De revanche van de roman, literatuur, autoriteit en
engagement van Thomas Vaessens is een boek dat de volgende vraag oproept:
"Wordt het niet tijd dat schrijvers zich opnieuw gaan verschansen in hun ivoren
torens, veilig afgeschermd, niet zozeer van het publiek, maar van de
literatuurbeschouwers?"
Die vraag kwam in mij op na lezing van zinnen uit het boek als: "Waar
romanschrijvers welbewust en doelgericht hun literaire stellingen verlaten, waar
zij proberen weer bruggen met de wereld en de lezer te slaan door te breken met
de chique literaire conventies van vóór de ontwaarding van de literatuur, moeten
ook professionele lezers van hun werk bereid zijn hun romans in die nieuwe geest
te lezen. Zelfs als die romans zich minder 'literair' voordoen dan we gewend
waren. (cursivering van mij, CB)"
En is zeker niet ironisch bedoeld. Zeker niet nu ik het
hele boek - dat een terugkeer predikt van het engagement, ten faveure
van het veronderstelde failliet van de ironische distantie, zo kenmerkend
(volgens Vaessens, volgens literatuurwetenschappers) voor het postmodernisme -
met groeiende verbijstering heb doorgeworsteld.
Als het waar is, wat Vaessens wil zeggen - "Tegen het eind van
de jaren tachtig begonnen Nederlandse romanschrijvers zich opnieuw te bezinnen
op de postmoderne dogma’s die ze met de paplepel ingegoten hadden gekregen.
Waren zij niet te ver doorgeschoten in hun neiging tot ‘deconstructie’? Hadden
ze het niet te moeilijk gemaakt om nog ergens in te geloven, in het nut van
literair engagement, bijvoorbeeld?" - dan zou "de literatuur" kunnen overgaan
van de ene staat in de andere. Dan zou de postmoderne
ironie in een aantal jaren kunnen worden afgelegd, in een zoektocht naar of het
bieden van literair engagement.
Dit alles alsof "de literatuur" gehoorzaamt aan sjablonen,
en elke tijd de literatuur krijgt die in een tijdgebonden raster past. Mij
persoonlijk lijkt dit een beperkte kijk op wat literatuur doet, en hoe
schrijvers binnen hun vakgebied opereren.
Vaessens móét natuurlijk wel een tendens zien, in de literatuur, anders kan hij geen boek schrijven. Maar wat hij allemaal ziet gebeuren lijkt me op zijn minst gekleurd door een roze bril, die hij heeft opgezet na het lezen van een boek of zes - boeken die hij waarschijnlijk heeft gelezen toen hij jurylid van het een of ander was. En één boek had hij nog over, uit zijn studietijd; De dingen die er niet toe doen, van Robert Vernooy.
In zijn boek probeert Vaessens te pleiten "voor een literatuurbeschouwing met een cultuurpolitieke agenda; een literatuurbeschouwing die zichzelf ten doel stelt de literaire cultuur te legitimeren in een tijd van afnemend soortelijk gewicht van literaire cultuur."
Deze literatuurbeschouwing moet de leegte opvullen die ontstond toen de postmoderne distantie, beleden door de schrijvers die daarmee plusminus vanaf 1989 (de val van de Muur!) reageerden op de onaantastbare, "humanistische" ernst waarin de literatuur daarvóór, en sinds de Tweede Wereldoorlog (verder terug gaat dit boek niet, en misschien was er toen ook wel geen literatuur, wie zal het zeggen?), baadde.
Ik zoek naar een goede invalshoek voor dit stuk, maar het boek is niet helder genoeg om die te vinden: Vaessens signaleert niet zozeer tendensen, al doet hij dat deels wel; hij is niet echt een wetenschapper die ons, eenvoudige lezers, de weg wijst, al doet hij dat deels wel; etc.
Vaessens ziet de literatuur graag iets betekenen. Meen ik. "Wat we in de literatuur(kritiek) van de laatste jaren zien, is dat steeds meer schrijvers en critici genoeg hebben van de splendid isolation van de literator. De literatuur is op zoek naar een nieuwe verhouding tot de wereld, en daarbij worden oude stellingen verlaten, zowel de stelling van het humanistische modernisme (met zijn superieure dedain jegens het alledaagse) als de stelling van het relativistische postmodernisme (met zijn ironische distantie). Daarbij is het streven niet op vulgarisering gericht, maar op de revitalisering van de literatuur."
Revitalisering speelt zich dan af middels de analyse van een roman van Zwagerman, een roman van Robert Vernooy, een likje zus en een mespunt zo. En zelfs de chick-lit van Heleen van Royen en de "literaire" thrillers van Saskia Noort mogen niet buiten beschouwing blijven. Wat de literatuur daarbij wint, en hoe deze boeken de lezer kan helpen bij het tegemoettreden van belangrijke vragen? Het is mij vooralsnog een raadsel.
Hoewel... Stine Jensen heeft er ook over nagedacht, en die kwam met een wel heel mal artikel over deze kwestie, te lezen op NRC Boeken >>
"Het is begrijpelijk dat brompotten die ooit de literaire elite vertegenwoordigden zich enigszins bedreigd voelen door het succes van – met name – vrouwen. Maar als Komrij de moeite zou nemen om de vier grote klappers van het moment te lezen – Maria Mosterds Echte Mannen eten geen kaas (ca. 170.000 exemplaren) en het boek van haar moeder Lucy Mosterd, Ik stond laatst voor een poppenkraam (ca. 20.000), Herman Kochs Het diner (ca. 150.000) en Saskia Noorts De verbouwing (ca. 200.000) – zou hij kunnen constateren dat ze in ieder geval ruimschoots voldoen aan zijn criterium: ze begeleiden ons bij tamelijk ernstige vraagstukken." Zegt Jensen. Maar ja, die houdt dan ook veel van apen, en is dus gevoelig voor krachtpatserij, al dan niet in de vorm van oplagecijfers. (Wordt vervolgd)
Vaessens móét natuurlijk wel een tendens zien, in de literatuur, anders kan hij geen boek schrijven. Maar wat hij allemaal ziet gebeuren lijkt me op zijn minst gekleurd door een roze bril, die hij heeft opgezet na het lezen van een boek of zes - boeken die hij waarschijnlijk heeft gelezen toen hij jurylid van het een of ander was. En één boek had hij nog over, uit zijn studietijd; De dingen die er niet toe doen, van Robert Vernooy.
In zijn boek probeert Vaessens te pleiten "voor een literatuurbeschouwing met een cultuurpolitieke agenda; een literatuurbeschouwing die zichzelf ten doel stelt de literaire cultuur te legitimeren in een tijd van afnemend soortelijk gewicht van literaire cultuur."
Deze literatuurbeschouwing moet de leegte opvullen die ontstond toen de postmoderne distantie, beleden door de schrijvers die daarmee plusminus vanaf 1989 (de val van de Muur!) reageerden op de onaantastbare, "humanistische" ernst waarin de literatuur daarvóór, en sinds de Tweede Wereldoorlog (verder terug gaat dit boek niet, en misschien was er toen ook wel geen literatuur, wie zal het zeggen?), baadde.
Ik zoek naar een goede invalshoek voor dit stuk, maar het boek is niet helder genoeg om die te vinden: Vaessens signaleert niet zozeer tendensen, al doet hij dat deels wel; hij is niet echt een wetenschapper die ons, eenvoudige lezers, de weg wijst, al doet hij dat deels wel; etc.
Vaessens ziet de literatuur graag iets betekenen. Meen ik. "Wat we in de literatuur(kritiek) van de laatste jaren zien, is dat steeds meer schrijvers en critici genoeg hebben van de splendid isolation van de literator. De literatuur is op zoek naar een nieuwe verhouding tot de wereld, en daarbij worden oude stellingen verlaten, zowel de stelling van het humanistische modernisme (met zijn superieure dedain jegens het alledaagse) als de stelling van het relativistische postmodernisme (met zijn ironische distantie). Daarbij is het streven niet op vulgarisering gericht, maar op de revitalisering van de literatuur."
Revitalisering speelt zich dan af middels de analyse van een roman van Zwagerman, een roman van Robert Vernooy, een likje zus en een mespunt zo. En zelfs de chick-lit van Heleen van Royen en de "literaire" thrillers van Saskia Noort mogen niet buiten beschouwing blijven. Wat de literatuur daarbij wint, en hoe deze boeken de lezer kan helpen bij het tegemoettreden van belangrijke vragen? Het is mij vooralsnog een raadsel.
Hoewel... Stine Jensen heeft er ook over nagedacht, en die kwam met een wel heel mal artikel over deze kwestie, te lezen op NRC Boeken >>
"Het is begrijpelijk dat brompotten die ooit de literaire elite vertegenwoordigden zich enigszins bedreigd voelen door het succes van – met name – vrouwen. Maar als Komrij de moeite zou nemen om de vier grote klappers van het moment te lezen – Maria Mosterds Echte Mannen eten geen kaas (ca. 170.000 exemplaren) en het boek van haar moeder Lucy Mosterd, Ik stond laatst voor een poppenkraam (ca. 20.000), Herman Kochs Het diner (ca. 150.000) en Saskia Noorts De verbouwing (ca. 200.000) – zou hij kunnen constateren dat ze in ieder geval ruimschoots voldoen aan zijn criterium: ze begeleiden ons bij tamelijk ernstige vraagstukken." Zegt Jensen. Maar ja, die houdt dan ook veel van apen, en is dus gevoelig voor krachtpatserij, al dan niet in de vorm van oplagecijfers. (Wordt vervolgd)
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Ik heb bijvoorbeeld nooit een letter Saskia Noort gelezen. Wedden dat jij nooit een letter Heleen van Rooyen hebt gelezen, Chrétien?
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 30-3-09 om 22:17
Zullen we die weddenschap inderdaad eens aangaan? Zomaar, voor de lol.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 30-3-09 om 23:01
Te winnen is bijvoorbeeld een stevig Texels ontbijt.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 31-3-09 om 12:47
Beste Chrétien. Of je hebt mij nog nooit gelezen óf je hebt nog nooit chicklit gelezen, het is van tweeën een. In chicklit tref je zelden bevallingscènes aan die vele hoofdstukken in beslag nemen, laat staan abortussen, zelfmoorden, postnatale psychoses en wat dies meer zij. En Adriaan, het is Van Royen, niet Van Rooyen, dat zou jij toch moeten weten ;-)
Zonnige groeten uit Portugal, waar het slotakkoord van mijn vierde roman, De Mannentester, zojuist is geschreven. Hou dat boek in de gaten, het zou zo maar eens mijn doorbraak kunnen worden!
Geplaatst door: Heleen van Royen | 31-3-09 om 15:09
Naast wetenschappelijke ontdekkingen brengt kunst de meest tot de verbeelding sprekende menselijke prestaties voort. Sommige van die wetenschappelijke ontdekkingen bleken in de loop der tijd niet helemaal of helemaal niet te kloppen, maar dat maakt de prestatie er niet minder om. Of wat Freud beweerde nu allemaal apekool was of niet, dat doet voor mij weinig af aan het genot dat het lezen van zijn werk mij schenkt.
Zo is het ook in de kunst. Ik zei het al eerder, wij van wc-eend adviseren wc-eend en zie: kunst is kunst. Het hoeft verder niets te zijn. Een tijdje geleden was geschiedenis opeens in de mode. Geschiedenis is belangrijk, want geschiedenis leert ons wie we zijn, beweerde onze premier toen, lessen trekken, dat werk. Als de geschiedenis ons nu iets leert, is het dat er nooit van de geschiedenis wordt geleerd. Geschiedenis is geschiedenis en dat vind je interessant of niet.
Als we literatuur even onder de kunst scharen, stellen we vast dat literatuur geen enkel nut dient. De beschouwer kan er betekenis aan toekennen (dit boek heeft mijn leven veranderd cq dit boek heeft me tot zelfmoord gedreven) (bijna dan, hè), zonder meer, maar een boek dat ons begeleidt 'bij ernstige vraagstukken' is niet per definitie beter dan een boek dat dat niet doet.
Het ene boek is 'moeilijker' dan het andere, maar waar het om draait is dat we lol in lezen hebben en dat moet genoeg zijn. Het is net als met kennis, waarover (gut hoe heet hij ook alweer?) zei dat je beter onnutte zaken kon weten dan niets. Literatuur verrijkt de geest, dat kun je misschien zeggen en in landen waar het vrije woord wordt bedreigd kan een boek een symboolwaarde krijgen, etc, maar zover is het in Nederland (nog) niet.
Seneca zei het, trouwens, dat over kennis.
Literatuur als een kwaliteitsstempel bestaat niet meer, maar dat was toch al een heikele zaak. Probeer eens aan een schoolklas uit te leggen wat literatuur is en wat niet. Binnenkort is het feest want Gimmick! van Joost Zwagerman bestaat twintig jaar. Destijds hoorde ik een criticus van NRC aan de bar beweren: wij hebben besloten dat dit geen literatuur is! Nou, dan noemen we het geen literatuur, jij je zin, maar het blijft een goed boek.
Geplaatst door: Bert Natter | 31-3-09 om 15:41
Domme tikfout maakte ik daar, excuus.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 31-3-09 om 16:00