Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Oosterhoff, Polet en Verhelst winnaars van de Gedichtendagprijzen 2009 | Hoofdmenu | Interview met Hagar Peeters »

10 januari 2009

Codekrakers Van Gogh, Peeters en Heytze

"Eind jaren negentig manifesteerden Ingmar Heytze, Ruben van Gogh en Hagar Peeters zich als ambitieus dichttalent op podia en in een prikkelende bloemlezing. Is de belofte vervuld?"

"Van Gogh, Peeters en Heytze hebben het in zich goede, ongecodeerde poëzie te schrijven en die sprong naar de sterren echt te maken. Van hen is Ruben van Gogh het verst verwijderd van dat ideaal. In zijn laatste twee dichtbundels koos hij voor een visueel gewelddadige vormgeving."

"Hagar Peeters is net als Van Gogh een nieuwe weg ingeslagen. Haar Koffers Zeelucht (2003) toonde dat ze zich sterk had ontwikkeld na haar debuut. In plaats van nog een stap te zetten in dezelfde richting kreeg ze behoefte aan poëzie die meer sociaal-maatschappelijke betrokkenheid uitdrukte. Die wens resulteerde in het onlangs verschenen Loper van licht, waarin ze zichzelf opnieuw uitvindt. De toon is minder vlinderend, studieuzer. In het slotgedicht 'Hagars aspiraties', eerder verschenen als column in de Volkskrant, laat ze merken dat ze zich graag in de traditie ziet staan - die traditie van oude dichters. Misschien kan de verkiezing van de Dichter des Vaderlands daar een rol in spelen."

"Anders moet de sprong naar het grote publiek worden gemaakt door Ingmar Heytze, die steeds heeft vastgehouden aan zijn stijl. De tekenen waren gunstig. Populariteit is bijvoorbeeld ook, hoe je het ook wendt of keert: op tv komen. Welke dichter kon in 2008 zijn nieuwe bundel op tv onder de aandacht brengen? Heytze zat er, bij de De wereld draait door, en slaagde er zelfs in twee gedichten voor te dragen."

Uit 'Codekrakers. Heytze - Peeters - Van Gogh 10 jaar later', van Ron Rijghard verschenen op 9-1 in NRC Cultureel Supplement en in pdf-vorm te lezen op het blog van Ingmar Heytze.

Reacties

Chrétien Breukers

Een hermetisch stuk van Rijghard, en niet echt een journalistiek hoogtepunt in zijn oeuvre. Heel... intrigerend vind ik deze zin:

"In het slotgedicht 'Hagars aspiraties', eerder verschenen als column in de Volkskrant, laat ze merken dat ze zich graag in de traditie ziet staan - die traditie van oude dichters. Misschien kan de verkiezing van de Dichter des Vaderlands daar een rol in spelen."

Hoe zou een verkiezing iemand in een traditie kunnen zetten?

Cath Blaauwendraad

Ben ik de enige die de term 'ongecodeerde poëzie' niet kent? Wat is dat precies?

Maarten Das

Ik neem aan dat daarmee 'what you see is what you get' bedoeld wordt.

RHCdG

Ja, en meestal is dat niet het geval, waarmee het idee ('ongecodeerde poëzie') een fictie is, en een synoniem voor andere ficties als 'natuurlijk', 'verstaanbaar', 'toegankelijk', en dergelijke.

Chrétien Breukers

"Gevaarlijk", "verontrustend", "experimenteel"...

Cath Blaauwendraad

Dus de poëzie waar zij zich tegen afzetten is 'gecodeerde poëzie' - dat klinkt als iets ontcijferbaars, iets oplosbaars, een soort kryptogram.

Dichtbundels als puzzelboekjes - met de juiste sleutel net zo wysiwyg als wysiwyg-poëzie.

Kan me niet herinneren dat daar ooit sprake van is geweest, al zal het literatuuronderwijs op middelbare scholen dit misverstand in de hand gewerkt hebben.

Victor Schiferli

Ik kan me herinneren dat we in de vroege jaren tachtig op de middelbare school gedichten voorgeschoteld kregen als, inderdaad, een soort cryptogrammen waarvoor de enig juiste oplossing bij de leraar bekend was. Maar ja, toen werd er op school nog wel eens aandacht besteed aan poëzie, en dat is tegenwoordig zelden nog het geval.

RHCdG

Chrétien,
De voorbeelden die je geeft zijn clichés, en dat geldt voor de voorbeelden die ik gaf ook, maar waar ik op doelde is Rijghards suggestie dat er ervaringen zijn die zonder kleerscheuren in een gedicht kunnen worden overgebracht; zulke gedichten zijn dan 'natuurlijk', 'verstaanbaar', 'toegankelijk', etc. Dat kan uiteraard alleen wanneer de vorm van de tekst in kwestie (het gedicht) geen rol van betekenis speelt (of spelen mag). Maar zulke gedichten bestaan niet, omdat de vorm van het gedicht uiteraard wel degelijk een rol speelt, en wel de belangrijkste.

Adriaan Krabbendam

Ja, het ging in één moeite door, eerst taalkundig ontleden - ik háátte het - dan redekundig ontleden - héérlijk - en dan poëzie, tot op de bodem, ontrafelen, ontsluieren, ontleden die hap. Het land van ooit. En op een dag kwam Lucebert op de snijtafel. Gewoon allemaal op school.

Gert de Jager

Hoe weet je dat, Victor? Onderzoek gedaan?

Ik ken nogal wat leraren op nogal wat middelbare scholen die met nogal wat vuur en passie poëzie behandelen in hun lessen. Tegen de klippen op, soms. Ooit zijn ze Nederlands gaan studeren vanwege een hartstocht voor literatuur.

Een van de zaken die docenten nogal eens willen demotiveren, is het achteloze gemak waarmee dit soort algemene uitspraken worden gedaan. Een veronderstelde teloorgang van het een of ander wordt automatisch geweten aan een achteruitgang in het onderwijs. Vervolgens stopt het denken.

Voor straf tien keer Man & Dolphin van Faverey overschrijven, Victor. Behandel ik al in de eerste.

RHCdG

Catharina,
Het gaat bij 'gecodeerde poëzie' niet zozeer om een sleutel waarmee de code kan worden gekraakt - sommige codes kunnen niet worden gekraakt - als wel om het besef dat teksten, en dus ook gedichten, altijd in een bepaald verband staan: een taal, een medium, een maatschappelijke orde, een typografische vorm, een tijd, een plaats, en dat zowel ten aanzien van het schrijven als het lezen ervan. De wereld van vandaag en gisteren en morgen is zo ingewikkeld dat er bij de oude toverspreuk 'abacadabra' helaas niets meer op zijn plaats valt. En daarom moeten wij coderen (en niet doen alsof we dat niet doen).

Gert de Jager

wordt gedaan. Krijg je met zo'n klein vensterje.

Tsead Bruinja

Beste Gert de Jager,

Volgens mij bedoelt Victort niet dat er geen enkele leraar meer is die iets aan poëzie doet.

Bij workshops op scholen merk ik de ene keer dat de leerlingen prima op de hoogte zijn en de andere keer hebben ze van de hele poëzie totaal geen kaas gegeten.

Mijn leraar Nederlands in Buitenpost las bijvoorbeeld liever Fantasy dan dat hij ooit een literaire roman tot zich nam.

Aan die leraren die zich wel inzetten voor de poëzie mag je mijn naam doorgeven. Ik kom graag eens bij hun langs om een workshop te geven.

Hartelijks,

Tsead

Victor Schiferli

Ik bedoelde zeer zeker niet dat er geen leraren zouden zijn die iets aan poëzie doen, en dat heb ik ook niet gezegd. Lang leve leraren die daar iets aan doen!
Ik dacht aan de nivellering van het literatuuronderwijs die al langer van de gang is maar sinds de invoering van het studiehuis een vlucht heeft genomen. Iets beleidsmatigs dus, wat van overheidswege komt dus, en niet van het literatuurminnende individu.
Studie in academische zin heb ik niet gedaan, wel de afgelopen jaren de krant gelezen met veel artikelen hierover, bv. van Cyrille Offermans en Aleid Truijens.

Cath Blaauwendraad

Beste RHCdG: de door jou geschetste opvatting van een poëtische code was mij ook bekend, maar die kun je natuurlijk niet 'kraken'; je kunt hooguit nieuwe criteria aan de code toevoegen. In die zin is kunst in het algemeen en poëzie in het bijzonder natuurlijk nooit ongecodeerd.

Maar ik kreeg niet de indruk dat Rijhgard het over een genrecode als zodanig had, eerder over die geheime sleutel die een elite zou bezitten en doorgeven en onthouden aan het grotere publiek waar Van Gogh, Peeters en Heytze volgens hem voor schrijven.

Cath Blaauwendraad

Pardon, Rijghard. En een komma na 'doorgeven'. Oma wordt langzaam wakker.

Hans Smit

Misschien moet ik me er niet tegenaan bemoeien, maar ik bedacht zonet aan het ontbijt dat 'ongecodeerde poëzie' iets zou kunnen betekenen als 'poëzie die (ook) kan worden gelezen door mensen die de code niet kennen', waarbij 'code' zou kunnen staan voor 'alle eigenschappen van een gedicht die uitsluitend verwijzen naar de poëzie en niet naar de wereld'.

Ik denk namelijk dat veel niet-ervaren lezers moeite hebben met hedendaagse poëzie omdat ze moeite hebben met het autonome karakter van veel van die hedendaagse poëzie. Vergelijk het met beeldende kunst: er zijn relatief weinig mensen die op slag verliefd worden op 'Zwart Vierkant' van Malevich. De meeste kijkers moeten toch eerst minstens langs het realisme, magisch-realisme, impressionisme en expressionisme voordat ze aan de meer op de kunst betrokken stromingen kunenn toekomen. Let wel: niet omdat die 'stromingen voor beginners' GEEN code zouden bevatten. RHCdG wijst ons er terecht op dat we niet moeten doen alsof we niet coderen, want ongecodeerde kunst bestaat niet (zelfs in het zeldzame geval dat de kunstenaar dat zelf niet heeft gedaan (zoals je bijvoorbeeld zou kunnen betogen bij het Palais Ideal van de postbode Ferdinand Cheval, dat wel wordt beschouwd als een voorbeeld van naïeve architectuur omdat de postbode, zonder enige bouwkundige kennis of al te duidelijk plan, gewoon op eigen houtje een paleis van stenen heeft gebouwd) komt er later wel iemand anders die dat later voor hem doet). De term 'ongecodeerde poëzie' is vanuit die zienswijze inderdaad niet houdbaar.

Waar het me in dit te zeer uitdijende betoog om gaat is dat (bijna) elk gedicht beide eigenschappen bevat: een zekere mate van verwijzen naar de poëzie zelf en een zekere mate van verwijzen naar de werkelijkheid. Ik heb de indruk dat 'Het grote publiek' (wat dat dan ook is) in eerste instantie liever gedichten leest waarin de verwijzingen naar de poëzie niet te veel in de weg zitten van de verwijzing naar de werkelijkheid. Ik denk dat veel mensen in eerste instantie zichzelf willen herkennen in een gedicht, en er pas later van gaan genieten als ze gedichten lezen die een beroep doen op bijvoorbeeld literaire kennis. Ik heb, zoals vaker gezegd, altijd het idee gekoesterd dat veel meer mensen zouden kunnen genieten van alles wat het Huis van de Poëzie te bieden heeft, maar dat er ook wat mensen bij de deur moeten staan om ze binnen te laten.

Het is glad ijs, ik geef het direct toe. En dun. Maar ik wou het toch eens opgooien.

Gert de Jager

Het probleem met het literatuuronderwijs is dat 'het' niet bestaat. Wat dat betreft heeft Tsaed volkomen gelijk. Het studiehuis wordt op veel scholen net zo snel weer opgegeven als het werd ingevoerd.

In het huisblaadje van NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, werd onlangs Gillis Dorleijn, hoogleraar moderne Nederlandse Letterkunde in Groningen, geïnterviewd. Ik citeer:

- Hoe staat het met het literatuuronderwijs in Nederland?

- Het literatuuronderwijs in Nederland is erg disparaat. Op sommige scholen doen ze er heel veel aan, op andere bijna niets. Er is recentelijk onderzoek gedaan waaruit heldere richtlijnen zijn te destilleren om dit ill-structured domain ten goede te veranderen.

Om dit te bereiken zijn grove vertekeningen als die van Offermans misschien noodzakelijk geweest. Maar een grove vertekening was het, die de alledaagse werkelijkheid van veel docenten en leerlingen geen recht deed. Dat er 'zelden' aandacht aan poëzie wordt besteed, is simpelweg niet waar en is ook nooit waar geweest. Tenzij je het slecht trof.

Chrétien Breukers

Mocht er nog literatuuronderwijs worden gedaan, dan is het maar te hopen dat die arme leerlingen niets te maken krijgen met Offermans.

En verder: deze discussie zou gaan over de drie gedichten die de poëziehongerige massa nu definitief over de streep moet halen... drie gedichten die heel... mooi zijn. Wat zeg ik, het zijn de beste drie gedichten van een ongewoon rijk jaar... etc.

Cath Blaauwendraad

Het punt is dat literatuuronderwijs niet op zichzelf staat. Zie de bijdrage van Krabbendam hierboven: wie zijn taal niet beheerst, kan ook de verfijningen van de poëzie niet volledig smaken.

Wie een schoolklas meeneemt naar een driesterrenrestaurant terwijl de meesten nooit verder zijn gekomen dan McDonalds, kan niet verwachten dat iedereen het bestek volgens de code weet te hanteren. Want natuurlijk hanteert de elite een code. Het niet-elitaire bestaat echter hierin, dat men ook derden leert, hoe met mes en vork te eten. En dat laten we tegenwoordig achterwege.

Op de lagere school in mijn achterbuurt krijgen kinderen Engelse les terwijl ze het Nederlands amper machtig zijn. Laten we kinderen eerst de middelen bieden om verfijning, op welk cultureel gebied dan ook, te waarderen in plaats van jonge mensen te confronteren met cultuuruitingen waar ze nog niet aan toe zijn. Dat is niet elitair.

Het is pas echt elitair om kinderen in het diepe te gooien, laten we het voorbeeld van het driesterrenrestaurant er maar weer bijhalen, en op het moment dat daar een 'food fight' uitbreekt te roepen: "Zie je wel!" – om de kinderen vervolgens de toegang permanent te ontzeggen.

Wie op basis van het huidige taalonderwijs aan literatuuronderwijs begint, vraagt om een zo’n 'food fight'.

Maarten Das

@Hans Smit:

"Ik denk dat veel mensen in eerste instantie zichzelf willen herkennen in een gedicht, en er pas later van gaan genieten als ze gedichten lezen die een beroep doen op bijvoorbeeld literaire kennis."

Ik denk dat mensen, of ze nu ervaring hebben met poëzie of niet, in eerste instantie geráákt willen worden door een gedicht. Voor herkenning lezen we tijdschriften, kijken we tv, bellen we met onze vrienden. Poëzie kan herkenning gebruiken om ons als lezer mee te nemen, maar gaat dan hopelijk wel vérder. Naar gevoel. En dat kan heel goed met vormelementen als klank, muzikaliteit, metaforen, etc.

nanne nauta

Wat een zwartgalligheid allemaal. Ik was afgelopen woensdag op een basisschool ter voorbereiding van Gedichtendag. In groep 5 (vroeger 3e klas), waren de leerlingen vertrouwd met diverse versvormen en rijmschema's. En ik weet ook zeker dat als ik komende woensdag de oogst ga ophalen, ik weer blij verrast zal zijn door wat ze geschreven hebben.

Chrétien Breukers

En nu... is het genoeg. Als gezegd: deze discussie zou gaan over de drie gedichten die de poëziehongerige massa nu definitief over de streep moet halen... drie gedichten die heel... mooi zijn. Wat zeg ik, het zijn de beste drie gedichten van een ongewoon rijk jaar... etc.

Saskia van den Heuvel

en dan te bedenken dat er in de bundel van Oosterhoff nog mooiere gedichten staan dan degene die nu geselecteerd is omwille van...ach, vul zelf maar in, wat maakt het uit.

kopen die handel!

Victor Schiferli

Eh.. deze discussie ging over 'codekrakers'. Niet over de beste drie gedichten. Maar het werd er niet overzichtelijker op, ook al vanwege het door mijzelf ingeslagen zijpad. Excuses!

Chrétien Breukers

Volgens mij was ik ook even de weg kwijt ja. Codekrakers dus. Nu ja. Ik ga even schaatsen. Extra opletten voor het wak...

Adriaan Krabbendam

Ook een min of meer ontsporende discussie kan 'de geest scherpen'.
Of mooie dingen opleveren, zoals het zinnetje van Maarten Das, dat ik aanvankelijk verkeerd las: "Naar gevoel." Of, elders, het onsterfelijke "Krijg je met zo'n klein vensterje." De poëzie van de elliptische zin.

Adriaan Krabbendam

Een behoorlijke oogst: drie van de vier zinnen waren elliptisch, en daarbinnen werden er nog eens twee geciteerd.

Saskia van den Heuvel

juist, en mijn reactie hoorde hier dan ook niet. excuses.

RHCdG

Code veronderstelt een zekere mate van onnatuur, constructie, gewildheid, context, kortom van allerlei zaken die niet vanzelfsprekend zijn. Nu is het mooie dat een bij uitstek gecodeerde tekst als een gedicht zich vooral laat kennen door klank, beeld en ritme - veel meer dan door 'inhoud' - en dat het juist die eigenschappen zijn waarmee je een directe ('natuurlijke') relatie kunt aangaan. Dan is er nog geen sprake van 'begrip', maar van iets nog veel belangrijkers: van 'denken diep in de buik' zoals Lucebert zegt, een dichter die meestal voor uitzonderlijk moeilijk en ontoegankelijk wordt versleten, maar die kinderen en ook volwassenen zonder ervaring met poëzie toch direct weet te raken, zoals ik vaak heb ervaren.

Het is allicht op latere leeftijd dat men dit vermogen om een gedicht op zijn materiële eigenschappen te waarderen verliest, wanneer men 'nijdig is of verveeld dus veel te veilig', kortom: verloren voor de poëzie. Wat moet een door boekwinkels, uitgevers, mediaconglomeraten en andere belanghebbenden georganiseerde instelling als Gedichtendag daar tegen uitrichten? Die is er niet voor de bevordering van poëzie, maar voor de verkoop van bundels.

Tenslotte gaat het bij de waardering van poëzie niet om herkenning van 'herkenbare' situaties, - men herkent tenslotte nooit zichzelf - maar om een appreciatie van de materiële waarde van letters en woorden, en met het onderwijs daarin kan men het beste maar beginnen wanneer kinderen die speciale gevoeligheid daarvoor nog niet zijn kwijtgeraakt.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...