Miguel Anxo Fernán-Vello werd geboren in 1958 in het Cospeito, de noordwestelijke regio van Spanje, die taalkundig verwant is met Portugal. In het werk van Fernán-Vello, ondermeer redacteur bij de Galicische uitgeverij Espiral Maior, spelen, in de woorden van de vertaler 'de lichamelijke sensualiteit en de erotiek als lyrisch thema,' een belangrijke rol. Poëzie van Fernán-Vello is in verschillende talen vertaald, waaronder het Italiaans en het Engels. In 2006 was hij te gast op het prestigieuze StAnza poëziefestival in het Schotse St. Andrews. De hier opgenomen gedichten werden in 1997 gepubliceerd in het tijdschrift Kruispunt (nr. 172) in een vertaling van Bob de Nijs. (Kees Klok)
Het beroeren
I
De ziel beroeren met de adem of met een tedere
vinger... lippen met geloof in het bloed...
bij verrassing een oud dier beroeren
in zijn hart... handen om het wezen te voelen
dat gevat ligt in de zachtheid van ingewanden...
de diepte beroeren van een trilling in de spieren
het inwendige van de afgrond...
de diepste bodem beroeren van het wezen...
vreemde aders als rode schaduwen
in de reine structuur van de lichamen... polsslag
van vluchtige opwinding... het gelukkige moment
beroeren van het vlees... het hoogtepunt beroeren
van het gekreun... het jachtige bloed
van het leven... de porie doen huiveren
tot de vervoering van de rozen met een puntje licht
de geest beroeren van de liefde die zich opricht
in het luchtruim van het lichaam...
het verblijf van de ziel beroeren...
het heelal van het lichaam...
het duistere vuur...
Tacto
I
Tocar a alma co alento ou cun dedo
docísimo... lábios con fe no sangue...
tocar surprendendo un animal antiguo
no corazón... maos para sentir a eséncia
contida na suavidade dunha entraña...
tocar o fondo dun tremor nos músculos
interiores do abismo...
tocar o fondo pleno do ser...
veias extrañas como sombras vermellas
na arquitectura límpida dos corpos...pulsos
de fugaz emoción... tocar o instante
feliz da carne... tocar a altura
do xemido... o sangue veloz
da vida... estremecer o poro
cunha una de luz até o delírio das rosas...
tocar o espírito do amor que se eleva
na atmósfera do corpo...
tocar a permanéncia da alma...
o universo do corpo...
o fogo obscuro...
II
Nader tot de lippen... glip binnen in het harde
vuur tot aan de intense zachtheid van zachtzinnig water...
ga in tot het milde rijk van de tijd die buigt over...
kook de vingers in licht voor de naakte
kwetsbare afstand...
nader tot de golvingen van het lichaam
in zachte innerlijke muziek of
langzame
traandruppel
van zuiverheid...
erken jezelf in de schaduw
die je in bloei zet... drijf drijf
de volle zon vooruit... lippen en huid...
hel dat uitspansel dat trilt in de schittering
van het vlees... doop de mond in honingwater...
nader nog meer tot het vuur en meer nog tot sap...
vuurtong in klamme verrukking...
overman je met mij... overrompel mij
met jou... laten wij elkaar overrompelen!
II
Aproxima-te aos lábios... esbara en duro
lume até a dozura intensa da água mansa...
entra no reino brando do tempo que se inclina...
ferve de luz os dedos para a nua
distáncia vulnerada...
aproxima-te ás ondas do corpo
en maina música interior ou
lágrima
lenta
de pureza...
coñece-te na sombra
que deixas florescida... avanza avanza
todo o sol... lábios e pel...
todo ese céu que treme de fulgor
na carne... desliza en aguamel a boca...
achega-te mais de fogo e seiva mais...
língua de chama en húmido prazer...
invade-te de min... invade-me
de ti... invade nos!
Honing en azijn
Het licht is een vrucht gevallen in de zomer. De lucht
brandt roerloos als een dode in de ochtend.
Het glas smaakt naar warme rivieren. Je drinkt
de zoetstof van de schaduw en je verbrandt je tong
tot een koude ster. In het hart
is een holte van asse die de aarde blauw
van een kus achterliet. Je drinkt van de zondag
die in de zachte klei van het hoofd binnendringt.
Het bloed kookt als een donkere likeur. Je bijt
in het zure gebaar van de middag.
Bittere amandelboom, een groene lip,
een mond van aloë, koperen kruid
tot een eenzame pijn van zoetsappige bomen.
Je drinkt een regenboogkleurige adem van verbrande trossen
als oud hout dat brandt in water
van de schemering. Je drinkt van de weke bloemen
die verwelkten in de vochtige oven van de nacht.
In de ogen waren brandende maanden rond en een nachtmerrie
die smaakt naar sap en deeg van maanschijven.
Als druiven trapt het licht de stonden tot een dicht vocht,
stoffen die schitterende wonde doen gisten van alle
dorst tezamen, wrange put, vlam,
witte pen, genot! Je drinkt,
tussen pijn en genot, aan de heldere bron,
de hunkering die vastzit in het hart van de spiegel.
Vinagre e mel
A luz é un fruto caído no verao. O ar
arde imóvel como unha morte dentro da mañá.
O vidro ten sabor a rio quente. Bebes
o azúcar da sombra queimando a língua até
unha estrela fría. No corazón
hai un oco de cinza que deixo a terra azul
dun beixo. Bebes o sol que entra
na arxila doce da cabeza.
O sangue ferve como un licor obscuro. Mordes
o xesto acedo do meio-dia.
Amendoal amaro, un lábio verde,
unha boca acibrada, erva de cobre
até unha dor deserta de árvores celmosas.
Bebes o xáspeo alento dos ácidos requeimados
como a madeira vella que arde na água
do crepúsculo. Bebes as flores brandas
que murcharon no forno húmido da noite.
Nos ollos hai meses incendiados e un pesadelo que ten
sabor de seiva e amamsillo de luas.
A luz vindima as horas até un líquido espeso,
substáncias que levendan a ferida brillante de toda a
sede xunta, amargo pozo, alustro,
agulla alvar, deleito! Bebes
entre o prazer e a dor, na fonte clara,
o desexo atado ao corazón do espello.
Miguel Anxo Fernán-Vello
Vertaling: Bob de Nijs
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties