Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« 'Een, twee drie ten dans' krijgt ervan langs | Hoofdmenu | Gedicht: Kees Klok »

02 maart 2009

De zeer overschatte Achterberg

'Het leven is een zeepbel die onafwendbaar uit elkaar spat. Homo bulla! De mens is een vat dat leegloopt en God is de olie. Dit is quasi-diepzinnigheid, theologisch dubbel-denken. Wat heet, dit is slechte poëzie. Wat voor Achterberg opgaat, geldt voor veel dichters. ‘Zij zijn mij ook niet zindelijk genoeg’, zei Nietzsche, ‘zij vertroebelen al hun waterstromen, opdat hun water diep schijne (..) Ach, ik heb wel mijn net in zeeën uitgeworpen en ik wilde goede vissen vangen: maar altijd trok ik de kop van een oude god omhoog.’>> Gerrit Achterberg is een van de meest overschatte dichters in het Nederlands taalgebied, vindt Huub Mous.

Reacties

Gert de Jager

Achterberg was een gevoelloze psychopaat, zeker. De biografie van Hazeu laat er geen twijfel over bestaan. Maar ook een psychopaat hoeft geen man uit één stuk te zijn en kan andere kwaliteiten bezitten, bijvoorbeeld die van een gedreven dichterschap. Misschien laat hij juist
binnen die grenzen de emoties toe die in het dagelijks leven zo stuitend afwezig lijken te zijn.

Mijnheer Mous, die op een site opereert die een christelijke invalshoek pretendeert te bezitten, beperkt zich tot de woordenboekbetekenis van 'deïsme'. Het verhindert hem om te zien dat zo'n betekenis bij een dichter als Achterberg gaat 'zweven'. Het dichterschap van Achterberg is één grote poging betekenissen naar de eigen hand te zetten. Maar zelf je bekennen tot vaste betekenissen, daarbij tegelijkertijd Nietzsche aanroepen - het is eigenlijk een beetje een gotspe.

Cath Blaauwendraad

Vanuit een christelijke invalshoek Nietzsche aanroepen is op zich al grappig.

Chrétien Breukers

Ja, maar ja... een stuk van Huub Mous... dat kan ook niks zijn.

Hans Smit

In dit geval is het stuk van Huub Mous minder dan niks. Ik vind het een kloterig stuk over een van Achterbergs mindere gedichten; een volstrekt ongenuanceerd kolommetje vol roestige stellinkjes die met groots dédain worden opgepoetst tot glanzende waarheden. Iemand die op zo'n botte wijze zoveel halve waarheden achter elkaar zet, kan beter foldertjes over het creationisme gaan schrijven. En dan ben ik nog niet eens een fan van Achterberg, want ik vind het net als Huub Mous poëzie met te veel verstand en te weinig gevoel -maar deze ongenuanceerde Droogstoppelbehandeling heeft geen enkele dichter verdiend.

Gert de Jager

We hebben het over niks. Maar nog heel even over Achterberg, want er zit me iets dwars wat sinds een aantal artikelen van Godert van Colmjon in het progressief-christelijke dagblad Trouw een soortement van 'opinion chic' is geworden.

Ja, Achterberg had de mentaliteit van een stalker, die zijn geliefde nog niet in het graf met rust kon laten. Ja, hem is door het literaire establishment soms op niet al te frisse wijze de hand boven het hoofd gehouden. Ja, het moet voor de nabestaanden soms buitengewoonlijk pijnlijk zijn geweest.

En ja, de aard en inhoud van zijn dichterschap hadden alles te maken met wat de dichter Achterberg als privé-persoon obsedeerde en bezighield. Tegelijkertijd zegt het helemaal niets over de kwaliteit van gedichten en over wat lezers aan die gedichten kunnen beleven. Dat een psychopaat op een wat andere manier langs de grenzen van leven en dood meandert dan het gros van de mensheid, wil nog niet zeggen dat een lezer dat spoor niet kan volgen. Wie denkt dat zijn sporen zich niet af en toe kunnen kruisen met die van een necrofiele huwelijksmakelaar met zichzelf als kandidaat, is - nee, geen psychopaat, maar houdt zich wel graag voor de gek.

Adriaan Krabbendam

Dat dhr. Mous een onnozel stukkie heeft neergepend, akkoord. Maar op één onderdeel moet ik hem zijns ondanks wel gelijk geven. Dat Achterberg een van de meest overschatte dichters in het Nederlands taalgebied is, daar heeft ie zeker een punt.

RHCdG

Ja, maar hier hebben we niks aan, Adriaan. Dan moet je ook uitleggen waarom je dat vindt.

Adriaan Krabbendam

Dat zal ik na de maaltijd trachten te doen, Rutger.

Adriaan Krabbendam

Maar dat kan ik natuurlijk niet zo een-twee-drie waarmaken, een gedegen analyse van het oeuvre aangevuld met al even gedegen commentaar daarop, daar waag ik me niet aan. Ik ben zo'n 35 jaar bekend met zijn gedichten. Mijn indruk is dat Achterberg een gedichtenmaker is (was), en veelal een geniale gedichtenmaker. Het rare is dat in mijn optiek misschien één op de dertig gedichten van zijn hand ook poëzie is. De rest is glanzend mechaniek (of soms ronduit slordigheid). Met 'het rare' doel ik op de onevenwichtigheid binnen een oeuvre. De man heeft zonder meer briljante poëzie geschreven, maar je moet ernaar zoeken binnen een kil, overwegend mechanisch oeuvre. Zijn briljantie en technisch vermogen hebben hem niet in staat gesteld het kaf van het koren te scheiden - zo lijkt het.
Ik heb meer met Leopold's rijkdom van het onvoltooide.

Adriaan Krabbendam

Of met de "onaffe" poëzie van Achterberg's vriend Ed. Hoornik.

RHCdG

Adriaan,
Een gedegen analyse verwacht ik hier natuurlijk niet van je. Maar het blijft zo toch erg steken in beweringen en voorkeuren. Dat zeg je er nu ook wel bij ('in mijn optiek') maar ik weet nu eigenlijk alleen dat je niet van kille, mechanische poëzie houdt (en wel van Leopold). Het zou zo aardig zijn als dit soort uitspraken ook eens van echte munitie werd voorzien: een voorbeeld van die slordigheid bv., of van dat kaf. Dat beslaat volgens je schatting zo'n 95% van zijn oeuvre, dus lang hoef je niet te zoeken.

Je kunt natuurlijk ook gewoon zeggen dat je er niet van houdt, maar zeg dát dan.

Adriaan Krabbendam

Rutger, volgens mij zeg ik dat ook - dat ik niet houdt van het werk van Achterberg, en dat er ook momenten zijn waarop ik wél geraakt word, dus dat er een twijfel bestaat, soms is het poëzie, maar meestal louter dichtkunst. Ook Achterberg bestaat het je die stomp in de maag te geven of die geheel nieuwe kijk op een treinreis te schenken bijvoorbeeld. Toch is het grotendeels knutselwerk, dat oeuvre, knap knutselwerk, perfect modelspoorbaanwerk, maar dat is dan ook alles waarom je een traan laat.
Van een man met een biografie als de zijne, zou je verwachten dat de emotionele uitbarstingen van de pagina's zouden spatten, en in plaats daarvan word je geconfronteerd met een uiterst beheerst slijpsteenwerk, op het geniale af. Dat is intrigerend maar ook kil, geruisloos, onpoëtisch. Het glijdt van je af als natte sneeuw. Achterberg ontroert slechts daar waar hij zichzelf niet in de hand heeft.

RHCdG

Je begon met te zeggen dat A. een overschat dichter is, en dat is iets anders dan te zeggen dat je niet van hem houdt - maar goed, soit.

Verder vind ik dat we de emotionele uitbarstingen en die stomp in de maag maar beter aan Erik-Jan Harmens cs. kunnen overlaten, door wie ik na een paar pagina's al murw gebeukt ben - iets wat me bij Achterberg nooit gebeurt, hoe vaak hij ook hetzelfde liedje zingt.

Gert de Jager

"Van een man met een biografie als de zijne, zou je verwachten dat de emotionele uitbarstingen van de pagina's zouden spatten". Ik vraag het me af. Van een man met de biografie als de zijne kunt je even goed verwachten dat zijn kunst volkomen mechanisch wordt - zoals bij psychiatische patienten vaker het geval is. Bloemlezingen uit hun werk of exposities van Art Brut zijn meestal een moment fascinerend, maar worden daarna snel stomvervelend.

Het wonderbaarlijke van de dichter Achterberg is dat hij nog net voldoende contact had met de 'normale' poëtische wereld - met de poëzie en poëtica's van zijn tijd. Zijn schrijverij kon hij nog net definiëren binnen kaders die buiten hemzelf stonden. Het is, en dat klinkt paradoxaal, alsof hij het mechanische nog net onder controle kon houden. Als ik hem dat zie doen, glijdt dat niet als natte sneeuw van me af. Temeer omdat dat mechanische ook terug te vinden is in de thematiek: de krachten van Eros en Thanatos met wie elke lezer het op een akkoordje moet zien te gooien.

RHCdG

Dat klinkt een beetje alsof zijn poëzie erg open stond voor de poëzie en poëtica's van zijn tijd. Nu weet ik wel dat hij veel contacten met letterkundigen had, en tot zijn eigen vreugde in die wereld op handen werd gedragen, maar dat betekent niet dat hij ernaar streefde om 'normaal' te zijn.

Met de normen van de buitenwacht zou je, zijn geestesgesteldheid overdenkend, veronderstellen dat hij wat te bezweren had, maar in zijn poëzie zie je juist dat hij iets wat om zo te zeggen al bezworen is, tot leven wil wekken: niet die geliefde die hij gedood had, bij wijze van goedmakertje, maar de geliefde die hij doden moest om tot leven te wekken. Hij heeft zich met huid en haar bekend tot zijn daad, waarbij ik onder 'daad' zowel de misdaad als het dichten versta.

De stomp in de maag hád hij al uitgedeeld, in '32; vandaar allicht de grote aandacht voor de vorm, die fantastisch in elkaar grijpende zinnen, waarin die stomp - niet aan banden kon worden gelegd, maar zich kon vestigen, om nooit meer te worden bevrijd, verlost, wéér dood te gaan.

'Er moet iets gemaakt worden/ dat even stilligt' dicht Kouwenaar ergens. Kennelijk is Achterberg niet zó gek. En is hij dat wel, dan dient n.m.m. niet hij, maar de 'normale' samenleving aan een schizoanalyse te worden onderworpen.

Adriaan Krabbendam

Als het een kwestie van smaak is dan is het deze: ik houd niet van gedichten; ik houd van poëzie. Het was ooit de lezing van Achterberg die me dat deed beseffen. Vandaar mijn grote mond.

Gert de Jager

Ik denk dat veel poëzielezers een dergelijk onderscheid maken omdat ze een dergelijke ervaring hebben. Jou overkwam het bij Achterberg, mij bij Slauerhoff en - vooral - Bloem, een tijdje geleden was het voor velen Kouwenaar. Tegenwoordig is Kopland de monotone knutselaar, geloof ik.

Knap dat je dan toch kunt vinden dat één op de dertig gedichten de moeite waard is. Het zou me bij mijn zwarte schapen niet lukken. Ik ben benieuwd naar je keuze en je toelichting, want die zouden misschien juist voor liefhebbers een ander licht werpen op Achterbergs kwaliteiten. Maar ik begrijp dat dat een beetje veel gevraagd is.

Adriaan Krabbendam

Misschien, Gert, dat ik voor iets dergelijks nog eens de tijd vind, mocht dat zin hebben en mocht ik daartoe ook daadwerkelijk in staat zijn. Een forse klus, maar het valt te proberen.

RHCdG

En men begint zijn pijlen te richten op Lucebert. Het is een soort permanente godenschemering met wisselende objecten, die de behoefte aan canonvorming in een merkwaardig licht doet staan.

Hans Smit

Voor wie (terecht) benieuwd werd naar Achterberg, maar de verzamelde gedichten (onterecht) niet in huis heeft: zijn poëzie is al jarenlang geheel gratis te downloaden als concordantie op

http://members.quicknet.nl/zegerius/achter.htm

Peter J.R. Vermaat

Het is het lot van iedere enigszins in het oog springende (of per ongeluk in de volksgunst belande) dichter om eerst ver boven zijn werkelijke importantie te worden opgehemeld, om vervolgens hardhandig van zijn voetstuk te worden ontdaan. Vandaag de dag is de kans dat dit lot je treft nog groter dan voorheen vanwege de stuwkracht van mogelijke mediahypes. We zien het vanaf Cats, Vondel en Revius gebeuren tot aan Kouwenaar en Vrouwkje Tuinman toe.

Vandaag hosanna, morgen kruisigt hem! Er is niets nieuws onder de zon.

Alleen de werkelijk groten worden herontdekt, weer vergeten, herontdekt etc. Een aardig voorbeeld is J.A. der Mouw / Adwaita, wiens Verzameld Werk meen ik voor het laatst in 1986 door Van Oorschot is uitgegeven en vervolgens 20 jaar achter de kast heeft gelegen. Onlangs heeft er weer iemand een keuze uit zijn werk gemaakt en verbaast men zich over zijn levendige taalgebruik. De man was een leeftijdgenoot van Verwey. Wie vindt Verwey nog leesbaar? Honderd jaar geleden werd zijn werk gevreten en had hij hele scharen epigonen!

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...