Geert Ooms (Lier, 1979) leek in de wieg gelegd voor een sportcarrière,
getuige zijn interlands voor het nationaal volleybaljuniorenteam. Na
het plotse overlijden van zijn vader gooide de vijftienjarige Ooms het
levensroer om. Hij begon zich te verdiepen in de literatuur en de
kunst. Van Vogel, Wilg en Regen, uitgegeven bij De Geus, is zijn debuut.
(1) Wat is uw favoriete gedicht uit deze
bundel?
Skelet
Vasten en geeuwen
Tamme zangvogelklanken
Tot klankkast vervormen
Trommel ik uit evenwicht
Het binnenoor
Neer bij de volle grond
En luister met kevers
In de snavel
Naar de woorden
Die heb ik
De tocht op de valreep
Door het weefgetouw
En de lonkende diepte
Ook nog losgehaakt
Overbleef alleen
Het horende weekdier
Een wiegende oorschelp
Een stalkaars van biet
En natuurlijk de liefde
Zenuw
As door de aarde
Wat laat draaien
En wormen
(2) Vertel wat u over deze bundel kwijt
wilt, in maximaal 200 woorden die niet op de flaptekst mogen voorkomen.
Uiteraard
zijn er de visionaire eigenschappen, de overgevoeligheid van hun natuur en het
ultrasone gehoorsvermogen, maar in hoofdzaak zijn dichters toch vooral mensen
die gedichten schrijven. En gedichten zijn verzamelingen van woorden. Dat is
evident maar belangrijk want voor je het weet lees je erover, over de woorden.
In Van
Vogel, Wilg en Regen wilde ik een universum creëren vertrekkende vanuit
drie woorden waarbij de poëzie zich niet alleen binnen de gedichten maar ook
over de gedichten heen zou tonen. Die drie woorden ben ik gaan ontleden in
lijstjes. Onder Vogel kwam dan bijvoorbeeld: veren, pennen, zweven,
kraai, krassen enz. Hetzelfde deed ik voor Wilg en Regen. En het
zo ontstane landschap van betekenaars en de verbindingswegen ertussen zijn
uiteindelijk de basis geworden voor deze bundel en de ondergrond waarop het
liefdesverhaal zich kon afspelen.
Buiten het
feit dat er een letter “g” in zowel Vogel, Wilg als Regen
voorkomt, kan ik mij ondertussen niet meer herinneren waarom ik nu net deze
drie gekozen heb. Maar het spreekt voor zich dat de bundel er zowel vormelijk
als inhoudelijk heel anders zou hebben uitgezien wanneer ik met drie andere
woorden aan de slag zou zijn gegaan.
(3) Welke dichters (of dichter) behoorde(n) bij het schrijven van deze
bundel tot uw inspiratiebronnen? Op welke wijze?
Er staan behoorlijk wat verwijzingen in Van Vogel, Wilg en Regen. En er zijn
wel meer dichters die mij geïnspireerd hebben. Maar als ik er twee moet
uitpikken dan zijn het Hugo Claus en Paul van Ostaijen. Op het eerste zicht twee
heel verschillende dichters. Maar wat hen voor mij verbindt, is het vermogen om
de ademhaling van de lezer te structureren door middel van een juiste schikking
van lettergrepen. De muziek van de taal, zeg maar. Misschien nog meegeven dat Hugo Claus en ik tijdens
het schrijven van deze bundel heel wat ingebeelde gesprekken voerden. Telkens kwam
hij erg verrassend uit de hoek.
"Het einde" is een fragment uit het poëzinemaproject Van Vogel, Wilg en Regen, door Geert Ooms en Jan Peeters, gebaseerd op de gelijknamige dichtbundel van Geert Ooms (Uitgeverij De Geus, 2009).
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Reacties