Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Start 'Week van de poëzie' live op OBA om 20u. | Hoofdmenu | 't Is zondag, de dag van de koers »

04 april 2009

Pfeijffer vindt drie van de vijf VSB-prijs bundels de moeite waard

'VSB-poëzie is doorgaans die van Chablis en Vermentino, niet die van bruisend bier of vuurwater. Hoe staat dat bij de genomineerden van dit jaar?'
'Drie van de vijf genomineerde bundels zijn interessant en goed. Geen slechte score. Dat is wel eens anders geweest. En Wijnberg moet winnen.' besluit Pfeijffer, die vindt 'dat onbegrijpelijke poëzie altijd beter is dan begrijpelijke poëzie.' Lees het volledige stuk op NRC.

Reacties

Gert de Jager

In het laatste citaat citeert Pfeijffer een bekende uitspraak van hemzelf. Hij relativeert die volgens mij doelbewust wanneer hij bijna in één adem de poëzie van Zwaal wegens onbegrijpelijkheid verkettert.

Drie van de vijf bundels zijn dus de moeite waard. Merkwaardig is dan Pfeijffers vaststelling dat ‘de behoudende, bedeesde, nette bundels van keurige dichters en dichteressen die in Amsterdam-Zuid wonen’ oververtegenwoordigd zijn. Niet alleen noemt hij geen enkel voorbeeld van de ‘vernieuwende, ruige, risicovolle poëzie’ uit andere contreien, de Amsterdam-Zuidse keurigheid heeft dan toch een flinke oogst opgeleverd. Ik schrijf dit overigens in mijn woonkamer, gelegen in West; aan de overkant van de straat begint Zuid.
Als rechtgeaard poëtaster duizelt het me van de feitelijke en metaforische consequenties.

En voor het overige ben ik van mening dat Pfeijffers bourgondische terminologie zo langzamerhand aan vervanging toe is.

RHCdG

Ja, maar dit is toch helemaal niet iets om nog op in te gaan? Er worden wat bundels gesignaleerd die iets toevalligs met elkaar gemeen hebben:

- ze brengen de naam van de sponsor in herinnering
- ze voorzien de krant waarin het stuk verschijnt van wat extra cachet
- ze geven de lezer het gevoel tot een elite te behoren
- ze stellen de jury in staat zichzelf te feliciteren
- ze bevestigen de autoriteit van de bespreker

Anders gezegd, iedereen strijkt wat symbolisch kapitaal op, de winnaar krijgt ook wat, en de andere vier blijven de losers die ze altijd al waren.

Voor de rest berijdt Pfeijffer zijn ideologische en stilistische stokpaardjes, en ziet hij kans om dedaineus deze site te noemen - dat gedoe langs de zijlijn, waar de NRC-lezer, die vooral moet blijven vertrouwen op de schrijver van het onderhavige stuk, zich met zijn Chablis en Vermentino maar niet in moet begeven. En zo is iedereen blij en gelukkig.

Schiet nou maar op met die 25 ruggen, dan kan een dichter weer even voort, en zijn we hier weer mee klaar.

Samuel Vriezen

"Voor de rest berijdt Pfeijffer zijn ideologische en stilistische stokpaardjes"

Juist niet. Hij zet ze opportunistisch terzijde.

RHCdG

Je hebt gelijk; hij berijdt ze wel - het moet weer bruisen, spannend zijn, gevaarlijk, niet braaf, etc. - maar op het eind springt hij inderdaad over op het winnende paard, dat NB 'rustige zinnen' schrijft. Maar ja, daarom daarom schrijft Pfeijffer ook voor de NRC, en vallen wij elkaar hier lastig.

Hans Smit

Is het probleem met dat stuk, voor zover het een probleem betreft, want wie de bundels heeft gelezen kan het m.i. moeilijk oneens zijn met de grote lijn van Pfeijffers stuk (Zwaal en Van Marissing zijn twee zwakke vertegenwoordigers van enigszins buiten het canonieke midden liggende subgenres, de andere drie bundels zijn in oplopende mate zowel geslaagder op zichzelf als geschikter om de prijs te winnen, dus Meuleman, Schaffer en Wijnberg, wiens zeer waarschijnlijke bekroning dan ook enigszins het karakter van een oeuvreprijs zal hebben, wat trouwens in mindere mate ook voor Schaffer zou gelden) - is dat probleem niet eerder dat Pfeijffer zichzelf al jaren geleden in een hoek heeft geschilderd met al die stokpaardjes? Als hij ze berijdt is het niet goed, als hij ze opeens allemaal in de kast laat is het ook weer niet goed. Met andere woorden: hoe sterker de meningen die je ventileert, hoe harder je daar een paar jaar verderop wordt afgerekend, of je ze nu nog verdedigt of juist niet. Of zie ik iets over het hoofd?

Samuel Vriezen

Hans:

(los van dat ik Zwaal's werk erg mooi vind en het dus daarom al makkelijk met Pfeijffer oneens kan zijn)

Het punt lijkt me niet dat hij zijn mening te sterk zou hebben geventileerd en daar nu op wordt afgerekend. Eerder is het zo dat het gemak waarmee hij nu zijn eerdere mening opzij zet laat zien dat die mening al nooit veel soeps was. Hij heeft het nooit serieus gemeend. Hoewel hij wel zijn positie als criticus aan zulke opinies te danken heeft.

Hans Smit

Ha Samuel!

Niet om Pfeijffer te verdedigen, want ik ben altijd verbaasd geweest over mensen die de overduidelijke pose die uit eigenlijk al zijn kritische werk spreekt letterlijk namen (Het geheim van het vermoorde geneuzel etc) en nu opeens, zoals recentelijke Olaf Risee, met een kloppend geslacht van teleurstelling op de bank zitten - maar hoe kunnen we zeker weten dat Pfeijffer zijn meningen nooit serieus gemeend heeft, en wat is er precies mis mee als hij (deels) op zijn eerdere, (deels) onhoudbare meningen terugkomt, en wat is een criticus zonder sterke opinies? Het verwijt van opportunisme achteraf vind ik altijd nogal gevaarlijk. De vraag is namelijk of het vanaf het begin zo voorspelbaar was dat Pfeijffer deze positie zou verwerven met weinig anders dan een scherpe pen en een grote bek, laat staan dat het hem daarom is begonnen.

leo hermens

Ach die arme David Crosby die vanwege dat ene heftige lied van 40 jaar geleden, nog steeds zijn haar niet kan knippen want anders zou hij het niet serieus gemeend hebben. Damned if you do and damned if you don't. Misschien moet de mening bestreden worden, niet de man.

Gert de Jager

@ Hans, ik kan me goed vinden in je beide reacties, maar je retorische vraag: wat is een criticus zonder sterke opinies, is voor mij een echte vraag.

Een genuanceerde criticus, zou ik zeggen. Iemand die niet geïnteresseerd is in soundbytes, maar probeert, hoezeer dat ook filosofisch onmogelijk is, het werk te laten spreken. Er gaat niets boven lange, saaie stukken met enig jargon waarvoor een lezer een beetje moeite moet doen. Proost!

RHCdG

Het probleem met Pfeijffer is misschien niet dat hij opportunistisch is, maar niet opportunistisch genoeg. Zo zei iemand eens:

"Wanneer ik schrijf over wat ik las, dan werk ik niet van een standpunt uit, maar naar een standpunt toe, dat steeds ergens anders liggen kan."

Dat hoeft niet saai te zijn en ook geen jargon op te leveren (jargon vertegenwoordigt zelf al een standpunt). Bij zulk schrijven hoef je ook geen stokpaarden te berijden: een criticus is tenslotte geen kind meer, en allicht zijn er andere fallussymbolen voorhanden. Maar goed, daarover zijn we bij Pfeijffer al genoeg ingelicht.

Samuel Vriezen

Hans: is voor jou een opinie die kostenloos als hij even niet goed uitkomt in kan worden getrokken, of een "overduidelijke pose", een "sterke opinie"?

Hans Smit

Ha Samuel!

Nee, zo'n opinie of pose is pure retoriek, net als jouw terechte vraag. Eigenlijk bedoel ik alleen maar te zeggen dat het m.i. achteraf helemaal niet zo vanzelfsprekend is geweest dat Pfeijffer zoveel aandacht kreeg met zijn manier van doen, maar dat er aanvankelijk voor sommige mensen kennelijk toch wel iets, bij gebrek aan een beter woord, 'verfrissends' uitging van al dat gebulder - en dat die mensen nu teleurgesteld zijn dat Pfeijffers poëtica niet veel meer lijkt of blijkt te zijn dan een verzameling stokpaardjes die langzaamaan uit elkaar beginnen te vallen. Maar ik wil wel de mogelijkheid openhouden dat hij die stokpaardjes aanvankelijk met de beste bedoelingen getimmerd heeft.

Gert de Jager

Praten over bedoelingen vind ik iets voor relatiesoaps of literatuursociologen. Pfeijffer vond een jaar of tien geleden iets en vindt nu - klaarblijkelijk - iets anders. Jammer dat het nogal impliciet blijft. Hij wekt al een tijd de indruk dat hij, tussen alle opgewonden gymnasiastengeronk door, zijn poëzie zoiets als inhoud probeert mee te geven. Ik denk dat hij meer toekomst heeft als briljant chroniqueur van de buitenkant, als een bepaald soort romanschrijver dus, dan als dichter of criticus. Volgend jaar naar de kapper en vervolgens wordt de lezer geknipt en geschoren. Misschien.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...