Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Digitaal cultureel magazine De Optimist | Hoofdmenu | Bloem bloem bloem »

06 december 2008

'Welkom' van Willem Jan Otten

Elke klinker neemt hij als een boek ter hand
en tikt hem met zijn hamer aan en duwt hem
op zijn plaats en klinkt hem strak, zo klinkt het,
klenk. Soms kijkt hij op en om zich heen,
er zijn er in de hitte meer als hij,
vastberaden weigeraars van horizon,
hangers aan het geloof dat alles
wat wij weten van waarheen de weg
alleen gekend kan zijn door het te rapen
van lukrake stapels langs het rulle zand.
Waarheid, leven, klenk, en knie voor knie
legt hij de weg af die hij eigenhandig legt.

Willem Jan Otten, Stenenrapergeloof

Bovenstaand gedicht komt uit Welkom, de nieuwe bundel van Willem Jan Otten waarin "geen onderwerp de dichter vreemd is, en geen register ongebruikt is gelaten" >> lees de bespreking op NRC.

Reacties

Gert de Jager

Een enthousiaste bespreking van Arie van den Berg, die mij niet kan overtuigen. Van de drie gedichten die hij citeert is dit ‘Stenenrapersgeloof’ wat mij betreft verreweg het beste. De andere twee gaan mank aan pathetische slotverzen die gericht worden tot het opperwezen. Zonder ironie of nostalgie, liefst met enige verbetenheid, is Onze Lieve Heer voor ieder die Hem serieus neemt onverdraaglijk.

Waar is de onbevangen Otten gebleven? De dichter die in een bundel als ‘Ik zoek het hier’ een vuist kon ballen ‘met niets / dan wat hij balt erin’ en gedichten wijdde aan scheermesjes en sprekende paarden? Zo zeker als hij toen van het ‘hier’ en het ‘niets’ was, zo zeker is hij nu van ongeveer het omgekeerde. Zelfs de spanning tussen die twee gezichtspunten lijkt te ontbreken.

Chrétien Breukers

Misschien is het wel omdat Otten een bekeerling is. Die zijn altijd wat serieuzer dan de katholieken die al zo geboren zijn. Daarnaast neemt hij een aantal geloofsartikelen en dogma's heel erg serieus, iets waar een echte katholiek mild om moet glimlachen.

Gert de Jager

Geef mij maar de bekeerling Reve. In plaats van aan een verse katholiek - wat hij is, ik weet het - doet Otten mij aan een EO-gelovige denken. Vol van zijn persoonlijke band met het opperwezen. Blije blik. Af en toe verongelijkt omdat de Grote Goochelaar zijn geheimen niet wil verklappen, zelfs niet aan hem. Het verpest de sfeer niet echt.

Gert de Jager

Maar ik draaf door. Van den Berg deelt nadrukkelijk mee dat hij een van de weinige gedichten citeert waarin het opperwezen zonder humor wordt aangeroepen.

En toch, en toch. Dat gedicht ‘Stenenrapergeloof’ met de stratenmaker als ‘vastberaden weigeraar van horizon’ en ‘hanger aan het geloof enz’. Gaat het hier om de diepere betekenis van het alledaagse, zoals Van den Berg wil, met de dichter als ook zo’n lukrake stapelaar, of om een manier van doen waarvan maximaal afstand wordt genomen? Als een ware gelovige iets niet gelooft, is dat hij zelf wat beslissends te zeggen heeft omtrent weg, waarheid en leven – de zaken die aan het slot nadrukkelijk worden genoemd. Het hele recente oeuvre van Otten getuigt van één ding: dat de levensweg nu juist niet eigenhandig wordt aangelegd. Een vastberaden stratenmaker met niets in zijn blikveld dan stenen en rul zand: het moet voor een dichter die in de rest van zijn bundel gericht is op verlossing niet minder dan een nachtmerrie zijn.

RHCdG

Dag Gert,
Mag ik vragen: ben jij zelf soms zo'n ware gelovige? Kun je me zeggen wat je daaronder verstaat? Moet een ware gelovige de hem voorgetekende weg niet ook daadwerkelijk afleggen? En moet hij daartoe niet ook een zekere mate van hybris aan de dag leggen? En is die hybris niet het waarmerk en teken van dat ware geloof? Of vind jij dat een ware gelovige van zijn ware geloof alleen blijk geeft door zich willoos te laten sturen? kun je dan niet net zo goed niet geloven?

En over die 'stratenmaker met niets in zijn blikveld dan stenen en rul zand' - is dat geen beeld van een kathedralenbouwer, een vrijmetselaar, die door te bouwen en te maken zijn weg plaveit naar die verlossing die hij zoekt, en zo een beeld nalaat van voornoemde hybris?

Slotvraag: als Otten meent, zoals jij meent, dat hij zijn levensweg niet eigenhandig aanlegt, waarom dicht hij dan, bundel na bundel?

Koenraad Goudeseune

Dat ultramontane bij WJO getuigt, naar mijn aanvoelen, van het verlangen zijn oeuvre tot een goed einde te brengen, bundel na bundel, gedicht na gedicht. Ook al hou je het daarna niet vol, als christen sterf je bij ook maar de geringste mis en in de stilte van je kamer. Maar ik volg de Jager wel in zijn voorbehoud, hij formuleert het in ieder geval zorgvuldig. En ik vind RHCdG een dure herderlijke preek geven in deze en zijn idee van kathedralenbouwers best wel te pruimen.

Gert de Jager

Voorzover de preek uit vragen bestaat: de context van de bundel zal antwoord geven.

RHCdG

Geen idee wat er herderlijk is aan mijn schrijven, noch wat ik erin zou preken. Het zijn kwaadaardige, van rancune doorzogen termen die de aandacht moeten afleiden van de enormiteiten die men zelf begaat. Ik doe niet meer dan een aantal vragen stellen bij Gerts bewering dat Otten een ware gelovige is die doet wat God hem opdraagt. Voor de beantwoording ervan verwijst de goede man nu plotseling naar de bundel. Kijk, dat had ik dan gedaan voordat ik mijn vooroordeel uitsprak.

Ook weet ik niet wat er zo ultramontaan is aan iemand die juist 'een horizon weigert' - zich dus niet dienstbaar maakt aan opdrachten die uitgaan van een of ander hoger gezag. Zijn kreeftgang wijst er dunkt mij eerder op dat hij bij zichzelf te rade gaat, en zijn verlangen naar God niet idealistisch, maar praktisch vormgeeft, letterlijk down to earth zoals men zegt.

Inmiddels kan dat beeld van die stratenmaker nog als verwijzing worden opgevat naar de praktijk van het op de knieën rondkruipen in op kerkvloeren uitgetekende labyrinten. Maar ja, dat is weer zo'n achterlijke afwijking van iemand die het zoeken nog niet heeft opgegeven omdat hij alles al weet, dus daar hoeven we geen rekening mee te houden. En zo wordt de eigen intellectuele luiheid geprojecteerd op iemand die juist van het tegendeel blijk geeft.

Bert van Weenen

Inmiddels is er ook commentaar vanuit christelijke hoek op Ottens nieuwste bundel te lezen op de website van Chroom Digitaal 2000:

o http://www.chroom.net/otten/wjo08welkom.htm

Zelf vind ik 'Welkom' beter dan eerdere bundels van Otten, waarin hij naar mijn gevoel allerlei vaag gefilosofeer koppelt aan christelijke leerstellingen.

Laat het geloof maar lekker concreet zijn, 'down to earth', zonder vrees voor kritiek uit de hoek van de atheïsten en agnosten die in de praktijk ook niet verder komen dan het uitventen van hun bloedeigen onverifieerbare dogmaatjes.

Dat er overigens iets wringt tussen het beeld van de stug doorwerkende stratenmaker en de weifelende zoeker, dus tussen 'Stenenrapersgeloof' en 'Eindeligt', lijkt me evident. In de orthodox-gereformeerde wereld heeft men het wel over 'de trappen der bekering', fases in het geloofsleven. Maar daarbij gaat het inderdaad om een kreeftengang en niet om een loodrechte lijn van ongeloof (hel) naar aanschouwen (hemel). Dat is in de gedichten van Willem Jan Otten terug te vinden.

Chrétien Breukers

"de atheïsten en agnosten die in de praktijk ook niet verder komen dan het uitventen van hun bloedeigen onverifieerbare dogmaatjes." Bert... leg eens uit... hoe verhouden de dogma's van de gelovigen zich tov die van de atheïsten en de agnosten?

Chrétien Breukers

Je lijkt me zelf niet heel dogmatisch... je mag zelfs op zondag reageren...

Gert de Jager

Geweldig – ‘down to earth’-zijn als onderscheidend kenmerk van ‘het geloof’. Het doet me denken aan de verfijnde semantiek van Animal Farm.

Twee maanden wijzer blijf ik ‘Stenenrapergeloof’ een gedicht vinden dat de contradictie in zich draagt. Kenmerkend voor het geloof is volgens mij het geloof in een geopenbaarde waarheid. En of deze stenenraper nu een kathedralenbouwer is of niet, zijn waarheid is de waarheid van de weg die hij eigenhandig aanlegt. De weg, de waarheid en het leven worden een gelovige aangereikt door Christus die men ootmoedig dient te volgen en ten opzichte van Wie men altijd hopeloos tekortschiet. Onze sympathieke stenenraper kent niets dan ‘lukrake stapels’ en onderscheidt zich daarmee van iemand als Van Weenen, die zo goed op de hoogte is van de Blijde Boodschap dat hij voor het standpunt van een andersdenkende slechts een verkleinwoord overheeft.

RHCdG

Wanneer het 't plan is van zovele religies om de hemel op aarde te vestigen, zou dan een 'down to earth' geloof daarvoor niet juist de voorwaarde scheppen?

En wat doen wij, gelovig of niet, ooit anders dan eigenhandig de weg van onze waarheid afleggen? Een ander doet het niet - ook Jezus niet, die met zijn leven geen model aanbood voor een imitatio, maar veeleer de weg vrijmaakte voor een ander leven, zonder de obstakels waarvoor hij zich verantwoordelijk stelde. Waarom nog geloof erbij halen, wanneer het erom zou gaan mensen dingen voor te schrijven of te verbieden?

Anders gezegd: welke waarheid is aan Gert de Jager geopenbaard, dat hij die van een ander in twijfel kan trekken: dat het makkelijker is over een straat te lopen, dan er steen voor steen een aan te leggen? Dan betreedt Gert platgetreden paden en is zelf de imitator.

Gert de Jager

Je schept 'wij, gelovig of niet' naar jouw beeld. Verdiep je eens een dag in de denkwereld van Rouvoet of Simonis, dan piep je wel anders.

Overigens had ik het niet over 'een ander', maar over een gedicht en probeerde ik daar een kleine, deconstructieve lezing op los te laten. Het openbaringsidioom in 'Stenenrapergeloof' staat mijns inziens op gespannen voet met wat er aan overige semantiek wordt opgeroepen. Helemaal niet erg, integendeel zelfs, maar bij Otten wekt dat verwondering. 'Kreeftengang' zegt Van Weenen die het probleem in ieder geval wel ziet.

De glorificatie van het alledaagse die Van den Berg in 'Stenenrapergeloof' meende te bespeuren is daarmee finaal uit het zicht verdwenen. Je bent het vast niet met me eens. Welterusten! Op mijn nachtkastje ligt de Imitatio Christi. Goed om snel in slaap te vallen!

RHCdG

Waar komen Rouvoet en Simonis ineens vandaan? Je had het toch over een gedicht? Van Otten?

Die kreeftgang kwam overigens uit mijn koker. Maar wat een verrassende, om niet te zeggen veelzeggende uitdrukking is het om te zeggen dat ik iets 'naar mijn beeld schep': jou toch niet? Want kijk, ik wil best je leraar, profeet, of God zijn, maar dan moet je niet doen wat ik doe, maar doen wat ik zeg.

Gert de Jager

Zo is dat. JHWH zijn eigenlijk ook initialen. Kon je weer niet origineel zijn, qua God. Welterusten!

Bert van Weenen

@Chrétien: Hoeveel ruimte is er in je leven voor mysterie? Niet in algemene zin (het terrein van de dogmatiek), nee, in je eigen persoonlijke bestaan. Daar draait het bij geloven (vertrouwen op iets dat je eigen kunnen overstijgt) volgens mij om. En dat ik zelf dat mysterie vanuit mijn christelijke achtergrond 'God' noem, zal de lezers van deze discussie wel niet verbazen.

Ook al zie je niet waar de weg heengaat, je hoopt dat het allemaal goed afloopt: hemel, paradijs, onderdak vinden bij Allah, whatever. Dat herkende Willem Jan Otten waarschijnlijk in het werk van een stratenmaker. Waarbij de metafoor natuurlijk uitsluitend op dat punt geldt, voor die ene overeenkomstige eigenschap van beeld en object. Iedereen weet immers dat stratenmakers helemaal niet in blind vertrouwen, dus als gelovigen, te werk gaan. Ze zetten eerst met touwtjes de lijnen uit, leggen een zandbed, maken dat waterpas, enz. Pas daarna gaan ze geknield met hun rug naar het door henzelf uitgezette pad toe zitten.

Metafysica is vaak aardser dan de theologen ons willen doen geloven. En sowieso in de praktijk veel ongrijpbaarder dan de dogmaatjes van de kerk.

Gert de Jager

Nu de discussie apologetisch wordt: wie werkelijk de ruimte geeft aan het mysterie, erkent de onbenoembaarheid ervan. Wie het benoemt als God domesticeert het. Wat mij bij Otten tegenstaat, is het misprijzen dat hij overheeft voor degenen die zijn openbaringsgeloof niet delen. Bij hem ligt het heel anders dat bij gelovigen als Reve of Kellendonk die hun geloof als een fictie doorzagen, maar aansluiting zochten bij een traditie om het mysterie te eerbiedigen door middel van riten en symbolen.

Wat de stratenmaker betreft: de planmatige aanpak zie ik niet in het gedicht terug. Integendeel: hij heeft een geloof omtrent ‘alles wat wij weten van waarheen de weg’. Als dogmaticus van de losse stapels doet hij me eerder denken aan een sceptische essayist als Montaigne dan aan de overtuigde katholiek waarvoor de auteursnaam ‘Otten’ doorgaans borg staat.

RHCdG

Wat mij bij De Jager tegenstaat, is het misprijzen dat hij overheeft voor degenen die zijn openbaringsgeloof niet delen.

Maarten Das

'Wie werkelijk de ruimte geeft aan het mysterie, erkent de onbenoembaarheid ervan. Wie het benoemt als God domesticeert het.'

Ik zie juist méér mysterie in het alledaagse dan voordat ik het zo benoemde.

Gert de Jager

Ja, zo'n woord als 'domesticeert' - het klinkt even mooi, maar je schiet er niet veel mee op. Wat ik bedoel is: inkaderen, van zijn onbegrijpelijkheid ontdoen door de rationaliteit van een dogmatisch systeem en daardoor temmen. De leugen van de menselijke maat. Onttrek je eraan en je ziet inderdaad het mysterie in het alledaagse.

Cath Blaauwendraad

Ja, maar dan is het nu wel mysterie dat je thuis kunt brengen en in het kastje van God kan zetten, bedoelt Gert, denk ik.

Maarten Das

Het grappige is dat ik vanochtend in de kerk een prachtige overweging hoorde bij Marcus 1:40-45. Jezus geneest in dat fragment een melaatse, maar draagt hem daarna gelijk op om dit aan niemand te vertellen. Waarschijnlijk om te voorkomen dat de mensen Jezus zouden gaan zien als louter een wondergenezer. Dat ze zouden gaan denken Hem te kennen, met het risico dat ze van Hem hun bezit zouden maken, hún waarheid, in te passen zoals het hén uitkwam. Dat wilde Jezus voorkomen. Want
niemand heeft de waarheid in pacht, ook wij niet. Er zijn altijd meerdere waarheden, en ook mensen die in Jezus geloven, moeten erkennen dat Hij altijd groter is dan ons hart. Een geheim, waarnaar we een leven lang op zoek kunnen blijven...

Aldus de overweging in mijn katholieke parochiekerk :)

Cath Blaauwendraad

Aldus het tweede gebod.

Maarten Das

Juist, daar refereerde de voorganger ook nog naar :)

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...