El Dorado
We hebben een gezamenlijke vriend, de tweedejaars student in ruste.
Zijn zorg: dat ik ook zo worden zal,
in het recht op en pleitbezorger van groen struikgewas
kauwend op toekomstige overwegingen. In de spookachtige
dromen van anderen ben ik, naar het schijnt, oké,
en zelfs op de dag van morgen valt er veel te zeggen
over al deze zaken, “issues”, zoals
“Geen rust voor de afgetobden.” (En toch − waarom niet?)
Iets voelen in opdracht van is een manier van verschijnen,
maar lopen op Aarde − dat zal ze niet doen.
Tien schakeringen van zelfbehagen brengen ons morgen-
avond en zullen terugkeren voor meer. Ik ben het volledig oneens
met je, maar zou niet trotser
en verzotter op je kunnen zijn. Drink dus op. Voel je goed voor twee.
Ik doe het in veel plaatsen. Schemerachtig El Dorado
is de enige waar ik iets van weet.
Andere zijn onlangs teloorgegane steden
waarin wij woonden − ze behouden de namen
die wij kennen, soms. Ik doe het in veel plaatsen.
Brutale schoffies bieden lach advies,
alsof alles waar ik om gaf thans moeilijk
of ingewikkeld zou zijn. Daar zit hem de kneep. Windstoten
tot 75 kilometer per uur nemen later vannacht
in kracht af. Geen reden om dat niet te doen. Wijs dus naar het geluk
dat we kennen. Leven is een broodje gehakt.
Ik had een goede tijd daar.
John Ashbery
Vertaling Ton van ‘t Hof
Dit gedicht verscheen onlangs in Poetry.
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties