Na "de vuile dichtersoorlog" was het afgelopen dagen tijd voor een conferentie, tijdens welke de poëtische gebiedsdelen werden verdeeld. Samuel Vriezen was erbij, en geeft ons een inkijk in de notulen:
Jalta, februari 1945. STALIN, CHURCHILL en ROOSEVELT overleggen over de machtsverhoudingen in Europa na de oorlog. Onverwacht wordt de stemming filosofisch.
STALIN: De Nederlandse poëzie is het, die dit in alle schakeringen van inhoud en vorm, in alle gradaties van hartstocht tot sereniteit, van eenvoud tot raffinement, van natuurbeschouwing tot mysticisme, weergaloos in de moderne tijd heeft gegeven: een gebouw zonder deur op de begane grond.
CHURCHILL: De Nederlandse poëzie is voornamelijk een woord-poëzie of gewoon heel erg banaal. Spaarlampenpoëzie!
STALIN: De Nederlandse poëzie is hiermee zeer verrijkt.
CHURCHILL: De Nederlandse poëzie is gewoon in hoge mate een voorloper m.b.t. de wereldpoëzie omdat deze afgelopen eeuw al voor 95% uit flarfgedichten bestond: verreweg superieur aan alles wat er in het buitenland gebeurt. De Nederlandse poëzie is veelzijdig en veelstemmig: een kippenhok, met een flinke overproductie. De Nederlandse poëzie is een zo algemeen en onhandelbaar begrip, dat men er eigenlijk slechts bij feestelijke gelegenheden iets mee kan uitrichten zonder het nader bepaald te hebben.
ROOSEVELT: De Nederlandse poëzie is te braaf en te voorzichtig.
CHURCHILL: De Nederlandse poëzie is heel ontmoedigend.
STALIN: De Nederlandse poëzie is de afgelopen vijftien jaar zo krachtig ontzuild dat er tegenwoordig bijna evenveel stromingen, kunstopvattingen en genres zijn als dichters. Ze is meer gebaseerd op concrete waarneming en werkelijkheid om je heen, het fysiek van de dingen, onsentimenteel en meer verbonden met indringende ervaringen. De Nederlandse poëzie is in topvorm. Onomkeerbaar. Maar wel in hoog tempo aan het verknekelen.
ROOSEVELT:
De Nederlandse poëzie is in de afgelopen twintig jaar niet door één
beweging of stroming bepaald. Ze is doodgelopen, midden in de oorlog
doodgelopen.
STALIN:
De Nederlandse poëzie is gebeurd: te moeilijk. Wel dus een succes en
dat is mooi, al is het alleen maar omdat er zoveel verrassingen in
staan.
ROOSEVELT: De Nederlandse poëzie is niet meer of minder boeiend dan de Griekse maar anders van aard. Ze is bont en ik beschouw dat als een teken van haar vitaliteit; hoewel ze slecht is in het dagelijkse gebruik is ze groot, hoog en heeft ze overal deuren, vensters en doorkijkjes; ze is in dat opzicht op zijn best een bakkie troost.
CHURCHILL:
De Nederlandse poëzie is metrisch, wat wil zeggen dat er een
regelmatige afwisseling is van beklemtoonde en onbeklemtoonde
lettergrepen. Ze is ziek: ze lijdt aan anorexia. De Nederlandse
poëzie is nog uiterst schimmig en fragmentarisch.
ROOSEVELT:
De Nederlandse poëzie is rijk, een uitgestrekte weide met zeeën
bloemen met onbekende namen. Maar de Nederlandse poëzie is dood
omdat de mensen geen gedichten meer lezen.
Het is even stil. Dan verdeelt men Duitsland.
Peter Knipmeijer
Peter Drehmanns
Nanne Nauta
Eelke van Es
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Veldheren,
manschappen en
tomtom's.
Stug door
in de polder.
De stamtafel
brult.
'Nog één!'
Geplaatst door: der peter | 1-2-09 om 14:54