1. Wat is uw favoriete gedicht uit deze bundel?
Dakhaas
Er gaan elke dag mensen van huis,
sommigen keren terug.
Ik kwam terug die dag.
En zag
het huis
beven.
zo denk ik vaak aan hazen en honden,
je kunt je afvragen waarom.
Omdat ze in de ruimte passen
die daarvoor is opengesteld?
Want dat denk ik dus, niets meer.
Afijn, ik zag veel toen ik van huis ging die dag,
maar de omgevallen hond bleef me het meest bij.
Hij lag daar zo stil, zijn poten magnifiek slap.
Ik heb hem niet geholpen.
Het was een omgevallen hond.
En er zat een vlinder op zijn rug die wachtte
tot hij sterk genoeg zou zijn hem te tillen.
Toen ik thuis kwam die dag en het dak boven jullie
zachte hoofden zag trillen klom ik gelijk omhoog.
Geloof me, op een dag ben ik sterk genoeg.
(2) Vertel wat u over deze bundel kwijt wilt, in
maximaal 200 woorden die niet op de flaptekst mogen voorkomen.
Mijn
bundel heeft flaptekst, noch foto. Een bewuste keuze. Er staat wat er staat,
zorgvuldig afgewogen, als onderdeel van een vaak langdurig proces van wikken,
wegen, botten en knotten. Andere gedichten vielen als een kant en klare
Iglomaaltijd binnen. Als ik er woorden aan op moest hangen zou ik ze tekort
doen, zoiets. Ik lees een gedicht graag zoals ik naar een schilderij kijk. Open.
Het liefst zonder veel ‘Weet’. Wat zetten ze in beweging, vind ik veel
interessanter. Ik kan zeggen dat ‘verbinding maken’ of meer de onmogelijkheid
daarvan een belangrijk thema in mijn werk is, maar als de lezer er hele andere
dingen in ziet wil ik dat niet met mijn verhaal doorkruisen. Het gaat niet om
wat ik denk, ben in dienst van, zo voelt het. Ik heb een hekel aan van die
galerie- kunstfolder-reuteltaal, waarin begrippen als dynamisch abstract
droomvermogen en statisch concrete functionaliteit met gemak in een en dezelfde
zin over elkaar heen buitelen, in elkaar over en dood lopen, even vlak is als
het pretendeert diep te zijn. Dan houd ik liever mijn mond.
3. Welke dichters (of dichter) behoorde(n) bij het schrijven van deze bundel tot uw inspiratiebronnen? Op welke wijze?
Ik schrijf gedichten sinds 2004, daarvoor proza en heb een periode alleen muziek gemaakt omdat ik het schrijven zat was. Dat ik net in die tijd in een kraakpand woonde en het aantrekkelijker leek om buiten bij het kampvuur met een gitaar te gaan zitten jengelen dan in je uppie binnen bij de houtkachel te schrijven kan daar mee te maken hebben. Tot 2004 wist ik weinig van poëzie. Wist wel al jong dat ik wilde schrijven, al heette het toen,” ik word later Annie MG Schmidt.” Die heeft me zeker beïnvloed, haar nuchterheid beviel me. In mijn pubertijd kreeg ik ‘Heer vrouw boer’ in handen van Nabokov. Dat was een openbaring. Daarna Biesheuvel want ik had gelezen dat die van Nabokov hield en ‘een beetje gek was’ dus ‘dat zat wel goed’, in die trant ging het nog zeg maar. Ik scharrelde zoveel mogelijk boeken bij elkaar op rommelmarkten, shopte door de Russische literatuur, de naturalisten, en ik denk dat ik daar wel door beïnvloed ben, er sijpelt altijd wel iets van ontnuchtering, fatalisme of rauwheid door mijn werk heen. Afijn, ik ging korte verhalen schrijven, publiceerde hier en daar wat, won een landelijke verhalenwedstrijd, ’t ging best de goede kant op maar het voelde niet okay. Ik begon die verhaalstructuren als ballast te ervaren, ergerde me aan de omwegen, wou sneller, dichter bij de kern komen, en erger, het idee dat ik de boel belazerde begon zich in mijn hoofd te wortelen, dat het allemaal niet echt was en dat men dat weldra door zou krijgen. De verhalen werden korter, absurder ook, tot er iets overbleef wat je een gedicht zou kunnen noemen. Toen ben ik ze ook pas echt gaan lezen. Omgekeerde wereld dus. Eerst Kopland. Omdat die bij mijn moeder in de kast stond. Dat gaf eenzelfde gevoel van openbaring als ik bij Heer vrouw boer had. Ben gedichten gaan vreten met dezelfde gretigheid als daarvoor romans. Ingrid Jonker, Sylvia Plath, Gert Vlok Nel en Lars Gustafsson bleven hangen. Veel Nederlandse poëzie ook, maar ik heb nog een heleboel te lezen en houd het nooit lang uit. Als ik gedichten lees gaat alles jeuken, wil ik zelf weer. Voel me een kind in de ballenbak, joeghei, ik mag weer, en al die woorden, allemaal voor mij! Het verveelt nooit.
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Een schitterend en intrigerend gedicht!
Geplaatst door: Kees Klok | 4-5-09 om 11:37
"Ze schrijft sinds 2004 jaar gedichten en treedt regelmatig op."
ze ziet er goed uit voor haar leeftijd.
sorry, kon het niet laten.
Geplaatst door: Saskia van den Heuvel | 4-5-09 om 15:16
Ik sluit me voor 100 % aan bij Kees Klok: schitterend & intrigerend.
Geplaatst door: Hans van Willigenburg | 4-5-09 om 21:44
Dank heren.
Geplaatst door: Johanna Geels | 7-5-09 om 16:48
Beste Saskia
Leuk dat je ook van gedichten houd
Treedt je vaak op?
Leuk hoor ik doe het ook
Mischien kunnen we eens ruilen
Dank Tinij
Geplaatst door: Tinij den Boestert | 29-12-09 om 20:36