Zaterdag 24 januari (om 20:00 uur) is de voorstelling van de nieuwe dichtbundel van Bart Stouten, Een boek van tijd (te verschijnen bij Uitgeverij P). Plaats van handeling is galerie De Zwarte Panter,
Hoogstraat 70 in Antwerpen. Iedereen is welkom. Er is muziek via de barokluit te beluisteren (gespeeld door Floris de
Rycker), er zijn
schilderijen van Hugo Heyrman vol "city life and body language" te bewonderen, en er is de obligate receptie natuurlijk - waarom het iedereen
terecht te doen is. Johan van Cauwenberge leidt de bundel echter eerst in, en uitgever Leo Peeraer is vanzelfsprekend in eigen
indrukwekkend persoon aanwezig. Hieronder een ultrakort interview én een gedicht.
(1) Wat is uw favoriete gedicht uit deze
bundel?
Monorail
Hoe veilig is een monorail
in het oog
van de storm?
vraag je je af, en herinnert je
dat de Italianen voor
Mussolini stemden,
omdat zijn treinen altijd stipt op tijd vertrokken.
Je
zoeft door de lucht, hartstochtelijk vrijgevig
als een neutronenster in haar
finale
pirouette van licht, om de afstand
tussen twee vluchten te
overbruggen:
van Terminal One naar Terminal Two
en weer terug, vijf maal
dezelfde geisha
met een opgespannen glimlach
die geen zweem van herkenning
lost.
Al stapte haar eigen alter ego in.
Onderweg, in een kodo van
regen
en gierende wind, staan vijf van je verledens
samengetroept om je te
begluren
in een bushokje langs een drukke rijweg:
ze herkennen je toekomst
niet,
maar staren verwonderd naar dit spoor
van verveling in de lucht. Ook
brandend lijden
hoort bij hun leeftijd, en de storm
van een liefde die nog
komen moest.
Een oude man zonder tanden –
hij houdt zich staande
in
een kleine aardbeving
van gutturalen en labialen –
vertelt je dat je
Japan
nooit begrijpen zal,
hoe hard je ook probeert,
waar je ook
zoekt.
Op de achtergrond,
verstrengeld in elkaar,
als lichamen in
een orgie:
autowegen en viaducten.
(2) Vertel wat u over deze
bundel kwijt wilt, in maximaal 200 woorden die niet op de flaptekst mogen
voorkomen.
De 'epifanie' van deze bundel ervoer ik tijdens een wandeling door een museum met doeken (geschilderde jaartallen) van On Kawara. Ik genoot intens van de ademende ruimte. Die ruimte was ook evoluerende tijd: de dag vorderde, maar ik hield toch ook alle doeken tegelijk in mijn gezichtsveld. Zo ontstond de idee van een bundel waarin elk jaar van mijn leven picturaal aantrekkelijk zou worden. Een bundel die me zou moeten toelaten eens en voor altijd dat verleden, waarmee ik nu dankzij mijn eerdere poëzie in vrede leef, als een boek te 'sluiten'. Ik wil me bevrijden van de nostalgische terugblik, nu ik intuïtief aanvoel dat een nieuwe fase is aangebroken in mijn dichterschap. Net zoals in een museum is er 'spot'-licht dat de jaren verlevendigt. De lezer volgt de evolutie van mijn bewustzijn via de 'faits divers' van de tijd, waarin zich beelden verstoppen die jaren later weerkeren. De jaren dialogeren met elkaar en suggereren aan het slot, visionair, een toekomst die over ettelijke pagina's doorloopt als één groot gedicht. Zo ook begint de bundel: met de niet-herinnerde eerste levensjaren, die vormelijk en inhoudelijk contact aanknopen met de niet-gerealiseerde toekomst.
(3) Welke dichters
(of dichter) behoorde(n) bij het schrijven van deze bundel tot uw
inspiratiebronnen? Op welke wijze?
Ik heb tijdens de conceptie van deze
bundel vaak gedacht aan de verzen van een dichter uit Granada die ik persoonlijk
heb ontmoet, Luis Garcia Montero. Zijn gedicht 'Life vest under your seat',
waarin hij de stem van de stewardess laat reageren op het vermoeide geweten van
een passagier. Luchthavens en transatlantische vluchten spelen een grote rol in
mijn verzen, omdat ze het idee van een nomansland of emotioneel vacuum
aanreiken. Voor de twee langere gedichten waarmee de bundel opent en eindigt
speelde de Australische Jennifer Maiden een belangrijke rol -- haar toevallig in
Brisbane ontdekt 'Friendly Fire', waarin ze haast letterlijk onmiddellijk
reageert op de gebeurtenissen van 9/11 in New York. Voor de anti-kapitalistische
ondertoon en voor heel de Japanse 'sfeer' van mijn bundel was regisseur (en ook
dichter) Sono Sion een grote inspiratiebron. In de late namiddag van 1993
bezette hij samen met twintig sympathisanten met vlaggen, vuurwerk en megafoons
een van de drukste kruispunten van Tokio. Ze scandeerden op vlaggen gekladderde
gedichten en brulden vooral de kreet 'gagagagaga'. Ik heb, vanuit diezelfde
dadaïstische mindset, letterlijk Japanse hiragana-tekens ingelast.
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
graag had ikhet persoonlijk mailadres van bart stouten
Geplaatst door: joz. lebruyn | 3-2-10 om 23:09