H.C. ten Berge – Hollandse Sermoenen
Toen Ten Berge in 2006 de P.C.Hooftprijs kreeg uitgereikt, roemde Anton Korteweg zijn ‘vasthoudendheid aan zijn eigen poëtische opvattingen, waardoor hij geen heel grote populariteit verwierf, maar wel een groot oeuvre opbouwde.’ Op dat moment was geen van zijn boeken nog in druk. Ook de ijlings herdrukte titels vonden nauwelijks aftrek. Ten Berge is het schoolvoorbeeld geworden van de kloof tussen intellect en het publiek.
Ronald Giphart zette hem in zijn Planeet literatuur weg als iemand die leeft van subsidies en bespot hem (toen hij geen beurs kreeg ‘rezen de haren hachee ten berge’). Toch is dat alles niet te verwijten aan de auteur, die soms gefrustreerd is maar zeker niet het contact met de wereld verloor. Zijn nieuwe bundel opent met een programmatisch gedicht waarin hij onder ander zichzelf toespreekt:
‘Aaah! / Zing! / Of verhang je! (...) Slik weg / de weerzin, stil / de pijn (...) laat je gedachten / onzichtbaar vertakken. (...) Zie alles aan, breek nog niet. / Leg een kordon van woorden om het heden. / Schreeuw!/ Barst los / in onbe- /schaamd / gelach.’
Toch is hij niet cynisch, eerder zoekt hij een manier om met de wereld om te gaan: ‘Wat je ten diepste raakt / is dat je alles wilt en niets vermag.’ Het ontbreekt hem dus niet aan zelfkennis. Hij staat middenin de wereld.
Erik Jan Harmens verzuchtte in Awater: 'Waar slaat het op dat de hele opkomst van de Islam nauwelijks in poëzie voorkomt?’ Welnu: lees Hollandse sermoenen: van geen andere godsdienst zijn de preken zo vaak in het nieuws als de islamitische. Dit eerste gedicht is zelfs ‘zweepvorming’, met gemene driekhoekige haakjes aan het eind. Het zweept je ook op, om de Westerse holle wereld aan te vallen: ‘ondermijn / de venijnige macht van bankierende /wormen, zaai paniek onder de wezels / & jakhalzen van de beurs.’ Let wel: dit werd geschreven voor de crisis intrad.
Zoals altijd vermengt Ten Berge het persoonlijke met de grote mythen. Hij neemt niet de standpunten van de islam over maar wel de kern van hun visie en de stijl van de Koran: ‘Tackle en striem de kracht / die niet verenigt maar uniformeert. (…) Verpulver / gehuichel.’ Tegelijk zie je hoe hij moderne voetbaltermen mixt met deze uitgangspunten. Universeel, humoristisch en vitaal. Ook verderop in de bundel is dat goed te zien, bijvoorbeeld in ‘Briefsermoen voor dolend grasvolk & kaninefaten’: ‘mijn woord is als woestijnzand / dat u in de ogen stuift. (…) Ik ben de noodzakelijke boetpredikant. (…) Ik ben de uitbater van mijn lijf, / de renegaat met de verbloede / en weer opgelapte geest. // Ik mergel mij voor allen uit / maar word beschamperd en gehaat.’ Kijk, hier komen de auteur die geen bestseller kreeg en de gastarbeider samen.
Eén van de eerste dingen die je leert op schrijverscursussen is dat je niet moet gaan preken. Ten Berge neemt die handschoen op en toont ons hoe fantasievol, modern en hilarisch het ook kan. Ook op metaniveau is hij zeer zelfbewust, zoals in het ‘Afgebroken sermoen’: ‘Wie zijn denkbeelden in morsig taalvel steekt, / tuimelt in het graf van de gefnuikte zinnen. // Dit sermoen neemt nooit een einde. /Dit gedicht komt niet meer af –‘ waarbij duidelijk moge zijn dat de auteur dus niet in die val trapt en er voor kiest te vluchten. Eigenlijk zou ik de hele bundel wel willen citeren om te laten zien hoe sterk alle sermoenen zijn.
Verderop in de bundel vinden we lucht na alle preken, in ‘Impressies en observaties’ van reizen die de auteur maakte. Ook een haiku-achtig gedicht over een pad ‘in een wielspoor / vol water. (...) maar dan is hij monter op weg / naar een volgend gevaar’ – de zelfspot in een zelfportret. De bundel eindigt met een ‘Lofzang op mijn oude schoenen’: ‘de luchtgeveerde /stappers die ik Nikè noem / maar in de volksmond Naikie heten. Jawel, hier is de kloof tussen intellectueel die zijn klassieken kent en het grote publiek weer voelbaar. Ten Berge is op zijn scherpst wanneer hij op die grens balanseert en provoceert. Van zijn zwakte maakt hij zijn sterke punt. Zo gaat hij door: ‘Zolen onverslijtbaar, / veters nooit geknapt, / zijn ze voor eeuwig / aan elkaar en mij verknocht.’ Hollandser kan het bijna niet: een topdichter, slechts gesteund door een paar stinkende gympies.
© Hanz Mirck
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
mooi, ik krijg er zin in
Geplaatst door: Alexis de Roode | 25-2-09 om 23:00
Lees ook zijn Texaanse Elegieën (1983).
Geplaatst door: hans kloos | 26-2-09 om 12:53
Lees zijn verzameld werk (Materia prima, 1993)en al wat daar na gekomen is!
Geplaatst door: Wim van Til | 26-2-09 om 16:16
Happiness is a cigar called Hamlet
Geplaatst door: Onno K | 26-2-09 om 21:22
Heerlijk Helder H punt C
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 26-2-09 om 21:42
"De jaren in Zeedorp" (proza uit 1998, met handtekening), onvervalste romantiek, ook met Moortgat.
Geplaatst door: Hubert Voorhoeve | 2-9-10 om 15:28