Juliën Holtrigter publiceerde onder meer in De Tweede Ronde, Maatstaf en Hollands Maandblad. Hij debuteerde in 2001 met de bundel Omwegen bij Mozaïek. Daarna verschenen Het verlangen te verdwalen (2004) en Het stilteregister (2006) bij De Harmonie, de uitgeverij die onlangs zijn nieuwe bundel Het feest van de schemer op de markt bracht. Holtrigter was werkzaam in het middelbaar onderwijs maar houdt zich nu fulltime bezig met schrijven en schilderen.
1. Wat is uw favoriete gedicht uit deze
bundel?
Dan kies ik voor het openingsgedicht, 'Vinger op strot', dat goed laat zien
hoe mijn gedichten, meer dan in vorige bundels, geuren en stinken en
zingen.
Vinger op strot
Dit zijn die dagen waarvan de uren vervloeien.
Herberg De Zweep. Aan het
plafond stukken vlees,
zwart van de vliegen. Uit rotte eitjes en
wijting
bestaat het ontbijt. Ik laat het mij smaken.
Kijk, daar
loopt onze vader. Hij is naar huis
onderweg om te schrijven. Nog meer alinea
‘s,
bladzijden, hoofdstukken, boeken. En terecht,
hij heeft nog niet
alles gezegd.
De afvoer van vuilnis gaat door,
elke week,
vanzelfsprekend. Er komt geen eind aan.
Maar ook het
ondoofbaar licht loopt de zee in,
vol vreugde bergafwaarts, geloof
het!
Met u in een nachttrein samen te zingen. Ja,
zegt de waard,
vinger op strot, hoofd vol van zomer!
© Juliën Holtrigter
(2) Vertel wat u over deze bundel kwijt wilt, in maximaal 200 woorden die niet op de flaptekst mogen voorkomen.
Het feest van de schemer is nogal religieus gekleurd. Dat komt door mijn toenemende fascinatie voor de incarnatie van God, de meester van de nederigheid, die ongelooflijk diep is en tegendraads en ontroerend. Die geraaktheid bracht mij bij de beeldend kunstenaar Marc Mulders van wie ik een collage op het omslag van mijn bundel mocht afbeelden. Hij is met dezelfde dingen bezig als ik: natuur, vergankelijkheid, lijden, humaniteit en dat alles in een losgeslagen cultuur. Hij is net als ik onlangs uit de RK kerk gestapt. Wij zijn zwervende gelovigen geworden maar toch verbonden met elkaar. Zie voor zijn werk marcmulders.com
3. Welke dichters (of dichter) behoorde(n) bij het schrijven van deze
bundel tot uw inspiratiebronnen? Op welke wijze?
Een dichter die mij blijft inspireren is
allereerst de Amerikaan Charles Simic. Ook in vertaling blijft zijn poëzie voor
mij met kop en schouders boven alle andere uitsteken. Hij opent met zijn enorme
verbeeldingskracht vergezichten in een bezem, een mes of een wiel en dat doet
hij langs zijn neus weg, laconiek, in heel gewone taal. Paul Snoek kon dat ook.
Verder lees ik Ter Balkt graag. Hij kan geweldig fabuleren maar hij is ook een
hartstochtelijk geëngageerd dichter, de ideale mix. We hebben verleiders nodig
in deze kille tijden, geen puzzeltjesmakers.
Marjoleine de Vos kan dat eveneens, verleiden. Maar zij gaat ook de diepte in. Dat is knap, die combinatie. Ze heeft in een interview met Remco Ekkers heel goed verwoord waar het ook mij om te doen is. Ze vindt dat er in religies en mythe zo veel belangrijks zit, te veel om dat los te laten. Daar zit haar probleem. Ze wil het vasthouden maar ze wil er niet in geloven. Je kunt het echter niet vasthouden als je er niet in gelooft. Alleen de gelovigen houden het in leven. Ik denk, zegt ze in het interview, dat het van levensbelang is dat we die beelden redden. ‘Als ze weg raken verdwijnt daarmee zo veel. Zo veel meer dan het geloof in een almachtige vader: alle zingeving van eeuwen.’
En daarmee ook vertrouwen in de toekomst, zeg ik erbij.
Het feest van de schemer gaat over het laatste maar ook over het eerste licht. Een nieuwe dag breekt aan. Door stilte, helderheid en bewustzijn ontdek je de vreugde van het er zijn. Meister Eckhart spreekt van een wonderlijke vreugde. Maakbaar is dit wonder niet. Overgave, de regie over je eigen leven uit handen geven, dat vraagt allereerst loslaten en ontvankelijk worden. Moeilijk hoor.
Mooi gedicht. Period!
Geplaatst door: Hans van Willigenburg | 27-5-09 om 9:40