Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Avondnieuws | Hoofdmenu | Kees Ouwens onder de filosofische loep »

23 februari 2009

Poëzie of niet, het werkt.

'De nieuwe bundel van Nachoem Wijnberg, het leven van, is de vreemdste poëziebundel die ik in tijden heb gelezen. Ik weet niet eens zeker of het wel een poëziebundel is.'>>  Ilja Leonard Pfeijffer over Nachoem  M. Wijnbergs Het leven van op NRC.

Reacties

Samuel Vriezen

"Dit is geen bundel van verzen, maar van zinnen. Als ik het zo zeg, zeg ik het verkeerd. Ook een verhalenbundel of een roman is opgebouwd uit opeenvolgende zinnen. Maar zo is dit niet. Dit is helemaal anders. Elk gedicht is een estafette van afgeronde volzinnen die op zichzelf zouden kunnen staan."

Kijk eens aan, het concept van de New Sentence bereikt Nederland.

Gert de Jager

'...zouden kunnen', maar het zeker niet doen. Even later spreekt Pfeijffer juist van 'een natuurlijke manier' waarop de zinnen elkaar opvolgen. En zelfs: 'De eerste zin van een nieuw gedicht knoopt aan bij de laatste zin van het vorige.'

Dat laatste zie ik absoluut niet. Wat ik wel zie, zijn de nodige verwijswoorden tussen de zinnen. Wat lastig is, is de coherentie van het gedicht als geheel - iets wat ook Pfeijffer vaststelt. Het heeft ook te maken met Wijnbergs volstrekt a-retorische dictie die, omdat hij je anders in slaap wiegt, een grote concentratie vergt.

Het concept van de New Sentence gaat uit, voor zover ik het heb begrepen, van het volstrekt ontbreken van logische relaties tussen de volzinnen. Die worden volledig overgelaten aan de creativiteit van de lezer. Zo ver gaat Wijnberg niet.

Overigens weet ik wel zeker dat 'het leven van' een volbloed dichtbundel is. Gedichten zonder 'cantante middelen' komen we wel vaker tegen. Het enige wat ontbreekt is een procedé dat bij de afwezigheid van die middelen vrijwel altijd aanwezig is: het enjambement. 'het leven van' is in formeel opzicht bijzonder vanwege de - meestal lange - volzin die hier gepresenteerd wordt als volstrekt identiek met de versregel. Die versregels zijn doorgaans langer dan de bladspiegel kan verdragen en daardoor lijken ze vaak op minialinea’s.

Dat was de vorm, voor zover die los gezien kan worden van de inhoud. Mooie regel, een gedichttitel zelfs: 'Mijn vader zegt dat het verstandig is om iets te doen waarin het niet erg is om middelmatig te zijn, zoals waarin ik professor ben.' En zo is er meer.

Gert de Jager

Drie keer 'volstrekt', een keer 'volledig' en dan nog 'volbloed'. Zal door al die volzinnen komen.

Gert de Jager

‘het leven van’- het leven van wie? Van een ikfiguur tussen aankomst en vertrek, zegt Pfeijffer, die met de middelen van de logica de wanhoop probeert te bezweren.

Die ikfiguur krijgt in de laatste gedichten van de bundel, misschien wel juist in het gedicht waarvan ik de titel citeerde, trekken van de auteursnaam die op de kaft staat. Dat gedicht mondt uit in een aangrijpende rouwklacht waarin de ikfiguur zich de dood van de vader voorstelt. Daarvoor is sprake geweest van joodse grootouders en een oom die niet is teruggekomen.
Meer dan een estafette van stellingen lijkt de bundel me een estafette van voorstellingen. Vóór die gedichten waarin het lyrisch subject een autobiografisch subject lijkt te worden, is de ikfiguur een dorpsbewoner in de bergen, een loonslaaf met een ‘baas’, tweeëntwintig, iemand in de Russische winter, een oude Romein, een reizende muzikant, iemand die op straat wil neuken, een bemiddelaar tussen gouden horloges verkopende sjacheraars enz. Het eerste gedicht heeft als titel ‘Het leven van Kant, van Hegel’ en de ikfiguur probeert zich daar ‘drie of vier’dagen uit voor te stellen.
De twee laatste gedichten zijn lange, filosofisch getinte bespiegelingen. ‘Waar ik ben bang voor ben en wat ik ook zou willen hebben’ heet het voorlaatste. In veel gedichten komen toneelspelers voor, voorstellers bij uitstek. Een regel uit het voorlaatste gedicht: “Toen de toneelspeler die mijn leven speelt zijn tekst kreeg zei hij ook niet: dat is voor een kind.” En even later de slotregel: “Ik ben hier niet om te leven, maar om dag te zeggen tegen een paar vrienden.” Dat deze regels hard aankomen, heeft te maken met de kracht van die regels zelf, maar ook met de hele compositie van de bundel waaraan toch echt tekort wordt gedaan door hem te zien als een estafette van moeizaam functionerende logische stellingen.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...