Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« nY: And Now for Something Completely Different | Hoofdmenu | Van het recensiefront »

09 mei 2009

Het eerste gedicht (4): Koenraad Goudeseune

Vandaag het eerste gedicht uit Zen uit eigen werk van Koenraad Goudeseune. Strikt genomen is dit boek niet onlangs verschenen, maar ik las het gedicht gistermiddag en neem het nu toch op in deze reeks.

Jonge dichters

Het lijden van jonge dichters
is haast iets wonderlijks.
Het maakt nauwelijks vreemde bochten
en staat amper stil.
Het geeft je een hand
en stelt zich bondig voor.
Het overdrijft zelden
en is op zijn best ook wel grappig.
Het is bijna altijd sportief
en snoept tussen de maaltijden.

Het lijden van jonge dichters
verschijnt op feesten
en zegt dat een mens niet gelukkiger
kan zijn dan een muzikant
die op een begrafenis goed heeft gespeeld.

Het lijden van jonge dichters
heeft voor elke bloem een lege vaas
en liet zich gisteren nog gewillig
naar de wachtzaal leiden
door een vrouw die pralines maakt
van LSD en chocolade.

Klein zwembad, grote wolken
waarin het lijden van jonge dichters
baantjes trekt tot het donker wordt.

Dit begint met een bekentenis. Toen ik een jaar of wat jonger was, om precies te zijn, veertien jaar jonger, in 1995, las ik het prozadebuut van Koenraad Goudeseune, Vuile was. Dat boek maakte diepe indruk op me. Toen de auteur jaren later ineens ging dichten dacht ik: "Als dat maar goed gaat." Het ging goed, want Dat zij mij leest (1998) en Zen uit eigen werk (2005) zijn sterke bundels. Ik zou wel eens vaker een dichtbundel van Goudeseune willen lezen.

'Jonge dichters' - het is een titel die een hele wereld oproept. De wereld van de jonge dichters, om precies te zijn. Een wereld vol, ja, vol wat eigenlijk? Zelf ben ik een jaar of wat een jonge dichter geweest, maar daar heb ik niet echt specifieke herinneringen aan. Ik leed niet. Ik streed niet. Ik schreef nauwelijks gedichten. Ik wás een jonge dichter. Meer niet.

Dan begint het gedicht. De eerste regels doen het ergste vrezen. Een gedicht over het lijden van jonge dichters. Nee, dank u. Regel 3 en 4 helpen je meteen enigszins uit de droom. 'Het lijden van jonge dichters' wordt hier als persoon opgevoerd. En als wat voor één! Iemand die alles doet, wat jonge dichters meestal nalaten. Misschien lijden die wel te weinig.

Misschien is dát wel de kern van dit gedicht: 'Het lijden van jonge dichters' is te wuft, te 'klein', te beweeglijk. Het doet allemaal dingen die we niet per se van de personificatie van het leed van jonge dichters verwachten. Het heeft trekjes van, nu ja, van gewone mensenleed. En van het geluk dat gewone mensen soms gevoelen.

Hoewel in de laatste strofe al een donkere ondertoon te beluisteren is. Almaar dat baantjes trekken in een klein zwembad, onder die grote wolken...  en dan ook nog tot het donker wordt! Nee, dat gaat niet gunstig aflopen, voor 'Het lijden van jonge dichters'. Maar hoe?

'Jonge dichters' is een gedicht dat me weerloos maakt. Ik lees het niet alleen met groot plezier, ik laat me betoveren door de taal, door de elegante zinnen, door de 'muziek'. Goudeseune's gedicht is een lust voor het oor, en dat is - ik voel me een beetje een ouwe lul dat ik het zeg - ook wel weer eens leuk. Of beter: aangenaam.

'Het lijden van jonge dichters' is een sympathiek personage in een goed gedicht. Meer hoeft dat niet altijd te zijn.

Reacties

Hans van Willigenburg

Tijd voor de lobbygroep VSB-voor-Goudeseune..;-)

hans kloos

Ik lees het ook met alle plezier. Maar volgens mij is er wel wat maar aan de hand dan 'een sympathiek personage in een goed gedicht'. Zeker als je zegt dat het je weerloos maakt. Dat is mooi en sterk uitgedrukt. Maar je maakt nu niet duidelijk waarom dat zo is. Taal, elegantie, muziek, dat zijn noemers die op tal van goede gedichten slaan. Eigenlijk ben je het gedicht verplicht, als je er iets over zegt en zonder in autobiografie te vervallen, inzichtelijk te maken waarom het weerloos maakt. Reprise!

Chrétien Breukers

Volgens mij... "soms" is dat genoeg. Ik heb sterk het gevoel dat dit gedicht "is" - en er zal meer aan de hand zijn (nee, dat ís zo) maar ik wil dat er nu niet in betrekken... Maar als de roep om reprise zeer luid wordt... dan zal ik nog eens zien.

Gert de Jager

Een voorzet – niet om iemand in de weg te lopen. U ziet maar, dames en heren, want ook ik vind het een prachtig gedicht.

Allereerst het lijden. Wat behelst het lijden van een jonge dichter? Die lijdt nogal eens aan het leven en streven van de burgerman. Lees ‘burgerman’ op elke plek waar in dit gedicht ‘het lijden van jonge dichters’ staat en het blijft kloppen. Die interpretatie ligt minder voor de hand dan wat zo ongeveer het tegenovergestelde is - die waarin het lijden een attribuut is van de jonge dichter zelf. Beide interpretaties heffen elkaar op en/of komen samen – we zijn toch aan het zennen - in het gewone mensenleed waarvan Chrétien spreekt en waaraan ook een jonge dichter niet kan ontkomen.

Als ik me afvraag hoe Goudeseune die inhoudelijke ambivalentie weet te bereiken in dit kleine zwembad - openingsgedicht, poëticaal -, kom ik niet veel verder dan de concreetheid van zijn beelden. Er worden er een stuk of tien opgesomd en die bestrijken in hun uiteenlopendheid en onvoorspelbaarheid zoiets als het volle leven. Dat effect wordt nog versterkt doordat sommige beelden tamelijk normaal zijn en andere tamelijk vreemd. De grenzen tussen normaliteit en vreemdheid worden derhalve opgeheven – maar dat wisten we al vanaf de eerste regel met zijn malle personificatie en de mededeling dat er sprake is van ‘haast iets wonderlijks’. ‘Haast’, ‘nauwelijks’, ‘amper’, ‘zelden’, ‘op zijn best’, ‘bijna’ – in de eerste strofe krijgen we de indruk dat er een voorzichtig en dus betrouwbaar personage aan het woord is. De voorzichtigheid verdwijnt naarmate de beelden vreemder worden, maar dan zijn we al vakkundig ingepakt.

De gewaarwording dat dit gedicht een grote muzikaliteit vertoont, heb ik ook. Het heeft te maken, volgens mij, met de alledaagse volzinnen waaruit dit gedicht bestaat. We nemen vreemde beelden waar en inhoudelijke complexiteit in nogal doodgewone Nederlandse zinnen. Die vreemde beelden en inhoudelijke complexiteit kennen we in de Nederlandse poëzie – maar dan doorgaans in gedichten van een cryptogrammatische kortademigheid. Deze poëzie ademt zoals, voor wie net Boutens gelezen had, de poëzie van Nijhoff ooit kon ademen. Muzikaliteit in taal doet zich voor, stel ik bij dezen, tegen de achtergrond van andere taal. Die achtergrond is bij dit gedicht tweeledig: aan de ene kant het Nederlands van het alledaagse proza, aan de andere kant het Nederlands uit een poëtische traditie waarin semantische dichtheid het hoogste goed is. Van het eerste onderscheidt dit gedicht zich door flink wat parallelle zinsopbouw, van het tweede door zijn schaamteloze volzinnen.

De vergelijking met Nijhoff vind ik wel geslaagd eigenlijk. Verrassende beelden, subtiel gestructureerde omgangstaal en inhoudelijke polyvalentie. Nou u weer.

Koenraad Goudeseune

@Gert de Jager, dank. Als het vers slimmer kan zijn dan de maker, (wie zei dat ook alweer?) dan is er iemand die die slimheid in vers zus of zo kan aantonen, allicht evenzeer al tastend. Maar ook wat alleen maar tast, kan worden bewezen.

'De kaarsen branden tusschen mandarijnen,'

(Martinus Nijhoff)

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...