« Peeters hekelt 'Vaessens' nieuwe gimmick' | Hoofdmenu | Nieuwe Clauscompilaties »

18-3-09

Reacties

Feed U kunt deze conversatie volgen door in te schrijven op de reactiefeed van dit bericht.

De Hondsbossche

Herstel: Van Bastelaere is geen groot dichter. Want wat was De voorbode van iets groots, een (genomineerd nog wel) lor.

Gert de Jager

Beste mijnheer of mevrouw Zeewering,

Zo zonder enige adstructie klinkt uw opinie nogal gratuit. Van Bastelaere weet zijn eigen dichterschap helaas nog wel eens te verpesten, maar het lange slotgedicht uit De voorbode is niet niks. 'Pappies kleine meid' uit 'Diep in Amerika' behoort tot de indrukwekkendste gedichten die er de afgelopen honderd jaar in het Nederlands zijn geschreven.

Nou u weer.

RHCdG

Ja, maar beste Gert, aan die kwalificatie ben je dan ook nog wat adstructie verschuldigd.

Gert de Jager

Misschien, maar eerst die mijnheer of mevrouw van '(genomineerd nog wel) lor'. Ongemotiveerd de grond in trappen vind ik iets anders dan ongemotiveerd de hemel in prijzen. In het eerste geval tast je iets of iemand aan, in het laatste profileer je jezelf op zijn hoogst als een ongevaarlijke gek.

RHCdG

Dat is waar.

De Hondsbossche

'Pappies kleine meid' en 'Diep in Amerika', die gedichten staan in 'De voorbode van iets groots'? Ik schaf graag dichtbundels aan van de net-niet-winnaars van, bijvoorbeeld, de VSB poezieprijs. Jan Baeke's 'Groter dan de feiten' en Bastelaeres 'De voorbode van iets groots'. Het bleken twee erg magere, puberale bundeltjes. Wat associatief knip- en plakwerk. Het lange slotgedicht Wwwwwhoooooshhh bleek bovendien al meerdere malen eerder gepubliceerd. Dat is makkelijk na te gaan. De kwalificatie "niet niks", blijkt dus een echo. Zo krijg je een bundel wel vol. Ik was wat teleurgesteld na lezing. Had toch een niveautje meer verwacht. Maar ik houd ook wel 'ns van gedichten die door anderen weer worden verfoeid.

Gert de Jager

Bedankt voor je reactie.

'Diep in Amerika' is Van Bastelaeres derde bundel en 'Pappies kleine meid' is daar een gedicht uit. Het lange slotgedicht werd bij mijn weten niet eerder in een van Van Bastelaeres bundels gepubliceerd. Als publicatie in tijdschriften kwalificaties inflatoir maakt, kunnen we het bundelwezen wel afschaffen, vrees ik. Misschien ben je in de war met Van Bastelaeres essaybundel die ook ongeveer Wwwwhooooshh heet.

Een gedicht als 'Pappies kleine meid' is absoluut niet te beschouwen als knip- en plakwerk. De gedichten in De voorbode evenmin, naar mijn smaak. Wat mij daarin niet bevalt, is eerder de ijzeren constructie van de bundel dan aan het toeval overgelaten geknip en geplak. En voor het overige ben ik van mening dat alle zielenleven iets puberaals heeft.

Koenraad Goudeseune

'Dat is waar' schrijft RHCdG. Lees ik dat goed? Goh, wat enig! Dan toch iets geleerd.

RHCdG

Ja, en nog het meeste van jou.

Gert de Jager

Om nog even op de vraag van Rutger terug te komen. ‘Pappies kleine meid’ vond ik vanaf het moment dat ik het tegenkwam in een bloemlezing indrukwekkend. Twintig jaar later is een enkel nadrukkelijk enjambement misschien wat verouderd, maar de combinatie van in een mystieke traditie gewortelde beeldspraak met een concrete scène in een tuin, uitmondend in een precieze conclusie die een complexe emotie weergeeft – dat is het wel zo ongeveer.

Ik heb de laatste twee weken toevallig veel van Van Bastelaere gelezen. Als je alle theoretische preoccupaties en bewuste bundelbeeldhouwerij wegdenkt, dan heeft Van Bastelaere eigenlijk maar één thema: het acute besef van vergankelijkheid dat af en toe doorbreekt in het dagelijks leven. De tragiek van zijn dichterschap is dat hij uit alle macht aan dat dagelijks leven probeert te ontkomen – voor wie zijn dicht- en essaybundels kent, behoeft dat geloof ik geen toelichting. Gaf Van Bastelaere de biedermeier in zichzelf maar eens wat meer de ruimte: hij zou de grote dichter worden die hij in ‘Pappies kleine meid’ is.

RHCdG

Geen groot dichter inderdaad wat mij betreft, maar wel een van de interessantste. En als essayist zonder meer een voorbeeld voor mij, om zo te zeggen de Rodenko van deze tijd. Of hij het van zijn antagonist moet hebben, de ongelegitimeerde, zgn. vanzelfsprekende Biedermeier, weet ik niet; anderzijds zou dat hele systeem van verwijzingen, metaforen, verklaringen, enz. wat mij betreft inderdaad wel op de schop mogen. Het mag wat 'harder', wat onverstoorbaarder, wat dichter, wat minder paranoïde, zodat niet voortdurend de hele wereld binnenbreekt en bezit neemt van het gedicht. In een bespreking van 'De voorbode' op http://eerder.meandermagazine.net/recensies/recensie.php?txt=1965&id= gaf ik Arjen Duinker als tegenvoorbeeld.

Gert de Jager

Ik ken je stuk. Ik vind ze eigenlijk nauwelijks te vergelijken. Duinker die ons bundel na bundel de volheid van de zichtbare wereld voortovert en die subliem verklaart versus Van Bastelaere die zich als zijn grote voorbeeld kapitein Spock van de dagelijkse realiteit afwendt om de grenzen van het kenbare toe te laten. Af en toe, in een paar gedichten uit Pornschlegel, in een paar gedichten uit Diep in Amerika, in het slotgedicht uit De voorbode, vind ik hem als dichter werkelijk van een andere orde dan Duinker.

Wat mij dwarszit bij Van Bastelaere als essayist en dichter is inderdaad zoiets als zijn paranoia. Nooit vind je bij deze icoon van het culturele Vlaanderen, tot op het bot gesettled in de instituties, zelfreflectie wat zijn eigen positie betreft. De paradox dat iemand die werkt vanuit een negatie een onaantastbare statuur kan verwerven in het culturele veld, lijkt niet tot hem door te dringen.

Het kost hem zijn dichterschap, vrees ik. Het lijkt alsof een soort verharding geleid heeft tot de hopeloze geconstrueerdheid van Hartswedervaren en het grootste gedeelte van De voorbode. Want mijnheer of mevouw Hondsbossche had gelijk: een versie van het slotgedicht werd al in 1994 gepubliceerd in DWB. En dat is vijftien jaar geleden.

RHCdG

Ik bedoel de poëzie van Duinker en Van Bastelaere ook niet met elkaar te vergelijken, maar te suggereren dat Van Bastelaere een soort Duinker in wording zou kunnen zijn. Niet omdat Duinker het nec plus ultra is, maar omdat Van Bastelaere vanzelf al in die richting neigt (volgens mijn indruk dan). Maar ja, hij moet het uiteindelijk vooral zelf uitzoeken. Ja, dat is eigenlijk wel de kern: het zelf uitzoeken, zich wat minder verplicht voelen t.a.v. het kenbare, de wereld, de werkelijkheid enz. Of volledig doorslaan en gaan flarfen, dat kan ook natuurlijk.

Koenraad Goudeseune

Vraag blijft natuurlijk of die -tig duizenden sonnetten ook allemaal sterke sonnetten zijn. Lijkt me onwaarschijnlijk. (Ik ken het werk van haar noch pluimen). En zo niet, is het dan niet een soort kermistruc? RCDcG, nu je toch van mij aan het leren bent, wat brengt onderstaande je bij?

MATRIX

Ik ben een heiden
wat wiskunde betreft,
vermenigvuldig me.

Draai mijn Darwin om
en bekeer me tot mijn nageslacht.
Noem van kinderen
de grootste priemgetallen
en ontdek geen orde in die rij.

Geef van waarde hen het eigens,
van zwaarte mij hun kracht.

Zeef me Eratosthenes, weef mijn nu.

RHCdG

Nog een kleine toevoeging, Gert: zoals ik het hier stel geeft het min of meer aan voor welke keuze Van Bastelaere zou staan, en hoe moeilijk het überhaupt voor hem is om positie in te nemen in een werkelijkheid die geen steun of houvast biedt. Grof gezegd: een keuze tussen de ivoren toren en het ongelimiteerd toestaan van een doorbraak of invasie van een Buiten. Zo grof en schematisch is het natuurlijk niet, maar toch: juist op het snijpunt van die twee beweegt Duinker zich met zijn eigenzinnige voorstelling (het ivoor) van een wereld in al zijn verscheidenheid (de flarf). Vandaar.

Gert de Jager

Als een eenheid tegenover de chaos staan - zo noemden critici van katholieken en Ter Braak-huize dat vlak na de oorlog om vervolgens Lucebert af te serveren. Het Buiten benoemt Van Bastelaere onder meer als Het Reële van Žižek. Het is de werkelijkheid die zich aan de kaders van de ratio onttrekt, dat wat ik eerder en huiselijker als een acuut besef van vergankelijkheid karakteriseerde en dat daar misschien niet helemaal mee samenvalt maar toch wel voor een deel.

Wat Van Bastelaere doet in Hartswedervaren en De voorbode is proberen zo’n ervaring van vervreemding overdraagbaar te maken. Niets is daarvoor zo geschikt als zijn geloofsartikel van de locale coherentie en dat maakt hem in het boek van Vaessens en Joosten tot een van hun prototypische postmodernisten. Maar tegelijkertijd wordt zo’n bundel als Hartswedervaren – gefragmenteerde tekst, in alle richtingen uitwaaierende betekenissen en dat alles vol overtuiging gekoppeld aan kenmerken van de werkelijkheid – één groot mimetisch project, een complex geval van iconiciteit.

Ondanks de schijn van het tegendeel heeft Van Bastelaere een rotsvast vertrouwen in wat tekstuele procedés vermogen. Het maakt hem eerder tot een dichter in de modernistische traditie dan een postmoderne retoricus. Tussen het effectbejag van de retoriek en de sublieme onmogelijkheid van de iconiciteit – daartussen zwalkt volgens mij de werkelijk eigentijdse dichter. Te weinig hoer, die Van Bastelaere – te veel engel.

Maar – omdat anders alle Hansen zich weer opwinden – dit terzijde.

RHCdG

Of hij nou zo'n rotsvast vertrouwen heeft weet ik niet hoor. Een medaille heeft altijd twee kanten. Lucebert wordt dan een 'mysticus', Nietzsche 'de Gekruisigde', en Van Bastelaere een 'modernist'. Ik vind dat hij het zich moeilijk genoeg maakt - niet omdat hij zo'n vertrouwen heeft in de weg die hij gaat, maar omdat hij geen vertrouwen heeft in de andere wegen. Dat is 'postmodernisme' maar daar gaat het volgens mij niet eens om. Tussen beide, de gestalte en de schaduw ervan, bestaat een relatie, en als het goed is, is de schrijver zich daarvan bewust (zoals in het geval van Nietzsche, die zich tegelijk tóch 'Dionysus' bleef noemen). Maar laten we niet iemand niet te vroeg op het een of het ander vastpinnen. Want wat betekenen die termen modernisme en postmodernisme überhaupt, wanneer het gaat om de vraag of iemand in beweging kan blijven, en daarbij eventueel, graag, die beide gebieden een zetje kan geven? Uiteindelijk bevindt hij zich borst aan borst met het reële, en niet met een set categorieën - die volgen vanzelf wel, mettertijd.

Controleer uw reactie

Voorbeeld van uw reactie

Dit is slechts een voorbeeld. Uw reactie is nog niet ingediend.

Bezig...
Uw reactie kon niet worden ingediend. Fout type:
Uw reactie werd gepubliceerd. Nog een reactie achterlaten

De letters en cijfers die u invulde kwamen niet overeen met de afbeelding. Probeer opnieuw.

Als laatste stap voor uw reactie wordt gepubliceerd, gelieve de letters en cijfers in te vullen die die u ziet in de afbeelding hieronder. Dit voorkomt dat automatische programma's reacties achterlaten.

Problemen met het lezen van deze afbeelding? Alternatief bekijken.

Bezig...

Laat een reactie achter

Jules de CorteWim Brands
De vijftig beste gedichten

Keuze uit het oeuvre van een van de beste Nederlandse dichters van dit moment Uitgeverij Compaan

Annick Vandorpe

A.H.J. Dautzenberg

Bart FM Droog

Het Gedichtenforum

Uitgeverij De ContrabasAntiquariaat Bij tij en ontij: Hoofdstraat 26, 9977 RD Kloosterburen
Telefoon: 0595 481056. Dagelijks geopend van 9.00 tot 18.00
Komt u van ver, bel eerst even!
Uitgeverij De Contrabas

Uitgeverij De Contrabas

Twitter

Zoeken

Colofon

Hoofdredactie: Chrétien Breukers. Redactie: Bart FM Droog, Joris Miedema en Jürgen Smit. Vaste medewerkers: A.H.J. Dautzenberg, Kees Klok, Hanz Mirck, Luc de Rooy, Willem Thies, Annick Vandorpe, en Abe de Vries. Reacties onder eigen naam of dichters- pseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Elders

Google Nieuws

Pagina's

Adverteren?

De Contrabas wordt meer dan 50.000 keer per maand bekeken. Wilt u ook tegen gunstige tarieven adverteren? Neem dan contact met ons op >> email. Bekijk onze advertentietarieven.

FeedCount

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005