Door Yves T' Sjoen
“De dag van heden is het grootste wonder”. Onder die vlag van ‘Meneer Risjaar’, de Gentse dichter Richard Minne (1891-1965), heeft een poëzieavond in het stadhuis van Gent plaats. In een vorige bijdrage wees ik al op het pijnlijke gebrek aan een cultuurdebat, en meer specifiek aan een consistent letterenbeleid in een stad die zich in beleidsplannen en in de media graag en niet gespeend van megalomanie en andere hoge-borst-zetterij als “letterenstad” wenst te profileren. Antwerpen ligt immers in de buurt.
Voorafgaand aan ‘Zogezegd in Gent’ in Kunstencentrum Vooruit, op vrijdag 3 april, vindt nu de tweede editie van een literair stadsfestival plaats. Omdat de stad Gent er weinig dreigde van te bakken, heeft de Universiteit Gent een tandje bij gestoken en aanzienlijk bijgedragen tot enkele poëzie-evenementen.
Op maandag 30 maart zijn gedichten van Hugues C. Pernath gerelateerd aan ‘Die sieben letzte Wörte’ van J. Haydn. Gedichten als ‘De gulzigheid’, ‘Ik treur niet, geen tederheid […]’, en fragmenten uit ‘Tien gedichten van de eenzaamheid’ werden met overgave gelezen door twee jonge stemmen, die van Lieve Vercauteren en Liesbeth Imschoot. Het Ensor strijkkwartet speelde het stuk van Haydn. Jammer dat een luidruchtige schermersgilde de intimiteit van die avond grondig verstoorde.
Ik heb al eerder mijn beklag gedaan over het gebrek aan visie en beleid in cultureel Gent. Een overigens bruisende stad, met tal van initiatieven en verenigingen, maar dus zonder een doortastend en duidelijk geprononceerd beleid. Zonder coördinatie, zonder beleidsmakers met iets wat op een visie kan lijken.
U herinnert zich vast nog de’ vaudeville gantois’ die is opgevoerd ter gelegenheid van de aanduiding van de nieuwe stadsdichter. Na Roel Richelieu van Londersele en Erwin Mortier, die zijn opgevolgd door een stadscomponist, is het in deze lentedagen nu weer de beurt aan een dichter. Een dichter met naam en faam die door de uitstraling van diens werk alsook door de présence een gunstige ‘return’ kan opleveren voor de schepen (of dus de wethouder van dienst) en de stad. Miriam Van hee heeft na aandringen geweigerd, omwille van een principe maar zeker en vast ook omdat de honorering niet in verhouding is tot de opdracht die de stad meegeeft. 625 euro voor een stadsdichter, terwijl de stadstekenaar van Turnhout meer dan vierduizend euro ontvangt (zoals Karl van den Broeck in Knack wist te melden).
Het blauwtje dat schepen Decaluwe heeft gelopen, zindert nog na in Gent. Naar verluidt is nu Peter Verhelst benaderd. En ook hij zou zijn toezegging in beraad houden. Ik hoop alvast dat het stadsbestuur heeft geleerd uit de foute, eigenzinnige benadering van Miriam Van hee. Het feit dat de schepen de invitatieprocedure nu heeft overgelaten aan Poëziecentrum kan daarop wijzen. Alleen vind ik niet dat, zoals voorheen Poëziecentrum en in casu de directeur Willy Tibergien, unisolo het advies moet formuleren, of een naam voordragen.
Er is nood aan een geloofwaardig draagvlak, aan overleg, aan goede afspraken. Finaal blijft het stadsbestuur uiteraard verantwoordelijk voor de benoeming, en zolang aan de honorering van de Gentse stadsdichter niets wordt gewijzigd en de opdracht en/of procedure niet duidelijker worden geformuleerd, dan blijft het voor die Gentse stadsdichter aanmodderen.
De vraag is nu of Peter Verhelst toehapt, en welke condities hij stelt. Of neen, hoe genereus de stad na het debacle omtrent Van hee is geworden. Zal nog eens, maar dan op stedelijk niveau, het scenario van de Prijs der Nederlandse Letteren worden opgevoerd? Als de laureaat protesteert, dan wordt het prijzengeld aangepast. Hoe genereus is Gent eigenlijk? Wat heeft de stad van grote dichters veil voor de dichters van nu? Deze vragen komen nu jammer genoeg te laat. De beschadiging van het blazoen is een feit. Gent, “kopen hart”, wordt het iets voor Peter Verhelst? Of blijft Gent kreunen “daar onder die dwaze winden”?
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Ik verhuis opnieuw naar Gent dan!
Zou mooi zijn. Ook eens een heel ander "type" stadsdichter dan we tot nu toe in Vlaanderen gewend zijn
Geplaatst door: De stiftdichter | 1-4-09 om 0:09