Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Lux Interior (1946 - 2009) | Hoofdmenu | Snoek, Boon, meester Vinkenoog... »

06 februari 2009

Mirck over Andriessen

Over Mischa Andriessen – Uitzien met D

Het debuut van Andriessen wordt gesierd door een tijger. D blijkt dan ook de explosieve vriend van de ik in de bundel te zijn, en wij lezers zijn getuige van het verloren gaan van hun vrienschap.

In kleine miniaturen krijgen we inzicht in hun wereld. Daarin gebeurt aanvankelijk niet veel – ze brengen een zomer door op een balkon. Andriessen probeert te laten zien wat er gebeurt als er niks gebeurt: ze spreken bijvoorbeeld (in het eerste, programmatische gedicht) over hoe ze samen zouden autorijden als ze een afspraak hadden waar ze niet onderuit konden en dat bruut op elkaar kankeren dan het rijden interessanter maakt.

En dat D nog dit jaar zijn rijbewijs zal halen. Beetje flauw maar het gaat wel over iets wat nog bestaat. Dat samen niks doen brengt een spanning teweeg. Ze praten over hun verlangens. Maar D blijkt een type met een kort lontje: ‘D slaat woest de bladzijde om. / Een snipper plakt als snot aan zijn lippen.’

De ik bespot hem soms, beziet hem soms liefdevol: ‘D die voorover hangt alsof / de sax gevuld is met iets zwaars. / Hij is naakt. Bleekroze aas.’ De ik beziet de wereld onder het balkon en ook D van een afstandje. Maar toch is er een spanning. Is D een geliefde of een vriend? Nergens staat dat, maar hoe zie je anders een naakte prooi?

Maar D vraagt of het morbide is te verlangen naar je eigen ondergang, de ik dreigt D over ballustrade te gooien (maar begrijpt dat, vanaf een afstand naar zichzelf kijkend, nauwelijks, en denkt alvast aan straks). Ze lijken te vechten – D zit met een pluk rood haar van de ik in zijn hand en slikt. Dan wil D ‘eens naar bed met een ander / vooruitzicht’.

Langzaam bloedt hun verhouding, wat dat dan ook is, dood. Hun uitzicht, zo besluit het betreffende gedicht, is een ravage. Tenslotte zetten ze er een punt achter:

‘Zoals dat gaat in films. / Een mes dat natrilt in de tafel./ De brief, gerold rond het heft.’

Maar de afstand blijft: ‘Links slaat nu met zijn vuist op tafel. (...) Allemachtig ,wat een gebaar! Wat een geweldenaar! (...) Dit mag met recht een verwijdering heten. Nog steeds gebeurt er feitelijk niks, want het gedicht heet ‘Het zwijgen’. De bundel eindigt met het gedicht zomertijd: ‘Iets moet er gebeuren; (...) Iets onderwachts. Een terugval in de tijd (...) een zomer met D, die zich uitstrekt.’

Merk op dat D hier samenvalt met de zomer. Met de loomheid van deze zomer vol nietsdoen. Vol fantaseren. D, die zonder een punt achter zijn innitiaal doet denken aan de smiley van een glimlach. Heeft de ik D verzonnen?

(En is de ik wel Mischa Andriessen? Of is de ik een vrouw?) Alles wat er gebeurt in deze bundel die zich ontvouwt in miniaturen die op het snijvlak tussen proza en poëzie staan, gebeurt tegelijkertijd niet.

Het beeld van de ravage die de tuin is, als hun verhouding kapotverveeld is, is geen expressionistisch beeld. Alles wat er gebeurt, is in reflectie op dat uitzicht. Het uizicht is niet alleen mét D, het lijkt hem ook te maken. Een op zijn kop voor de flat achtergelaten rolstoel is een grap die samen met D is bedacht? Wellicht is het wel andersom, heeft de ik D bij de grap bedacht. Dat is misschien wel de relatie tussen het uitzicht en D.

Wat ik sterk vind aan deze miniaturen is dat de spanning van de suggestie de thematiek lijkt te zijn. Op zichzelf zijn de gedichten geen taaljuweeltjes, staan er flauwe grappen in, slappe enjambementen. Andriessens redacteur had die motto’s te pas en te onpas moeten schrappen. Maar samen zijn de gedichten een geheel, in stijl, in thematiek, in het de lezer laten ervaren wat fantasie is. Aan het eind, als je snapt dat dit alles had kunnen gebeuren, als je ziet hoe je de fantasie hebt meebeleefd, zie je hoe vakkundig Andriessen dat heeft neergezet. Ik ben erg benieuwd naar zijn romandebuut.

© Hanz Mirck

Reacties

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...