De revanche van de roman, literatuur, autoriteit en
engagement van Thomas Vaessens is een boek dat de volgende vraag oproept:
"Wordt het niet tijd dat schrijvers zich opnieuw gaan verschansen in hun ivoren
torens, veilig afgeschermd, niet zozeer van het publiek, maar van de
literatuurbeschouwers?"
Die vraag kwam in mij op na lezing van zinnen uit het boek als: "Waar
romanschrijvers welbewust en doelgericht hun literaire stellingen verlaten, waar
zij proberen weer bruggen met de wereld en de lezer te slaan door te breken met
de chique literaire conventies van vóór de ontwaarding van de literatuur, moeten
ook professionele lezers van hun werk bereid zijn hun romans in die nieuwe geest
te lezen. Zelfs als die romans zich minder 'literair' voordoen dan we gewend
waren. (cursivering van mij, CB)"
En is zeker niet ironisch bedoeld. Zeker niet nu ik het
hele boek - dat een terugkeer predikt van het engagement, ten faveure
van het veronderstelde failliet van de ironische distantie, zo kenmerkend
(volgens Vaessens, volgens literatuurwetenschappers) voor het postmodernisme -
met groeiende verbijstering heb doorgeworsteld.
Als het waar is, wat Vaessens wil zeggen - "Tegen het eind van
de jaren tachtig begonnen Nederlandse romanschrijvers zich opnieuw te bezinnen
op de postmoderne dogma’s die ze met de paplepel ingegoten hadden gekregen.
Waren zij niet te ver doorgeschoten in hun neiging tot ‘deconstructie’? Hadden
ze het niet te moeilijk gemaakt om nog ergens in te geloven, in het nut van
literair engagement, bijvoorbeeld?" - dan zou "de literatuur" kunnen overgaan
van de ene staat in de andere. Dan zou de postmoderne
ironie in een aantal jaren kunnen worden afgelegd, in een zoektocht naar of het
bieden van literair engagement.
Dit alles alsof "de literatuur" gehoorzaamt aan sjablonen,
en elke tijd de literatuur krijgt die in een tijdgebonden raster past. Mij
persoonlijk lijkt dit een beperkte kijk op wat literatuur doet, en hoe
schrijvers binnen hun vakgebied opereren. [wordt vervolgd]
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Ik heb van het boek helaas alleen p. 16 gelezen, maar als literatuur verandert - wat je wel zult willen toegeven - en als iemand aan die veranderingen criteria, categorieën of sjablonen ontleent, dan kan het niet anders of de literatuur voldoet daaraan. Of vind je dat Vaessens z'n criteria etc. ergens anders vandaan haalt, en ze vervolgens aan de literatuur oplegt? Of vind je dat er überhaupt geen criteria opgesteld moeten worden, vooraf of achteraf?
Geplaatst door: RHCdG | 30-3-09 om 0:06
Daar kom ik op terug.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 30-3-09 om 0:16
Wat mij treft in de geciteerde fragmenten is de oppositie die wordt gemaakt tussen "deconstructie" en "engagement", alsof deconstructie maar gewoon een vrijblijvend apolitiek spelletje zou zijn. Is op grond van iig. Derrida niet vol te houden, lijkt me. Nou ja, de term zal wel niet voor niets tussen aanhalingstekens staan...
Geplaatst door: Samuel Vriezen | 30-3-09 om 2:47
Ook treffend: dogma's die het moeilijk maken om ergens in te geloven. Dat benne me rare dogma's.
Geplaatst door: Samuel Vriezen | 30-3-09 om 3:11
Samuel, die oppositie treft mij ook, maar Vaessens rechtvaardigt zijn karikatuur wel ten dele. Hij zegt ergens bijvoorbeeld dat het 'relativistisch postmodernisme' niet moet worden gezien als een door individuele auteurs verdedigd standpunt. Het gaat hem juist om de journalistieke cliché's die het debat over het postmodernisme bepalen. Ik denk dan: zou Vaessens als wetenschapper die cliché's niet juist moeten doorbreken?
Geplaatst door: Frank Keizer | 30-3-09 om 10:37
Postmoderne literatuur is veelal veel realistischer - zit dichter op de huid van de onbegrijpelijke werkelijkheid - en daarmee vaak geëngageerder dan zich 'minder literair' - realistischer! - voordoende literatuur. Literatuurwetenschappers houden zich met verschijnselen achteraf bezig; de zich 'minder literair' voordoende literatuur is onderdeel van het onderzoeksveld, dat zeker - m.n. de receptietheorie bestudeert de Khalid Hoesseini's van deze wereld. Maar zelden heeft de literatuurwetenschap literatuur gerealiseerd en de jaren-tachtig schrijvers die hebben begrepen wat deconstructie is en daar een behoorlijk boek van / op basis van hebben gebakken, zijn op de vingers van een hand te tellen. De literatuur heeft geen literatuurwetenschap nodig om zichzelf te rechtvaardigen, laat staan te scheppen; schrijvers hebben niet expliciet een tijdsgewricht nodig om een positie in te nemen - "het is 1989, tijd voor een geëngageerde roman!" - ze lezen mogen we hopen vooral andere schrijvers en de wereld om hen heen met al dan niet 'geëngageerde' bril op, dat maken ze zelf wel uit en als ze iets leesbaars schrijven, 'postmodern' of 'minder literair aandoend' of niet, en ze hebben de uitgever mee die het ofwel eens een keer niet interesseert om geld te verdienen (we hebben het hier vooral over poëzie en experimenteler proza natuurlijk) ofwel het met deze schrijver helemaal ziet zitten, qua geld mee verdienen, het tij mee en het netwerk mee en het ervoor over zich van bibliotheek naar lintje-knip naar AKO-signeersessie naar Pauw en Praalhans naar o-kijk-mijn-werkkamer-eens te slepen, dan hebben ze 'succes' en worden ze voer voor literatuurwetenschappers. En zo houdt ieder clubje zichzelf in stand, dankzij andere clubjes. Hoera.
Ugh, aldus ondergetekende, zelf o.a. literatuurwetenschapper alsmede dichter alsmede onderwerp van literatuurstudie (z'n werk dan).
Geplaatst door: Onno K | 30-3-09 om 12:53
Frank: Dus ik moet het volgens Vaessens begrijpen als een verdienste van de nieuwe auteurs dat ze de journalistieke cliche's over het postmodern relativisme opzijleggen? Klinkt als een stropop.
Nou ja, ik begrijp inmiddels dat we het hier over een stuk flaptekst hebben, nergens over dus. Maar het is, dat moet gezegd, ook wel een ongelooflijk foute flaptekst:
"Na 11 september 2001 waren Westerse commentatoren het over één ding eens: de aanslagen in New York en Washington zouden een definitief einde maken aan het postmodernisme en aan alles wat daarmee geassocieerd werd, zoals relativisme en ironie."
Die commentatoren die het eens waren, dat was in mijn herinnering vooral Michael Zeeman, die zich daarmee van zijn meest simplistische kant liet zien. Er waren er geloof ik al snel enkelen te vinden die iets anders dachten. Het verband bijvoorbeeld met de filmische kwaliteit van de aanslagen werd onmiddelijk overal gemaakt: niks was zo door en door gemediatiseerd als de aanslagen, en zulke analyses zijn uitermate "postmodern", dacht ik.
In elk geval werd de noodzaak om te twijfelen aan wat er in de media verscheen - aan "de werkelijkheid", dus - eerder hoger dan minder - en we hebben het geweten dacht ik, met al die leugens die de Amerikaanse overheid vervolgens over de wereld uitstortte via hun schoothondjes van de pers en hun embedded journalists (onder wie de nieuw-geengageerde romancier Arnon Grunberg, beroemd geworden met boeken over hoerenbezoek en nu in bed met het leger.) Wie kent nog de term "reality-based community"? Baudrillard werd niet door Bin Laden ontkracht, hij werd door Rove bevestigd.
Om nog maar te zwijgen van de duidelijk in scene gezette vervolgaanslagen met Anthrax. Wie herinnert zich die nog? Nooit echt opgelost, behalve dan dat het poeder, waarvan iedereen zeker wist dat het uit Irak kwam en je moest wel een verstokte dogmatische postmodernist zijn om dat niet te geloven, uiteindelijk van een Amerikaans laboratorium afkomstig bleek. Maar deze zaak zit inmiddels diep in de doofpot, veilig buiten het bereik van elk literair engagement (dat zich in die tussentijd heeft gestort op dames uit de Oekraine.)
Geplaatst door: Samuel Vriezen | 30-3-09 om 13:52
Een terugkeer van het engagement impliceert dat dit ooit is weggeweest, maar laten we niet vergeten dat een tijdschrift als Raster (dat, ironisch genoeg, juist nu doodbloedt) al sinds de jaren zeventig een geëngageerde literatuur voorstaat. Sven Vitse schreef er in de nieuwe Vooys een fraai overzichtsartikel over (zie www.tijdschriftvooys.nl); overigens in goed gezelschap van Yra van Dijk die verder voortborduurt op haar geruchtmakende stuk over Nieuw Engagement, dat afgelopen augustus in NRC verscheen. De discussie wordt volop aangezwengeld... Is dat een modieuze tendens?
Geplaatst door: H. Mollema | 30-3-09 om 22:27
Onno: "De literatuur heeft geen literatuurwetenschap nodig om zichzelf te rechtvaardigen [...]" Inderdaad. Dat lijkt me duidelijk. Niemand heeft literatuurwetenschap nodig, voor wat dan ook.
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 30-3-09 om 22:48
Je kunt aan een bepaald sentiment - de 'jaren zeventig', 'postmoderniteit', 'engagement', etc. - op allerlei manieren uitdrukking geven, en literatuurwetenschap is daar één van. Daar is niks mis mee. Het enige probleem dat ik zie is Vaessens ambitie te komen tot "een literatuurbeschouwing die zichzelf ten doel stelt de literaire cultuur te legitimeren", omdat het maar de vraag is of die legitimering wel via de literatuurbeschouwing moet lopen. Sterker nog, het is de vraag of literatuur überhaupt om legitimering verlegen zit, dwz. om bevestiging door een legitimerende instantie. Als je schrijft, druk je iets uit. Er zit geen vogel in de boom die zich afvraagt of zijn gefluit wel legitiem is.
Geplaatst door: RHCdG | 31-3-09 om 2:39
Ik beschouw literatuur als een van de kunsten. Kunst hoeft alleen maar kunst te zijn. Het idee dat literatuur erbij wint door geëngageerd te zijn, doet mij politiek aan: beleidsmakers en subsidieverstrekkers vinden niets mooier dan kunst die een 'maatschappelijke relevantie' heeft.
Engagement veronderstelt zelfs nog meer dan louter betrokkenheid, namelijk ook stellingname. Columns zijn daar uitermate geschikt voor; romans, schilderijen, beeldhouwwerken en composities minder. Lijkt mij.
Uiteindelijk lezen wij Max Havelaar niet nog steeds vanwege de boodschap van Multatuli. En luisteren we niet naar de Matthäus Passion omdat we geïnteresseerd zijn in het evangelie (elke keer als het openingskoor inzet: als dat maar goed afloopt!). De verschrikkingen van de oorlog zullen ons worst wezen, zolang ze ons niet door Goya worden getoond. De Burgers van Calais laten ons koud zonder Rodin.
Dat de inhoud ons raakt, is gevolg van de inhoud. dat geldt niet in de echte wereld van de journalistiek, het nieuws, de World Press Photo, de verhalen van vrienden en familie.
Stijl, zei Sartre (over engagement gesproken), is vormgeven aan inhoud.
Je hebt een idee en je zoekt de beste manier om het op te schrijven - daarbij moet je volgens mij de literaire theorie vergeten.
Niet zo lang geleden vroeg een collega mij: 'Wat wordt het thema van je nieuwe roman?'
Het thema van mijn roman? Dat hoef ik toch niet te verzinnen?
Geplaatst door: Bert Natter | 31-3-09 om 12:28
Hear hear Bert. Kijk, dat leren ze nou niet meer op school... ;)
Geplaatst door: Onno K | 31-3-09 om 14:17
Wij van wc-eend adviseren weliswaar wc-eend, maar waar ik schreef:
Dat de inhoud ons raakt, is gevolg van de inhoud.
Bedoelde ik:
Dat de inhoud ons raakt, is gevolg van de vorm.
En waar ik Yoeri Gagarin zei, bedoelde ik John Glenn. Stop.
Geplaatst door: Bert Natter | 31-3-09 om 15:10
"Het idee dat literatuur erbij wint door geëngageerd te zijn, doet mij politiek aan: beleidsmakers en subsidieverstrekkers vinden niets mooier dan kunst die een 'maatschappelijke relevantie' heeft."
Hoewel je ook onderscheid zou kunnen maken tussen die "maatschappelijke relevantie" en engagement. Inderdaad, beleidsmakerskunst: bah. Maar zulks is in principe gericht op behoud van het systeem en niet op kritiek. Het gaat dan bijvoorbeeld om het uiten van kwesties die in de samenleving leven, weet ik het, identiteitstoestanden of zo; waarmee de kunst inderdaad gewoon het plaatje bij het praatje wordt.
Maar een serieuzer kritisch potentieel kun je lijkt me de kunst niet ontzeggen... al is het maar, in het geval van literatuur bijvoorbeeld, dat de schrijver dezelfde woorden moet gebruiken als de propagandist.
Geplaatst door: Samuel Vriezen | 1-4-09 om 14:04
Literatuur speelt zich af in de marge van de samenleving en literatuur kritiek (die secundair is) in de marge van de het lezen (en de lezers van literatuur). Commentaar geven op literatuurkritiek lijkt me dus tertiair en speelt zich wel in een heel kleine marge af.
Bert Natter schreef:
Dat de inhoud ons raakt, is gevolg van de vorm.
Moet het niet zijn: is een gevolg van de inhoud en de vorm?
Paul
Geplaatst door: Paul van de Wiel | 27-6-10 om 11:29
Beste Paul,
Ik geloof dat je jezelf hier een mooi argument hebt gegeven om overtuigd te raken van iets dat je graag wilt geloven. De waarde van iets verkleinen door het in een waardesysteem onder te brengen waarin andere termen al zijn geprivilegieerd is misschien wat al te gemakkelijk. In elk geval kan ik met vergelijkbaar gemak een systeem ontwerpen waarbij literatuurkritiek voorop staat en de samenleving achteraan hobbelt.
Geplaatst door: RHCdG | 27-6-10 om 11:48
Ik ben erg benieuwd naar dat systeem, Cornet.
Paul
Geplaatst door: Paul van de Wiel | 27-6-10 om 14:06
Dat dacht ik al, Van der Wie.
Geplaatst door: RHCdG | 27-6-10 om 14:11
Sorry, heer Cornets.
Paul
Geplaatst door: Paul van de Wiel | 27-6-10 om 22:01