Maarten Inghels debuteerde recent met Tumult, het zeventiende deel in de Sandwich-reeks onder redactie van Gerrit Komrij. Eerder schreef hij poëzie, columns en korte verhalen voor tijdschriften als De Brakke Hond, Club Propaganda, Op Ruwe Planken en Met Andere Zinnen en werd net genomineerd voor de Meander Dichtersprijs 2009. Hij is coördinator van de Eenzame Uitvaart in Antwerpen en werkt als redactielid bij literair productiehuis KRAAI.
(1) Wat is uw favoriete gedicht uit deze bundel?
Vooral 's nachts blijf ik dezelfde
Vooral ’s nachts blijf ik
dezelfde maar dan banger.
Niet van de bliksem die in mij
liefde likt, niet van haar
dijbreuk of mijn gezicht dat
zich verslikt; de donder draagt
toch mijn huid vannacht.
Vooral ’s nachts word ik
banger van wat langer duurt;
langer dan haar eerste ochtend
zucht. Ik loop de nacht
zijn kantjes af, wachtend tot
haar armen scharen zijn die
openwaaien, zij mijn naam roept.
Bij wijze van slaapgebed wacht
ik angstig de ochtend af, voor
als ik kosteloos wakker raak,
wat het zal zijn; weer een dag
met haar, als elke dag wat langer
wordt.
(2) Vertel wat u over deze bundel kwijt wilt, in maximaal 200 woorden die niet op de flaptekst mogen voorkomen.
Een voordeel aan de Sandwich-reeks is dat deze geen flapteksten of auteursfoto’s kent. Zo hoefde ik niet te denken aan een opgesmukte biografie of foto van mijn olijk hoofd. Tumult betekent zoveel als lawaai en opschudding, in de bundel gekenmerkt door de woekerende onrust. Dit wordt nog het best verwoord door Willem Claassen in Op Ruwe Planken: “Het draait bij Inghels vooral om innerlijke conflicten die herkenbaar zijn voor ieder mens. Hij benoemt de situatie en zoekt vanuit dat beeld naar troost, naar rust, naar iets wat er nog niet is. Daarmee is Tumult een bundeling van persoonlijke onrust. Met deze overkoepelende, maar zeker niet alles beperkende, thematiek is het niet vreemd dat Tumult veel liefdesgedichten bevat. Een goede keuze, want de liefde haalt het beste de lyrische Inghels naar boven. Hieruit blijkt dat hij zijn stem heeft gevonden. Een stem die toegankelijk is maar toch telkens weer aangenaam verrast. (...) Inghels is geen abstracte taalvernieuwer, maar iemand die zijn eigen idioom heeft gevonden in de bestaande poëzie. Hij weet dondersgoed van wie hij het nageslacht is. Hij is een vakman die doet wat hij moet doen; zijn publiek in ontroering brengen.”
(3) Welke dichters (of dichter) behoorde(n) bij het schrijven van deze bundel tot uw inspiratiebronnen? Op welke wijze?
Tumult kent twee delen, elk deel wordt ingeleid door een citaat van Bram Vermeulen of Thé Lau. Twee zangers die in de eerste plaats tekstschrijvers zijn en daarna muzikanten, zangers, geliefden, twijfelaars of mannen. Geen man wist bijvoorbeeld beter dan Bram Vermeulen het mannenhart te omschrijven in ‘Jongenshart’ (“Dat rilt van dwaze liefde/dat huilt van nooit meer wachten/...”). De bundel opent echter met “Het is weer wennen/aan mijn eigen leven”, iets wat ik elke dag doe. Thé Lau opent op zijn beurt het deel dat voornamelijk liefdesgedichten bevat met; “Blauw, blauw, blauw/ keer ik terug naar jou.” Twee citaten als een voorbode voor wat komen zal.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties