is goed ontvangen - waar blijft zijn eerste gedicht in deze reeks? - maar kennelijk is het hem niet genoeg: hij wil ook nog een 'geaccepteerd poëziekenner' worden. Waarom? Omdat hij het niet is, en anderen wel.

Ik heb hiervoor gezegd dat ik iemand zijn plezier om een gedicht niet hoef af te nemen, en dat een belofte me meer zegt dan een teleurstellend kunststukje van een arrivé. Wie een 'geaccepteerd poëziekenner' wil worden, gaat meestal anders te werk: als Pfeijffer bv. Of Hermans in een ver verleden. Of als Benders zelf. Die geeft van zijn liefde voor poëzie blijk door nagenoeg elk gedicht dat hier de revue passeert af te breken. En draait vervolgens de stelling om: mensen die niet van poëzie houden, hemelen slechte poëzie op. Het is om je ogen erbij uit te wrijven.

Niettemin kan ik Benders geruststellen: ik hoef geen 'geaccepteerd poëziekenner' meer te worden. Dat ben ik immers al. Niet op grond van mijn werk natuurlijk, laat staan op grond van mijn kennis van de Amerikaanse poëzie, of van het te pas en te onpas te pas brengen van termen als 'fetisj', 'trauma', 'Badiou' of 'terroristisch'. Ook heb ik vrijwel nooit een gedicht afgebroken om geaccepteerd te worden; integendeel. Meestal vond ik dingen aardig die door de rest van de kring niet werden gepruimd. Daar zijn voorbeelden van te over; misschien dat Willem Bongers van mij ook zo'n lijstje wil aanleggen. En ik deed dat niet omdat ik zo nobel ben, maar omdat de opvattingen van zo'n kring per definitie conservatief zijn en primair gericht op de eigen instandhouding. Anders gezegd: ze letten op de verkeerde dingen, of het goed Nederlands is bv - geloofsartikel nr. 1 van wie een gezamenlijk belang te verdedigen heeft.

Nee, om 'geaccepteerd poëziekenner' te worden moet je anders te werk gaan. Veel prozaïscher. Hoe? Nou, gewoon, je drinkt een biertje met een redacteur, je vertelt hem dat je zijn werk zo waardeert, en hop: binnen de kortste keren sta je in alle veelgelezen poëzietijdschriften met oplagen van 281 tot 431. Ja mensen, zo eenvoudig gaat dat. Ach Martijn, was maar niet naar Turkije verhuisd, dan had jij ook carrière kunnen maken!

Enfin. Zoals ik op mijn blog al heb aangegeven: nu ik zo godvergeten geaccepteerd ben, schei ik er ook maar weer mee uit. Het was leuk, maar Hollywood lokt! Ik hoef dus geen 'geaccepteerd poëziekenner' meer te worden, alleen nog maar een legende. Dat neemt niet weg dat wanneer hier een aardig gedicht verschijnt waar overheen wordt gewandeld omdat het 'impressionistisch' is (dat was mijn drol vanochtend ook) ik daar graag wat over wil zeggen, en dat zal ik wel blijven doen ook.

De bundel beschouwingen waar Martijn zo reikhalzend naar uitziet, geef ik als ondertitel 'terroristische kritieken' mee. Wie weet scheelt dat een exemplaar in een Turkse boekwinkel.

M.H.Benders

"Ik hoef dus geen 'geaccepteerd poëziekenner' meer te worden, alleen nog maar een legende."

'Ik zag twee beren broodjes smeren' is een fabel, geen legende.

Koenraad Goudeseune

'Benders vroeg zich eenvoudig af waar ik bleef bij Goudeseune en bij dit gedicht, en dat is hartverwarmend en diep ontroerend. De reden voor dit plichtsverzuim is heel simpel: ik heb er weinig over te zeggen().'

Legendarisch, Rutger!

RHCdG

Ik vond het een mooi gedicht, Koenraad. Maak er maar snel nog één! Daar ligt nog wat papier, en daar een pen.

Koenraad Goudeseune

Ach, Rutger, als het gebied maar klein genoeg gemaakt wordt, is jouw bestaan niet onmogelijk. Vermoeienis zijn uw namen. (Vrij naar W.F. Hermans)

jan Pollet

Berg de degens eens op aub: 't gaat hier gewoon over een gedicht van André Degen.

M.H.Benders


Die Rutger Cornet de Groot is natuurlijk het archetype gezellige brombeer die geen vlieg kwaad doet. De meeste groepen hebben wel zo'n man rondlopen. Zijn primaire functie is een komische - theater maken, door net te doen alsof hij 'gevaarlijk' is terwijl iedereen weet dat hij geen deuk in een pak boter kan slaan.

Uiteraard is een beetje voetbaltrainer iemand die niet alles als 'voetbal' gaat definieren - sterker nog, hoe beter de trainer des te minder zaken hij als 'goed voetbal' gaat zien. Dat is een volstrekt natuurlijke en logische redenatie.

Als er elke week een bepaald figuur op de buis komt die bijna alles geweldig voetbal vindt, die in elke tik die Helmond Sport uitdeelt voetbal op wereldniveau ziet - zo'n figuur is geen trainer maar komediant.

Daarnaast heb je natuurlijke ook uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld van Basten. Iedereen valt over die man, omdat hij wars van alle conventies is, maar die twee partijen tegen frankrijk en italie waren excuus genoeg om van Basten levenslang een blanco kaart te gunnen. Daar heb je die 'consistentie' weer, de brandstof van elke middelmaat. Dat wordt weer op zijn dick-advocaats de komende dertig jaar naar schuifelvoetbal koekeloeren.

edwin

Ik mag toch hopen dat de heren nog weten waar het over gaat. Of is het nu een kwestie van kijken wie het hoogst kan plassen of wie het langste plassertje heeft.
Een discussie over mooi/goed en lelijk/slecht is nooit anders geweest dan een discussie vol subjectiviteit en leidt, als wederzijds respekt de nek is omgedraaid vaak tot gekrakeel en krampachtig je gelijk halen met vergelijkingen die volslagen mank gaan.
Als elke tik die Helmond Sport uitdeelt goed zou zijn, lees elke pass goed aankomt, dan is dat objectief vast te stellen en mag Helmond Sport snel in de CL verwacht worden. Maar, menig pass bij Helmond Sport komt niet aan en dat maakt dat ze spelen op het niveau waar ze zich nu bevinden. Is allemaal obejectief vast te stellen. Een poëzieliefhebber die ook meent kenner te zijn laat zien wat hij vindt, onderbouwt dat met blijk van zelfrelativering en laat de lezer uiteindelijk zelf bepalen wat die er van vindt.
Gun elkaar de subjectiviteit en vervreemd jezelf niet van de lezers door dat spierballengedoe en gegeneraliseer. Holle retoriek is er al genoeg.
Voor de nieuwsgierigen: bij het meten van de plassers in het fietsenhok kwam ik objectief gezien in de middenmoot. Subjectief gezien al 3 decennia een topper..... of is ze gewoon heel lief voor me?

M.H.Benders


Je hebt inderdaad mensen die 'elkaar de subjectiviteit gunnen' en het meten van plassers hoog in het vaandel hebben staan. Maar het idee dat je 'objectief kunt meten' dat een pass goed zou zijn of dat succes in de competitie automatisch goed voetbal betekent zijn nu juist het soort vooroordelen die nergens op gebaseerd zijn: iedereen weet dat je in competities met een foute italiaanse/portugese speelstijl juist meestal ver komt. Aanstellers op gouden schoentjes, om de poëzie er maar weer even bij te trekken, hebben meestal een grote overlevingskans.

Je hebt natuurlijk altijd mensen die 'goede poëzie' definieren als poezie die prijzen wint ed. Ik zou daar het woord 'objectief' niet aan durven koppelen, maar ik ben dan ook nog nooit in uw fietsenhok geweest.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...